Kun je een zwartelijstbeheerder tegenhouden met een beroep op de Wbp?

| AE 7541 | Privacy, Uitingsvrijheid | 3 reacties

block-botDe Block Bot is in de juridische problemen gekomen, las ik onlangs. Blogger Matthew Hopkins, zelfbenoemd “Witchfinder General” had een claim ingediend bij de beheerder van deze Twitter zwarte lijst, waar je op komt als de beheerder je een troll vindt, of een vrouwonvriendelijke man of nog wat niet bepaald vleiende kwalificaties. Het op smaad gooien leek Hopkins nogal ingewikkeld vanwege vrijheid van meningsuiting en zo, maar hij had een leukere truc gevonden: de Data Protection Act, oftewel de Engelse Wet bescherming persoonsgegevens. Want iemands naam in een bestand opnemen, dat mag niet he meneertje?

Ik krijg hier een lichte juridische jeuk van. Ja, natuurlijk geldt de Wbp en de DPA bij zwarte lijsten en ik weet dat men daar kritisch tegenover staat omdat onterecht op een zwarte lijst staan heel vervelend kan zijn, zeker als je er nauwelijks meer van af komt. En ik weet dat toestemming vragen bij opname in een bestand of lijst de hoofdregel is.

Maar het is écht niet zo dat je zonder toestemming eigenlijk niets kunt. Er is immers de eigen dringende noodzaak, op grond waarvan je best zonder toestemming iemands gegevens kunt gebruiken als daar een noodzaak voor is. Deze grond vereist een belangenafweging, hoe zwaar weegt de privacy van deze persoon en hoe zwaar is mijn noodzaak om die gegevens te gebruiken. En omdat het hier gaat om een meningsuiting, is er best een aardige noodzaak. Je mág immers over mensen praten en je mening geven over hun acties, dat is een grondrecht. De Wbp wint dus zeer zeker niet automatisch.

Verder is het in Nederland zo dat je in die situaties géén aparte afweging onder de Wbp hoeft te maken. Als het gaat om een verwerking die op grond van de vrijheid van meningsuiting wordt gedaan, dan kijk je ‘gewoon’ of de uiting onrechtmatig is. Een overtreding van de Wbp in een journalistieke context dient

te worden meegewogen bij beantwoording van de vraag of degene die verantwoordelijk is voor (handhaving van) publicatie van de beweringen hierdoor onrechtmatig handelt.

Dat maak ik op uit het Kleintje Muurkrant-arrest uit 2011.

Het doet me denken aan de discussie vorig jaar over merknamen: haha, mijn naam is een gedeponeerd merk, dus je mag zonder mijn toestemming niet over me praten. Ook dat voelt als een oneigenlijk gebruik van de wet. Met name omdat men zware juridische taal inzet naar mensen die daar weinig verstand van hebben. Ik zie dat als overbluffen of intimideren: holy shit, ik heb een mérkenrecht geschonden, ja nee kijk maar naar Disney en zo hoe ernstig dat is, daar staat tien jaar cel op, gauw weg die post. Bah.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Helemaal mee eens. De Nederlandse praktijk van het CBP laat evenwel zien dat aan het verkrijgen van toestemming voor het opzetten van een zwarte lijst – met name als dat gaat om zwarte lijsten met betrekking tot online gedragingen – vrijwel onmogelijke eisen door het college worden gesteld.

    • Zodra de lijst wordt gepubliceerd, is m.i. wel degelijk sprake van een meningsuiting. Je geeft dan te kennen dat jij vindt dat die personen op die lijst horen, in casu dat ze trollen zijn.

      Ik denk zelf dat ook een puur interne gehanteerde zwarte lijst (“deze mensen moeten we niet als klant”) een meningsuiting is, ook het vergaren van informatie valt daar immers onder (art. 10 EVRM). Uiteraard is het ook een verwerking van persoonsgegevens, dus je komt meteen uit bij artikel 8 sub f Wbp.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS