Man (19) opgepakt voor het verkopen van valse QR-codes via sociale media

| AE 13079 | Informatiemaatschappij, Regulering | 18 reacties

Agenten hebben woensdagmiddag een negentienjarige man uit het Brabantse Riel opgepakt vanwege het aanbieden van valse QR-codes voor het coronatoegansbewijs op sociale media, las ik bij Nu.nl. Hij wordt verdacht van valsheid in geschrifte, wat vele lezers opmerkelijk vonden want hoezo is een QR code een “geschrift”? Die term gaat toch over voor mensen leesbare geschriften? Nou, niet perse.

De politie kwam de man op het spoor dankzij misdaadverslaggever en programmamaker Kees van der Spek. Die had de aanbieding van de verdachte voorbij zien komen op sociale media. En het komt natuurlijk vaker voor, dat er wordt gehandeld in valse QR codes. Dus logisch dat men hier bovenop zit. Maar is het strafbaar?

Valsheid in geschrifte staat in artikel 225 Wetboek van Strafrecht:

Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
De HR leest de term “geschrift” breed. In een zaak uit 2016 werd het namaken van streepjescodes gezien als valsheid ingeschrifte. Dit was ingegeven door deze opmerking van de wetgever bij een recente herziening van het strafwetsartikel:
Een geschrift is een weergave van al dan niet dadelijk leesbare tekens die in min of meer duurzame vorm zijn vastgelegd. Het begrip tekens dient ruim opgevat te worden; een codesysteem dat met behulp van een decoderingssysteem kan worden gelezen, valt ook hieronder.
De voornaamste vraag is of de codes bestemd zijn om als “echt” te dienen. In die zaak uit 2016 was dat zo: de verdachte had nep-prijskaartjes met streepjescodes gemaakt om zo bij de bouwmarkt goedkoper af te kunnen rekenen. Dan wil je dus dat de winkel de kaartjes als echt beschouwt, hoewel ze dat niet zijn.

Als een streepjescode een “geschrift” is, dan is een QR code dat voor mij ook. Het maakt daarbij niet uit dat de QR code alleen op een scherm staat en niet op papier, zoals die prijskaartjes.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Max 6 jaar gevangenis als ik mij niet vergis.

    Nu hoeft dat niet direct, maar een halfjaartje brommen lijkt mij een mooie straf voor een eerste veroordeling. Dan weet de rest van die malloten ook meteen wat ze riskeren.

    Ik wacht nog op het bericht dat zijn klanten juridisch aangepakt gaan worden. Die zijn immers een groter probleem als de vervalsers.

    • Da’s een leuke. De insteek is dan dat vanwege de context van het gebruik (je doet alsof het jouw actuele coronastatus toont) het een valsheid oplevert. Net zoals een gevonden sleutel gebruiken bij iemands deur maakt dat je met valse sleutel het misdrijf inbraak pleegt. De sleutel is echt maar door de context van jouw gebruik (jij mocht niet naar binnen en jij mocht die sleutel niet gebruiken) is de sleutel dan vals.

      • Maar welke is het dan? Valselijk opgemaakt? Of vervalst? Je mag ‘m gerust analoog houden, want ik heb een papieren QR. Ik denk dat het geen van beide is.

        Misschien moet je het juist zoeken in de sleutel zelf. Want je QR is de sleutel naar ergens binnen. Dus valse sleutel… Alhoewel ik me dan weer afvraag of het vervaardigen of bezitten van een valse sleutel strafbaar is. En dus of alleen de ge-/misbruiker (op heterdaad) gestraft kan worden.

          • Ik had dat stukje van de wetstekst wel gelezen, maar die vlieger gaat hier niet op.

            ‘Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst,’ is niet de leverancier van de QR code, maar de klant van die persoon.

            En dit is zo, juist omdat de valsheid pas gecreeerd wordt bij combinatie van een persoon met een code, en dat doet doe leverancier toch echt niet, maar zijn klant.

            ‘door anderen te doen gebruiken’ is hier dus niet van toepassing.

            Hoezeer het me ook spijt, op basis van deze wetstekst zie ik valsheid in geschrifte gewoon niet. De opgepakte persoon zit fout, zou gestraft moeten worden, maar niet op basis van dit artikel.

            Ik zou het zelf eerder in de richting van oplichting zoeken. De verkoper biedt een product aan dat niet geschikt is voor zijn doel, namelijk dat de koper zich zonder probleem kan presenteren als zijnde gevaccineerd. Dat kan die koper echter pas als hij zelf een misdrijf pleegt, dus het produkt doet niet (en kan ook nooit doen) waar het voor verkocht wordt.

            Let op: dit wel allemaal onder de veronderstelling waar dit sub-draadje op gebaseerd is: dat het gewoon een kopie van een correcte code is. Als de inhoud van de code niet klopt, niet correct is, dan is het natuurlijk een ander verhaal.

            • Ik zie de feiten als “de leverancier levert een code aan zijn klant waarbij de leverancier op zijn klompen kan aanvoelen dat zijn klant die code gaat gebruiken als (vals) bewijsmiddel voor zijn covid status.” Zo valt het onder Art. 225. Ik geef toe dat er op het gebied van “opmaken” of “vervalsen” wel wat af te dingen is als door de overheid gegenereerde codes ongewijzigd worden doorgegeven aan de klant.

    • Relevant hier is de zaak HR 19 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX5810 over de valsheid van een kleurenkopie van een rijbewijs. De advocaat van de verdachte voerde aan dat van een vervalsing geen sprake was, omdat het een identieke ongewijzigde fotokopie van het echte rijbewijs betrof. Het hof oordeelde dat de kopie toch een vervalsing was omdat de echtheidskenmerken in de kopie ontbraken. De Hoge Raad was het daarmee eens, daarbij in aanmerking nemende dat de verdachte gehouden was om het origineel te overhandigen. Ik weet niet hoe de 19-jarige uit dit nieuwsbericht precies te werk ging en of deze redenering een-op-een kan worden overgenomen, maar anders zie ik nog wel aanknopingspunten in de redenering van de procureur-generaal (uit de conclusie):

      Als men echter wél met het oogmerk van zodanig gebruik van een uniek origineel een getrouwe kopie maakt zal er, dunkt mij, wel van het misdrijf van artikel 225 lid 1 Sr sprake zijn, omdat dan de bedoeling van het aanmaken van de kopie is om het als ware het origineel te gebruiken. En de kopie is onder omstandigheden niet gelijk te stellen met het origineel. Denk maar aan het voorhouden aan een derde van kopieën van waardestukken aan toonder teneinde de eigen kredietwaardigheid aan te tonen. Een kopie van een rijbewijs is niet met het origineel gelijk te stellen omdat de kopie door de verdachte zelf is gemaakt, en niet door de Dienst Wegverkeer is afgegeven.
      De volledige toelichting van de advocaat van de verdachte (die op Navigator staat) kan de 19-jarige zo overnemen. Ik zal hier twee paragrafen citeren waarin de kern staat verwoord, maar de volledige argumentatie is uitgebreider:
      In de gepubliceerde jurisprudentie zijn geen voorbeelden aangetroffen van het aanmerken als vals geschrift van een identieke, ongewijzigde, fotokopie van een echt geschrift, zoals hier aan de orde is. Blijkens vaste jurisprudentie van uw Raad wordt als valsheid in geschrifte aangemerkt het valselijk opmaken en/of vervalsen van een geschrift met bewijsbestemming, dan wel het bezigen van een kopie van een zodanig valselijk opgemaakt of vervalst geschrift (HR 21 december 1971, NJ 1972, 236). Voorts heeft Uw Raad in het arrest d.d. 5 januari 1988, NJ 1988, 788, geoordeeld dat het bezigen van een fotokopie als ware hij gelijk aan het origineel, valsheid oplevert, wanneer in die fotokopie een wijziging is aangebracht ten opzichte van het origineel. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat het bezigen van een fotokopie zonder dat daarin wijzigingen zijn aangebracht, geen valsheid oplevert. Ook wijst requirant op HR 18 maart 1940, NJ 1940, 781, waaruit blijkt dat niet ieder aanbrengen van een verandering in een fotokopie de conclusie kan rechtvaardigen dat sprake is van valsheid in geschrifte.
      Voor allebei de argumenten valt wat te zeggen, maar ik neig naar de uitleg van de procureur-generaal.

      • Voor mij zou het verschil hem zitten in de vraag of men pretendeert dat de kopie een origineel is. Als ik een kopie kentekenbewijs bij me heb en ik zeg tegen de agent “ik ben bang dat het origineel gestolen wordt als ik die in de auto bewaar” dan is dat een ander verhaal dan een kopie op dik plastic zodat ie zo veel mogelijk lijkt op te echte, en ik dan zonder toelichting die laat zien.

        In deze casus gebruikte een vrouw een kopie van een artsendiploma van een naamgenoot (voorletter+achternaam gelijk) als ware het haar diploma. Daar zou “het was een kopie dus geen valsheid in geschrifte” bij mij dus geen argument zijn.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS