Blogdialoog: Omgaan met uitzonderingen (toekomst van auteursrecht)

| AE 2320 | Intellectuele rechten | 10 reacties

ondergang-buma-recht-parodie-fair-use.pngAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Is een uitzondering voor user-generated content haalbaar, vroeg FOC me vorige week. Zo’n uitzondering zou betekenen dat gewone internetters zonder toestemming werken mogen remixen, bewerken, combineren en transformeren tot eigen uitingen – én die online mogen zetten natuurlijk. Zo’n uitzondering lijkt me een goed idee. We leven vandaag de dag in een beeld/geluid/remixcultuur, en de wet dient dat te ondersteunen.

Wel lijkt het me heel lastig om deze uitzondering goed te formuleren. Hoe wil je onderscheid maken tussen ‘users’ en ‘non-users’? Waar houdt de blogger op en begint de krantensite? Is een fotosoep-actie nog UGC als ze op een blog met advertenties staan? En hoe trek je de grens tussen legale UGC en illegale piraterij?

De Europese Commissie heeft ooit een generieke uitzondering voor transformerend gebruik bepleit. Kort gezegd komt die erop neer dat het nieuwe werk een duidelijk eigen karakter moet hebben en niet alleen maar een lichte bewerking van een ander werk moet zijn. Dat lijkt me wel een goed idee. Je vermijdt zo het onderscheid tussen users en professionals en focust om waar het om gaat: mogen remixen en bewerken, in plaats van simpelweg reproduceren.

Mijn grote zorg bij een dergelijke uitzondering blijft: gaat hij wel werken? We hébben immers al de nodige uitzonderingen in de Auteurswet: de parodie-exceptie, het citaatrecht, de kopie voor strikt eigen gebruik, het “incidenteel ondergeschikt gebruik”, zesentwintig reproregelingen met bijbehorende incassostichting, de kunst op openbare plaatsen, de gemeentezang bij erediensten en ga zo maar door. De een wat duidelijker dan de ander, sommige vaker ingezet dan andere en niet allemaal even nuttig bij internetdiensten.

Maar allemaal met hetzelfde probleem: wil je je erop beroepen, dan moet je naar de rechter. Daarmee neem je een fiks risico, want als je verliest moet je de totale factuur van de advocaat van de wederpartij vergoeden. En neem van mij aan, die zijn duur. De rechthebbende heeft daarentegen over het algemeen geld zat om het op een procedure aan te laten komen, en geen advocaat die je kan garanderen dat je die zult winnen.

FOC’s voorbeeld van de Untergangparodie laat dat mooi zien. Het is evident dat dit een parodie is, en dat je die filmpjes met je eigen al dan niet flauwe ondertitels dus gewoon online mag zetten. Maar één claim van de rechthebbende en ze gaan offline. Gewoon, omdat het kan. Of die claim nu terecht is of niet.

We kunnen dus wel een UGC-exceptie invoeren, en een betoog tegen de driestappentoets is wellicht ook wel te verzinnen. Maar waarom zou ook maar één rechthebbende zich laten weerhouden door zo’n wetstekst om gewoon een claim in te dienen als een hem onwelgevallig filmpje online staat?

Laat ik het algemener vragen. Hoe krijgen we de échte balans weer terug in het auteursrecht – de balans tussen maatschappij en rechthebbende? Hoe zorgen we ervoor dat wetten en praktijk rond auteursrecht niet alleen maar de exclusieve rechten dienen, maar ook de belangen van de gebruikers?

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Laten we er een praktijkvoorbeeldje bijpakken. Beluister allemaal even I Treni di Tozeur:

    http://www.youtube.com/watch?v=4PthV0GxTQg&feature=fvst

    Dit nummer bevat een sterk eerbetoon aan Wolfgang Amadeus Mozart; de vioolpartij die begint zodra Alice voor het eerst in beeld komt en regelmatig terugkomt in het lied is een letterlijk fragment uit “Die Zauberfl?te” van Mozart. Op ??n moment gaat het zelfs gepaard met de originele tekst “Doch wir wollen dir ihn zeigen, und du wirst mit Staunen sehn, da?? er dir sein Herz geweiht”. Zoek maar even waar.

    Toch is dit onmiskenbaar een nieuw origineel stuk muziek, het is geen kopie van Die Zauberfl?te, ook niet van een deel ervan; er is een minuscuul fragment op hele creatieve wijze herbruikt. Een dergelijk eerbetoon aan een moderne artiest zou een auteursrechteninbreuk zijn en de auteur direct een gigantische schadeclaim aan de broek geven.

    Toch lijkt het me geen slecht idee als zoiets ook mogelijk wordt voor bijv. modernere grootheden in de muziek, ik denk bijv. aan Michael Jackson.

    Een uitzondering zoals hier besproken zou in dit geval kunnen helpen dit soort eerbetoon ook aan moderne artiesten mogelijk maken. Maar ja, om de definitie van “gebruikersgegenereerd” complexer te maken: Franco Battiato is een professioneel componist. Het lijkt me daarom een slecht idee het onderscheid te maken op basis van professioneel/amateur.

  2. Een dergelijk eerbetoon aan een moderne artiest zou een auteursrechteninbreuk zijn en de auteur direct een gigantische schadeclaim aan de broek geven.

    Dat is niet waar. Op het Incubate festival in Tilburg is hier een discussie over geweest met o.a. Hank Shocklee, de producer achter de legendarische platen van Public Enemy. De DJ’ers en remixers zeiden dat in het overgrote deel van de auteursrechtshouders geen punt maakt van hergebruik of een zeer schappelijke vergoeding vraagt als er sprake is van een duidelijk op zichzelf staand werk (dus niet ‘You Can’t Can’t Touch This’ van MC Hammer, die zonder de baslijn van ‘Superfreak’ geen hit heeft.) Er is maar een klein percentage notoire geldwolven – in Nederland bv die voetbalfotograaf, in de VS het bedrijf dat het auteursrecht op het werk van George Clinton in handen heeft – dat onredelijk is.

  3. Dit probleem speelt niet alleen met auteursrecht, of internet in z’n algemeenheid. D’r is een wikipedia-lemma (wat ik nu even niet kan vinden) voor ‘het procederen tegen personen/groepen/instellingen, niet om je gelijk te halen, maar puur om ze op kosten te jagen’. Het ‘chilling effect’ van (dreigen met) rechtszaken gebruiken om je zin door te drijven.. lijkt me niet de bedoeling.

  4. Vexatious litigation misschien? Hoewel dat begrip vooral bedoeld is voor mensen die constant zonder advocaat frivole zaken brengen (en, met name, over steeds min of meer hetzelfde punt procederen met nieuwe zaken). Wat wij querulanten noemen.

    Het is een heel fundamenteel probleem inderdaad. Een partij met genoeg geld om veel te procederen kan zijn zin opdringen aan partijen met weinig geld en/of proceservaring.

    In theorie zou de regel met de volledige proceskostenvergoeding (art. 1019h Rv) een balans kunnen bieden: de gedaagde kan nu ook een dure advocaat nemen, want de eiser met zijn frivole zaak zal die verliezen en moet dan de rekening betalen (plus zijn eigen dure advocaat). En tw?? met de hark geschreven facturen zou toch afschrikwekkend moeten werken.

    In de praktijk kom je daar lang niet altijd aan, mogelijk omdat het moeilijk is als ‘kleine’ partij om zo’n dure advocaat te vinden die je zaak wil doen. Plus het risico blijft dat als je verliest, jij die twee facturen moet betalen en dat betekent je faillissement.

    Een bijkomend punt is dat in veel gevallen de zin van de eiser buitengerechtelijk kan worden afgedwongen. Zie de notice-takedown bij Youtube tegen parodie?n en citaten: de filmpjes staan legaal online maar toch gaan ze weg zodra er wordt geklaagd. Of de muziek wordt er gewoon uitgesloopt.

  5. Als je dit soort afpersing en intimidatie wilt beperken, dan moet je voor een heldere wet zorgen, waar rechters geen onverwachte interpretatie aan kunnen geven, en waar je ook met een goedkope advocaat zekerheid aan kunt ontlenen.

    De zoveelste uitzondering toevoegen helpt dan inderdaad niet.

    Als ik een analogie maak naar software-ontwikkeling, dan zie ik het auteursrecht als een werk waar al een groot aantal patches op zijn gedaan, en waarvoor nog een groot aantal andere patches gewenst zijn. Al die patches zijn een aanwijzing dat de hele basis-opzet van de auteurswet niet meer past bij de huidige maatschappij.

    Nog een ideetje van mij; iets minder radicaal deze keer, in vergelijking met het idee om het auteursrecht te vervangen door overheids-financiering: stel iedereen in staat om een dwanglicentie te verkrijgen voor het verspreiden van een werk, tegen een wettelijk vastgesteld percentage van de verkoopprijs. Dus: stel dat dit percentage 50% is, dan mag ik elk werk voor elke prijs verkopen, als ik maar 50% van die prijs aan de auteur afdraag.

    Effectief heb je dan alle gratis distributiemethoden gelegaliseerd, ook alle commerci?le methoden die op andere wijze inkomsten verzamelen (bijv. met advertenties). Heel erg internet-compatibel dus.

  6. @arnout: de term is SLAPP, ‘Strategic lawsuit against public participation’ (ook hier omdat wikipedia er even uit schijnt te liggen).

    Korte quote:

    ‘Individuals who have been hit with a SLAPP ??? or “SLAPPed” ??? often report a feeling of having been sued into silence and feel dissuaded from participating in public life again ??? quite often the very effect intended by the SLAPP filer. Although a SLAPP filer usually loses in court, he or she may achieve the goal of silencing future political opposition.’

  7. Het liefst zie ik een soort van ruime “fair use” clausule in de wet ontstaan, die allerlei vage of lange lijsten met min of meer nauw omschreven uitzonderingen vervangt, en waaronder creatief hergebruik in ruime zin ook begrepen kan worden. Dat maakt de wet een stuk compacter, al ben je dan wel weer afhankelijk van rechters die zo’n begrip niet in de loop der jaren enorm gaan indammen (zoals ook in de VS gebeurt). Naar mijn mening mag zelfs het hele exclusieve recht op reproductie uit het auteursrecht verdwijnen — communicatie naar het (grote) publiek is een veel beter punt om rechten aan te koppelen: per definitie openbaar en daardoor controleerbaar.

    Traditioneel werd auteursrecht gerechtvaardigd omdat het de mogelijkheden drukpers om goedkoop mee te profiteren van het werk van anderen indamde, en daarmee de investeringen van drukkers en auteurs in een werk mogelijk maakt. Als een andere partij een vergelijkbare investering in het creatief hergebruik van een werk doet als de oorspronkelijk auteur, en daarmee komt tot een significant ander werk, dan zie ik geen noodzaak dat tweede werk te onderdrukken om daarmee de investering van de eerste auteur te beschermen.

    @ookalex: De anti-SLAPP wetgeving is vooral bedoeld om onterechte aantijgingen van smaad en laster snel de nek om te draaien. Advocaten in de VS zijn erg duur, en in civiele zaken heb je daar zoiets als “discovery”, waarmee ze je enorm op kosten kunnen jagen. De beste bescherming tegen dit soort dingen is duidelijke wetgeving, waarmee de uitkomst van dit soort zaken voorspelbaar wordt, en de toekenning van re?le kosten- en schadevergoedingen als dit soort zaken verloren worden (in de VS zijn de juridische kosten niet automatisch voor de verliezer).

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS