Minister stuurt wetsvoorstel dat doxing strafbaar moet maken naar Tweede Kamer

| AE 13453 | Regulering | 10 reacties

De Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid Dilan Ye?ilgöz-Zegerius heeft een wetsvoorstel dat doxing strafbaar moet stellen, naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat meldde Tweakers vorige week. Doxing is de wat merkwaardige internetterm voor “iemands identiteit achterhalen”, waarbij het eigenlijk altijd gaat, zoals het wetsvoorstel zegt, om het gebruik van persoonsgegevens voor intimiderende doeleinden. De maximale straf moet een jaar cel of 9000 euro boete worden.

Het wetsvoorstel is breed geformuleerd maar focust nadrukkelijk op – wat Grapperhaus al zei – het onthullen van identiteit of woonadres van politie of andere ambtenaren:

Degene die zich persoonsgegevens van een ander of een derde verschaft, deze gegevens verspreidt of anderszins ter beschikking stelt met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te hinderen dan wel ernstig te laten hinderen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
Het Tweakers-artikel meldt “Niet alleen daders vallen onder de wet. In het voorstel wordt ook gesproken over faciliterende partijen zoals internetplatforms. ” Maar voor de duidelijkheid: er is geen aparte nieuwe strafbaarstelling of medewerkplicht voor zulke partijen. Het mechanisme is gewoon notice-takedown, immers als een klant iets evident strafbaars doet en de provider wordt daarvan op de hoogte gesteld, dan moet deze dat bericht offline halen of blokkeren. En nu doxing dus strafbaar wordt, dienen providers ook daarbij in te grijpen.

Wel nog belangrijk is dat voorlopige hechtenis mogelijk is bij verdenking van dit misdrijf, het komt op de lijst van artikel 67 Strafvordering. Dat heeft meer effecten, zoals dat huiszoeking mogelijk is (art. 55a Sv) en vingerafdrukken mogen worden afgenomen (art. 55c). Ook is pseudokoop of -dienstverlening mogelijk (art. 126i), wat handig kan zijn als de verdachte in het openbaar alleen zegt dat hij de gegevens heeft maar ze alleen op individueel verzoek verstrekt. Dan kan een undercoveragent ze kopen, iets dat normaal lastig kan liggen vanwege uitlokking.

Natuurlijk blijven er bewijsproblemen, zoals dat oogmerk: als iemand een adres online zet met alleen knipogende smileys of “wie stuurt er een bloemetje”, kun je daar dan uit afleiden dat het gaat om vrees aanjagen of overlast aandoen? Dat is geen nieuw probleem in het strafrecht, hoe je een oogmerk bewijst.

Wat in ieder geval niet van belang is, is of de gegevens al ergens in het openbaar staan. Waar het om gaat, is of de verdachte ze publiceert met dat oogmerk van vrees aanjagen. Dat kan net zo goed als je de gegevens van de KVK ophaalt of uit een door het slachtoffer zelf gepubliceerd document, of voor mijn part het online telefoonboek.

En als laatste: ik lees her en der dat mensen de straf nogal laag vinden als maximum. Dat snap ik, maar realiseer je dat dit bedoeld is voor een situatie waarin alleen een publicatie met dreigend oogmerk te vinden is. Als er meer gebeurt, zoals dat mensen daadwerkelijk langsgaan, dan kun je het ook spelen via medeplichtigheid aan opruiing of bedreiging. En de opsporingsmiddelen in kunnen zetten is denk ik het werkelijke voordeel voor Justitie: de kans is groot dat er meer te vinden is als je langsgaat.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Gaat vast ook mis als ik het probeer: Dilan Ye?ilgöz-Zegerius. Was bij een eerder blog waarin zij genoemd werd ook al getest toch? ş, ş werkt vaak wel, maar is officieel niet toegestaan? Of was dat zo maar nu niet meer, met HTML5? Ik had dat soort dingen ooit eens uitgezocht: https://rudhar.com/sfreview/exotentt.htm .

    Cetero censeo (niet senseo) en ook ben ik voorts van mening dat alle moderne software, platformen, blogs en wat dies meer zij nu toch zeker wel UTF8 en dus Unicode moeten ondersteunen, en dat alleen Latin-1 alias Windows CP1252 ofwel min of meer ISO-8859-1 nu echt te mager is.

    Zelfs mijn door sommigen of velen als erg 1992 ervaren website is geheel Unicode en HTML 5 compliant!

  2. Ik voorzie vele randgevallen. Is het niet blurren van informatie door een kritische journalist een overtreding?

    e.g. Geenstijl maakt een filmpje waar ze voor de deur van een mogelijk malafide huisjesmelker staan om hem onaangekondigd te proberen te interviewen. In dat filmpje blurren ze niet het straatnaambordje of is door een specifieke winkel op de achtergrond makkelijk via internet te achterhalen waar de huisjesmelker woont.

    Of iemand deelt een bouwvergunning met als tekst erbij: “Politicus krijgt bouwvergunning voor uitbouw aan eigen huis in de buurt van een natura 2000 gebied terwijl door hetzelfde gebied de nabijgelegen snelweg niet verbreed mag worden.” Dit kan als nieuwswaardig gezien worden. Maar daardoor weet je lezer wel dat de politicus in een bepaald gebied woont, of zelf waar die precies woont als het adres in de vergunning niet weggehaald is omdat er gelinkt wordt naar het origineel op de website van de gemeente.

    • Hoe leidt zulk niet-blurren tot vrees aanjagen, overlast of hinderen in het ambt van die huisjesmelker? De situatie die je schetst, voelt als een eenvoudige vergissing die snel recht te zetten is. Als blijkt dat men opzettelijk niet blurt zodat een boze achterban verhaal gaat halen, dan is het natuurlijk wél een vorm van overlast veroorzaken.

      Algemeen zal een journalist die te goeder trouw een misstand aan de kaak stelt, niet snel onder een artikel ais dit vallen. De vrijheid van meningsuiting werkt door in interpretatie van zaken als wederrechtelijkheid of opzet.

      • Ik doelde op het opzettelijk niet blurren wetende dat hierdoor het erg goed mogelijk is dat dit adres algemener bekend kan worden. Zolang hier niet actief de nadruk op gelegd wordt, lijkt het mij lastig aan te tonen dat het oogmerk van het filmpje / artikel / bericht was om vrees, overlast of hinder te veroorzaken.

        De journalist weet dat dit een onbedoelde bijwerking kan zijn van zijn nieuwsitem, maar neemt niet actief actie om die bijwerking (vrees/overlast/hinder) te minimaliseren door bijvoorbeeld niet te blurren en commentaar van lezers niet pro-actief te verwijderen als daar het adres in genoemd wordt.

        Daarnaast kan “hinder” het primaire gerechtvaardigde doel zijn. Bijvoorbeeld door het bekendmaken van belangenverstrengeling. De tweede functie van een politicus is een persoonsgegeven van de politicus. En het doel is dat de politicus zich in zijn politieke functie niet meer mag werken in de gebieden waar de verstrengeling is. Dat is dan dus “hinderen” als de politicus eerst wel in dat gebied actief was.

        • Dat is inderdaad een lastige, bewijzen van oogmerken zoals opzet is notoir lastig als iemand een béétje een verhaal daartegen kan brengen. Het punt is wel dat ‘oogmerk’ juridisch gezien een hoge lat is, dat is echt volle opzet. Voorwaardelijke opzet (hadden moeten weten) is niet genoeg. Dus als de journalist zegt “oh ja ik zag dat adres wel maar ik dacht, niemand die daar wat mee doet” dan is de zaak eigenlijk stuk tenzij je kunt bewijzen dat de journalist liegt. De journalist bekent hier voorwaardelijke opzet, en dat is dus te mager.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS