Nieuw op Iusmentis: Aansprakelijkheid

Aanbieders van internetdiensten, zoals providers maar ook forumbeheerders en soms zelfs bloggers, hebben in theorie de mogelijkheid om alles wat ze plaatsen, aanbieden en/of doorgeven te controleren. Wie iets publiceert, is dan ook in principe aansprakelijk voor bijvoorbeeld inbreuk op auteursrecht van anderen, of als sprake is van smaad of laster. De wet beperkt deze aansprakelijkheid echter wanneer het gaat om materiaal van anderen.

Aansprakelijkheid.

Met deze artikelen en verwijzingen (vetgedrukt zijn nieuw):

Gronden voor aansprakelijkheid

Wanneer aansprakelijk

Identificatie van klanten

Arnoud

BREIN: “providers zijn aansprakelijk voor wangedrag anonieme klanten”

Een opvallende passage uit het persbericht van BREIN waarin men meldt weer 6 Bittorrent websites uit de lucht te hebben gehaald :

Met de verstrekte naam- en adresgegevens van de site-eigenaren kan BREIN deze in persoon aanspreken om herhaling te voorkomen en schadevergoeding te vorderen. Het komt voor dat service providers niet over betrouwbare klantgegevens beschikken omdat zij toestaan dat deze zich anoniem of met valse gegevens registeren. In dat geval trekken zij de aansprakelijkheid voor de door de site veroorzaakte schade naar zich toe.

Volgens mij heb ik een nieuwe Kluwer collegebundel nodig. Waar staat dat?

Artikel 6:196c BW gaat over de aansprakelijkheid van providers.

Een webhoster valt onder lid 4:

Degene die diensten van de informatiemaatschappij verricht als bedoeld in artikel 15d lid 3 van Boek 3, bestaande uit het op verzoek opslaan van van een ander afkomstige informatie, is niet aansprakelijk voor de opgeslagen informatie, indien hij:
a. niet weet van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter en, in geval van een schadevergoedingsvordering, niet redelijkerwijs behoort te weten van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter, dan wel
b. zodra hij dat weet of redelijkerwijs behoort te weten, prompt de informatie verwijdert of de toegang daartoe onmogelijk maakt.

Ik zie daar nergens staan dat ze moeten weten wie hun klanten zijn. Als ze (moeten) weten dat de informatie onrechtmatig is, dan moeten ze de informatie verwijderen. Dat lijkt me logisch, en dat zou ook genoeg moeten zijn.

De Nederlandse wet heeft wel een regeling over afgifte van identificerende gegevens:

Artikel 54A Wetboek van Strafrecht. Een tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn, wordt als zodanig niet vervolgd indien hij voldoet aan een bevel van de officier van justitie, na schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris, om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de gegevens ontoegankelijk te maken.
Maar let wel: de officier van justitie. Niet Brein.

Dat past ook binnen het advies van de Advocaat-Generaal van het Europese Hof trouwens. Ook die was van mening dat de Richtlijn alleen gebruikt kan worden om afgifte van persoonsgegevens aan opsporingsdiensten toe te staan. Niet aan private personen of organisaties.

Via ISPam.nl.

Arnoud

Jongen beboet voor filmen leraar (via Techzine)

800 euro boete als je je leraar op Youtube zet. Een Finse rechtbank heeft een 15-jarige jongen veroordeeld tot een geldboete, nadat hij een filmpje van zijn leraar online zette, zo staat in Techzine. Of nou ja, geldboete: schadevergoeding aan de lerares natuurlijk.

Op zich niet zo bijzonder. Dit kan bij ons ook: publicatie van een film waar iemand herkenbaar in te zien is, kan schending van het portretrecht zijn. Als de geportretteerde een redelijk belang kan aanvoeren, mag de film niet online. Gebeurt dat toch, heeft de geportretteerde recht op een schadevergoeding. Hoe je de schade inschat die iemand lijdt door een inbreuk op de privacy, is natuurlijk een hele lastige.

Wat wel bijzonder is, is de hoogte van die schadevergoeding. Naast een vergoeding van je echte schade, kun je bij een gewonnen proces ook de proceskosten vergoed krijgen. Normaal is dat een vast bedrag(je), maar bij geschillen over intellectueel eigendom geldt sinds enige tijd de bijzondere regel dat je de werkelijke proceskosten vergoed krijgt. En die kunnen best hoog uitvallen, want advocaten zijn duur (al krijgen ze hun diners niet vergoed).

Auteursrecht is een intellectueel eigendomsrecht, dus bij een geslaagde inbreukzaak moet de inbreukmaker alle kosten van de wederpartij vergoeden. Portretrecht staat geregeld in de auteurswet, dus geldt dat dan ook bij een geslaagd beroep op portretrecht?

Een lastige vraag. Albert Ploeger van Houthoff Buruma schrijft op Volledig bericht, pardon Boek 9 dat dit niet op hoort te gaan:

Gelet op de doelstelling van de richtlijn en de tekst van artikel 2 lid 1, die zien op de handhaving door rechthebbenden van intellectuele eigendomsrechten, komt het mij voor dat het beroep van een geportretteerde op een redelijk belang tegen de openbaarmaking van zijn portret jegens de rechthebbende op het intellectuele eigendomsrecht op het portret, niet onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt. Dit is in lijn met eerdere commentaren van Hugenholtz (Pres. Rb Utrecht 18 maart 1999, AMI 1999-6, p. 94-96) en Schuijt (Pres. Rb Amsterdam 28 januari 2000, Mediaforum 2004-4, nr. 26) bij uitspraken waarin portretrecht naar hun oordeel ten onrechte als intellectueel eigendomsrecht in de zin van het TRIPs-verdrag werd beschouwd.

Arnoud

Beveiligingsleveranciers willen niet aansprakelijk zijn (Automatisering Gids)

Leveranciers van beveiligingssoftware zijn huiverig voor het dragen van aansprakelijkheid voor de werking van hun producten, meldt de
Automatisering Gids. Een lastig dilemma. Aan de ene kant is het vrij normaal dat leveranciers van een product of dienst aansprakelijk gesteld kunnen worden bij niet of onvoldoende kwaliteit. Aan de andere kant is beveiliging onvergelijkbaar met een doos appels of een ritje met een taxi. Hoe ver kun je gaan?

Een woordvoerder van Sophos denkt dat het vrijwel onmogelijk is vast te stellen wie er eigenlijk verantwoordelijk is voor een beveiligingsprobleem. Ook de McAfee-woordvoerder denkt in die richting. “Een beveiligingsleverancier zorgt voor de gereedschappen, maar het is aan het bedrijf ze goed te gebruiken.”

Aansprakelijkheid bij computerbeveiliging is iets waar guru Bruce Schneier al lang voor pleit trouwens.

Arnoud

Berichten verwijderen op forumsites

Een nieuwe lezersvraag: mag een forumbeheerder berichten verwijderen van een deelnemer?

Wie zijn website openstelt voor anderen, doet er verstandig aan om meteen duidelijke regels in te voeren. Forums en andere discussiesites lopen, net als bloggers, het risico aangesproken te worden voor wat deelnemers doen.

Een moderator of beheerder mag berichten alleen inhoudelijk wijzigen (of weghalen) wanneer daar duidelijke regels over gesteld zijn. Het wijzigen van de strekking van iemands betoog mag niet zomaar.

Soms komt het voor dat een deelnemer zelf vraagt om een bericht te laten verwijderen. Ook dat kan niet zomaar. Een deelnemer moet weten dat alle andere lezers het bericht onder ogen zullen krijgen. Formeel is dat een impliciete toestemming tot publicatie van het bericht. Zo’n toestemming kan ingetrokken worden, maar niet zomaar. Er moet wel een bijzondere reden voor zijn. Bijvoorbeeld dat er iets in stond dat nooit gepubliceerd had mogen worden.

De deelnemer moet namelijk rekening houden met de andere deelnemers. Door het weghalen van een bericht kan de inhoud of strekking van berichten van anderen onbegrijpelijk worden, en dat is niet de bedoeling.

Een beheerder moet dus heel terughoudend zijn met het verwijderen van berichten. Ook als de deelnemer er zelf om vraagt.

Arnoud

Vraag het Mr. Ras: Wanneer is een blog hoster aansprakelijk? (op ISPam.nl)

In de serie Vraag het Mr. Ras op ISPam.nl beantwoordt Steven Ras van ICTRecht vragen over internetrecht. En zolang hij mij linkt bij de antwoorden, verwijs ik er graag naar. 🙂

De nieuwste vraag gaat over de aansprakelijkheid van providers. Een hostingprovider is in principe niet aansprakelijk voor informatie die klanten via hun websites of blogs op de server van de provider aanbieden. De wet bepaalt dat providers wel moeten werken met een “notice and take down” regime: optreden bij klachten. Maar wat is nu gepast optreden?

Indien jullie een melding ontvangen met het verzoek bepaalde informatie te verwijderen of te blokkeren, dient deze melding door jullie te worden beoordeeld. Mijn advies bij de beoordeling:
  • Niet aan de informatie komen bij twijfel over de onrechtmatigheid. Raadpleeg eventueel een jurist.
  • Verwijder of blokkeer de informatie indien onomstotelijk vaststaat dat het onrechtmatige informatie betreft (bijvoorbeeld zoals de in de vraag genoemde speelfilm).
Bij twijfel zal uiteindelijk de rechter moeten beoordelen of de informatie daadwerkelijk onrechtmatig is. Ik ben namelijk van mening dat een webhoster niet op de stoel van de rechter moet gaan zitten.

En zo hoort het ook. Zorgelijk is de ontwikkeling dat de webhoster of provider juist gedwongen wordt zelf te beslissen of iets onrechtmatig is.

Arnoud

Duitse rechter weigert persoonsgegevens filesharers af te geven

Schending van auteursrecht is Bagatellkriminalität, aldus de Duitse rechter. In Duitsland kun je als auteursrechthebbende niet zoals in Nederland van een provider eisen dat deze persoonsgegevens van gebruikers afgeeft als die je auteursrecht schenden. Alleen het Openbaar Ministerie kan dit opvragen, wanneer er sprake is van een misdrijf. Maar in deze recente beslissing (die volgens Heise niet uniek is in Duitsland trouwens) wordt schending van auteursrechten niet als ernstig genoeg gezien.

On the grounds of “obvious disproportionateness” the Local Court (AG) in Offenburg had on July 20 prohibited the local public prosecutor’s office from requesting that a provider reveal the personal data that match the IP addresses of alleged P2P network users. Offering a few copyright-protected music tracks via a P2P network client was “a petty offense,” the court declared.

Bovendien leek het niet waarschijnlijk dat de organisatie werkelijk geïnteresseerd was in strafvervolging.

The case did not fulfill the indispensable condition of an investigation being in the public interest, because the offenses committed by the alleged users of the file-sharing network had not “disturbed law and order beyond the sphere of life of the client,” the chief public prosecutor’s office in Celle declared. In addition the offenses were “minor.” And there was no evidence that substantial damage had been done. The chief public prosecutor’s office goes on to say that “some parties may regret the fact” that the legislator has not given holders of copyrights a civil law right to obtain the type of information in question from providers. Such parties “could not however expect such omissions on the part of the legislator to be offset in other areas and in every minor case by the endeavors of the prosecuting authorities with their limited resources.”

Het Duitse beleid is daarmee in lijn met het advies dat onlangs aan het Europese Hof van Justitie werd gegeven over precies dit onderwerp.

Arnoud

OM: “downloaden niet langer gedogen” – was dat illegaal dan?

Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep in de strafzaak over het aanbieden van links naar inbreukmakende werken. In die zaak werd beslist dat het aanbieden van zulke links medeplichtigheid aan inbreuk op auteursrecht kan opleveren. In De Telegraaf legt het OM uit waarom ze hoger beroep aantekenen:

“Het is bijna normaal geworden om illegale kopieën in bezit te hebben”, aldus officier van justitie Annemieke Drogt. “Nederlandse websites die toegang bieden tot kwalitatief hoogwaardig materiaal, breiden zich uit als een olievlek. Met deze eerste strafrechtelijke vervolging geven we een signaal af: dit accepteren wij in ons land niet langer.”

Nou kan het OM wel van alles vinden, maar voordat iets strafbaar is, moet het toch echt bij wet verboden worden. Opzettelijke inbreuk op het auteursrecht is een misdrijf (art. 31 jo. 33 Auteurswet), dat is waar. Ook het “bewaren uit winstbejag” van een voorwerp met daarop een inbreukmakend werk is strafbaar (art. 32 sub d Auteurswet). Dus aanpakken van sites die werk aanbieden, of links daarnaar, kan inderdaad op grond van de strafbepalingen uit de auteurswet.

Maar die eerste zin verhoudt zich moeizaam tot het Nederlands recht, zou mijn docent Encyclopedie Rechtsgeleerdheid zeggen. Hoezo illegale kopieën in bezit hebben? Veel gedownload werk is een thuiskopie: een kopie die voor strikt eigen gebruik gemaakt wordt en niet met anderen wordt gedeeld. De thuiskopie is legaal, punt uit. En een legale thuiskopie is geen inbreuk op het auteursrecht. Het hebben of maken van een thuiskopie is dus ook geen strafbaar feit.

Ja, dat roep ik al sinds april 2002. Maar ik ben heus niet de enige.

De rechter in de zaak TechnoDesign versus BREIN:

Anderzijds heeft de wetgever blijkens zowel de huidige Auteurswet en de Wet op de naburige rechten als de reeds genoemde Richtlijn en het daaruit voortvloeiende Wetsontwerp bepaald dat op zichzelf het kopiëren (in dit geval door middel van downloaden) van een inbreuk-makend/illegaal mp3-bestand voor eigen gebruik, geen strijd met de Auteurswet of de wet op de naburige rechten oplevert.
In het hoger beroep werd hier niet verder op ingegaan: “Of deze ontvanger recht heeft op een zogenoemde ’thuiskopie’ kan daarom in dit verband verder onbesproken blijven.”

Antwoord op kamervragen aan de Minister van begin augustus:

Vraag 3
Geldt [de thuiskopie-regeling] ook voor het aanbod van werken op het Internet die nog niet legaal voor het publiek te koop zijn of openbaar gemaakt zijn? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord
Artikel 16c Auteurswet stelt niet de eis dat een privékopie uitsluitend mag worden gemaakt van een legale bron. Het ontbreken van de eis dat het origineel ‘legaal’ moet zijn leidt tot een voor consumenten ruimhartig thuiskopieregime. Inherent daaraan is dat van een illegale bron legale privékopieën kunnen worden gemaakt, voor zover de overige wettelijke voorwaarden in acht worden genomen (Kamerstukken II, 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33 en Kamerstukken II, 2002- 2003, 28 482, nr. 8, blz. 13). Daaraan heeft allereerst het feit ten grondslag gelegen dat artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van Richtlijn nr. 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PbEG L 167; hierna: de richtlijn) evenmin de voorwaarde van de legale bron stelt. Verder kan in een Internetomgeving van een gebruiker over het algemeen niet worden gevraagd te beoordelen of er al dan niet sprake is van een legale dan wel illegale bron. Voorts werd betwijfeld of de introductie van dit onderscheid bij de thuiskopieregeling wel handhaafbaar zou zijn (Kamerstukken II 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33), omdat het thuiskopiëren zich bij uitstek in het privédomein van de consument afspeelt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 5, blz. 33:

Het ontbreken van de eis dat het origineel legaal moet zijn, kan er dus toe leiden dat van een illegale bron legale privé-kopieën worden gemaakt, voor zover de overige voorwaarden die artikel 16c stelt in acht worden genomen. De beperking inzake privé-kopiëren staat het niet toe dat zo’n kopie wordt afgegeven of wordt openbaar gemaakt. … Het heeft mijn voorkeur dat alleen van een legale bron een privé-kopie wordt gemaakt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 8, blz. 13:

[De thuiskopie-regeling] verbindt aan het privé-kopiëren de voorwaarde dat een vergoeding wordt betaald. Die vergoeding is verschuldigd ongeacht of er sprake is van een legale of illegale bron en wordt geheven bij de producent of importeur en doorberekend aan de consument. Indien bij de vaststelling van de vergoeding de privé-kopie van een illegale bron niet in aanmerking zou worden genomen, dan zou de gebruiker die illegale werken kopieert in feite goedkoper uit zijn. De wet zou dan een premie zetten op gebruik van illegaal werk. Dat dat niet de bedoeling kan zijn verklaart dat ook de richtlijn niet de beperking stelt dat het moet gaan om een legale bron. Het feit dat een heffing is betaald legitimeert overigens niet dat een kopie daarvan vervolgens in omloop of anderszins in het verkeer wordt gebracht. Dat blijft niet toegestaan. Evenmin is toegestaan een privé-kopie in opdracht van derden te maken of een privé-kopie af te geven.

(Deze twee links met dank aan GeenCommentaar.nl’s Parlando maar dan goed)

En al in 2000 schreef auteursrechtexpert en hoogleraar Bernd Hugenholtz:

Downloaden is reproduceren, daarover zijn de auteursrechtgeleerden het wel eens. Is hier sprake van kopiëren voor eigen gebruik? Vermoedelijk wél; als het kopiëren van gehuurde of geleende CD’s is toegestaan, moet het downloaden van Napster-bestanden ook kunnen.

Arnoud

Aansprakelijkheid en netwerkneutraliteit versus deep packet inspection

Als een provider alles van zijn klanten kan controleren, moet hij dat dan ook gaan doen? Uitgebreid artikel op Ars Technica over Deep packet inspection en de implicaties voor netwerkneutraliteit.

The “deep” in deep packet inspection refers to the fact that these boxes don’t simply look at the header information as packets pass through them. Rather, they move beyond the IP and TCP header information to look at the payload of the packet. The goal is to identify the applications being used on the network, but some of these devices can go much further; those from a company like Narus, for instance, can look inside all traffic from a specific IP address, pick out the HTTP traffic, then drill even further down to capture only traffic headed to and from Gmail, and can even reassemble e-mails as they are typed out by the user.

Met Deep Packet Inspection of DPI wordt het dus mogelijk om op elk niveau te zien wat welke gebruiker uitspookt op internet. Een zorgelijke ontwikkeling, want de belangrijkste reden om Internetproviders niet aansprakelijk te houden voor wat gebruikers doen, was nou juist dat ze dat onmogelijk konden monitoren.

Als providers dat wel kunnen, betekent dat dan dat ze het ook moeten? In dat licht is dat Belgische vonnis over filteren van P2P-verkeer slechts de eerste stap.

Arnoud

Netkwesties: Vrijspraak met bijsmaak bij hyperlink-strafzaak

Netkwesties schrijft in Vrijspraak met bijsmaak een mooi overzicht van de strafzaak inzake het aanbieden van codes voor peer-to-peer uitwisseling.

Ondanks de vrijspraak voor van ‘georganiseerde piraten’ in het eerste Nederlandse strafproces voor p2p-beheerders schept de Rotterdamse rechtbank een opmerkelijk precedent: het beheren van linksites kan in beginsel wél strafbaar zijn. Ze zijn ‘medeplichtig’ aan illegaal uploaden, in principe althans.

Arnoud