Is het strafbaar om gestolen bitcoins te kopen?

| AE 6963 | Regulering | 21 reacties

bitcoin-cc-by-sa-flickr-zach-copleyEen lezer vroeg me:

Stel ik koop bitcoins die via een misdrijf zijn verkregen. Ben ik dan strafbaar, of hangt dat af van of ik wist van dat misdrijf? Plus, moet ik ze teruggeven?

In Nederland is het strafbaar als witwassen (art. 420bis Strafrecht) om de werkelijke aard, de herkomst of vindplaats van een goed (fysieke spullen, maar ook vermogensrechten, en dus ook digitaal geld) te verhullen terwijl je weet (of had moeten weten, 420quater) dat dat goed afkomstig is uit een misdrijf.

Witwassen van bitcoins is vrij eenvoudig, want het is onmogelijk te zien door welke transactie de bitcoins zijn verkregen. Ja, je kunt terug in de transactieledger maar daaraan kun je alleen zien dát bitcoins van Alice komen, en niet of dat door diefstal van Alice haar wallet is gebeurd of door een vrijwillige transactie door Alice. En om diezelfde reden is het voor koper Bob niet snel denkbaar dat hij schuldig is aan witwassen – hij kon het niet weten, tenzij bitcoindief Charlie hem daar aanleiding toe gaf.

En dan nog een leuke: als Alice Bob weet te traceren, kan ze dan de bitcoins terugeisen? De wet bepaalt dat de werkelijke eigenaar het gestolene mag terugeisen van de partij die het onder zich heeft. Juridisch heet dat recht van terugeisen revindicatie (art. 5:2 BW), en bij diefstal moet dit binnen drie jaar na de diefstal worden uitgeoefend. De koper moet dan maar zien of en hoe hij zijn geld terugkrijgt van de verkoper.

Op dit principe geldt een uitzondering: wie het gestolen goed krijgt van “een vervreemder die van het verhandelen aan het publiek van soortgelijke zaken anders dan als veilinghouder zijn bedrijf maakt in een daartoe bestemde bedrijfsruimte” (art. 3:86 BW), hoeft het niet terug te geven. De wet eist hierbij wel dat de vervreemder zaken doet in een gebouwde onroerende zaak. Hiermee wil men achterbakhandelaars en marktkraamhouders uitsluiten van de uitzondering, maar als onbedoeld bijeffect van die baksteenvereisende definitie zijn webwinkels nu óók uitgesloten van deze uitzondering. Het lijkt me redelijk dat een beetje webwinkel hier toch echt ook onder moet vallen, mits vergelijkbaar met zo’n bakstenen bedrijfsruimte. Ik kan er werkelijk niet bij dat een koop bij een winkeltje om de hoek wél en een koop bij Bol.com niet beschermd zou zijn.

Of een Bitcoinexchange hieronder valt, is dus nog maar zeer de vraag. Exchanges doen geen zaken in gebouwde onroerende zaken, en je zou ze ook prima als veilinghuizen kunnen zien waardoor ze om nog een reden er niet onder vallen. Dus ja, in principe kan Alice ze terugvorderen van Bob binnen drie jaar na de transactie. Mits ze kan bewijzen dat het haar bitcoins waren en dat iemand ze heeft gestolen. En hoe doe je dát?

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Hiermee wil men achterbakhandelaars en marktkraamhouders uitsluiten van de uitzondering, maar als onbedoeld bijeffect van die baksteenvereisende definitie zijn webwinkels nu óók uitgesloten van deze uitzondering.
    En terecht, vanuit het oogpunt van deze wet – een webwinkel is even anoniem, en kan even snel verdwenen zijn als een kofferbak of marktkraam. Het verschil wat je wil maken is dat koophiergoedkopeiphones.nl niet is toegestaan, en bol.com wel. Maar ja, dat is natuurlijk vrij lastig.

  2. Ter info: je kunt op blockchain.info zien hoe Bitcoin-transacties in elkaar zitten. Een willekeurige transactie (niet van mij) laat zien dat de “inputs” van een transactie worden samengevoegd, en vervolgens verdeeld over de “outputs” van de transactie. Je kunt daarbij niet zeggen dat bepaalde inputs overeen komen met bepaalde outputs.

    Stel dat we nu een aantal onwaarschijnlijke aannames doen: van een bepaalde Bitcoin-transactie is bewezen dat die een diefstal is, en van een aantal van de uiteindelijke ontvangst-adressen kan de identiteit van de houder bepaald worden, en die houders bevinden zich in Nederland. Moeten die houders dan nog iets teruggeven aan het slachtoffer?

    Als jouw 1 BTC voor 1% afkomstig is uit de diefstal-transactie, moet je dan 0.01 BTC teruggeven? Maakt het nog uit hoeveel transacties er zitten tussen jou en de diefstal? Ik zou zeggen van niet, want een “witwasser” kan dat aantal willekeurig hoog maken met “transacties naar zichzelf”.

    Dit kan voor een Bitcoin-houder wel een interessant probleem opleveren: jouw bitcoins hebben een transactie-geschiedenis die helemaal te traceren is tot aan het moment dat ze “gemined” werden. Je kunt zelf niet zien of er een misdaad is die onderdeel vormt van die geschiedenis, maar het kan zijn dat anderen dat in de toekomst wel te weten komen, en daar bewijs voor hebben. Als je jouw bitcoins op een exchange aanbiedt, dan koppel je jouw identiteit aan je bitcoins, aangezien je je bij (gereguleerde) exchanges over het algemeen moet identificeren. Op dat moment kan het zijn dat de autoriteiten ingelicht worden, en je een deel van je bitcoins moet afstaan.

    Als de FBI de transactie-geschiedenis heeft van de Silk Road website, dan kan dat nog interessant worden: in het verleden was de Silk Road een behoorlijk groot deel van de Bitcoin-economie. Ik neem aan dat voor “via drugsverkoop verkregen bitcoins” iets dergelijks geldt als voor gestolen bitcoins; in dat geval is waarschijnlijk een aardig groot deel van alle bitcoins “besmet”.

    Het schijnt trouwens dat op de meeste dollar-biljetten wel sporen van cocaïne gevonden kunnen worden, dus in dat opzicht is Bitcoin niet anders dan “gewoon” geld.

    • Als jouw 1 BTC voor 1% afkomstig is uit de diefstal-transactie, moet je dan 0.01 BTC teruggeven? Maakt het nog uit hoeveel transacties er zitten tussen jou en de diefstal? Ik zou zeggen van niet, want een “witwasser” kan dat aantal willekeurig hoog maken met “transacties naar zichzelf”.

      Je stelt hier de vraag of er sprake is van oneigenlijke vermenging of van zaaksvorming. Oneigenlijke vermenging treedt op wanneer meerdere niet onderscheidbare zaken bij elkaar worden gebracht, zodat de eigenaar niet meer weet welke van hem is (het verhaal van Teixeira de Mattos). Bij revindicatie moet de oorspronkelijke eigenaar precies aan kunnen wijzen welke bitcoins van hem zijn. Dat is na zo’n oneigenlijke vermenging niet meer mogelijk. Van oneigenlijke vermenging lijkt mij geen sprake, omdat de bitcoins die worden samengevoegd allemaal een andere grootte hebben.

      Zaaksvorming treedt op wanneer je een nieuwe zaak vormt uit andere zaken. Wanneer je voor jezelf zo’n nieuwe zaak vormt, ben jij de eigenaar, tenzij de geringe kosten die je voor het vormen moet maken niet rechtvaardigen dat jij eigenaar wordt (art. 5:16 lid 2 BW). De uitzondering lijkt mij hier van toepassing, en daardoor worden de eigenaren van de oorspronkelijke zaken door de wet als eigenaar van de nieuw gevormde bitcoin aangemerkt, elk voor een evenredig deel.

      In dit antwoord (en in Arnouds blog) wordt aangenomen dat bitcoins zaken zijn: voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Daar lijkt me toch een knelpunt te zitten.

      • (het verhaal van Teixeira de Mattos)

        Als ik dit verhaal goed heb begrepen is het wel de meest walgelijke uitspraak die ik heb gezien.

        4 certificaten in bewaring gegeven, zonder bedoeling eigendom over te dragen, 4 certificaten aanwezig aan het einde van de rit. Maar omdat nioet duidelijk is welke van de volledig uitwisselbare certificaten wie toebehoort is het van de bewaarder? Mag ik even kotsen?

        • @elroy Waarom zouden die 4 certificaten niet zijn van die andere partijen die gelijksoortige certificaten bij Teixera hadden ondergebracht. Het zou juist vreemd zijn als iemand puur omdat het er toevallig ook 4 stuks zijn daarmee het eigendom van die 4 certificaten kon opeisen uit een surseance en daarmee de andere schuldeisers achter het net laten vissen. Dat werd dus gewoon een schuldeis ter hoogte van die 4 certificaten.

          • Ok, wellicht heb ik het verkeerd begrepen, maar ik las het zo:

            1. Meneer A geeft 1 certificaat in bewaring, meneer B 3.
            2. Gedurende de uitvoering van het bedrijf worden meerdere certificatien in bewaring genomen en daarna weer teruggegeven.
            3. OP datum faillisement zijn er 4 certificaten en de enigen die aanspraak maken op deze certificaten zijn A en B.
            4. Certificaten zijn niet te onderscheiden en met de tussentijdse transacties is het zelfs mogelijk dat geen van de certificaten de originele zijn die bij 1. in bewaring zijn gegeven.
            5. Omdat niet kan worden onderscheiden welke van de 4 certificaten aan A toebehoort en welke 3 aan B zegt de rechter dan zijn ze dus van de bewaarder en worden ze meegenomen in de algemene boedel verdeling, waarbij ook mensen die nooit een dergelijk certificaat in bewaring hebben gegeven mee delen in de vordering.

            Wat ik nog zou kunnen begrijpen is dat als er nog een C was die 2 certificaten in bewaring had gegeven en er zijn er in totaal maar 4, dat je zegt: We kunnen niet onderscheiden wiens certificaten weg zijn dus A, B en C krijgen respectievelijk 2/3, 2 en 4/3 certificaat toegewezen. En ze hebben alle drie nog een claim voor resp 1/3, 1 en 2/3 certificaat op de boedel, aangezien bewaarder in zijn onzorgvuldigheid 2 certificaten is kwijtgeraakt.

            • @elroy. Alle schuldeisers (via de curator) zullen natuurlijk aanspraak maken op die 4 certificaten omdat ze een waarde vertegenwoordigen in de boedel. Alleen zaken waarvan 100% vaststaat dat ze van een bepaalde eigenaar zijn kunnen (met moeite) aan de boedel onttrokken worden. Omdat dat van deze certificaten niet meer aantoonbaar was horen ze dus tot de boedel.

              • Als in de administratie staat dat er 4 certificaten in bewaring zijn en er worden 4 certificaten gevonden. Dan zijn die vier certificaten duidelijk van de eigenaren die het in bewaring hebben gegeven. Het is volkomen idioot dat het dan uitmaakt of je een specifiek certificaat aan een specifieke eigenaar kan toewijzen, aangezien de certificaten onderling uitwisselbaar zijn.

                Als ik jou 10 kauwgomballen in bewaring geef, mijn broer geeft je 5 kauwgomballen en mijn moeder geeft je 5 mentos en jij wordt bestolen van 3 kauwgomballen en 1 mentosje, dan zou mijn moeder alle mentos kunnen opeisen, immers alle mentos was van haar en is geen vermenging. Mijn broer en ik zijn de pineut, want omdat er vermenging is geweest is niet duidelijk van wie de overgebleven kauwgomballen zijn. Deze zijn daarom van jou als bewaarder en mijn mijn broer en ik kunnen een claim indienen voor de waarde van onze kauwgomballen en mijn moeder voor de waarde van een enkele mentos. En de kauwgomballen worden dan onder onsdrieen naar verhouding verdeeld.

                Ik kan toch niet de enige zijn die van mening is dat dit de redenatie van idioot is?

          • Het is niet zo raar, voor revindicatie moet je precies kunnen aanwijzen wat van jou is. Kun je dat niet, dan plaats je jezelf voor andere schuldeisers door gewoon maar wat mee te nemen.

            Het kan natuurlijk dat iemand vier certificaten in bewaring heeft gegeven, en later weer vier certificaten heeft terugontvangen. Stel even dat jij de serienummers van jouw certificaten hebt opgeschreven, en die derde blijkt jouw certificaten te hebben. Ik zou niet inzien waarom hij eigenaar is geworden van jouw certificaten, omdat er nooit een overeenkomst is gesloten die tot overdracht strekt. Je zou van die derde dan kunnen revindiceren.

            @hAl: het failliete Teixeira de Mattos is nooit eigenaar van de certificaten, die hebben ze alleen in bewaring.

            • Het is al idioot dat je bij uitwisselbare zaken die in bewaring zijn gegeven de specifieke van jou moet aanwijzen. Immers, ze zijn allen gelijk en het maakt niet uit welke de specifiek door jou is ingebracht.

              Tevens is het idioot om deze onder de failliete boedel te vatten, aangezien het in bewaring is gegeven, dus de bewaarder kon er niet mee handelen en dus is er nooit verlies op gemaakt. Als die twee eisers eerst in gemeenschap van goederen trouwen voor ze het opeisen, hadden ze samen een vordering gehad op 4 certificaten, er zijn 4 certificaten gevonden in bewaring en er is geen twijfel meer over het eigendom.

              Recht is al krom, maar dit is zo krom dat het niet recht te praten is.

              En hoezo is er geen sprake van eigenlijke vermenging? Als de bewaarder nog 4 certificaten koopt en deze op een hoop bewaart bij de andere 4 dan is er vermeninging. Het is echter volkomen duidelijk dat 4 daarvan toebehoren aan degenen die ze inbewaringeven en 4 aan de bewarder. Worden er twee verkocht, dan zijn dat er twee van de bewaarder, ommers die anderen heeft hij in bewaring en kan hij niet verkopen. Het eigendom heeft dan een verhouding 4:2. Verkoopt hij er nog twee dan is er geen sprake van vermeninging meer en zijn de overgebleven certificaten 100% eigendom van de klanten die het in bewaring gaven.

      • Bedankt voor je antwoord. Ik denk toch dat dit niet klopt:

        Van oneigenlijke vermenging lijkt mij geen sprake, omdat de bitcoins die worden samengevoegd allemaal een andere grootte hebben.
        Stel, de dief steelt 2 BTC, en verkoopt de gestolen bitcoins 1-op-1 door. De nieuwe houder van de gestolen BTC maakt de volgende transactie: In: 2 BTC (de gestolen BTC) In: 3 BTC (op legale manier verkregen) In: 1.5001 BTC (op legale manier verkregen) Uit: 3.1 BTC (naar een ander persoon) Uit: 1 BTC (naar een ander persoon) Uit: 2.4 BTC (“wisselgeld” terug naar een ander adres van zichzelf) Uit: 0.001 BTC transactiekosten

        De gestolen 2 BTC is in de uitgaande bitcoins niet meer herkenbaar. Alleen de 3.1 BTC en de 2.4 BTC zijn groot genoeg om de 2 BTC in hun geheel te bevatten, maar je kunt niet zeggen dat de gestolen BTC wel in de 3.1 BTC zitten en niet in de 2.4 BTC, of andersom.

        Ik had ook een voorbeeld kunnen maken waarbij de inkomende bitcoins worden verdeeld over hele kleine bedragen, allemaal kleiner dan het gestolen bedrag. Het is dus wel echte vermenging, vergelijkbaar met als je meerdere goudstaven smelt, mengt en er dan weer andere goudstaven van maakt.

        • Ik denk toch dat sprake is van eigenlijke vermenging, omdat de afzonderlijke bitcoins niet meer te onderscheiden zijn. Het is alsof je twee hopen zand mengt. Bij eigenlijke vermenging zijn de eigenaren van de oorspronkelijke zaken voor een evenredig deel eigenaar van de vermengde zaak (tenzij een ingrediënt als hoofdzaak is aan te merken, wat mij nooit het geval lijkt te zijn bij bitcoins). In jouw voorbeeld is de bestolen bitcoineigenaar mede-eigenaar van de uitgegeven 3.1, 1, 2.4 en 0.001 BTC, elk voor 2/(2+3+1.5001)-ste deel.

          Nogmaals, alleen als bitcoins zaken zijn.

      • In dit antwoord (en in Arnouds blog) wordt aangenomen dat bitcoins zaken zijn: voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Daar lijkt me toch een knelpunt te zitten.

        Ja, dat is ook nog een punt. In principe heb je ergens een fysieke opslag van de digitale sleutels die je toegang geven tot je bitcoins; of dat nu in je hersenen, op een papiertje of (gebruikelijker) op je harde schijf is. Het opslagmedium is een zaak, maar dat geldt wellicht niet voor de digitale sleutels. De bitcoins zelf zijn nog abstracter: die zijn meer een soort claim(*), die opgeëist kan worden met de sleutels.

        Ik denk dat iets dergelijks geldt voor ander geld. Volgens mij is het illegaal om bankbiljetten te vernietigen, omdat die eigendom zijn van de centrale bank. De claim op (abstracte) euro’s is jouw eigendom, maar de bankbiljetten die die claim representeren zijn niet jouw eigendom. Het verschil met bitcoins is waarschijnlijk dat alle regels rondom “geld” netjes geregeld zijn in de wet, maar bitcoins nog(**) niet duidelijk geld zijn.

        (*) Op wie dan? Ik denk op de rest van de Bitcoin-gemeenschap. Het Bitcoin-protocol bevat regels voor wat geldige en wat ongeldige transacties zijn, en hoeveel bitcoins er in omloop zijn. De Bitcoin-gemeenschap handhaaft deze regels door de Bitcoin-software te draaien, en volgens dat protocol geven jouw digitale sleutels je de controle om een bepaald aantal bitcoins (eenmalig) uit te geven. De Bitcoin-gemeenschap repecteert jouw claim door de regels ongewijzigd te laten.

        (**) Ik dacht dat Bitonic een rechtszaak aan het voeren is om bitcoins als geld geaccepteerd te krijgen, maar ik ken de details niet. In ieder geval heeft de minister van financiën gemeld dat bitcoins geen geld zijn in de zin van de wet financieel toezicht.

        • Arnoud heeft er hier wat over geschreven. Hij denkt daar nog dat bitcoins geen zaken zijn (wat zijn blogpost hierboven onbegrijpelijk maakt).

          Ik denk dat een bitcoin een vordering is op een gemeenschap, meer specifiek een recht aan toonder. Voor rechten aan toonder heb je geen revindicatie of vermenging, omdat het geen zaak is. De koper van een recht aan toonder wordt beschermd door art. 3:86 BW en is dus rechtsgeldig eigenaar, als hij te goeder trouw de bitcoins heeft verkregen en er ook voor heeft betaald (“om baat”).

          • Deze blog schreef ik primair vanuit het strafrechtelijk perspectief en ik weet 99% zeker dat bitcoins daar goederen zijn conform het Runescape-arrest. Ze kunnen worden gestolen of verduisterd. Daarmee is het ook mogelijk om ze wit te wassen.

            Je hebt gelijk dat dit niet automatisch impliceert dat ze civielrechtelijk gezien zaken zijn zodat revindicatie of vermenging geen gegeven is. Dus inderdaad daar had een voorbehoud bij gemoeten.

            • Deze blog schreef ik primair vanuit het strafrechtelijk perspectief

              Eens, ik had in de verwijzing moeten aangeven dat ik me beperk tot het kleine civielrechtelijke stukje in je blogpost:

              De status van bitcoins in het civiel recht is nog onduidelijk. Het is geen geld in ieder geval. Zaken (fysieke dingen waar je eigenaar van kunt zijn) lijken het ook niet te zijn. Je moet er belasting over betalen maar dat is gebaseerd op de waarde van de bitcoins en niet op het eigendom/bezit daarvan.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS