BSA lobbyt tegen nieuwe consumentenbescherming

Het is “onzinnig en schadelijk” als digitale diensten zoals cloud computing en betaalde downloads en streams in de nieuwe Europese regels voor consumentenbescherming worden opgenomen, las ik bij Webwereld woensdag. De softwarelobbygroep is er fel op tegen dat software en online diensten onder het consumentenrecht geschaard worden, wat het plan is met de in behandeling zijnde Consumentenrechtenrichtlijn.

Het zal wel aan mij liggen, maar de reactie van de BSA vind ik dan weer onzinnig:

Er ontstaan hierdoor namelijk hele rare en mogelijk schadelijke situaties, schetst Francisco Mingorance van de BSA. Zo eist de nieuwe richtlijn dat producten bij het afleveren niet defect zijn. Dit zou softwareleveranciers ontslaan van de plicht om later patches en updates te leveren, ten nadele van de consument.

Dat is natuurlijk niet wat “niet defect mogen zijn” betekent. Wat er nu al in de wet staat – en de ontwerprichtlijn niet verandert – is dat als producten tóch defect zijn, de winkelier die gratis moet herstellen. Of dat voor software geldt, is onduidelijk, hoewel in juni het Gerechtshof Arnhem oordeelde van wel. Lijkt me ook niet meer dan terecht eigenlijk.

Overigens betekent de conformiteitseis niet dat software per se foutvrij moet zijn. Als inherent aan software is dat er enige fouten in zullen zitten, dan hoort dat bij de redelijkerwijs gewekte verwachtingen. En díe bepalen waar je recht op hebt. Zeg maar, je weet dat Windows lek zal zijn maar dat er updates komen, dus meer dan updates bij ontdekte lekken kun je niet verwachten.

Door dit artikel werd ik wel weer geprikkeld om die ontwerprichtlijn eens te gaan lezen. Deze heeft als doel alle consumentenrechtgerelateerde richtlijnen te consolideren én de positie van de consument meteen maar te versterken.

Ik had goede hoop dat men software er ook expliciet onder zou schuiven, maar dat zie ik nergens in de tekst terug. Het enige dat ik over software zie, is de uitzondering op het retourrecht die nog steeds geformuleerd is alsof het 1995 is:

de levering van verzegelde audio- en video-opnamen en computerprogrammatuur waarvan de verzegeling door de consument is verbroken;

Kennelijk zwerft er dus ergens een recentere tekst rond waar wél meer over software in staat. Het persbericht van de EC van januari is informatief maar helpt niet echt. Iemand enig idee waar de geconsolideerde tekst staat?

Update (7 maart): Met dank aan PdL gevonden: het rapport plus het procedure-overzicht. Ik vermoed dat de BSA hierover valt:

Digital content: digital content transmitted to the consumer in a digital format, where the consumer obtains the possibility of use on a permanent basis or in a way similar to the physical possession of a good, should be treated as goods for the application of the Directive which apply to sales contracts. However, a withdrawal right should only apply until the moment the consumer chooses to download the digital content.

Met deze definitie is software (maar ook muziek en films) inderdaad onder de conformiteitseis te scharen. En, minstens zo leuk, je wordt dan eigenaar van je kopietje (en dus niet slechts licentienemer).

Arnoud

Retourrecht ook van toepassing bij ‘koop’ van gas of elektriciteit

Merkwaardig. Hoewel de wet het formeel niet toestaat, hebben twee kantonrechters nu geoordeeld dat je als consument recht hebt op de afkoelingsperiode van zeven werkdagen bij het afsluiten van energieleveringscontracten. En omdat de leveranciers hun klanten daarover niet hebben geïnformeerd, mochten de gedaagde consumenten hun contract tot drie maanden na de afsluitdatum opzeggen. (Met dank aan IT en Recht en eerder al Menno Weij die het signaleerden.)

Zowel de kantonrechter in Leeuwarden als die in Assen kregen een zaak voor zich over een telefonisch gesloten overeenkomst tot energielevering (beiden bij de NEM). In beide zaken betwistten de consumenten dat ze een overeenkomst hadden gesloten, en in beide zaken vindt de rechter de oplossing in het retourrecht of afkoelingsrecht dat je hebt bij aankopen via internet. Binnen zeven werkdagen na contractsluiting of na ontvangst van de zaak mag je deze retourneren en de koop ongedaan maken.

Een tikje merkwaardig is het wel dat de rechter deze regeling ook op gas en elektra van toepassing verklaart. Volgens de wet mag je ook bij leveringscontracten voor gas en elektriciteit (maar weer niet water via de waterleiding trouwens) spreken van “koop” (art. 7:5 BW). Maar er zit een beperking op het recht van retour: bestellingen van zaken die “naar hun aard” niet teruggezonden kunnen worden, mogen niet worden geannuleerd (art. 7:46d lid 4 sub d.3 BW). Mijn collega Sara besprak vorig jaar wat die uitzondering inhoudt:

Onder ‘naar zijn aard niet kunnen worden teruggezonden” vallen alleen producten waarvan het echt fysiek onmogelijk is deze aan de verkoper terug te sturen. Een geneesmiddel komt per post en kan dan natuurlijk ook weer per post worden teruggestuurd. Deze uitkomst is voor het merendeel van de webwinkeliers dan ook waarschijnlijk teleurstellend: naast elektriciteit en leidingwater is het mij echter nog niet gelukt een ander product te bedenken wat onder deze uitsluiting zou kunnen vallen.

De NEM doet het dus precies goed, zou je zeggen. Maar nee, de kantonrechters zien dat toch anders:

Bij een overeenkomst tot levering van gas en elektra gaat het echter niet om een eenmalig geleverde prestatie, maar is sprake van een duurovereenkomst. Door ontbinding kan verdere levering ongedaan worden gemaakt. Daarnaast valt niet in te zien dat een consument tot ontbinding van zo’n overeenkomst zou wensen over te gaan omdat de geleverde zaak hem bij nader inzien niet bevalt en dat met die ontbinding zou worden beoogd om datgene wat aan gas en elektra al is geleverd terug te geven.

Het komt er ongeveer op neer dat als je niet één zaak (één molecuul gas of één elektron) bestelt maar meerdere, je ook na ontvangst van de eerste paar zaken nog mag annuleren zolang je maar binnen de zeven werkdagen zit. En daarom is het niet logisch dat het recht van retour niet zou gelden voor levering van gas en elektriciteit.

Dat de al geleverde zaken niet teruggestuurd kunnen worden, maakt daarbij niet uit. Het al betaalde abonnementsgeld dient als compensatie daarvoor. Op zich kan dat, de regels voor ontbinding bepalen dat als ongedaan maken onmogelijk is, er een verplichting tot schadevergoeding ter waarde van de geleverde prestatie ontstaat (art. 6:272 BW).

Hoewel ik fan ben van consumentenbescherming heb ik moeite met deze redenering. De wet zet hier duidelijke grenzen, en als rechters dan zelf gaan verzinnen dat deze soms toch niet gelden, dan open je de deur om in feite het hele retourrecht van geval tot geval te beoordelen en al of niet buiten toepassing te laten.

Arnoud

Mag ik klanten weigeren?

Een lezer vroeg me:

Ik heb een kleine webwinkel met relatief dure producten. Mijn ervaring is dat er nogal wat oplichters en handige jongens onder mijn klanten zitten. Ik heb daar nu wat heuristieken voor ontwikkeld zodat ik die mensen in het besteltraject eruit kan vissen, of ze via mijn algemene voorwaarden levering kan weigeren tenzij ze een aanbetaling doen of een andere aanvullende voorwaarde vervullen. Maar nu vroeg ik me af, mag ik eigenlijk wel mensen weigeren?

Nee, je hebt als ondernemer geen plicht om mensen als klant aan te nemen. Weigeren van potentiële klanten mag dus, hoewel je daarbij wel aan twee voorwaarden moet voldoen:

  1. vooraf melden bij welke criteria men niet geaccepteerd wordt
  2. de criteria mogen niet discriminatie op een verboden grond opleveren (bv. geen vrouwen of Marokkanen weigeren)

Item b spreekt voor zich, dergelijke discriminatie is verboden. Criterium a is belangrijk omdat iemand weigeren nádat je de overeenkomst hebt gesloten juridisch erg moeilijk ligt. Als je een aanbod doet en iemand aanvaardt dat, dan zit je er allebei aan vast. Door de voorwaarde expliciet te koppelen aan het aanbod, kun je de persoon die aanvaardt zonder aan de voorwaarde voldoet eenvoudiger weigeren.

Naast webwinkeliers krijg ik deze vraag ook regelmatig bij hostingbedrijven (ADV: koop ons boek!). Ook daar moet dit geen probleem zijn, mits je het maar duidelijk genoeg vooraf adverteert. Zo zijn er genoeg hosters die adultsites (porno) weigeren, vanwege dataverkeer, overlast en gedoe. Het weren van gamingclans is ook veel voorkomend, want dan heb je de hele dag ddos-aanvalletjes en irritante pubers in de mail.

Lastig is vaak wel dat die heuristieken indirect toch discriminatie op een verboden kunnen opleveren. Denk aan het niet willen bezorgen in Amsterdam Zuid-Oost of het checken van namen tegen een lijst met “buitenlandse” achternamen en dan de bestelling afwijzen.

Arnoud

Valt een nieuwe auto onder de Wet Koop op Afstand?

Een lezer wees me op Auto.nl waar je goedkoop nieuwe auto’s kunt kopen. (Ik reis altijd per OV, vandaar dat ik ’t niet zelf gezien had.) Origineel concept: een nieuwe auto via internet. En dan komt de juridische vraag: valt dat dan onder de Wet Koop op Afstand? Oftewel, mag je die auto dan binnen zeven werkdagen na ontvangst terugsturen (terugrijden?) naar de webwinkel?

Ik zou zeggen van wel. Een auto is een product als ieder ander, en bij de koop van een (nieuwe) auto gelden geen bijzondere wettelijke regels (behalve dan rond het kentekenbewijs maar dat is hier niet relevant). En het artikel over het recht van retour (art. 7:46d BW) noemt wel een aantal uitzonderingen, maar geen die over auto’s gaan.

De enige die relevant kan zijn, is de “maatwerk-exceptie”: zaken die “zijn tot stand gebracht overeenkomstig specificaties van de koper”. Bij een nieuwe auto is het gebruikelijk dat je bepaalde opties kunt afnemen. Wanneer die opties wijzigingen aan de auto impliceren (lichtmetalen velgen, een ingebouwde GPS-navigatieunit, stoelen in bepaalde kleur) dan is de auto daarmee maatwerk geworden en mag de aankoop niet meer worden geannuleerd. Een auto die compleet standaard is, is echter geen maatwerk. Ook niet als hij speciaal besteld wordt bij de importeur.

Een twijfelgeval treedt op bij de kleur. Dat is ook iets dat bij meubels speelt: als je mag kiezen uit tien voorgedefinieerde kleuren, dan lijkt me er geen sprake van maatwerk. Dat meubel of die auto wordt dan niet gemaakt op jouw kleur. Maar als je een kleur zelf opgeeft (“PMS kleur 282 alstublieft”), dan is sprake van jouw specificatie en dus een maatwerk-bank of -auto. Ik ben er nog niet uit wat er gebeurt als men niet tien maar tienduizend kleuren voordefinieert (bv. een kleurenwaaier of colorpicker). Is dan sprake van maatwerk?

Arnoud

Moet een bedrijf zijn adres in zijn algemene voorwaarden zetten?

Een lezer vroeg me:

Is het toegestaan algemene voorwaarden te hanteren waarin geen contactgegevens staan vermeld? Of überhaupt op je site alleen een info@ e-mailadres te vermelden als bedrijf?

Een bedrijf zoals een webwinkel of internetdienstverlener moet op zijn site duidelijk herkenbaar bedrijfsnaam, vestigingsadres en telefoonnummer vermelden. Niet alleen in de voorwaarden: op de site zelf (art. 3:15d en 7:46c BW).

Informatie verstoppen in algemene voorwaarden is eigenlijk nooit genoeg om mensen daaraan te houden. Het enige dat in algemene voorwaarden mag staan, zijn algemene voorwaarden: randvoorwaarden aan je dienstverlening. Geen prijzen, geen productomschrijvingen en geen wettelijk verplichte informatie over jezelf of je producten of diensten.

Op zich is het niet verboden om de algemene voorwaarden generiek te houden. Zo zou je bijvoorbeeld als ICT-dienstverlener de standaardvoorwaarden van ICT~Office kunnen gebruiken. Daar kun je je naam niet inzetten, maar dat is dus op zich niet erg.

Het moet wel altijd duidelijk zijn dat die voorwaarden gelden als je een contract met ze sluit. Maar dat is eigenlijk al gewoon de regel uit de wet. Gewoon ergens voorwaarden neerzetten is niet genoeg om die contractueel geldig te verklaren naar je klanten toe, of je naam er nu in staat of niet.

Arnoud

Mag een winkel verwijzen naar de fabrikant voor de garantie?

acer-laptop.pngTentamenvraag: vindt dit verweer steun in het recht?

[De winkel] heeft zich tegen de vorderingen verweerd met de stelling, dat niet hij, maar de fabrikant verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de garantie en dus voor de reparatie van de computer.

Antwoord: nee, natuurlijk niet. De verkoper die een computer aan een consument verkoopt, moet zelf zorgen dat het product voldoet aan de verwachtingen. Natuurlijk mag hij daarbij best de fabrikant inschakelen, maar hij mag niet zonder meer de klant doorverwijzen naar die fabrikant of zich achter de fabrieksgarantie verschuilen.

Dat blijkt uit een al wat ouder vonnis dat recent opdook op ITenRecht.nl. Een consument had een laptop gekocht via internet maar na een aantal maanden daaraan klachten geconstateerd. De winkel verwees naar de fabrikant (Acer), die inderdaad een reparatie uitvoerde maar daarbij wel alle bestanden en software had gewist en een duitstalig OS had geïnstalleerd (lolwut). Bovendien was de computer nog steeds niet foutvrij: de computer reageerde niet op toetsenbord en muis en schakelde zichzelf weer uit.

Na enige maildiscussie die niet tot een oplossing leidde, stapte de koper naar de rechter. En die oordeelt dus dat het verweer van hierboven niet opgaat:

[gedaagde] als uitoefenende een beroep of bedrijf houdt jegens [eiser] als consument de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van garantiebepalingen en daarmee ook voor deugdelijke reparatie van de computer binnen een redelijke termijn.

De verkoper is daarbij tekortgeschoten in deze plichten door alleen te verwijzen naar de fabrikant en niet zelf voor de reparatie te zorgen. Dat hij in de praktijk dan misschien zelf gewoon de laptop had doorgestuurd, maakt daarbij niet uit. Het is en blijft zijn verantwoordelijkheid, en nu het fout gegaan is moet hij opdraaien voor de problemen.

Arnoud

Op welk land richt een website zich?

Wanneer richt een website zich op een bepaald land? Een ontzettend lastige vraag, maar het Europese Hof van Justitie ontkwam er niet aan deze te beantwoorden. In twee arresten (C-585/08 en C-144/09) komt ze met een mooi genuanceerd antwoord: een website alleen is niet genoeg, maar geografisch getargete advertenties of taalkeuzes kunnen dat wel zijn.

In beide zaken ging het om een consument die een overeenkomst sloot met een bedrijf dat in een ander Europees land gevestigd was. (In de eerste zaak was het een pakketreis (vervoer en verblijf), in de tweede een geboekte hotelkamer.) Beide consumenten hadden ruzie met het bedrijf over de uitvoering van de overeenkomst, en in beide gevallen betwistte het bedrijf dat de rechtbank bevoegd was omdat zij in een ander land gevestigd was. Omdat het hier ging om bestellingen via internet, iets waar nog geen jurisprudentie over is, besloten de rechtbanken de vraag voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie.

Europese regels, met name Verordening 593/2008 (toepasselijk recht) en Verordening 44/2001 (bevoegde rechtbank) zijn niet heel duidelijk, zoals ik in mei al besprak. Het criterium is grofweg of je je als bedrijf “richt op het land” waar de consument woont. In dat geval is de rechtbank van dat land bevoegd, ongeacht waar het bedrijf gevestigd is.

Het Hof worstelt met dat criterium, maar vindt dan aan aanknopingspunt bij de reclame-uitingen van de ondernemer. Bij traditionele reclame is dit immers doorslaggevend: wie in een Duitse krant adverteert, wil kennelijk in Duitsland zaken doen en valt dan onder Duits recht. Logisch.

Maar bij internetreclame is dat een heel stuk lastiger. Websites en banners verschijnen door de hele Europese Unie, maar om daar nu uit te concluderen dat je je dus op elk land in de EU wil richten, gaat het Hof te ver. In dat geval had de wetgever dat maar expliciet moeten opschrijven. Sterker nog, bij de totstandkoming van verordening 44/2001 is een tekst met die strekking geschrapt voordat deze van kracht werd.

Een website is dus niet genoeg, of in de woorden van het Hof:

De wetgever van de Unie wenst weliswaar de consument beter te beschermen, maar is niet zo ver gegaan te bepalen dat het loutere gebruik van een internetsite, dat een gebruikelijk middel is geworden om handel te drijven, ongeacht het geviseerde grondgebied, een activiteit is die “gericht is op” andere lidstaten en de toepassing meebrengt van de beschermende bevoegdheidsregel van artikel 15, lid 1, sub c, van verordening nr. 44/2001.

Je moet dus op zoek naar méér: waaruit kun je halen dat de ondernemer van plan was om handel te drijven met consumenten uit bepaalde andere landen? Wat het Hof noemt “elke duidelijke uitdrukking van de wil om de consumenten in deze lidstaat als klanten te winnen”.

Een negatieve aanwijzing is een e-mailadres, postadres of telefoonnummer – in ieder geval zonder internationaal kengetal. Die gegevens moet iedere onderneming verplicht op zijn site hebben, dus daar kun je niet uit afleiden dat men internationaal bezig wil zijn.

Positieve aanwijzingen zijn daarentegen:

  • Met naam één of meerdere landen noemen waar je bereid bent zaken te doen. Ik denk dat die standaard dropdown met alle landen ter wereld niet genoeg is, maar een zelfgemaakte landenlijst bij je bestelformulier zou dus genoeg moeten zijn. (Waarom gebruiken mensen die giga-dropdown eigenlijk? Hoe veel klanten komen er uit Samoa of Antigua?)

  • Adverteren bij een zoekmachine en die advertentie geografisch targeten op dat land. Dat is dus in feite het traditionele criterium van reclame in een land. Hoe je dit bewijst, is me niet duidelijk.

  • Een combinatie van secundaire factoren als een telefoonnummer met internationaal kengetal, een niet-landgebonden topleveldomeinnaam, routebeschrijvingen die in dat andere land beginnen of testimonials van internationale klanten. Elk van die dingen is op zich misschien niet genoeg, maar bij elkaar waarschijnlijk wel.

  • Taal of munteenheid, mits die niet ook in je eigen land gebruikelijk zijn (Nederlandse ondernemers richten zich dus niet automatisch op België, maar met Noorse tekst en prijzen in kroner richt je je als Nederlander wel op Noorwegen)

Ook leuk kan het worden als je met tussenpersonen werkt: als die jou vertegenwoordigen, dan wordt de beoordeling van hun websites aan jou toegerekend. Denk je dus alleen aan Nederlanders te leveren maar gaan je agenten in het Duits reclame maken, dan vallen boekingen van Duitsers onder Duits recht.

Wat zouden nog meer handige criteria kunnen zijn? Wat zijn op internet “duidelijke uitdrukkingen van de wil” om klanten uit een bepaald land binnen te halen?

Update (19 april) het Hof bepaalt in een ander arrest (C-523/10) dat advertenties bij een landgebonden domein (google.de) onder het recht van dat land vallen.

Arnoud

Nieuw op Ius Mentis: Oplichting en fraude

Jaja, zo schrijf je maandenlang niets, en zo schrijf je een handvol artikelen in één maand. Deze keer nieuw op Ius mentis een artikel over oplichting.

Van oplichting is sprake wanneer iemand met listige kunstgrepen een ander geld of producten afhandig maakt. Oplichting, zeker op internet, komt vaak voor. Maar niet leveren of niet betalen is niet automatisch oplichting.

Er is sprake van oplichting als iemand met valse voorwendselen, slinkse trucs of wat de wet noemt listige kunstgrepen probeert goederen, geld of “gegevens met geldswaarde” afhandig te maken. Denk aan het vragen om geld voor een dienst die nooit wordt geleverd, of het opsturen van een lege doos. Varianten zijn flessentrekken (regelmatig iets kopen zonder te betalen) en verduisteren (iets zonder gerechtigd te zijn achterhouden nadat je het legaal verkregen hebt). Ook een vorm van oplichting is acquisitiefraude, zoals het versturen van spookfacturen of misleidende offertes.

Een contract of overeenkomst die is aangegaan als gevolg van oplichting of fraude, kan worden geannuleerd. Aangifte van oplichting is natuurlijk ook mogelijk, maar soms is het moeilijk deze erdoor te krijgen. Een recent meldpunt internetoplichting moet hierin verbetering brengen. En je relaas doen op een forum tegen oplichting is ook mogelijk, hoewel je dan wel moet uitkijken voor smaadclaims.

Lees verder in Oplichting en fraude op iusmentis.com.

Arnoud

Valt een incidentele bestelling via internet onder de Wet Koop op Afstand?

Een lezer vroeg me:

Als een klant via Internet een bestelling doet en er voor kiest om het product zelf af te halen en ter plaatse af te rekenen is er toch eigenlijk geen verschil met een aankoop in een reguliere winkel? Daar wordt ook wel eens iets telefonisch gereserveerd voor een klant die het later op komt halen. Geldt dan toch de Wet Koop op Afstand?

Een koop is een koop op afstand als er een “systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand” wordt ingezet zodat je de overeenkomst kunt sluiten via een website, telefoon of ander communicatiemiddel (art. 7:46a BW). Het maakt dus niet uit of het product wordt bezorgd of afgehaald: het gaat om de vraag of de koop zelf op afstand wordt gesloten én of daar een systeem voor beschikbaar gesteld wordt.

Een webshop waarbij je volautomatisch producten kunt uitzoeken en afrekenen is een dergelijk systeem. Een consument die op die manier een bestelling plaatst, heeft een koop op afstand gesloten. (Een zakelijke bestelling is per definitie geen “koop op afstand”.) Geef je een bestelling echter door via een gewoon e-mailtje of telefoontje, dan is er geen sprake van een “systeem voor verkoop”.

Er zijn natuurlijk allerlei tussenvormen. Ik heb shops gezien waarbij je een winkelmandje kunt vullen, maar waarbij je dan uiteindelijk een pagina krijgt met een formulier dat je moet printen en opsturen naar de verkoper. Ik denk niet dat je dan al een koop gesloten hebt, dus dan val je buiten de wet koop op afstand.

Eentje waar ik nu al jaren over twijfel, is mijn Chinees. Die hebben gewoon een telefoon zoals iedereen, maar op hun menukaart staan handige nummertjes waarmee je snel kunt doorgeven wat je wilt bestellen. Zou dat een ‘systeem’ zijn in de zin van de wet? Goed, het gaat hier om bederfelijke waren dus annuleren zit er niet in, maar het gaat even om het principe.

Arnoud

Geldt de wet koop op afstand ook bij bestellingen “op de zaak”?

serviesgoed.pngEen lezer vroeg me:

Ik heb een serviesset besteld via internet. Na ontvangst viel deze toch tegen (rare kleur geel in plaats van het gebroken wit dat ik verwachtte), dus ik maakte aanspraak op annulering volgens de Wet Koop op Afstand. Maar de winkel weigert dat nu, omdat ik een zakelijke bestelling zou zijn geweest. Dat klopt niet, ik wilde het servies privé gebruiken. De bestelling was ook op mijn privénaam. Ik had alleen bij facturatie mijn eenmanszaak doorgegeven zodat ik de BTW in mijn bedrijf kon aftrekken. Maar is het daarom al een zakelijke bestelling?

De Wet Koop op Afstand geldt alleen bij consumentenkoop, oftewel een koop tussen een zakelijke verkoper (winkelier) en een consument. Een consument is iemand die per definitie niet handelt vanuit beroep of bedrijf. Iemand die een bestelling plaatst uit naam van een bedrijf, kan zich dus niet beroepen op het consumentenrecht.

In dit geval lopen zakelijk en privé een beetje door elkaar heen. Daarmee maakt de koper het zichzelf erg lastig. Een bestelling plaatsen vanuit je bedrijf suggereert immers dat het een zakelijke bestelling is, zeker nu het gaat om een zaak (serviesgoed) dat ook prima zakelijk te gebruiken is. Hoe moet de winkelier dan weten dat er alsnog sprake is van een privébestelling?

In het Gruber-arrest (C-464/01, zie ook het artikel van prof. Marco Loos) oordeelde het Europese Hof van Justitie de regel dat

met omstandigheden of elementen waarvan de wederpartij bij de sluiting van de overeenkomst kennis had kunnen hebben moet daarentegen enkel rekening worden gehouden indien de persoon die zich op de hoedanigheid van consument beroept zich aldus heeft gedragen dat bij de wederpartij bij de overeenkomst te goeder trouw de indruk is kunnen ontstaan dat hij voor beroepsdoeleinden handelde.

Als je als koper dus ervoor zorgt dat de wederpartij mocht denken dat de bestelling zakelijk was, dan kun je geen aanspraak meer maken op de consumentenbescherming. Ook niet als achteraf vast komt te staan dat je wel degelijk puur privé bestelde.

Het Hof meldt daarbij dat zo’n “indruk te goeder trouw” kan ontstaan wanneer je “zonder verdere precisering zaken bestelt die daadwerkelijk voor de uitoefening van zijn beroep kunnen dienen”. Ook als je bij de bestelling zakelijk briefpapier (of een zakelijk e-mailadres, lijkt mij) gebruikt, de goederen op je bedrijfsadres laat bezorgen of de mogelijkheid tot teruggaaf van BTW vermeldt, mag de verkoper denken dat je zakelijk bestelt. Volgens mij is daar in deze vraag duidelijk aan voldaan: een factuur op bedrijfsnaam in verband met BTW-teruggaaf maakt de koop dus zakelijk.

Wellicht dat het anders wordt als je expliciet de verkoper meldt dat je privé koopt maar een factuur wilt voor je bedrijf. Dat is immers een “verdere precisering”. Maar ik blijf dat dubieus vinden: het is óf zakelijk en dan mag je de BTW terugvorderen, óf privé en dan moet je gewoon de BTW betalen.

Arnoud