Filteren van filesharing verkeer: providers via achterdeur toch aansprakelijk?

In een opmerkelijk Belgisch vonnis is internetprovider Scarlet (Tiscali) veroordeeld om filesharing verkeer van klanten te voorzien van een filter. Dat filter moet materiaal detecteren waarvan de rechthebbenden de verspreiding hebben verboden. Sabam pakt gelijk maar door en eist dat ook alle andere Belgische ISP’s zo’n filter installeren. Scarlet gaat in hoger beroep trouwens.

Dat filteren werkt met zogeheten digitale vingerafdrukken, zoals bijvoorbeeld Audible Magic en Gracenote (dat het kocht van Philips trouwens). Van muziek en film worden dan bepaalde unieke kenmerken gemeten, zoals veranderingen in signaalsterkte binnen bepaalde frequentiebanden. Deze worden, net als echte vingerafdrukken, vergeleken met eerder opgeslagen kenmerken in een database. Staat het werk in die database, dan mag het werk niet verspreid worden. Dat werkt in principe dus betrouwbaarder dan het enkele filteren op bestandsnaam of titel en naam van de artiest (wat bij Napster een totale mislukking werd).

Juridisch gezien is deze beslissing opmerkelijk, omdat hiermee een provider via de achterdeur aansprakelijk gehouden wordt voor inbreukmakende handelingen van klanten. Zoals Christiaan Alberdingk Thijm schrijft:

Je bent misschien niet aansprakelijk voor het uitwisselen van muziek, maar wel voor het nalaten maatregelen daartegen te treffen. Scarlet moet voor de kosten van de maatregelen opdraaien en enorme boetes betalen indien deze inadequaat zijn.

De belangrijkste eis om niet aansprakelijk gehouden te worden is namelijk dat providers niet filteren. Artikel 6:196c BW zegt letterlijk dat een provider “niet aansprakelijk [is] voor de doorgegeven informatie, indien hij: … de doorgegeven informatie niet heeft geselecteerd of gewijzigd.” Filteren is een vorm van selecteren, je laat immers alleen door wat het filter niet tegenhoudt.

Bovendien is er nog een ander probleem. De vingerafdruk wordt genomen van ongeveer 10 seconden van de muziek. Als iemand nu zo’n stukje om legitieme redenen gebruikt (bijvoorbeeld een citaat), zal het werk toch tegengehouden worden. Op deze manier filteren zou dus hooguit toegestaan moeten zijn als vaststaat dat het gehele werk wordt gedeeld zonder toestemming.

Een creatief alternatief is in mei door de Amerikaanse profielensite Myspace ingevoerd: “Take down and stay down“. De vingerafdruk wordt daar pas genomen na de eerste klacht. Vanaf dat moment kan geen enkele gebruiker het werk meer publiceren bij zijn of haar profiel. Dit vind ik een stuk redelijker. Er ligt dan een concrete klacht over een specifiek werk. Dat is reactief in plaats van pro-actief. En het past ook binnen de wet: een provider die materiaal aanbiedt dat inbreukmakend blijkt te zijn, is niet aansprakelijk als hij “prompt de nodige maatregelen neemt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken” na een klacht.

Arnoud

Hyperlinken mogelijk strafbaar feit

Sites die links naar illegale bestanden aanbieden kunnen medeplichtig zijn aan een strafbaar feit, juicht BREIN op Boek 9. ‘Internetpiraten’ grotendeels vrijgesproken, kopt daarentegen Nu.nl. Toch was er, zoals Planet terecht opmerkt, sprake van een principiële overwinning voor Brein in een recente strafzaak tegen twee eDonkey-sites. Update (23 december 2010) het vonnis is vernietigd in hoger beroep omdat het OM lui achter BREIN aanliep en geen eigen onderzoek heeft gedaan.

Via eDonkey kunnen mensen bestanden met elkaar uitwisselen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van hashcodes, die uniek zijn voor een bestand. Wie dus een bepaald bestand zoekt, moet weten welke hashcode het heeft. Op de sites Releases4u en Shareconnector van de verdachten was te zien welke code bij illegaal aangeboden films en muziek hoorde.

Nu werden er inderdaad opzettelijk en zonder toestemming werken verspreid, dus de aanbieders op eDonkey pleegden een misdrijf. Ben je nu medeplichtig aan dat misdrijf als je de hashcodes aanbiedt waarmee anderen de werken kunnen verspreiden? Ja, oordeelde de rechtbank:

[H]et handelen van de bij de website betrokken personen, onder wie verdachte als administrator, [kan] in beginsel beschouwd worden als medeplichtigheid aan de door de gebruikers van de website gepleegde inbreuken op auteursrechten door middel van het uploaden, doordat met de website de gelegenheid wordt geboden tot snelle verspreiding van de bestanden.

Wel moet worden bewezen dat bezoekers van de website via de aangeboden hashcodes werken hebben gevonden en die vervolgens ook weer hebben verspreid (geupload). Want zonder plegers geen medeplichtigen. Dat lukte in dit geval niet, waardoor de verdachten werden vrijgesproken.

Het vonnis bespreekt ook nog de vraag of de beheerders van de site schuldig waren aan medeplegen van de inbreuk. Bij medeplegen pleeg je het misdrijf zelf, in samenwerking met anderen. Er moet dan sprake zijn van “bewuste, nauwe en volledige samenwerking” tussen de betrokkenen. Bij medeplichtigheid help je of geef je gelegenheid tot het plegen. De mate van samenwerking mag dan een stuk minder zijn.

De legaliteit van torrentsites, maar ook van linksites in het algemeen, komt met dit vonnis onder druk te staan. De bekende vraag zijn hyperlinks legaal heeft er daarmee weer een nuance bij.

Arnoud

Skype veroordeeld wegens schenden GPL

In Duitsland is het bedrijf Skype veroordeeld voor schending van de GPL, melden onder andere Heise en Slashdot. Het bedrijf gebruikt open source in haar Voice-over-IP telefoon WSKP100, en bood de broncode daarvan aan op haar website (een 106 MB zipfile met een Linux kernel, Busybox, GNU binutils, curl, glibc, libjpeg, u-Boot en wpa_supplicant).

Punt is alleen dat dat niet genoeg is. De GPL eist dat je de broncode meelevert of op zijn minst een schriftelijk aanbod bijsluit om mensen de broncode toe te sturen als ze daar om vragen. Verwijzen naar een website mag alleen als de software zelf ook via een website wordt verspreid. Verspreid je de software anders, bijvoorbeeld in een telefoon dus, dan moet je meeleveren of dat aanbod bijsluiten. Verder bleek de handleiding geen kopie van de tekst van de GPL te bevatten, wat ook verplicht is.

De telefoon in kwestie is overigens afkomstig van SMC. Maar omdat Skype deze op de markt bracht, zijn zij toch verplicht om zich aan de GPL te houden. Het bedrijf kan zich niet verschuilen achter de toeleverancier (wat eerder ook D-Link niet lukte). Tegen SMC loopt een identieke rechtszaak trouwens.

iFross merkt nog op:

Zudem macht das Urteil in unmissverständlicher Weise klar, dass eine nur ungefähre Beachtung der GNU GPL nicht ausreichend ist, sondern auch Verletzungen von Lizenzdetails zum Rechtsverlust des Lizenznehmers und damit zur rechtswidrigen Nutzung der GPL-Software führen.

In het eerste vonnis inzake Sitecom werd namelijk nog simpelweg gezegd dat Sitecom niet mocht verspreiden

without at the same time – in accordance with the license conditions of the GNU General Public License, Version 2 (GPL) – making reference to the licensing under the GPL and attaching the license text of the GPL as well as making available the source code of the software “netfilter/ iptables free of any license fee.

Sitecom maakte vervolgens de software als download beschikbaar, met de zure opmerking “that these downloads are completely unnecessary unless you plan to do programming to alter the code.” Dat blijkt nu dus onvoldoende te zijn.

Op Slashdot wordt nog wat gemopperd over het Duitse vonnis, want dat gaat er vanuit dat de GPL een contract is. Maar naar Duits recht is de GPL ook een contract. Naar Nederlands recht ook.

Arnoud

Conclusie Europese Hof van Justitie over afgeven persoonsgegevens

Wat betekent de conclusie van de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie over het afgeven van verkeersgegevens van klanten?

Over het afgeven van persoonsgegevens door providers is veel te doen. Recente jurisprudentie lijkt te suggereren dat dat altijd moet als er een klacht komt van bijvoorbeeld BREIN of de Buma. Zelfs XS4All heeft haar beleid op dit punt versoepeld. Nu moet het Europese Hof zich voor de eerste keer buigen over de vraag of een provider verplicht kan worden persoonsgegevens aan auteursrechten-organisaties af te geven.

Er zijn nu al twee stromingen over wat deze conclusie betekent: afgifte van verkeersgegevens is verboden, of juist het verbieden van afgifte is toegestaan.

Kokott begint namelijk als volgt (met dank aan Planet voor de vertaling)

Hieruit volgend zal ik aantonen dat de gemeenschapsrechterlijke voorschriften over databescherming bij elektronische communicatie de doorgifte van persoonlijke verkeersdata slechts toestaan aan instellingen van de staat en geen directe doorgifte aan de vertegenwoordigers van rechtenorganisaties, die hun eisen civielrechtelijk kunnen vorderen.

Dat lijkt dus duidelijk: afgifte is verboden.

De uiteindelijke aanbeveling aan het Hof is echter veel minder verstrekkend:

Het is met het Gemeenschapsrecht verenigbaar wanneer Lidstaten de doorgifte van persoonlijke verkeersgegevens in het kader van civielrechtelijke handhaving van auteursrechten verbieden.

En daarom zegt BREIN:

De conclusie van de AG komt erop neer dat het EU recht toestaat dat lidstaten bepalen dat persoonsgegevens niet voor dit doel aan private patrijen mogen worden afgegeven. Als het Europese hof die conclusie volgt dan is vervolgens de vraag of een lidstaat een dergelijke uitsluiting kent. In die landen zou dan alleen strafrechtelijke vervolging van inbreukmakende p2p-gebruikers zijn toegestaan. In Nederland is dat niet het geval.

Maar dat gaat me ook weer te snel. Het Hof moet antwoord geven op vragen van nationale rechtbanken, en de vraag was hier, “mag de Spaanse rechter verbieden dat persoonsgegevens worden afgegeven in civiele zaken?” Het antwoord daarop is dus “ja”, met als motivatie dat Europees recht geen ruimte biedt voor afgifte.

De vraag was niet “mogen providers verplicht worden persoonsgegevens afgeven in civiele zaken”. Het antwoord daarop zou zijn geweest “nee, want Europees recht biedt daar geen ruimte voor.”

Het uitgangspunt is dat verkeersgegevens en IP-adressen persoonsgegevens zijn en dus alleen mogen worden afgegeven als Europese wetgeving daar de mogelijkheid voor biedt. Dat volgt uit de Privacy-richtlijn 95/46, bij ons de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Is er een mogelijkheid voor auteursrechten-organisaties? Nee, zegt de A-G.

Zo bepaalt Richtlijn 2002/58 betreffende privacy en elektronische communicatie dat verkeersgegevens kunnen worden afgegeven aan “bevoegde organen … met het oog op het beslechten van geschillen, in het bijzonder met betrekking tot interconnectie en facturering”. De Spaanse auteursrechten-organisatie betoogde dat zij daar ook onder vielen, maar de A-G is het daar niet mee eens. Dit gaat uitsluitend over afgeven aan rechtbanken of instanties als de OPTA.

Artikel 15 van deze richtlijn biedt de mogelijkheid om uitzonderingen op deze regels te maken, maar “ruzie over auteursrecht” staat er niet bij:

De lidstaten kunnen wettelijke maatregelen treffen ter beperking van de reikwijdte van de in (…) deze richtlijn bedoelde rechten en plichten, indien dat in een democratische samenleving noodzakelijk, redelijk en proportioneel is ter waarborging van de nationale, d.w.z. de staatsveiligheid, de landsverdediging, de openbare veiligheid, of het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten of van onbevoegd gebruik van het elektronische-communicatiesysteem (…)

De richtlijnen over auteursrecht bieden de mogelijkheid om inbreuk op auteursrecht strafbaar te stellen. Zo is in Nederland “opzettelijke inbreuk op het auteursrecht” strafbaar met zes maanden cel (artikel 31 Auteurswet). Een lidstaat zou kunnen besluiten uitwisseling zonder toestemming via filesharing strafbaar te stellen. In zo’n situatie kan een provider dus verplicht worden mee te werken aan de opsporing van de pleger van dat feit. Maar ook dan gaat het om “opsporen en vervolgen van strafbare feiten” en ook dat biedt geen basis voor het afgeven van die gegevens aan een private organisatie zoals BREIN of de Buma.

De recente richtlijn 2006/24 over bewaren van verkeersgegevens verplicht providers om verkeersgegevens te bewaren en zonodig af te geven. Ook hier weer: alleen aan de bevoegde nationale autoriteiten. Niet aan private organisaties.

Er is met andere woorden geen grondslag in Europees recht om afgifte van verkeersgegevens aan private organisaties toe te staan. Een verbod is dus in overeenstemming met Europees recht. Een plicht tot afgifte is dan echter juist in strijd met dit recht. Maar ja, dat was de vraag niet, en het Hof beantwoordt alleen de vragen die men stelt.

De conclusie van de A-G is trouwens juridisch niet bindend. Dat is alleen het arrest van het Hof, dat over een aantal maanden wordt verwacht. Het Hof kan zonder meer een heel ander besluit nemen. Maar vaak wordt de conclusie wel grotendeels overgenomen.

Arnoud

Creditcard-maatschappij niet aansprakelijk voor inbreuk door website

Perfect 10, de pornoboer met de vele rechtszaken, heeft onlangs een zaak verloren waarin ze probeerde creditcard-maatschappijen aansprakelijk te houden voor inbreuk op auteursrecht door betaalsites. Dat meldt de Register:

Perfect10, which touts its products as featuring “tasteful copyrighted images of the world’s most beautiful natural models,” sued Visa, MasterCard and others after sending repeated notices that some of the websites receiving credit card processing services from the financial institutions contained stolen Perfect10 images.

The court dismissed Perfect10’s contributory copyright claim after determining that the credit card companies had neither materially contributed to nor induced the infringing behavior. Since, the court argued, Visa and MasterCard did not use their payment processing systems to locate, transmit, alter or display copyrighted works, they did not contribute to the infringement.

In de Verenigde Staten kent men naast de “gewone” inbreuk op auteursrecht ook afgeleide varianten. Een “contributory infringer” is iemand die weet van de inbreuk en deze ook nog eens actief steunt. Bijvoorbeeld door de apparatuur te leveren waarmee het kan. Sony werd destijds onder dit leerstuk aangepakt toen ze de Betamax-videorecorder op de markt brachten, maar werd vrijgesproken omdat de videorecorder “substantial noninfringing uses” had en daarmee niet de inbreuken actief steunden. Filesharing bedrijf Grokster ging daarentegen hiermee nat omdat hun software vooral gericht was op het uitwisselen zonder toestemming.

Een “vicarious infringer” weet van de inbreuk en heeft de mogelijkheid om deze te stoppen. Bijvoorbeeld de organisatie van een computerbeurs: die kunnen een kraampje sluiten als daar illegale DVD’s worden verkocht. Doen ze dat niet, dan zijn ze in de VS aansprakelijk voor de inbreuk door die verkopers.

Het argument hier was dus dat de creditcard-maatschappijen onder een van deze varianten moest vallen, omdat zij immers inbreuk steunen door de betaling mogelijk te maken. Bovendien kunnen ze het stoppen: weiger je medewerking, en de inbreukmaker gaat vanzelf failliet.

Het 9e Hof vindt dit echter wel erg vergezocht. Je moet immers meehelpen aan de inbreuk zelf, en niet alleen maar in het algemeen samenwerken met het bedrijf:

The credit card companies cannot be said to materially contribute to the infringement in this case because they have no direct connection to that infringement. Here, the infringement rests on the reproduction, alteration, display and distribution of Perfect 10’s images over the Internet. Perfect 10 has not alleged that any infringing material passes over Defendants’ payment networks or through their payment processing systems, or that Defendants’ systems are used to alter or display the infringing images.
Je bent pas aansprakelijk als je op een of andere manier meehelpt aan de verspreiding van de inbreukmakende materialen zelf. Een online betalingsmogelijkheid doet dat niet. Die heeft net zo veel te maken met de dienst die verkopers leveren als bijvoorbeeld het electriciteitsbedrijf of de cateraar.

Arnoud

Algemene voorwaarden van Internetproviders

Wanneer gelden de algemene voorwaarden van Internetproviders? Deze vraag was van belang in een recent geschil tussen het bedrijf Pander Consultancy en Internetprovider Scarlet (Planet). Pander had een zakelijke ADSL-verbinding afgenomen, maar wilde deze al snel weer opzeggen. Dat gaf de nodige problemen, waardoor Pander vijfentwintig werkdagen zonder internetverbinding heeft moeten werken en zo schade opliep. In de algemene voorwaarden van Scarlet werd aansprakelijkheid voor zulke schade echter uitgesloten. Kon Scarlet zich daarop beroepen?

Juridisch gezien is een Internetabonnement hetzelfde als elk ander contract. De ene partij betaalt een zeker bedrag, en de ander levert een dienst. In dit geval dus toegang tot Internet. Daarbij gelden natuurlijk regels, die in algemene voorwaarden vastgelegd zijn. Niet iedereen leest ze, maar deze ‘kleine lettertjes’ gelden ook als de wederpartij ze niet gelezen heeft bij het afsluiten van het contract. De enige eis is dat de gebruiker (Scarlet dus) de wederpartij (Pander) een redelijke mogelijkheid moet hebben geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen (art. 6:233(b) BW).

Maar, zo vertelde Pander, dat was nooit gebeurd:

De accountmanager van Scarlet, A, [is] op 23 maart 2005 bij haar langsgeweest om de overeenkomsten op te stellen en te ondertekenen. Zij heeft op dat moment aan A gevraagd haar een exemplaar te verstrekken van de door Scarlet gehanteerde algemene voorwaarden. A beschikte echter niet over een exemplaar van de algemene voorwaarden. Op het verzoek van Pander nadien alsnog een afschrift toe te zenden, zou A hebben toegezegd dat te zullen doen, doch Pander heeft nooit een exemplaar van Scarlet ontvangen, aldus Pander.

Verwarrend daarbij was wel dat Pander het contract vervolgens heeft getekend met daarin de zin “Door ondertekening van deze overeenkomst verklaart u de algemene voorwaarden van Scarlet ontvangen en geaccepteerd te hebben.”

Was dat nu genoeg om aan te nemen dat de voorwaarden toch gelden? Nee, oordeelt de rechter, de gebruiker (Scarlet) moet concreet aangeven wanneer en op welke wijze aan de wederpartij een afschrift van de algemene voorwaarden ter hand is gesteld. Het was dus aan Scarlet om meer feitelijke gegevens te verschaffen omtrent het ter hand stellen van de algemene voorwaarden. Maar:

Zij heeft dit echter niet gedaan, maar heeft volstaan met aan te voeren dat haar accountmanagers altijd een setje documenten, waaronder de algemene voorwaarden, mee zouden nemen.

En die zin uit het contract dan, waarin Pander zegt ze te hebben ontvangen?

Deze standaardbepaling is slechts een fictieve verklaring omtrent de kennisneming van de algemene voorwaarden en kan niet worden aanvaard als een nadere uitzondering waarmee aan het door de wetgever beoogde uitgangspunt van terhandstelling kan worden voorbijgegaan.

Kortom, Scarlet heeft niet bewezen dat Pander werkelijk de algemene voorwaarden heeft gehad. Daarom worden ze niet bindend verklaard. En omdat een provider gewoon aansprakelijk is voor schade bij een niet-werkende verbinding, zou Scarlet op moeten draaien voor die 25 dagen. Ware het niet dat Pander onvoldoende onderbouwd had waarom hij die schade had geleden. Daarom oordeelde de rechter dat Pander nu eerst met die onderbouwing moet komen, zodat hij daarna kan bepalen of en hoe veel schade voor de rekening van Scarlet gaat komen.

Arnoud

Providers plakken advertenties op webpagina’s

Advertenties op webpagina’s zijn niets nieuws, maar wat te denken van advertenties toegevoegd door uw provider? Middels een klein stukje software op de proxy kan aan elke door de klant opgevraagde webpagina een advertentie worden toegevoegd. Geheel transparant: de klant ziet het verschil niet en de maker van de webpagina merkt er niets van.

De vraag is natuurlijk: mag dat?

Mij lijkt van niet. Een webpagina is een auteursrechtelijk beschermd werk. Daar advertenties (of wat dan ook) onder plakken is een wijziging van dat werk, en dat mag niet zonder toestemming van de maker. Zeker niet als je profiteert van die wijziging. Een virus er uit halen is één ding, maar geld verdienen gaat echt een stuk verder.

Een provider mag webpagina’s tijdelijk opslaan (cachen). Dat scheelt in het netwerkverkeer en maakt het sneller voor de gebruiker. Maar de provider mag de pagina daarbij niet wijzigen.

Voorbeelden en discussie bij Slashdot.

Arnoud

Internetproviders in problemen met persoonsgegevens

Wanneer moeten internetproviders (ISP’s) nog weigeren om persoonsgegevens van klanten af te geven? Na de uitspraak over BREIN vs. KPN lijkt het wel erg makkelijk te worden om die op te eisen in een civiele rechtszaak.

ISPam meldt over een artikel van Remy Chavannes in Mediaforum, waarover eerder Boek 9 ook berichtte:

“De antwoorden van de Haagse voorzieningenrechter in de zaak tussen Brein en KPN zijn in het licht van de feiten te begrijpen, maar vormen een onjuist en onwenselijk precedent. (…) De realiteit van het ‘internetrecht’ is echter dat er vrijwel uitsluitend uitspraken in kort geding zijn die, bij gebrek aan hardere precedenten, in volgende zaken worden aangehaald, door partijen en door rechters. Dat betekent dat een uitspraak als deze wel degelijk belangrijk is, met name voor wat betreft (a) welke criteria worden gehanteerd bij de beoordeling van vorderingen tot verstrekking van NAW-gegevens en afsluiting van internetverbindingen; en, even belangrijk (b) hoe streng die criteria in concreto worden toegepast. (…) Als de criteria uit Lycos/Pessers op deze manier gehanteerd (moeten) worden, dan brengt dat het risico met zich mee dat ISP’s zullen concluderen dat het op deze manier opkomen voor de privacy klanten een dure en onzekere – zo niet zinloze – exercitie is.”

Arnoud

Aansprakelijkheid voor foto’s geplaatst door leden

Wanneer is de beheerder van een site nu aansprakelijk voor foto’s (of andere materialen) die een lid van de site plaatst? Een belangrijke vraag, want aansprakelijkheid kan in de papieren lopen.

De belangrijkste vraag is of de beheerder een of andere vorm van screening doet voor het materiaal voordat het wordt geplaatst. Een zogeheten hosting provider is pas aansprakelijk als hij gewezen is op het inbreukmakend materiaal en het dan niet meteen weghaalt. Maar wie foto’s toegezonden krijgt, de leukste selecteert en die publiceert, is geen hosting provider en kan een rekening van de fotograaf verwachten.

In 2005 werd bijvoorbeeld de site Go2Web veroordeeld tot een kleine 2000 euro schadevergoeding. Leden konden foto’s plaatsen, en Go2Web plaatste dan de leukste op de homepage (wat de rechter een ‘startpagina’ noemt). Op grond van dat laatste werd het bedrijf aansprakelijk gehouden:

Een startpagina kan niet aangemerkt worden als onderdeel van ledenpagina’s waarop leden foto’s en dergelijke kunnen plaatsen en ook daadwerkelijk plaatsen. Dat zo zijnde moet de conclusie zijn dat Go2Web.nl zelf de bewuste foto openbaar gemaakt heeft.

Voor de foto’s die geplaatst waren “voor en door leden” was het bedrijf niet aansprakelijk.

Dat geldt ook voor niet-commerciële sites. Inbreuk is inbreuk, en of je er nu geldt mee verdient of het “slechts uit liefhebberij” publiceert is irrelevant. Hooguit kan een niet-commerciële inbreuk reden zijn om de schadevergoeding wat te minderen:

[Naast een vergoeding van € 1000,-] komt aan eiseres als compensatie voor de gepleegde inbreuk een bedrag toe van € 500,-. Bij de vaststelling van dat bedrag is rekening gehouden met de omstandigheid dat de site niet bijzonder lang toegankelijk is geweest en voorts niet eenvoudig te vinden was en dat gedaagde geen commercieel oogmerk had.

Het maakt ook niet uit of de foto werkelijk gekopieerd wordt naar de site, of dat er alleen een inline link naar gelegd wordt. Profielensite CU2 werd eind juni niet aansprakelijk gehouden voor een inline link, omdat zij “onmiddellijk na de melding van [eiseres], inhoudende dat de op haar auteursrecht inbreuk makende afbeelding op de website van CU2 was gezien, deze (link) heeft verwijderd.”

In een vonnis uit 2004 (Schlijpers/Nieuw Rechts) vond de rechter de beheerder trouwens wel aansprakelijk voor inline links op het NR-forum naar foto’s van eiser. De reden was dat “Nieuw Rechts als beheerder van die site, die openbaarmaking faciliteert en gedoogt.” Had men de link meteen verwijderd, dan was dit vonnis anders uitgevallen.

Arnoud

Legaliteit van linksites

Mag je zomaar links naar films verzamelen en publiceren? Marco Raaphorst citeert het -volgens mij machinaal vertaalde- auteursrecht-beleid van Flowed, de Nederlandse Joox:

Wij bevorderen geen piraterij. Wij moedigen onze bezoekers niet aan om onwettige video’s te uploaden. Dit is slechts een vrij openbaar-archief van verbindingen aan media beschikbaar op andere plaatsen. Het verzekeren van de wettigheid van het video beschikbare materiaal zou door moeten worden behandeld uploadt beleid van de websites die wij hebben verbonden met, maar gewoonlijk aan hun uploadersdiscretie verlaten.

Hyperlinks zijn legaal. Op zich is het dan ook geen probleem om een linksite te bouwen, of dat nu met links naar webpagina’s is of naar MP3’s of zelfs streaming video. Of torrents natuurlijk.

Er zijn echter grenzen. Voor linksites blijken die uit de Techno Design zaak:

  1. het soort materialen dat je indexeert (waar je links naar verzamelt) wordt overwegend illegaal aangeboden
  2. <li>je weet dat je bezoekers met name naar de illegaal aangeboden materialen zoeken</li>
    
    <li>je verdient daar geld mee</li>
    

Arnoud