Is het legaal in je licentie barre arbeidsomstandigheden te verbieden?

| AE 11219 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 19 reacties

Een nieuw fenomeen in licentieland: de Anti 996 licentie, een variant op de opensource BSD licentie die een unieke beperking kent. De licentienemer (gebruiker van de software) mag in zijn bedrijf geen onwettige arbeidsomstandigheden toelaten. De term “996” komt uit een Chinese praktijk- van 9 tot 9 werken, 6 dagen per week – dat leidde tot een protestbeweging om arbeidsomstandigheden te verlichten. Leuke inhaker dus, wie deze software gebruikt moet zijn personeel betere arbeidsvoorwaarden geven of in ieder geval gewoon de wet naleven. Een loffelijk initiatief, maar mag dat eigenlijk wel in een opensourcelicentie?

De bepaling is simpel en effectief geformuleerd:

The [licensee] must strictly comply with all applicable laws, regulations, rules and standards of the jurisdiction relating to labor and employment where the individual is physically located or where the individual was born or naturalized; or where the legal entity is registered or is operating (whichever is stricter). In case that the jurisdiction has no such laws, regulations, rules and standards or its laws, regulations, rules and standards are unenforceable, the individual or the legal entity are required to comply with Core International Labor Standards.

De ILO dient daarbij als minimumstandaard. Deze standaard verbiedt onder meer kinderarbeid en eist dat men zich mag verenigen in vakbonden, om eens twee controversiële onderwerpen te noemen.

Papier is geduldig, dus als jij deze eis in je licentievoorwaarden wilt opnemen en je wederpartij wil dit accepteren dan is dat juridisch verder helemaal prima. De praktijk kent dit al – grotere organisaties nemen vaak in hun inkoopvoorwaarden ook eisen op omtrent maatschappelijk verantwoord ondernemen, garanties tegen kinderarbeid en afspraken over groen ondernemen.

Specifiek bij open source is het echter iets spannender. De definitie van “open source” zoals gepubliceerd door het OSI verbiedt namelijk dat opensourcelicenties onderscheid maken naar “field of endeavour”. Dat is primair bedoeld tegen zaken als commercieel gebruik verbieden of eisen dat de software niet voor massavernietigingswapens wordt ingezet. Maar je zou in theorie ook kunnen zeggen dat deze bepaling dus gebruik in sweatshops verbiedt of discrimineert tegen ondernemingen met inzet van kinderarbeid. Daarmee zou de clausule dus tegen de open source definitie zijn.

Omdat de licentie zich nadrukkelijk beperkt tot het conformeren aan de toepasselijke lokale wetgeving, heb ik daar wel wat twijfels bij. Het onderliggende argument is dan namelijk dat je niet mag discrimineren op grond van iets dat de wet overtreedt. Ik zou het nogal onredelijk vinden als dat niet mag. Ik weet dat al langer geldt dat je “not to be used for Evil” niet mag zeggen, maar ethisch kwaad vind ik wezenlijk wat anders dan wettelijk verboden. Een verboden handeling mag niet. Een kwade handeling hoort niet, maar mag wel.

Arnoud

Een Facebookpagina is van de vrijwilliger die hem aanmaakt

| AE 11193 | Intellectuele rechten, Uitingsvrijheid | 12 reacties

Wanneer een vrijwilliger uit eigen beweging een Facebookpagina (of groep) aanmaakt, dan is die van hem en niet van de vereniging. Dat maak ik op uit een recent vonnis uit Rotterdam over de beheerrechten (“eigendom”) van een Facebookpagina van een lokale politieke partij. Die had een geschil met een ex-lid die de officiële verenigingspagina en een aanverwante Facebookgroep niet af wilde geven. Alleen als er een expliciete opdracht was, of specifieke afspraken over eigenaarschap, dan kan dat anders worden. Komt er vervolgens een geschil en loopt de ex-vrijwilliger weg met de pagina, dan heb je dus als vereniging geen poot om op te staan.

De politieke partij ONS.Vlaardingen had een conflict met het uit de fractie gezette raadslid Tim Thiel: die weigerde de beheerrechten van de ONS-Facebookpagina’s af te staan. Hij zag deze pagina’s als zijn persoonlijke investering en succes, en weigerde ze af te staan aan de partij. Deze stapte daarop naar de rechter, die nu dus het ex-lid gelijk geeft.

Uit het vonnis haal ik dat de Facebookpagina van de partij in 2014 is aangemaakt ten behoeve van de partij (maar niet door wie). Het ex-lid had in 2017 de Facebookpagina in beheer gekregen, opnieuw vormgegeven en stevig gewerkt aan promotie: het aantal volgers steeg van 340 naar meer dan 2000. Later, in 2018, maakte hij nog een Facebookgroep aan ter ondersteuning van de partijpagina.

Eind 2018 werd hij uit de fractie gezet, waarna men de toegangscodes en beheerrechten van de twee pagina’s opeiste. Na een eerste mail met toezegging gebeurde dat niet, integendeel. De man verwijderde volgers van de pagina om terug te komen naar de 340 originele, veranderde het mailadres, en maakte van de naam van de pagina en de profielfoto iets stekeligs (geen idee wat maar iets met poppenkastpoppen en een sneer naar de fractievoorzitter). Daarna stapte de vereniging naar de rechter.

De vraag is juridisch nog knap ingewikkeld, wat ís een Facebookpagina eigenlijk, juridisch? Je kunt erop afstuderen: is het een overeenkomst van opdracht, een licentie onder Facebook’s gebruiksrechten, een vermogensrecht dat je schept, of ga zo maar door?

De voorzieningenrechter had haast gezien de aard van de zaak, en gaat er dus niet in detail op in. Heel pragmatisch is dan ook de conclusie: degene die een pagina aanmaakt is in beginsel de beheerder (“eigenaar”) van die pagina, tenzij er concrete opdrachten zijn gegeven of je bindend hebt toegezegd deze over te dragen.

Die tenzij gaat op bij de pagina van de partij zelf. Deze is immers in 2014 aangemaakt voor de partij, en pas drie jaar later is het ex-lid gevraagd beheer daarvan te doen. Dat is dus werk in opdracht aan andermans pagina. Of hij zelf auteursrechten kan claimen op zaken daar geplaatst (en daarmee de overdracht of gebruik door de partij kan frustreren) laat de rechtbank even buiten beschouwing.

Voor de groep komt het anders uit. Het uitgangspunt blijft hetzelfde, maar deze groep is op eigen initiatief door het ex-lid aangemaakt, waarbij hij zichzelf als beheerder presenteerde en de groep niet als officieel of namens de partij aangemerkt had. Daarmee is er dan te weinig om te spreken van een groep die eigenlijk van de partij had moeten zijn. Het beheer over die groep hoeft hij dus niet terug te geven, ook niet nu hij uit de partij is gezet.

Ik blijf er op hameren dat als je als vereniging of stichting met vrijwilligers werkt voor je online activiteiten, je maar beter gewoon afspraken met ze kunt maken op papier. Of regel meteen dat een functioneel account (zoals bestuur@ of penningmeester@ of pr@) het beheer heeft op dergelijke pagina’s) zodat een aangewezen vrijwilliger niet met zijn account weg kan lopen met je pagina’s.

Arnoud

Mag je iemand er publiekelijk op wijzen dat hij heel dom privéinformatie publiceert?

| AE 11169 | Privacy, Security, Uitingsvrijheid | 8 reacties

“Zet nooit, maar dan ook helemaal nooit, je boardingpass op Twitter @peterverhaar. En roep al helemaal niet mensen op om het te doen.” Aldus techjournalist Daniel Verlaan op Twitter vorige week. Aanleiding was een actie van bankier Verhaar tegen de ‘klimaatterroristen’ waarbij je door een Tweet met je boardingpass laat zien dat je tegen klimaatverandering bent. Of zoiets. Bepaald handig is die oproep niet: zoals journalist Verlaan liet zien, kun je met de informatie op een boardingpass erg veel doen: “Ik weet nu naast jouw privégegevens ook de namen, e-mailadressen en telefoonnummers van je vrouw en dochter.” Maar mag je dat wel achterhalen, met die informatie?

Natuurlijk is het in principe computervredebreuk om in te loggen met publiek aangetroffen accountgegevens, zoals een boardingkaartnummer en een achternaam. Je dringt dan binnen in een systeem onder de hoedanigheid van de luchtpassagier, en je weet dat je daar niet mag zijn in die hoedanigheid. Dat de gegevens publiek te vinden waren, maakt daarbij niet uit. (Als je ooit denkt “de informatie is publiek dus ik mag X”, dan heb je -als vuistregel- juridisch geen gelijk.)

Punt is natuurlijk dat Verlaan werkt als journalist, en daarbij technologie en met name security als aandachtspunt voor zichzelf geclaimd heeft. Hij bouwde onder meer de site Laat je niet hack maken, die mensen in gewone taal uitlegt wat wel en niet verstandig is bij online security. En als zo’n journalist ziet dat iemand met een profiel als Peter Verhaar publiekelijk oproept om zoiets doms te doen, dan snap ik meteen dat hij dat publiceert. Zoals een twitteraar het vergeleek: “ik ben tegen de bankmaffia, u ook, post dan uw creditcard voor en achter”.

Een journalist mág zoiets ook, in het kader van het aan de kaak stellen van een misstand. Ook als daarbij een strafbaar feit nodig was. Als journalist mag je soms net een klein stapje verder gaan, als dat in het belang is van je publicatie en je geen andere manier hebt om je punt te maken.

De vraag is dus, had Verlaan die noodzaak om in te loggen en die gegevens van vrouw en kind te noteren en (geanonimiseerd) te publiceren? Ik zou zeggen van wel: Verhaar begaat zo’n ernstige en onverantwoorde fout dat daar onmiddellijk een signaal tegen gegeven moet komen. En iemand die zo oliedom is, zal van enkel “dat is niet handig!!1!” van een nerdjournalist (sorry Daniel) niet onder de indruk zijn. Die persoonlijke informatie is dan nodig om direct het signaal te geven, doe dit niet, houd ermee op. Dus ja, dit mocht.

Arnoud

Mag nu.nl ontkennen van klimaatverandering verbieden op haar nujij.nl reactiesite?

| AE 11156 | Uitingsvrijheid | 87 reacties

Het ontkennen van klimaatverandering of de invloed van de mens daarop, is op NUjij niet langer toegestaan. Zo opende Nu.nl vorige week een bericht om haar nieuwe beleid omtrent dit onderwerp toe te lichten. NU.nl heeft een verantwoordelijkheid om bezoekers van betrouwbare informatie te voorzien, zo licht men toe: ook de reacties van haar miljoenen… Lees verder

Van rare websites krijg je rare vergeetrechtzaken

| AE 11078 | Privacy, Uitingsvrijheid | 55 reacties

Een arts die op de vingers is getikt door het tuchtcollege moet verwijderd worden uit de zoekresultaten van zoekmachine Google. Dat meldde Trouw vorige week. Waarmee ze overigens bedoelen dat een bericht over dat vingertikken verborgen moet blijven in de zoekresultaten, niet dat de arts geheel onvindbaar moet worden. De rechtbank Amsterdam had in december… Lees verder

200.000 particuliere beveiligingscamera’s in politiedatabase

| AE 11065 | Regulering, Security, Uitingsvrijheid | 19 reacties

De afgelopen jaren hebben bedrijven en particulieren meer dan 200.000 beveiligingscamera’s in een database van de politie laten registreren, las ik bij Security.nl. Het gaat om de database “Camera in Beeld”, die informatie over beveiligingscamera’s in Nederland bevat. Het register stelt de politie in staat om snel camerabeelden te vorderen van strafbare feiten en andere… Lees verder

Mag een band je uit de zaal weren als je ze aanspreekt op misbruik van je foto’s?

| AE 11047 | Uitingsvrijheid | 43 reacties

Als je een foto van de Zweedse melodicdeathmetalband Arch Enemy maakt, en ze vervolgens aanspreekt op hun ongeautoriseerd gebruik daarvan, dan wordt je verbannen bij hun optredens. Dat maak ik op uit dit verhaal van rockjournalist J. Salmeron. Hij fotografeerde de band en publiceerde de foto online, waarna de band deze overnam en een aan… Lees verder

Mag Wetransfer blaffen naar “veiliger alternatief” Skotty?

| AE 10975 | Uitingsvrijheid | 12 reacties

Eindhovense startup Skotty laat je veilig e-mailen en bestanden delen, las ik bij RTL Z. En iets later op Twitter dat Wetransfer er boos over is: WeTransfer stuurt vanuit het niets met dreigende taal een jurist op me af vanwege dit. Wat raar, mag je dan niet meer zeggen dat jouw dienst een privacyvriendelijker Wetransfer-achtige… Lees verder