“Stelen van broncode is niet strafbaar”

Het meenemen van broncode van de (ex-)werkgever is niet illegaal en valt niet onder het stelen van bedrijfsgeheimen, las ik bij Webwereld. In een ‘bizarre’ uitspraak bepaalde de New Yorkse hogerberoepsrechter dat een werknemer die handelsgeheimen had meegenomen van zijn werkgever, geen diefstal heeft gepleegd en ook de wet op de handelsgeheimen niet had geschonden. “Deze uitspraak is een slag in het gezicht van de federale overheid die juist alles wil doen om industriële en bedrijfsspionage hard wil aanpakken”. Eh wacht, lees ik hier een ronkend persbericht van Justitie of een nieuwsbericht in de categorie “buitenland / en dan dit”?

Het ging in deze zaak om een programmeur die broncodes van zijn ex-werkgever had geupload naar een server van een derde. Die broncodes waren deel van het “high-frequency trading” systeem van de werkgever, en dus commercieel erg waardevol want bij dergelijke aandelenhandel kan een minuut het verschil maken tussen winst en verlies. Ik kan niet achterhalen waarom, maar op zijn laatste dag uploadde hij 500.000 regels broncode naar een Duitse server.

Diefstal van handelsgeheimen en intellectueel eigendom, brieste de werkgever en deed aangifte. In eerste instantie werd meneer veroordeeld, maar in hoger beroep werd dus anders beslist.

Het punt van diefstal eerst maar, want dat is het makkelijkst. Het is strafbaar in New York om enig goed te verhandelen, verzenden of over te dragen dat door diefstal of ander misdrijf is verkregen (zeg maar: heling). Maar is sprake van een ‘goed’ als je alleen gegevens kopieert? Nee, zegt dit Gerechtshof. Het moet gaan om een tastbaar fysiek object, en daarvan is hier geen sprake.

Wat daar bizar aan is, zie ik niet helemaal. Dat is precies wat onze Hoge raad ook vindt. Hoewel ze in de VS intellectueel eigendom al snel als echt eigendom behandelen, is dat in het geval van ‘diefstal’ dus niet juist.

Ook is het strafbaar om opzettelijk een handelsgeheim te verspreiden, over te dragen, te uploaden of in een product te verwerken als je daarmee een ander dan de eigenaar ervan benadeelt. Bij ons is het strafbaar voor een werknemer om “bijzonderheden waarvan hem geheimhouding is opgelegd” bekend te maken of niet-publieke gegevens uit een computersysteem van de werkgever bekend te maken of uit winstbejag te gebruiken (art. 273 Strafrecht). Dat is dus breder, hoewel je je bij het enkele uploaden kunt afvragen of uploaden naar een server waarvan alleen jij het wachtwoord hebt, “bekend maken” is.

Maar in New York is van een ‘handelsgeheim’ pas sprake als het gaat om informatie over een product dat bestemd is voor de handel. En nu wordt het leuk: is een highfrequencytradingsoftwareprogramma een “product bestemd voor de handel”?

Nee, aldus het Hof (goh). De software zelf wordt niet in de handel gebracht, en dat is toch echt de betekenis van “bestemd voor de handel”. Natuurlijk zou je die term kunnen oprekken, maar dat mag niet: in de Amerikaanse wet kent men namelijk ook de generieke frase “met invloed op de handel” (affecting trade) die bedoeld is om alles te dekken dat buiten “bestemd voor de handel” valt. Maar hee, die generieke frase is hier niet gebruikt. Dus kennelijk wilde de wetgever alleen specifiek handelsgeheimen beschermen over “producten bestemd voor de handel”. Want zo werkt strafrecht: termen worden beperkt uitgelegd, zéker als er een bredere term bestaat die hier nadrukkelijk niet gebruikt is.

Ook hier weer: wat is er ‘bizar’ aan deze uitspraak? Het is toch volstrekt logisch dat je bij een vermeende wetsovertreding kijkt welk wetsartikel is overtreden? Strafwetten gaan oprekken om nieuwe situaties te dekken is héél eng. Toegegeven, dit handelen van meneer zou best strafbaar mogen zijn an sich. Maar dan pas je dus de wet aan die kennelijk ontoereikend is.

Arnoud

“Het versturen van e-mail is een grondrecht”

send-button.pngEen lezer vroeg me:

Ik ben webmaster van een vereniging. Om onze leden te bereiken, hebben we een algemeen mailadres (alleleden@onzevereniging punt nl). Bij de laatste ledenvergadering hebben wij onze leden gemeld dat dit mailadres uitsluiten bedoeld is voor gebruik door het bestuur of na goedkeuring van het bestuur. Maar nu zegt één van onze leden dat we deze eis niet kunnen stellen, omdat iedere Nederlander het recht heeft aan iedereen een brief of email mag sturen als het adres publiek bekend is. Klopt dat?

Eh, nee, dat klopt niet.

Het is op zich waar dat alles mag tenzij het verboden is, maar er zijn genoeg regels en verboden rondom e-mail. De bekendste regel is natuurlijk het spamverbod, artikel 11.7 Telecommunicatiewet. Dit artikel bepaalt dat je niet ongevraagd commerciële, charitatieve of ideële reclame mag mailen naar een e-mailadres, ongeacht hoe publiek dat adres bekend is.

In de XS4All/Ab.fab zaak bepaalde de Hoge Raad dat de eigenaar van een server (XS4All met haar mailservers, in die zaak) mag beslissen wie er wat doet op die server (Ab.fab, met zijn reclamemails). Eén van de verweren van Ab.fab was dat zij op grond van de uitingsvrijheid (artikel 10 EVRM) het recht moest hebben om haar doelgroep te bereiken. Maar nee:

Dit grondrecht kan immers in beginsel niet dienen ter rechtvaardiging van een inbreukmakend gebruik van een goed waarop een ander exclusieve rechten heeft.

Voor mails die buiten die categorieën vallen is er geen specifieke regel. Dus ja, dan kun je zeggen dat je er gewoon heen mag mailen. Een discussie over hoe het bestuur omgaat met de leden, zou je via dat e-mailadres kunnen initiëren, en op grond van de wet kan het bestuur dat niet verhinderen.

Een vereniging kan natuurlijk wel in haar statuten of huishoudelijk reglement opnemen dat leden elkaar niet lastig vallen via de mail. Dat mag, je kunt als vereniging strenger zijn dan de wet. En dan heeft dit lid zich eraan te houden als hij lid wil blijven. (En als niet-lid kan zijn mail eenvoudig op de server worden geweerd natuurlijk.)

Persoonlijk lijkt me het het eenvoudigst als de mailserver zo wordt ingesteld dat alleen het bestuur kán mailen naar dat adres, maar dan moet je wel de goede faciliteiten hebben natuurlijk.

Arnoud

“Met iBooks gemaakte boeken mogen niet bij de concurrent verkocht worden”

ibooks-only-store.pngHet zal Apple eens een keer niet zijn: wie e-boeken wil maken en verkopen op hun iBooks platform, moet beloven dat boek dan ook alléén via iBooks te verkopen. Gratis weggeven mag bij hoge uitzondering wel op meerdere platforms. Eh, wat?

Inderdaad, in de licentie op iBooks Author staat:

As a condition of this License and provided you are in compliance with its terms, your Work may be distributed as follows:
(i) if your Work is provided for free (at no charge), you may distribute the Work by any available means;
(ii) if your Work is provided for a fee (including as part of any subscription-based product or service), you may only distribute the Work through Apple …

en dat kun je maar op één manier lezen: wie geld vraagt voor het met iBooks Author gemaakte werk, mag het alleen verspreiden via Apple. En dan moet je een aparte overeenkomst sluiten waarbij Apple een deel van dat geld krijgt.

Kan dat? Ja, in theorie wel. Zowel in Nederland als in de VS bestaat contractsvrijheid; je mag afspreken wat je wilt, ook als dat normaal gesproken gek, ongebruikelijk of onredelijk is. Zeker als het gaat om zakelijke contracten. Je bent er zelf bij, en als jij al je rechten wil opgeven voor 1 euro of de ander complete exclusiviteit wilt geven en 90% van de inkomsten, tsja dan moet je dat zelf weten.

De blogger die dit signaleerde, reageert met “I didn’t agree to it.” Hij installeerde immers alleen maar de software, en had nergens een handtekening gezet. Maar dát is geen argument. Ook mondelinge of via een installatie-met-“I agree”-klik gesloten overeenkomsten zijn in principe rechtsgeldig. Wel zal Apple moeten bewijzen dat die overeenkomst gesloten is, en dat zal hier nog lastig worden, want deze app wordt geïnstalleerd zonder dat je de licentietekst moet lezen en accorderen.

Ook haalt hij het argument “contract of adhesion” aan. Dat is een Amerikaansrechtelijke constructie die neerkomt op “contracten zijn niet rechtsgeldig als een partij met machtspositie ze opdringt én er hele rare dingen in staan”. Bij ons bestaat dat niet. Wel hebben we de regels voor algemene voorwaarden die niet onredelijk bezwarend mogen zijn (ook niet bij bedrijven als wederpartij), maar gek is niet automatisch onredelijk bezwarend.

Hier zou je het argument moeten voeren dat die distributievoorwaarde onredelijk bezwarend is, en wel omdat Apple misbruik maakt van haar machtspositie als controleur van apps op de iPad om zo concurrerende platforms op oneerlijke wijze kapot te concurreren. Daar valt wat voor te zeggen maar een uitgemaakte zaak is het niet. Belangrijk lijkt me de vraag of er alternatieve iPadboekmaaksoftware is. Als die er is, dan kun je moeilijker van misbruik van macht spreken. Weet iemand of zulke software er is?

Verder lees ik veel misbaar langs de lijn “mag een EULA wat zeggen over wat je met de software maakt”, maar juridisch gezien is dat geen discussie. Een EULA is normaal gewoon rechtsgeldig, en als daarin staat “op wat u maakt met onze software gelden regel X en Y” dan heb je je daaraan te houden. Dat het zeer ongebruikelijk is, of moreel verwerpelijk, ben ik onmiddellijk met hem eens maar dat zijn juridisch geen (sterke) argumenten. Een boycot of vergelijkbaar protest lijkt me de enige reële manier om hier wat aan te doen.

Arnoud

“Google verdient aan illegaal verkooppunt Olympische Spelen”

google-verdient-nou-en.pngTendentieus en ongefundeerd. Dat was het eerste dat in me opkwam toen ik dit bericht bij Nu.nl lees. “Google heeft geld verdiend aan een gesponsorde link naar een bedrijf die illegaal kaartjes voor de Olympische Spelen 2012 verkocht.” Ohòòh. En ze gaan het geld nog hóuden ook, stelletje gemeneriken.

Nee, serieus. Kom op zeg. Sinds wanneer is dit verboden? Google mág geld verdienen aan gesponsorde links, ook als die linken naar onrechtmatige handel. Dat bepaalde het Europese Hof van Justitie in het Google/Vuitton-arrest.

In die zaak ging het om de vraag of Google aansprakelijk zou zijn voor het laten verschijnen van gesponsorde links naar namaakmerkartikelen. Nee, oordeelde het Hof. Partijen die informatie van anderen opslaan en verwerken, zijn niet aansprakelijk voor die informatie

wanneer die dienstverlener geen actieve rol heeft gehad waardoor hij kennis kreeg van of controle kreeg over de opgeslagen gegevens.

Dit geldt ook voor zoekmachines en gesponsordekoppelingsdienstverleners zoals Google.

Indien dat het geval is, kan de dienstverlener niet aansprakelijk worden gesteld voor de gegevens die hij op verzoek van een adverteerder heeft opgeslagen, tenzij hij die gegevens niet snel verwijdert of de toegang daartoe onmogelijk maakt nadat hij kennis heeft gekregen van het onrechtmatige karakter van die gegevens of van activiteiten van die adverteerder.

Google hoeft dus alleen maar in actie te komen na klachten over illegale advertenties, en wel door de advertentie dan te verwijderen. En dat ze geld verdient met die dienst, doet daar niets aan af. Wat Nu.nl dus wil zeggen met haar bericht, weet ik niet. Maar nieuws is het niet.

Het zou me trouwens niets verbazen als de Olympische Spelen gaat claimen dat die regel niet voor hen geldt, of dat er tijdens de Spelen even een aparte wet moet worden gemaakt dat niemand op die term mag adverteren zonder hun toestemming. Dat is immers hun staande praktijk: alle wettelijke uitzonderingen moeten aan de kant voor dit sportevenement. Grmbl.

Arnoud