Met ‘online straatverbod’ hoopt burgemeester Halsema online shamers harder aan te pakken

| AE 12666 | Regulering | 2 reacties

Door middel van ‘online straatverboden’ hoopt burgemeester Halsema de ongewenste verspreiding van privébeelden op internet harder aan te kunnen pakken. Dat las ik bij AT5. De burgemeester wil hiermee ervoor zorgen dat daders zich niet meer in de buurt van een slachtoffer kunnen vertonen, ook online. De gemeente onderzoekt nog of het überhaupt juridisch haalbaar is, lees ik dan. Ik ga een poging wagen.

De zorg over online naming en shaming van met name kwetsbare jongeren wordt steeds groter, en het blijft lastig om dit op een effectieve manier aan te pakken. Maar de impact kan enorm zijn bij de slachtoffers, zoals een dertienjarig meisje dat door publicatie van zulke beelden zich tot zelfdoding gedwongen voelde. Vandaar dat ook gemeentes naar nieuwe instrumenten zoeken.

In april vorig jaar hadden we het over een internetverbod voor overlastgevers. De burgemeester is immers bevoegd mensen gebiedsverboden en huisverboden te geven, zo staat in de Gemeentewet (art. 172a). Maar dat gaat over fysieke terreinen, iets waar het vrij logisch is dat de gemeente er over gaat. Het is immers in hun gemeente.

De enige mogelijk relevante bevoegdheid voor internetverboden zou in artikel 172 lid 3 zijn:

De burgemeester is bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde.
Dit wordt gezien als een ‘lichte’ bevoegdheid, omdat ze wordt ingezet bij lichte vergrijpen waarbij er eigenlijk geen aparte strafbaarstelling is. Een tijdelijk gebiedsverbod is hiermee mogelijk. Dit artikel is ingevoerd als deel van de Voetbalwet, maar is natuurlijk niet alleen inzetbaar bij te verwachten voetbalrellen of iets dergelijks. Je zou kunnen zeggen dat dit artikel ook kan toezien op internet: als iemand via internet de orde in de gemeente verstoort, dan zou je hen kunnen verbieden internet op te gaan, althans dat deel waar zhij die verstoring veroorzaakt.

De aanleiding in 2020 waren diverse cyberaanvallen, wat ik nog wel wil zien als een verstoring van de openbare orde. Alleen heb ik moeite om diezelfde term te passen op chantage of vernedering van één persoon. Hoe kwetsend ook, een openbare orde verstoring is dat niet. Daar zou je pas aan zitten als er grootschalig aandacht voor komt, waardoor de gemeente als zodanig in oproer of verstoring komt. Dat kan zeker aan de orde komen bij dit soort wangedrag, maar de boel moet dan zeg maar al een eind uit de hand gelopen zijn.

Natuurlijk is er een politiezaak van te maken, je zou zeggen dat dit vrij eenvoudig als smaad (vanwege de reputatieschade die men probeert aan te richten) of het verspreiden van kinderporno (veel slachtoffers zijn minderjarig) te kwalificeren is. Helaas komt dat vaak niet goed van de grond. Ik citeer AT5:

Experts en gemeente zijn huiverig voor de verkeerde reactie op de soms heftig verhalen. Halsema: “De reactie mag natuurlijk nooit zijn dat je je lichaam niet meer kunt laten zien. De fout zit niet op je lijf, maar op de reacties.” Dit zogenoemde ‘victim blaming’ is één van de grootste problemen rond exposing en shaming.
Zelf ken ik van klanten ook die problemen: wil je aangifte doen, krijg je te horen dat je dan zelf óók mogelijk vervolgd kunt worden omdat je de foto als veertienjarige zelf hebt gemaakt. Of, en daar ben ik echt verbijsterd over, dat “je social media ook kunt negeren”.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Het voelt erg gedwongen. Die wet -de enige die dan enigzins van toepassing lijkt te zijn- is overduidelijk niet gemaakt of bedoeld voor dit soort situaties, en dat geeft mij een ongemakkelijk gevoel. Ik begrijp natuurlijk dat er een probleem speelt waar wat mee gedaan moet worden, maar ik vind dat wetten alleen gebruikt moeten worden voor de situaties waar die wetten voor bedoeld zijn, zodat de bevoegdheden en straffen die er in staan in verhouding staan tot de ernst van het op te lossen probleem en er rekening gehouden kan worden met andere belangen. De wet is duidelijk gemaakt voor de echte wereld, niet voor de online wereld, en zou dus ook niet van toepassing moeten zijn op die online wereld. Laat onverlet dat het natuurlijk erg vervelend is voor de slachtoffers, en ik begrijp zeker de wens die op een of andere wijze te helpen.

  2. Zucht. Uitsluitend voor de bühne, niet meer dan vermeende daadkracht projecteren en ondertussen ‘nog onderzoek moeten doen of het juridisch haalbaar is’. Ja het is een probleem dat geenszins gebagatelliseerd mag worden. Maar dat pak je niet aan op basis van een eeuwen-oud instituut (stad) en de twee eeuwen oude wet (gemeentewet) waarmee veel steden nauwelijks al de fysieke ruimte veilig kunnen maken, laat staan een online omgeving. Als je dit wilt, moet het landelijk met een goede verankering in het strafrecht (ook nog niet makkelijk) en voldoende opsporingscapaciteit (en wat gaan we dan niet meer doen?). De gemeente kan wellicht wat op het gebied van preventie en weerbaarheid kunnen doen, maar daar houdt het echt bij op.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS