Mag ik een snelheidsboete bij de gemeente declareren als hun bordje verkeerd was afgesteld?

Automobilisten die 20 kilometer per uur te hard over de Wittevrouwensingel in Utrecht rijden krijgen toch een lachend gezichtje te zien op een display langs de weg. Dat meldde de lokale Utrechtse krant DUIC onlangs (dank, Utrechtse tipgever). De snelheidsmeter van de gemeente, zo’n rood/groen gezicht-matrixbord, bleek namelijk verkeerd ingesteld: hoewel de maximumsnelheid daar 30 is, was het bord afgesteld op 50. Wat de tipgever me deed vragen, als ik dan een verkeersboete krijg, mag ik die dan verhalen op de gemeente wegens foute voorlichting?

Wa dâchie zelluf, zouden ze in Utrecht zeggen. Want natuurlijk is zo’n matrixbord geen verkeersbord (bord A3) en dus bepaalt het niet wat de maximumsnelheid is aldaar. Daar is het ook niet voor bedoeld, het bord geeft immers jouw actuele snelheid aan en niet de toegestane snelheid. In combinatie met de kleuren en het gezichtje is het in de praktijk een effectief middel om mensen hun snelheid te laten matigen.

Desondanks, je rijdt daar 50, het bordje is groen, jij denkt dat je goed zit en 5 meter verderop staat Agent Patrick en die bekeurt je voor te hard rijden. Waar sta je dan, juridisch? De boete is op zich terecht want de maximumsnelheid van 30 km/uur is daar rechtsgeldig tijdig aangekondigd (bord A01-30ZB). De uitweg is dan: de gemeente heeft deze boete te vergoeden, want zij heeft onjuist advies gegeven (“je rijdt 50, keurig”).

Een overheidsorgaan is in theorie aansprakelijk te stellen voor onjuist advies. De lat ligt wel erg hoog, hoewel het antwoord altijd afhankelijk van het geval is:

Eerst indien de belanghebbende in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs erop heeft mogen vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen met een bepaalde inhoud werden gegeven, kan plaats zijn voor het oordeel dat het verstrekken van die inlichtingen, indien deze onjuist of onvolledig zijn, onrechtmatig is jegens de belanghebbende en dat de gemeente deswege jegens de belanghebbende aansprakelijk is doordat deze door die onjuiste of onvolledige inlichtingen, kort gezegd, op het verkeerde been is gezet.
In gewoon Utrechts, pardon Nederlands: was het redelijk om te denken, dit bord klópt, de groene vijftig is een juist advies? Ik zou zeggen van niet, zelfs niet als je redeneert dat de gemeente toch wel weet hoe hard je in een bepaalde straat mag.

De belangrijkste reden voor mij daarbij is dat je net 500 meter terug een bord “zone 30” bent gepasseerd en dus zélf moet weten dat je er 30 mag. Dat is immers sowieso de regel in het verkeer, en er is geen verkeerssituatie waarin je binnenin een zone 30 toch 50 mag. Het bord kan dus niet kloppen, en ik zie dan ook geen redelijke grond om te denken “zou het dan tóch”.

Arnoud

Met ‘online straatverbod’ hoopt burgemeester Halsema online shamers harder aan te pakken

Door middel van ‘online straatverboden’ hoopt burgemeester Halsema de ongewenste verspreiding van privébeelden op internet harder aan te kunnen pakken. Dat las ik bij AT5. De burgemeester wil hiermee ervoor zorgen dat daders zich niet meer in de buurt van een slachtoffer kunnen vertonen, ook online. De gemeente onderzoekt nog of het überhaupt juridisch haalbaar is, lees ik dan. Ik ga een poging wagen.

De zorg over online naming en shaming van met name kwetsbare jongeren wordt steeds groter, en het blijft lastig om dit op een effectieve manier aan te pakken. Maar de impact kan enorm zijn bij de slachtoffers, zoals een dertienjarig meisje dat door publicatie van zulke beelden zich tot zelfdoding gedwongen voelde. Vandaar dat ook gemeentes naar nieuwe instrumenten zoeken.

In april vorig jaar hadden we het over een internetverbod voor overlastgevers. De burgemeester is immers bevoegd mensen gebiedsverboden en huisverboden te geven, zo staat in de Gemeentewet (art. 172a). Maar dat gaat over fysieke terreinen, iets waar het vrij logisch is dat de gemeente er over gaat. Het is immers in hun gemeente.

De enige mogelijk relevante bevoegdheid voor internetverboden zou in artikel 172 lid 3 zijn:

De burgemeester is bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde.
Dit wordt gezien als een ‘lichte’ bevoegdheid, omdat ze wordt ingezet bij lichte vergrijpen waarbij er eigenlijk geen aparte strafbaarstelling is. Een tijdelijk gebiedsverbod is hiermee mogelijk. Dit artikel is ingevoerd als deel van de Voetbalwet, maar is natuurlijk niet alleen inzetbaar bij te verwachten voetbalrellen of iets dergelijks. Je zou kunnen zeggen dat dit artikel ook kan toezien op internet: als iemand via internet de orde in de gemeente verstoort, dan zou je hen kunnen verbieden internet op te gaan, althans dat deel waar zhij die verstoring veroorzaakt.

De aanleiding in 2020 waren diverse cyberaanvallen, wat ik nog wel wil zien als een verstoring van de openbare orde. Alleen heb ik moeite om diezelfde term te passen op chantage of vernedering van één persoon. Hoe kwetsend ook, een openbare orde verstoring is dat niet. Daar zou je pas aan zitten als er grootschalig aandacht voor komt, waardoor de gemeente als zodanig in oproer of verstoring komt. Dat kan zeker aan de orde komen bij dit soort wangedrag, maar de boel moet dan zeg maar al een eind uit de hand gelopen zijn.

Natuurlijk is er een politiezaak van te maken, je zou zeggen dat dit vrij eenvoudig als smaad (vanwege de reputatieschade die men probeert aan te richten) of het verspreiden van kinderporno (veel slachtoffers zijn minderjarig) te kwalificeren is. Helaas komt dat vaak niet goed van de grond. Ik citeer AT5:

Experts en gemeente zijn huiverig voor de verkeerde reactie op de soms heftig verhalen. Halsema: “De reactie mag natuurlijk nooit zijn dat je je lichaam niet meer kunt laten zien. De fout zit niet op je lijf, maar op de reacties.” Dit zogenoemde ‘victim blaming’ is één van de grootste problemen rond exposing en shaming.
Zelf ken ik van klanten ook die problemen: wil je aangifte doen, krijg je te horen dat je dan zelf óók mogelijk vervolgd kunt worden omdat je de foto als veertienjarige zelf hebt gemaakt. Of, en daar ben ik echt verbijsterd over, dat “je social media ook kunt negeren”.

Arnoud

Mag een gemeente WhatsApp-reclamebordjes ophangen ter buurtpreventie?

Via Twitter:

Het logo van WhatsApp op de borden [met “Attentie buurtpreventie” zie hiernaast] heeft geen enkele functie bij het attenderen van burgers op de aanwezigheid van buurtpreventie. Het is dus weldegelijk reclame.
Dit haakt in op een discusssie de de Piratenpartij Delft voerde met de gemeente, naar aanleiding van diens oproep om een vragenlijst over veiligheid in te vullen. De PP had bij de oproep een foto gezien van zo’n bordje in Delft, en vroeg zich af waarom de gemeente stug reclame blijft maken voor privacy schendende diensten van WhatsApp-eigenaar Facebook.

“De gemeente gebruikt facebook, maar bijvoorbeeld ook Twitter, Instagram en de gemeentewebsite als ‘middel’ om bepaalde informatie te verspreiden en om bepaalde doelgroepen te bereiken,” reageerde een woordvoerder. Wat natuurlijk geen antwoord is, vandaar dat men doorvroeg en dit antwoord kreeg:

Veel bewonersgroepen werken met WhatsApp voor buurtpreventie. De borden zijn standaard borden die men erop attendeert dat er buurtpreventie actief is. Het is dus geen reclame. De vormgeving van de attenderingsborden sluiten aan op wat landelijk gebruikt wordt.
Het terechte punt van de PP is natuurlijk waarom men WhatsApp noemt bij die dienst. Dat een buurt zich bezighoudt met buurtpreventie is op zich logisch en een gemeente kan dat prima toejuichen. Maar net zoals de gemeente zal verwijzen naar supermarkten in plaats van naar de Albert Heijn, zou men dan toch moeten verwijzen naar, eh ja, een chatdienst buurtpreventie? Ik geef toe dat dat volstrekt niet bekt.

Het concept van “WhatsApp buurtpreventie” stamt voor zover ik kan zien uit 2015. Toen was WhatsApp eigenlijk de enige serieuze groepsmessenger in Nederland, dus als je snel elkaar tips wilde geven over verdachte sujetten of vervelende situaties in de openbare ruimte, dan was een WhatsApp-groep de enige echte optie. Dat dat dan groeit tot “het” woord voor dat soort gezamenlijk opletten, dat begrijp ik dan wel.

Daaruit volgt dat je als gemeente ook gewoon “WhatsApp buurtpreventie” zegt als je bedoelt dat men buurtpreventie doet en daarbij een groepschatapp gebruikt. Want met die term herkent iedereen het, en het logo is ook zeer aansprekend. Bordje erbij, klaar is Trevor.

En ja, dan promoot je als gemeente dus een commerciële dienst – die óók nog eens een keer gekoppeld is aan rechtsextremisme-aanwakkerende datagraaiende dienst Facebook, dus hoe haalt Delft het in zijn hoofd. Ja, ik zie de raadslieden zich al warmlopen bij de interruptiemicrofoon. Maar ik zou zelf deze wijze van gebruik van het logo niet direct als “reclame voor WhatsApp” benoemen. Dit is hoe we dit soort diensten noemen in Nederland.

Arnoud

 

Mag een apotheek je laten inloggen met je BurgerServiceNummer?

bsnEen lezer vroeg me:

Mijn apotheek biedt de mogelijkheid om online herhaalrecepten voor medicatie aan te vragen. Maar dan moet je inloggen met BSN. Dat mag toch helemaal niet?

De regel bij het BSN is eigenlijk simpel: alleen als in een wet staat dat het voor een specifiek doel mag worden gebruikt, is dat toegestaan. Ander gebruik, hoe handig of makkelijk ook, is eenvoudigweg verboden. En ja, hier staan boetes op sinds 1 januari.

Dat een apotheek het BSN mag gebruiken, staat in de Wet gebruik BSN in de zorg. Doel is te waarborgen dat de in het kader van de verlening van zorg te verwerken persoonsgegevens op die cliënt betrekking hebben. Je wilt immers geen medicatie aan de verkeerde persoon meegeven, of per abuis onthullen wat voor aandoening iemand heeft.

Het daaronder hangend Besluit werkt uit dat bij het identificeren van een klant het BSN mag worden gebruikt. Hierbij kan ik echter niet vinden hoe dat moet, en al helemaal niet in het geval de cliënt zich online meldt. Ik vermoed dus dat het niet mag, omdat er geen wettelijke regeling lijkt te zijn die zegt van wel.

Meer algemeen lijkt het me problematisch, omdat het BSN in het algemeen niet bedoeld is als dossiernummer of administratief kenmerk. Een gebruikersnaam valt daar ook onder. Dit wordt ook zo gemeld door de toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens:

De gemeente mag uw burgerservicenummer (BSN) niet gebruiken als briefkenmerk of dossiernummer. De gemeente mag u ook niet vragen om standaard uw BSN te vermelden in brieven die u naar de gemeente stuurt. Daarvoor is het BSN niet bedoeld.

En wat voor een gemeente geldt (hoi Beverwijk en Alkmaar) lijkt me voor een apotheek ook te gelden.

Arnoud

Jeugdwet biedt kinderen onvoldoende privacy

jeugdwet-tekst-toelichtingDe privacy van kinderen is in de Jeugdwet onvoldoende geborgd, las ik bij NRC. Sinds 1 januari gaat zorg bij psychologen en pedagogen via de gemeente, en die willen daar een rekening voor zien. Op die rekeningen staat echter privacygevoelige informatie, zoals naam en adres van het kind maar vaak ook welke behandeling ze hebben gekregen.

Juridisch gezien komt dit probleem door een lacune in de wet: er ontbreekt een bepaling over het doorbreken van de geheimhoudingsplicht door jeugdhulpverleners voor de financiële afwikkeling en controle op de jeugdzorg door de gemeente. Daarmee is het formeel legaal voor een gemeente om te vragen naar een specificatie voor die afwikkeling, oftewel graag per patiënt vermelden welke behandeling is verricht.

Jeugdhulpverleners hebben een geheimhoudingsplicht, zo staat in de Jeugdwet. Een dergelijke geheimhoudingsplicht impliceert, aldus het Cbp, dat de jeugdhulpverlener geen persoonsgegevens van cliënten aan derden mag verstrekken. Helemaal niet als het gaat om bijzondere persoonsgegevens, waaronder gegevens over ziekte of gezondheid per definitie vallen.

Logisch zou je zeggen, dus waarom vragen gemeenten er dan toch om? Dat wordt me dan niet duidelijk uit het artikel. Uitgaande van mijn vuistregel dat je pas kwade wil mag veronderstellen als incompetentie bewezen afwezig is, houd ik het op een bureaucratisch iets: we willen duidelijke facturen, en daaronder valt een specificatie per patiënt want anders kunnen we niet zien waar er voor wordt gedeclareerd. En we moeten de naam hebben om te zien of deze persoon wel in onze gemeente woont.

Tot 1 januari gingen dergelijke declaraties naar zorgverzekeraars. Het probleem deed zich daar niet voor, zo te lezen omdat daar wél protocollen en regels waren die voldoende waarborgen gaven om deze informatie te beschermen. Dus waarom zijn die niet overgenomen? Zó moeilijk is het toch niet?

Arnoud

Gemeente mag binnenkort mobiele camera’s en drones inzetten voor toezicht

dome-camera.jpgDe Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel van Minister Opstelten aangenomen waardoor een gemeente voortaan zelfstandig kan bepalen of er mobiele camera’s, waaronder drones, ingezet mogen worden. Dat meldde Security.nl onlangs. Het toezicht moet wel proportioneel zijn want “in het algemeen kan worden gesteld dat -vanwege de ruimere mogelijkheden en de inherente privacygevaren- de inzet van rijdende en vliegende camera’s als een zwaarder middel kan worden aangemerkt dan de inzet van statisch opgestelde camera’s.” Eh ja, juist.

Gemeentes mogen opsporingsmiddelen zoals camera’s alleen inzetten als daar een wettelijke bevoegdheid voor is. Dit omdat camera’s raken aan de privacy van de burger, en de overheid mag die alleen schenden als dat wettelijk geregeld is (én de schending gerechtvaardigd en proportioneel is voor het doel). De huidige wet (art. 151c Gemeentewet) bepaalt dat gemeentes cameratoezicht mogen hanteren, maar alleen “aangebrachte” camera’s, oftewel camera’s die ergens hangen en vaste plekken filmen.

Het wetsvoorstel van Ivo “Drone” Opstelten verruimt dit: de eis dat de camera “vast” moet zijn, wordt geschrapt. Daarmee zijn tijdelijk opgehangen camera’s toegestaan als middel ter observatie van de burger, maar ook volledig losse camera’s zoals een agent met helmcam of een drone die over de gemeente vliegt.

De procedure wordt dat de burgemeester (na toestemming hiervoor van de gemeenteraad) een gebied aanwijst waarbinnen camera’s mogen worden ingezet. Dit is simpeler dan hoe het nu is: nu moet in het besluit worden vastgelegd wáár de vaste camera’s komen te hangen. Dat is voor vaste camera’s logisch maar bij mobiele camera’s werkt dat natuurlijk niet. De eis van borden die het gebied markeren (“Let op: mobiel cameratoezicht”) blijft wel gehandhaafd. Ook mogen nog steeds alleen getrainde politieagenten de camera’s uitkijken.

Cameratoezicht blijft een lastig onderwerp. Je ziet dat ook terug in de stukken bij dit wetsvoorstel: onduidelijk is of het werkt, maar ook onduidelijk is of het niet werkt. En aangezien er toch behoefte aan is, en de burger er niet al te moeilijk over doet, moeten we het dan toch maar doen in het kader van criminaliteitsbestrijding. En dan krijg je dit soort zinnen:

De inzet van cameratoezicht in de publieke ruimte en het vastleggen van de beelden in het belang van de handhaving van de openbare orde draagt bij aan de veiligheid in de publieke ruimte en bevordert het zichtbaar maken van overlast, geweld en criminaliteit waardoor een effectievere bestrijding mogelijk wordt.

Maar waar dat op gebaseerd is?

Arnoud

Gemeente mag geen leges heffen voor Wob-verzoek

wobGemeentes mogen geen leges heffen voor het leveren van informatie naar aanleiding van een Wob-verzoek, bepaalde de Hoge Raad gisteren. Bij De Nieuwe Reporter spreken ze van “uit handen slaan van een belangrijk wapen uit om Wob-verzoeken van journalisten te traineren”.

Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur mag iedereen overheidsstukken opvragen (behalve in een paar categorieën uitzonderingen). Journalisten maken hier graag gebruik van, en met name bij gemeenten wordt dat nogal eens als een last ervaren. Om gevis naar stapels documenten onder de Wob binnen de perken te houden, of afhankelijk van je frame om de vrije nieuwsgaring te belemmeren, werd onder meer vaak leges geheven. Brenno ‘Bigwobber’ de Winter kreeg 30.000 euro aan leges voor de kiezen, bijvoorbeeld.

Nu zijn leges op zich legitiem wanneer de burger een dienst wil van de overheid. Maar bij diensten die primair om een algemeen belang gaan, mag dat niet. U herinnert zich wellicht nog de uitspraak uit 2011 over het paspoort dat gratis werd, dit ging over dezelfde redenering. (Daarna werd snel een reparatiewetje doorgevoerd dat expliciet zei dat gemeentes wél geld mogen vragen voor paspoorten, wat door de rechter bevestigd werd.)

De Hoge Raad trekt die lijn nu door naar leges voor Wob-verzoeken:

[Uit de wettekst] moet worden afgeleid dat de openbaarmaking van informatie naar aanleiding van een Wob-verzoek, behoudens de hierna in onderdeel 3.3.7 genoemde werkzaamheden, niet in overheersende mate verband houdt met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang.
Uitgezonderd zijn de in 3.3.7 van het arrest genoemde zaken: kopieën van documenten en uittreksels of samenvattingen van de inhoud daarvan. Dat is wél een “individualiseerbaar belang”, iets dat de Wobber specifiek vraagt en niet een dienst van algemeen nut.

Is het probleem daarmee van tafel? Nou nee, niet bepaald. Want gemeentes zullen nu niet ineens Wob-fan worden, noch zullen journalisten ineens minder Wobverzoeken gaan indienen. Dus er zullen hordes opgeworpen blijven worden tegen wat gemeentes zien als excessief gewob, en journalisten zullen daartegen blijven ageren.

De IT-er in mij ziet (zoals bij elk probleem) de oplossing in een database: waarom zetten gemeentes niet standaard zo veel mogelijk informatie online? Het lijkt me dat als je een document maakt je snel kunt inschatten of het openbaar moet zijn of niet. En als er privédetails in zitten dan kun je dat beter tijdens het opstellen van het document weglaten of redigeren dan achteraf. Of mis ik iets?

Arnoud

Is een mail in de spambox ‘ontvangen’?

aanbesteding-tender-hahaha.pngEen lezer vroeg me:

Recent heeft mijn bedrijf ingeschreven op een aanbesteding bij een gemeente. Wij kregen daar geen reactie op en besloten na enkele weken eens te gaan bellen. Als reactie kregen we toen eerst dat onze mail niet ontvangen was, en een paar dagen later werden we alsnog gebeld: onze mail was in de spambox terecht gekomen en daar nu pas aangetroffen. Ondanks onze protesten werden we uitgesloten van de aanbesteding omdat de mail niet op tijd was ontvangen en de termijn inmiddels verstreken was. Kan dat zomaar?

Ik denk dat de gemeente zeker wel geacht moet worden de inschrijving tijdig te hebben ontvangen. Hoofdregel uit de wet is dat als het bericht is afgeleverd bij de plek die jij hebt aangewezen, jij geacht wordt de inhoud te kennen. Even plat gezegd: als jouw hond achter je brievenbus ligt en alles opeet dat binnenkomt, dan is dat jouw risico en niet dat van de verzender. Dat geldt voor gemeenten net zo goed als voor burgers.

(Het doet denken aan een discussie uit 2009 over de bewijslast bij ontvangst van e-mail.)

Bij heel korte termijnen zou je nog enige verantwoordelijkheid kunnen leggen bij de aannemer. Zie bv. deze zaak waarin een partij verplicht was een domeinnaam over te dragen. Hij had het formulier gemaild maar niet nagebeld of dat was aangekomen. De andere partij had de mail niet gehad, en daardoor ontstond een discussie over gemiste termijnen en verbeurde dwangsommen.

Onder die omstandigheden kon [eiser ] er niet mee volstaan het formulier per e-mail aan [de andere partij] toe te sturen zonder rekening te houden met de mogelijkheid dat het bericht door wat voor oorzaak ook niet was aangekomen of in het ongerede was geraakt. [eiser ] had zich tijdig ervan moeten vergewissen dat het formulier in goede orde door [de andere partij] was ontvangen en van de inhoud kennis was genomen.

Dit is echter een bijzonder geval, vanwege de korte termijn en het grote belang bij deze mail. Ik denk dat je in normale gevallen niet zomaar mag verwachten dat men wel nabelt.

Een andere uitzondering lijkt me als de leverancier zelf iets gedaan had dat de virusscanner of het spamfilter had getriggerd. Als er bijvoorbeeld een virus bij de mail zou hebben gezeten, dan is het logisch dat de mail in quarantaine gaat. En ik zou het kunnen billijken als de inschrijving daardoor wordt gediskwalificeerd. Bij Europese octrooiaanvragen wordt een mail met virus trouwens expliciet gediskwalificeerd en niet als ingediende aanvraag behandeld.

Arnoud

Hoe krijg ik mijn facturen op tijd betaald?

gemeente-juinen.pngEen lezer vroeg me:

Ik ben coach en geef vaak trainingen aan gemeenten. Het valt me op dat er daar erg slecht betaald wordt. Ten eerste is er vaak gedoe dat de factuur naar een ander moet dan de afdeling aan wie ik de training geef. Ten tweede duurt het rustig een maand of twee voordat er betaald wordt. Nu wil ik dit met mijn algemene voorwaarden regelen, maar hoe schrijf ik dat het netste op? Hoe zeg ik “U bent bevoegd om te betalen en u zult binnen 14 dagen betalen?”

Gemeenten en andere overheden zijn berucht om hun slechte betalingsbeleid. Je kunt dus in je facturen en AV zetten wat je wilt, maar er wordt toch pas betaald als zij eraan toekomen.

Je kunt daar met zinnetjes in je offerte weinig aan veranderen. Die worden dan misschien getekend, misschien wordt er eerst over gepiept, maar desondanks gaat de factuur eerst naar de afdeling debiteuren/crediteuren, een maand op de stapel en dan naar de betalend ambtenaar. Dat kun je leuk vinden of niet, en dat kun je verbieden in je AV of in de offerte, maar zo zal het gaan.

Ik weet niet goed wat je daaraan kunt doen, behalve misschien je factuur al vooraf sturen of vooruitbetaling eisen. Maar of je dat krijgt?

Arnoud