Neem een optie op een octrooi

Een Amerikaanse octrooiaanvraag van IBM beschrijft een wel zeer creatieve manier om je octrooiportfolio te licentiëren: neem een optie op een X aantal octrooien, en bepaal welke je nodig hebt op het moment dat dat relevant wordt. Bijvoorbeeld als de concurrent langskomt met zijn octrooi en je iets nodig hebt om je onderhandelingspositie te versterken. Een soort van opties op octrooien dus.

Beta News schrijft:

If the company from which these traders could buy IP options were, say, IBM, you can see how that could be very attractive to, say, small (or even large) software companies in the open source community. It becomes much easier to fight a lawsuit from, say, Microsoft, if you can tap into IBM’s patent portfolio to counter-sue, than it would be to stand and fight on the basis that the patents being asserted were not valid. In fact, having such options could well persuade, say, Microsoft, not to sue in the first place.

Via de blog van Intellectual Asset Management.

Arnoud

Hergebruik van andermans idee, mag dat?

Een lezersvraag over de mogelijkheid andermans idee te hergebruiken:

In een Amerikaans boek kwam ik iets interessants tegen. Een bekende designer heeft een systeem ontworpen waarmee hij alle vrouwen in kan delen in 48 types (wel zo gemakkelijk toch?). Helaas doet hij hier verder weinig mee (hij heeft dus alleen dat boek geschreven). Ik vind dat zijn ideeën ook in Nederland verspreid moeten worden. De inhoud, titel, vormgeving moet dan echter wel drastisch worden veranderd (te Amerikaans). De opzet van het boek is verder prima. In hoeverre schend ik zijn auteursrecht wanneer ik “zijn theorie en ideeën” als uitgangspunt neem voor een eigen boek?

Een idee is vrij. Je mag dus je eigen boek schrijven over 48 types vrouwen. Wat niet mag, is de uitwerking uit dat boek vertalen en in je eigen boek overnemen. De namen en beschrijvingen van die 48 types zul je dus zelf moeten invullen. Maar ik denk dat Nederlandse vrouwen onvergelijkbaar zijn met Amerikaanse, dus dat zou geen probleem moeten zijn. (Toch? Dames, laat van u horen, tot nu toe is deze blog men only gebleken)

Vermeld je zijn theorie, dan mag je stukken citeren uit zijn boek (ook in vertaling), mits je dat maar zo kort mogelijk houdt en uiteraard de bronvermelding noemt.

Geheel los van het auteursrecht en andere juridische zaken denk ik dat het wel zo netjes is om te noemen op wiens werk je je baseert. Het kan worden gezien als plagiaat om zonder bronvermelding je eigen uitwerking van andermans idee te presenteren. Ook als er geen sprake is van inbreuk op het auteursrecht.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Beschermen van een idee – is vastleggen genoeg?

Een idee of concept beschermen is lastig. Octrooi- en auteurswetten eisen een behoorlijke mate van uitwerking of concretisering voordat een concept beschermd kan worden. Het idee opschrijven en ergens deponeren (‘vastleggen’) biedt meestal maar zeer weinig bescherming.

Een goed idee kan veel geld waard zijn. Een slimme verbetering voor een product, een concept voor een spel of marketingtechniek of zelfs maar een naam voor een dienst kunnen het verschil maken tussen middenmoter en marktleider. Alleen kan iedereen met zo’n idee aan de haal. Hoe bescherm je nu je idee tegen namaak of imitatie?

Een abstract idee is juridsch niet of nauwelijks te beschermen. Via intellectueel eigendomsrechten zoals octrooien, auteursrecht of merken zijn uitgewerkte ideeën vaak wel van bescherming te voorzien. Ook kan een geheimhoudingsovereenkomst soms handig zijn, zodat een idee kan worden besproken zonder dat de andere partij er zomaar mee vandoor kan gaan.

Registratie of depot van een beschrijving van het idee biedt geen bescherming. Weliswaar ligt daarmee vast op welke datum het idee bestond, maar dat geeft geen juridische rechten.

Lees verder in Beschermen van een idee – is vastleggen genoeg? (in Innovatie @ iusmentis.com).

Arnoud

Anonieme Wikipedia-bijdragen leveren verrassend hoge kwaliteit

Wie leveren de bijdragen met de hoogste kwaliteit op Wikipedia, denkt u? De enkeling die twee keer iets typt, of de harde kern die al jaren meedoet? Inderdaad, de enkeling. Dat is de verrassende conclusie in het rapport van Denise Anthony en Sean Smith, onderzoekers aan de universiteit van Dartmouth:

We find that quality is associated with contributor motivations, but in a surprisingly inconsistent way. Registered users’ quality increases with more contributions, consistent with the idea of participants motivated by reputation and commitment to the Wikipedia community. Surprisingly, however, we find the highest quality from the vast numbers of anonymous “Good Samaritans” who contribute only once. Our findings that Good Samaritans as well as committed “zealots” contribute high quality content to Wikipedia suggest that it is the quantity as well as the quality of contributors that positively affects the quality of open source production.
Kwaliteit wordt hier gedefinieerd als “wijzigingen die nog steeds in het artikel staan”.

Opvallend was dat de kwaliteit van anonieme gebruikers daalde naarmate ze meer meedoen, terwijl geregistreerde gebruikers met veel bijdragen juist gemiddeld een hogere kwaliteit leverden.

Geldt dit nu ook voor open source? Open content en open source software hebben veel gemeen. Ze worden door een groot aantal mensen samen ontwikkeld, er is geen direct financieel motief bij een bijdrage en het resultaat komt voor iedereen vrij beschikbaar. Het rapport trekt ook een aantal keer die lijn.

Ik vroeg het Ruben van Wendel de Joode (Twynstra Gudde), die in 2005 promoveerde op het organisatievermogen van open source communities, en die reageerde als volgt:

De auteurs stellen open source gelijk aan open content. Daar ben ik het op een hoog abstractieniveau wel mee eens. In veel opzichten lijken beide op elkaar: zo is bij beide de kern open, kan iedereen een bijdrage leveren, is het sterk modulair opgezet, etc.

Echter, bij het type onderzoek dat men doet in dit paper vind ik het niet terecht. Ik heb het hele rapport (nog) niet gelezen, maar ik vind het wel een wezenlijk verschil over men kwaliteit van software of kwaliteit van open content onderzoekt. Zo stellen de onderzoekers dat de kwaliteit van bijdrages door een persoon die slechts 1 bijdrage levert aan Wikipedia verrassend hoog is, zelfs hoger dan bijdrages van mensen die vaak een bijdrage leveren. Dat idee lijkt mij intuitief niet van toepassing bij software. In software zal men zich toch goed moeten inwerken voordat men een bijdrage kan leveren. Bij Wikipedia daarentegen kan een specialist op een bepaald onderwerp zeer eenvoudig een artikel doorlezen en een kwalitatief super bijdrage te leveren. Bij software is dat toch minder makkelijk denk ik.

Via the Inquirer, dat nog steeds boos is over de verwijdering van de pagina van hun hoofdredacteur.

Arnoud

Kroes: “Microsoft zal haar API’s voor open source beschikbaar stellen”

Microsoft luistert naar Eurocommissaris Kroes. In een persbericht vandaag verklaart ‘Steely’ Neelie Kroes dat zij overeenstemming bereikt heeft met Microsoft over o.a. gebruik van haar interoperabiliteitsinformatie door open source ontwikkelaars:

I told Microsoft that it had to make interoperability information available to open source developers. Microsoft will now do so, with licensing terms that allow every recipient of the resulting software to copy, modify and redistribute it in accordance with the open source business model.

I told Microsoft that it should give legal security to programmers who help to develop open source software and confine its patent disputes to commercial software distributors and end users. Microsoft will now pledge to do so.

Alleen dat “commercial” is wat ongelukkig. Ook open source verspreiders zijn commercieel. Het verschil zit hem in de manier van zakendoen. Geen royalties per kopie, maar bijvoorbeeld geld voor diensten of bijkomende producten. Ik hoop dat MS dit niet interpreteert als “we hoeven alleen hobbyisten gratis octrooilicenties te geven”. Dat zou wel erg makkelijk zijn, want hobbyisten kunnen per definitie geen inbreuk maken op octrooien. Alleen commercieel gebruik van een octrooi kan inbreuk zijn.

Al eerder gaf Microsoft namelijk een gratis octrooilicentie aan “hobbyisten”:

Many software developers, often referred to as “hobbyists,” write code not with the expectation of making money, but because they enjoy solving technical challenges and participating in a community of enthusiasts who recognize and encourage one another’s talents. One such community of hobbyist developers participate in the development of open source software. To further encourage these efforts, this pledge provides non-compensated individual hobbyist developers royalty-free use of Microsoft patents as set forth below.

Via Yahoo (via Reuters) nog de opmerking dat het overleg tijdens diverse diners in Rotterdam plaatsvond. Kroes betaalde; mag ook wel als de ander je al driekwart miljard euro heeft betaald.

Arnoud

Ook betrouwbare en dure informatie wil vrij zijn

Half september is de New York Times als een van de laatste grote sites opgehouden met geld te vragen voor toegang tot haar informatie. Knowledge@Emory bespreekt de consequenties. Het unieke model aan informatie maken is dat de kosten voor het maken weliswaar hoog zijn, maar de kosten voor reproductie nul. Dat maakt het lastig om de kosten voor het maken door te berekenen in de prijs van een reproductie, want iemand anders kan diezelfde reproductie dan goedkoper nogmaals maken. Auteursrecht was de 19e-eeuwse manier om dat te verbieden, maar hoe moet het nu in de 21e eeuw?

Je kunt natuurlijk abonnementsgeld vragen, zoals de NYT dus deed. Maar dan moet je dat wel allemaal doen, anders lukt het niet:

“If all media sites work on a pay-to-play pricing model then consumers would pay for their favorite sites,” says Thomas. “However, when it comes to news there are a lot of third-party payer sites, where advertising provides the revenues. This allows people to read several media sources for free, and if one source is not free then it is bound to lose readership unless its content is highly distinctive. As a consumer, why should one pay for news content when nearly the same news content can be read for free?”

Je kunt natuurlijk mensen de keuze bieden: of gratis met advertenties, of betaald zonder. En dan wordt de discussie over advertentieblokkers ineens weer heel relevant. Zo’n ding gebruiken is dan geen diefstal maar mogelijk wel contractbreuk.

Via Digitaal Inlichtingenwerk Zeeuwse Bibliotheek, dat als prachtige afsluiter nog opmerkt:

Alle pulp, onzin en leugens bewegen zich vrij over het web. Maar zij, de brokjes gedegen informatie, bevinden zich achter slot en grendel en zien met lede ogen aan hoe de onbetrouwbare broeders de wereld veroveren en in de hoofden van de mensheid kruipen. Alleen omdat zij wel vrij zijn.

Dat is oneerlijk. Informatie verdient geen ketens. Informatie wil vrij zijn.

Arnoud

Niet-commercieel volgens de Buma (via TLC)

Wat is commercieel? Olivier Oosterbaan, die iets rustiger blogt dan ik, analyseert een tot nu toe relatief onderbelicht stukje van de Buma/Creative Commons pilot:

I would like to highlight one particular part of the Buma/Stemra CC pilot, and that is the attention to detail in defining what is non-commercial for the purposes of the pilot. In short, non-commercial is not a use for which you would normally expect to get paid. Or, non-commercial is not where Buma/Stemra would normally collect royalties or levies.

Intrigerend: commercieel is datgene waar de Buma geld voor zou willen krijgen. Dat is een erg brede definitie, die volgens mij niet helemaal past bij de manier waarop CC-werken vaak gratis worden hergebruikt. De BUMA vindt bijvoorbeeld ook dat 10 seconden muziek op je persoonlijke homepage een licentie vereist:

Moeten enkele seconden muziekgebruik in een productie worden aangemeld bij Stemra?
Ja. Alle gebruik van muziek moet in verband met het auteursrecht erop aan Stemra gemeld, ongeacht tijdsduur.

Toch zou 10 seconden muziek van een Creative Commons-werk met een “Non-Commercial” beperking geen enkel probleem moeten zijn.

Oosterbaan schreef al eerder over (non)-commercieel gebruik van Creative Commons.

Arnoud

De grote afwezige in de CC BUMA pilot: SENA (via Marco Raaphorst)

In de categorie: oh ja, die was er ook nog, de SENA. Eind augustus kondigden Creative Commons Nederland en de Buma aan een pilot flexibel rechtenbeheer te zijn begonnen, waardoor Buma-leden hun muziek via Creative Commons-licenties op internet kunnen zetten. Niet-commercieel, maar je kunt niet alles hebben.

Waar alleen niemand aan gedacht had: naast de Buma heeft ook de Sena het een en ander te zeggen over muziek op internet. De Sena vertegenwoordigt uitvoerend artiesten en incasseert royalties voor hun zogeheten naburige rechten. Ook als je met de Buma hebt afgesproken dat het gratis mag. Marco Raaphorst legt uit:

De SENA gooit erg veel roet in het eten van de CC/BUMA pilot. Zet je jouw eigen muziek online dan moet je niet alleen de BUMA betalen maar ook de SENA. Dus doe je aan de BUMA/CC pilot mee en teken je dus het contract van de BUMA, dan kan je een boete verwachten van de SENA als je je eigen muziek online zet zonder er voor te betalen. Iets wat overigens ook het geval is bij de BUMA als je geen Creative Commons licentie gebruikt.

Arnoud

Legaal elektronisch factureren

Een digitale factuur bespaart 90.000 bomen per jaar, bericht Ewald Smits in Sync.

In Nederland worden er jaarlijks meer dan 1 miljard facturen geproduceerd en verstuurd. 69% van Nederlanders is actief met internetbankieren. Deze actieve groep ontvangt circa 80% van alle nota’s.

Maar is een digitale of elektronische factuur eigenlijk wel legaal?

Ja natuurlijk, was mijn eerste gedachte. Overeenkomsten mag je elektronisch sluiten (zelfs per e-mail), dus waarom niet de factuur? Nou ja, omdat de belastingdienst regels heeft over facturen. En meer in het bijzonder zijn er ook regels voor elektronische facturen:

  • De afnemer moet akkoord gaan met de factuur. Het is dus handig zoiets in je algemene voorwaarden te regelen.
  • <li><strong>Op de factuur moeten</strong> de <a href="http://www.belastingdienst.nl/zakelijk/omzetbelasting/ob02/">wettelijk verplichte gegevens</a> staan, met name de BTW.</li>
    
    <li><strong>De factuur moet authentiek en integer zijn.</strong> de afnemer moet er zeker van kunnen zijn dat de
    

    factuur werkelijk van de leverancier afkomstig is. Bovendien moeten beiden er zeker van zijn dat de factuur niet is veranderd.

    <li><strong>De Belastingdienst moet de factuur kunnen controleren.</strong> De gegevens van de factuur moeten dus worden bewaard. </li>
    

Met name dat stukje over “authentiek en integer” is de uitdaging. Op papier is het genoeg als je briefpapier met het bedrijfslogo gebruikt, maar voor elektronische facturen is een digitale handtekening gewenst, alhoewel de Belastingdienst ook “sommige andere methoden” goedkeurt.

En komt dat even mooi uit: elektronisch factureren via internetbankieren is een “sommige andere methode.”

Sinds maart van dit jaar kunnen die facturen over de digitale snelweg worden afgeleverd bij gebruikers van internetbankieren. De Digitale Nota is feitelijk een nieuwe wijze van factureren, betalen en communiceren. Via de Digitale Nota kunnen alle gebruikers van internetbankieren hun rekeningen voortaan digitaal ontvangen en betalen. De papieren versie verdwijnt hiermee.

Hoe werkt dit?

Nota bekijken
In internetbankieren ziet de klant een overzicht met alle nota`s. Deze staan op volgorde van datum. Ongelezen nota’s herkent men aan een gesloten envelop. Met een muisklik kan de notaspecificatie geraadpleegd worden. De digitale nota kan er precies zo uitzien als de papieren pendant die de klant vroeger ontving.

Nota betalen
Betalen van de nota vindt plaats op de vertrouwde manier. Hiermee is het overtypen van acceptgiro`s door de klant verleden tijd. De betaling wordt bevestigd via de normale identificatiemethode van internetbankieren.

Er staat zelfs een demo online.

Arnoud

Nieuw op Opinieweblog: Creativiteit en auteursrecht in de 21e eeuw

In de serie ¡Viva la Creación! nu een bijdrage van Björn Wijers. Voortbouwend op o.a. mijn stuk Van kopijrecht naar auteursrecht bespreekt hij een aantal nieuwe manieren om met auteurs, creativiteit en juridische bescherming om te gaan. Een aanrader!

Naar mijn mening wordt hier echter volledig voorbij gegaan aan het onderliggende punt namelijk dat het auteursrecht zoals dit nu is geïmplementeerd in nationale wetgeving en internationale verdragen niet strookt met de menselijke natuur, creativiteit en innovatie in de 21e eeuw. Met lapmiddelen zoals heffingen en technologische en juridische maatregelen wordt getracht het auteursrecht, zoals dit al bijna een eeuw lang grotendeels ongewijzigd is, krampachtig in stand gehouden. Wordt het niet tijd dat het auteursrecht wordt aangepast in plaats van nieuwe maatregelen te nemen en heffingen te hanteren om dit relikwie in stand te houden?

Lees verder in Creativiteit en auteursrecht in de 21e eeuw.

Arnoud