OM niet ontvankelijk na weigering dagvaarding te mailen

| AE 2422 | Informatiemaatschappij | 26 reacties

library-bibliotheek-openbare-computers.pngWie verdacht is in een strafzaak, krijgt normaal alle stukken op zijn woonadres. Daar kun je van afwijken als je dat tijdig opgeeft; je zou het adres van je advocaat of wellicht een postbus kunnen opgeven. Maar in een recent vonnis bepaalde de rechtbank Maastricht (via) dat je ook een e-mailadres mag opgeven – en dan krijg je dus alle stukken elektronisch.

In deze zaak was een verdachte in september 2009 verhoord. Hij had daarbij gemeld geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland te hebben. Wel had hij een e-mailadres dat hij regelmatig controleerde, en hij gaf aan dat alle stukken (inclusief de dagvaarding) daarheen gemaild konden worden. Dat was niet gebeurd, ook niet na herhaalde opdracht van de rechtbank en de man werd bij verstek veroordeeld.

Op zich kun je (artikel 588a Strafvordering) eisen dat “mededelingen over de strafzaak” waar je verdachte in bent, je worden toegezonden op “een adres in Nederland” mits je dat maar bij het eerste verhoor of aan het begin van het onderzoek op de terechtzitting aangeeft (of bij het in beroep gaan). Wordt daar dan geen gehoor aan gegeven, dan kan dat tot niet-ontvankelijkheid voor het OM leiden.

Valt onder “adres” nu ook een e-mailadres? Ja, zegt de rechtbank. De wetgever had bij invoering van dit wetsartikel gemeld dat onder “adres” niet per se alleen een woonadres hoefde te verstaan. In januari 2010 had de Hoge Raad bepaald dat een postbusnummer ook onder “adres” valt. En als je niet in op dat adres hoeft te wonen, dan zou je net zo goed een e-mailadres kunnen gebruiken aldus de rechtbank.

De rechtbank gaat daarbij wel een beetje snel: ik zie wel verschil tussen “stuur het maar naar mijn werk/mijn postbus/mijn ouders” en “ik wil graag alles als PDF”. Bovendien, er staat “een adres in Nederland” en wanneer is een e-mailadres in Nederland? Moet het dan een .nl-extensie hebben? Een mailserver in Nederland zijn? Een mailserver geĆ«xploiteerd door een Nederlands bedrijf? Maar toegegeven, dat is juridische fijnslijperij. Ik ben allang blij dat je nu als verdachte kunt eisen alles digitaal te krijgen.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. @VLDR Dat gevaar lijkt me helemaal niet aanwezig. Als de verdachte niks aangeeft lijkt het mij dat de stukken gewoon bezorgd moeten worden op het adres wat te vinden is in de gemeentelijke basisadministratie. Staat de verdachte daar niet in dan zal er een advertentie in een krant moeten worden geplaatst. Dit vonnis zegt slechts dat een verdachte ook mag aangeven het op een e-mailadres te willen ontvangen maar voor die afwijking is wel een actie van de verdachte zelf nodig. Het lijkt me dat je heel goede argumenten moet hebben wil je dat zonder kennisgeving van de verdachte doen.

  2. @Franc Dat is een leuke. An sich is het natuurlijk de verantwoordelijkheid van de verdachte om zijn spambox te controleren. Maar ik kan mij zo voorstellen dat het OM (vaak niet uitblinkend in IT) de dagvaarding vrolijk omzet in een bitmap van 1 ziljoen pixels bij 1 biljoen pixels. Dat wordt door de gemiddelde spamscanner gelijk weggegooid (en niet eens in een spambox geplaatst). En dan?

  3. @Bram mijn punt is juist dat ik er zelf expliciet voor kies om stukken per email te ontvangen, ook al beschik ik over een woon/verblijfadres waarop ik het op de “traditionele” manier in ontvangst kan nemen. Als ik vervolgens de stukken niet per email krijg, kan ik ze dan als niet ontvangen beschouwen?

  4. @1 VLDR. Ik denk dat het wel in stand houdt. Immers, zoals de Rechtbank Maastricht aanhaalt: toezending geschiedt – conform artikel 585, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering – door middel van een gewone of aangetekende brief over de post dan wel op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze. Over het laatstgenoemde, stelt de Rechtbank Maastricht dat volgens de MvT ruimte is gelaten voor de toekomistige elektronische ontwikkelingen, waaronder op dit moment alsdus ook de e-mail.

    Het maakt, zou je denken, niet uit of je nu wel of geen huisadres hebt om het per e-mail op te vragen. Voor de zekerheid, zou ik als OvJ wel een kopie naar het bekende woon- of verblijfadres doen;)

  5. @VLDR, De standaard rechtsregels zijn dat als het document in je brievenbus (fysiek of elektronisch maakt geen verschil) is beland, je geacht wordt de stukken ontvangen te hebben. Naar mijn mening hoort de overheid met een verzoek om stukken per email te ontvangen rekening te houden, maar je kunt niemand verbieden om toch een envelop te pakken en stukken op ouderwetse wijze te versturen.

  6. @ Mathfox, Eens. De hoofdregel is inderdaad dat je de stukken ontvangen moet hebben. Indien iemand de wens uitspreekt om alles per e-mail te ontvangen, maar de OvJ hier geen gehoor aan geeft en de dagvaarding toch zendt naar het huisadres, zal dit geen niet-ontvankelijkheid opleveren nee;) Hier was echter alleen een e-mailadres bekend, zodat de dagvaarding geheel niet is aangekomen. Misschien dat het OM nu wel haar principes overboord gaat gooien;)

    Ik vind het wel een voordeel dat men met de tijd meegaat. Daarnaast scheelt het een hoop papierwerk voor het OM;-) Alleen ben ik inderdaad benieuwd naar hetgeen Arnoud schetst: is een e-mail wel zonder meer een adres in Nederland?!

  7. Als je dit soort stukken digitaal wenst te ontvangen, mag je dan ook eisen stellen aan de kwaliteit van scans die gemaakt worden?

    Ik neem aan dat er ergens een grens is tussen leesbaar en niet leesbaar, en dat stukken leesbaar aan moeten komen. En welke format mag je eisen, en welke format mag geleverd worden?

  8. @Lepelaar: Ik denk dat die eisen hetzelfde moeten zijn als bij papier. Ook daar mag ik verwachten dat het redelijkerwijs leesbaar is. Maar als ik een ernstige oogafwijking heb waardoor alle letters 23 punts hoog moeten zijn, kan ik niet eisen dat zij alles printen in 23 punts. Idem voor het geval ik blind ben: ik kan niet eisen dat ze alles in Braille aanleveren (tenminste ik kan daar niets over vinden).

  9. Hm, dat was inderdaad niet helemaal duidelijk. Ik las in het begin van het vonnis “tegen verdachte is verstek verleend”, en concludeerde “bij verstek veroordeeld en nu in verzet”. Maar dat klopt niet: in strafzaken betekent “verstek verlenen” niet meer dan “prima, dan doen we de zitting wel zonder de verdachte”.

    De rechtbank vond het na de zittingen belangrijk om alsnog te kijken of de verdachte wel correct opgeroepen was, en concludeert dat dat niet het geval is.

  10. @13: Als een verdachte in een strafzaak niet verschijnt dan moet altijd beoordeeld te worden of hij/zij juist is opgeroepen (artikel 348 Sv).

    @15 / 16: Tegen deze uitspraak staat voor de officier van justitie hoger beroep open. Daarnaast kunnen ze, nu er sprake is van een herstelbare niet-ontvankelijkheid (door de verdachte alsnog per e-mail op te roepen), de zaak ook opnieuw bij de rechter aanbrengen. Dit komt omdat er sprake is van een formele einduitspraak (zie artikel 348 Wetboek van Strafrecht). Zie voor meer uitleg ook Ne bis in idem:

    “Een feit wordt geacht niet te zijn vervolgd als: De strafrechter op het strafproces in een formele kwestie is blijven steken en de nietigheid van de dagvaarding, onbevoegdheid van de rechter of niet-ontvankelijkheid van het OM heeft uitgesproken;”

    @17: De wet (art. 348 Sv) spreekt over ‘de ontvankelijkheid van den officier van justitie’. De officier van justitie maakt deel uit van Openbaar Ministerie. Het niet-ontvankelijk verklaren van de OvJ / OM is in dit geval hetzelfde.

  11. ???niet-ontvankelijk??? betekent ???het OM heeft er zodanig met de pet naar gegooid dat we dit geen eerlijk proces meer kunnen noemen???.

    Het OM is niet-ontvankelijk in zijn vervolging als het geen recht tot strafvervolging (meer) heeft voor het feit zoals het aan verdachte ten laste is gelegd. Er zijn diverse gronden voor de niet-ontvankelijkheid. Een daarvan is het schenden van de rechten van verdachte, hetgeen in dit geval is gebeurd. Het is echter niet de enige grond. Zo is het OM ook niet ontvankelijk als het geen rechtsmacht heeft, als het feit verjaard is, als er sprake is van ne bis in idem en nog meer.

    Bij de niet-ontvankelijkheid kan je trouwens ook nog onderscheid maken tussen herstelbaar en niet herstelbaar. Indien het OM de gemaakte fouten kan herstellen en zo de reden voor de niet-ontvankelijkverklaring ongedaan kan maken, kan iemand opnieuw vervolgd worden. Indien het niet te herstellen is, heeft het opnieuw aanbrengen van de zaak geen zin (de uitkomst zal dan hetzelfde zijn) en resteert voor het openbaar ministerie enkel de mogelijkheid van hoger beroep.

    Zie onder meer ook: Strafrecht, de formele en materiele vragen en de al eerder aangehaalde link over ne bis in idem.

  12. Dit wordt leuk. De verzender zal altijd moeten bewijzen dat zijn digitale exemplaar van het verzondene exact dan wel aantoonbaar gelijk is aan het digitale exemplaar dat ontvangen is door de gedaagde. En dat, voor digitale omgevingen, gedurende een zeer lange tijd.

    Volgens mij zijn politie en justitie daar procedureel en technisch gezien nog lang niet klaar voor.

  13. @14

    In het vonnis staat dat het OM van de rechtbank (twee maal) opdracht gekregen heeft om de verdachte per email op te roepen voor de zitting.
    Ik vind dit toch een andere indruk geven dan het artikel. Er lijkt me toch wel een groot verschil tusen het negeren van een wens van een verdachte en het negeren van een opdracht van de rechtbank.

  14. @ 20 Terechte opmerking. @14 De schijn wordt zo gewekt dat het negeren van het verzoek van de rechtbank niet-ontvankelijkheid opleverde. Als je de overweging leest, zie hieronder, dan bedoelen ze voornamelijk de wens van de verdachte, maar wegen zij OOK (de bijzin) mee dat de verzoeken van de rechtbank genegeerd werden.

    “Nu het openbaar ministerie in de geschetste situatie, ook na herhaalde opdracht van de rechtbank, heeft geweigerd om verdachte per e-mail op de hoogte te brengen van de inhoud van de tenlastelegging, de rechten van verdachte en van de dag, het tijdstip en de plaats van de terechtzitting, ziet de rechtbank reden om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van verdachte”

  15. Dit wordt nog leuk, we kunnen nu kwesties krijgen rond de authenticiteit van de digitale versie (= het origineel) van de dagvaarding.

    Degene die de dagvaarding in digitale vorm heeft verstuurd zal er voor moeten zorgen dat zijn eigen exemplaar exact danwel aantoonbaar gelijk is aan het exemplaar dat hij heeft verzonden. En hij zal dit ???digital born??? document ook gedurende de wettelijke bewaartermijn moeten beheren en ongeschonden door de tijd moeten krijgen. Een bewaartermijn die zeker voor digitale omgevingen zeer lang kan zijn.

    Naar mijn weten is justitie daar, inhoudelijk en technisch gezien, nog niet klaar voor. Een ???lawyer???s paradise????

  16. @Diego en @hAl: Ik lees het dat vooral de wens van de verdachte de doorslag gaf. Dat de rechtbank het al eerder gezegd heeft, was “ook” een reden maar niet de enige. Het is natuurlijk niet slim om een rechtbank te negeren als die vervolgens over je zaak moeten oordelen. Als ik moet raden naar het geheim van de raadkamer, dan ja het was de genegeerde opdracht van de rechtbank. Maar zoals het er staat, is het de wens van de verdachte die gevolgd had moeten worden.

    Ik heb een zin toegevoegd daarover.

  17. Sja, maakt het in deze nog uit, of de verdachte verteld is, dat een mail adres voldoende is om geinformeerd te worden? Ik lees wel wat over de vraag van de verdachte, maar niet over het antwoord van de politie daarop. Als de ondervragende rechercheur aangeeft, dat het e-mail adres voldoende informatie is, is dat toch wat anders dan wanneer die rechercheur aangeeft, ‘zonder vaste woon en verblijfplaats zetten we de dagvaarding wel in de krant’. Of maakt dat niets uit?

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS