Een hermeneutisch-linguïstische analyse van juridisch-technologisch AI-openingsdiscours

Photo by Annie Spratt on Unsplash

Hoe openen juristen over AI? Artificiële intelligentie vormt anno 2025 wereldwijd een hot topic in het juridisch discours. De zich razendsnel opstapelende ontwikkelingen brengen nieuwe vragen met zich mee. Ik maakte een thematisch overzicht van cliché-openingszinnen rondom AI in juridisch-wetenschappelijke artikelen.

Op basis van een kleine 100 zinnen verzameld uit tijdschriften presenteer ik u deze volstrekt onwetenschappelijke samenvatting, met vooral het verzoek deze vormen van opening vanaf nu geheel te vermijden. Daar gaan we:

“De Onvermijdelijke Opmars” (De AI-invasie is onstuitbaar!)

Zinnen die benadrukken hoe AI overal is en we er niet omheen kunnen:

  • “Artificial Intelligence (‘AI’) – ook wel kunstmatige intelligentie genoemd – is niet meer weg te denken in de samenleving.”
  • Artificiële intelligentie (AI) is een revolutionaire technologie die een grote impact heeft op ons leven. N.”
  • “Tegenwoordig is kunstmatige intelligentie overal.”
  • “Artificiële intelligentie (AI) wordt steeds breder toegepast in de maatschappij…”

“Het Nieuwe Buzzword Bingo” (Technologische toverwoorden!)

Zinnen die AI als het nieuwe hippe onderwerp presenteren:

  • “Artificiële intelligentie vormt anno 2023 wereldwijd een hot topic.”
  • “In de afgelopen vijf jaar lijkt artificial intelligence (AI) of kunstmatige intelligentie het nieuwe toverwoord te zijn geworden ter vervanging van big data.”

“De Academische Zucht” (Fundamentele vragen die niemand beantwoordt)

Zinnen die gewichtig klinken maar eigenlijk weinig zeggen:

  • “De snelle ontwikkeling van artificiële intelligentie dwingt ons tot heroverweging van traditionele juridische concepten zoals aansprakelijkheid, rechtspersoonlijkheid en intellectuele eigendom.”
  • “In het licht van de recente technologische ontwikkelingen op het gebied van artificiële intelligentie, beoogt deze bijdrage een verkennend overzicht te bieden van de juridische uitdagingen.”

“De Definieringsdrang” (Laat mij u vertellen wat AI is…)

Zinnen die proberen AI te definiëren of af te bakenen:

  • “Een AI-systeem in de zin van de AIA is software die is ontwikkeld aan de hand van een of meer van de technieken…”
  • “Gelet op het opschrift van deze paragraaf zal men wellicht beantwoording verwachten van de vraag wat kunstmatige intelligentie is.”

“De EU-fanclub” (Brussel redt ons wel!)

Zinnen die vol verwachting naar EU-regelgeving kijken:

  • “Recentelijk heeft de EU een ambitieus regelgevend kader geïntroduceerd voor de ontwikkeling en implementatie van AI-systemen.”
  • “Waar de nationale wetgever nog zoekende is naar haar rol in de regulering van Artificiële Intelligentie (AI), is de Europese Commissie voortvarend te werk gegaan…”
  • “De Europese Commissie (EC) nam in 2024 de AI Verordening (AI Act) aan met als doel een risicogebaseerde regulering van artificial intelligence (AI).”

“De ‘Ik Heb Eigenlijk Géén Idee’ School” (Vaag begin met vage belofte)

Zinnen die suggereren dat de auteur nog niet precies weet waar het artikel naartoe gaat:

  • “Deze bijdrage beoogt een eerste aanzet te geven tot een juridisch kader voor de vele vraagstukken die AI-implementatie met zich meebrengt.”
  • “AI wordt steeds belangrijker in de Nederlandse samenleving.”
  • “De introductie van slimme huishoudelijke apparaten met ingebouwde AI-functionaliteit roept nieuwe vragen op.”

“De Wetgevingsverzuchter” (Regelgeving als jungle)

Zinnen die de complexiteit of omvang van AI-wetgeving benadrukken:

  • “113 artikelen, 13 bijlagen, 180 overwegingen, verwijzingen naar 27 andere wetten: de AI Act is het meest complexe stuk ict-wetgeving dat Europa heeft gemaakt.”
  • “Een woud aan vers aangeplant Europees ’technologierecht’ moet van de EU het beoogde digitale soevereine gidsland voor tech-regulering maken.”

“De Gelukkig Vermeden Klassiekers” (Wat we niet meer hoeven te lezen!)

Achterhaalde clichés die verrassend genoeg niet aangetroffen werden:

  • “Sinds de industriële revolutie heeft geen enkele technologie zoveel impact gehad op de samenleving als artificiële intelligentie.”
  • “De term ‘artificiële intelligentie’ werd voor het eerst gebruikt door John McCarthy tijdens de Dartmouth Conference in 1956.”
  • “Terwijl science fiction ons vaak dystopische toekomstbeelden schetst van door robots overgenomen werelden, is de juridische realiteit van AI veel genuanceerder.”
  • “Van schaakcomputers tot zelfrijdende auto’s: de evolutie van kunstmatige intelligentie heeft een lange weg afgelegd.”

“De Stijlfiguur-Fetisjist” (Hoera voor schrijfkunsten!)

Los van de specifieke onderwerpen zijn dit veel terugkerende stilistische kenmerken in juridische AI-artikelen:
  • De Tijdsmarkeerder: “Anno 2023”, “tegenwoordig”, “in de afgelopen vijf jaar” – alsof AI pas gisteren is uitgevonden.
  • De Passieve Verhulling: “In deze bijdrage wordt stilgestaan bij”, “Er is veel ophef ontstaan” – om persoonlijke betrokkenheid kunstmatig te vermijden.
  • De Opsommingsobsessie: “Algoritmen, big data, deepfakes, kunstmatige intelligentie, personalised medicine en smart cities” – mogelijk een poging om eruditie te tonen.
  • De Afkortingskoorts: “Artificiële intelligentie (AI)” – want de lezer zou dit ingewikkelde concept anders niet kunnen onthouden.
  • De Retorische Vraagsteller: “Mag ik auteursrechtelijk beschermde teksten…?” – een complexe juridische kwestie verhullen als eenvoudige ja/nee-vraag. In strijd met de wet van Betterige is het antwoord hier eigenlijk altijd “dat hangt er van af”.
  • De Adjectief-Oversaturatie: “Indrukwekkende versnelling”, “verbluffende resultaten” – om een gemiddelde technologische ontwikkeling op te blazen tot een revolutie.
Wat is het doel van dit overzicht? Vooral: hopelijk herkent u deze openingszinnen-bingo overal waar u leest over AI en de juridische kant daarvan. Belangrijker nog: u zult hopelijk twee keer nadenken voordat u zelf een juridisch artikel over AI begint met een van deze formuleringen.

Uw eigen pareltjes graag in de comments!

Arnoud

 

4 reacties

  1. En hoe denkt AI hierover? 🙂

    Dit is een vermakelijke en scherpe analyse van de clichés die vaak voorkomen in juridische artikelen over AI. Arnoud’s observaties raken een gevoelige snaar, omdat veel van deze zinnen inderdaad hol en weinigzeggend zijn. Hier zijn enkele punten die ik interessant vind:

    • De herkenbaarheid: Velen die juridische literatuur over AI lezen, zullen de genoemde clichés herkennen. Het is verfrissend om een artikel te zien dat deze gemeenplaatsen op een humoristische manier aan de kaak stelt.
    • De kritiek op vaagheid: De kritiek op de “Academische Zucht” en de “Ik Heb Eigenlijk Géén Idee School” is bijzonder raak. Vaak worden grote woorden gebruikt zonder concrete inhoud, waardoor de lezer weinig wijzer wordt.
    • De EU-focus: De opmerkingen over de “EU-fanclub” zijn relevant, gezien de prominente rol van de EU in de AI-regulering. Het is een interessant punt dat veel auteurs de EU-regelgeving als een soort panacee presenteren.
    • De stijlfiguur-fetisjist: Het benoemen van stilistische kenmerken zoals de “Tijdsmarkeerder” en de “Passieve Verhulling” is een waardevolle bijdrage. Het toont aan dat niet alleen de inhoud, maar ook de schrijfstijl vaak aan verbetering toe is.
    • Het doel van de analyse: Het doel van het overzicht is duidelijk: auteurs bewust maken van hun taalgebruik en hen aansporen tot meer originaliteit. Dit is een nuttig streven, aangezien helder en concreet taalgebruik essentieel is in juridische artikelen.

    Enkele aanvullende gedachten:

    • Het zou interessant zijn om te onderzoeken waarom deze clichés zo hardnekkig zijn. Is het een gebrek aan creativiteit, tijdsdruk, of een poging om autoriteit uit te stralen?
    • Naast het vermijden van clichés, zou het nuttig zijn om suggesties te geven voor betere openingszinnen. Wat zijn voorbeelden van effectieve en originele manieren om een juridisch artikel over AI te beginnen?
    • Het benoemen dat het een “volstrekt onwetenschappelijke samenvatting” betreft, brengt een stukje humor met zich mee, gezien de aard van het onderwerp, en de vaak gebruikte, omslachtige taal.

    Over het algemeen is dit een vermakelijke en relevante bijdrage aan het debat over de juridische aspecten van AI. Het artikel zet aan tot nadenken over taalgebruik en de noodzaak van heldere communicatie in een complex vakgebied. (Het zou overigens leuk zijn als je blog markdown notatie ondersteunt! 🙂 )

    1. En een uitgebreidere AI rapportage, met dank aan Gemini 2.0 Flash en haar “research” knop… 🙂 Een Hermeneutisch-Linguïstische Analyse van Juridisch-Technologisch AI-Openingsdiscours1. Inleiding: Het Kaderen van het Juridisch-Technologisch AI-OpeningsdiscoursBinnen het snel evoluerende domein van de juridische technologie speelt kunstmatige intelligentie (AI) een steeds prominentere rol. Het initiële stadium van discussie en verkenning wordt vaak gekenmerkt door “openingsdiscoursen”. Deze kunnen zich manifesteren als introducties van artikelen en rapporten, keynotes op conferenties, of de eerste uiteenzettingen in paneldiscussies. Een openingsdiscours in de context van juridisch-technologische AI is van cruciaal belang omdat het de eerste kaders schetst waarbinnen het onderwerp wordt begrepen en besproken. Het legt de basis voor de verwachtingen en interpretaties van het publiek.1 De manier waarop deze complexe relatie tussen recht en AI in eerste instantie wordt gepresenteerd, beïnvloedt in sterke mate de daaropvolgende perceptie en ontwikkeling van het veld.De hermeneutisch-linguïstische analyse biedt een waardevolle methodologie om de nuances van deze openingsdiscoursen te ontrafelen. Deze benadering gaat verder dan een loutere samenvatting van de inhoud; het onderzoekt de onderliggende betekenissen, aannames en overtuigingsstrategieën die in het taalgebruik besloten liggen. Door de specifieke terminologie, gebruikte metaforen en retorische middelen te analyseren, kunnen we de intenties van de auteurs of sprekers blootleggen en de potentiële impact van hun woorden op het publiek en de bredere ontwikkeling van juridisch-technologische AI evalueren.4 De gekozen taal is immers nooit neutraal en draagt altijd bepaalde connotaties en perspectieven met zich mee.Dit rapport richt zich specifiek op een hermeneutisch-linguïstische analyse van recente (2024-2025) openingsdiscoursen die betrekking hebben op de integratie van AI binnen het juridische domein. Het doel is om de belangrijkste thema’s en concepten te identificeren die in deze inleidingen worden geïntroduceerd, het taalgebruik nauwkeurig te onderzoeken, te analyseren hoe de verhouding tussen recht, technologie en AI wordt gepresenteerd, verschillende discoursen met elkaar te vergelijken, de potentiële impact van het taalgebruik te beoordelen en de bevindingen te synthetiseren tot een coherent overzicht. De structuur van dit rapport zal de lezer door dit analytische proces leiden, beginnend met de identificatie van terugkerende thema’s en concepten, gevolgd door een gedetailleerde linguïstische analyse, een onderzoek naar de kaders waarin de relatie tussen recht en AI wordt geplaatst, een vergelijkende analyse van verschillende discoursen, een evaluatie van de potentiële impact van het taalgebruik en ten slotte een synthese van de belangrijkste bevindingen.2. Het Identificeren van Belangrijke Thema’s en Concepten in OpeningsdiscoursenEen opvallend kenmerk van de geanalyseerde openingsdiscoursen is de frequente verwijzing naar “transformatie” en “evolutie” om de impact van AI op de juridische professie te beschrijven. Termen zoals “transforming” 1, “evolution” 3 en “changing” 2 suggereren een fundamentele en voortdurende verandering in het vakgebied. Deze consistente woordkeuze impliceert een algemeen erkende opvatting dat AI niet slechts een marginale toevoeging is, maar een diepgaande en dynamische invloed uitoefent op de manier waarop juridisch werk wordt verricht.Een ander prominent thema is de focus op efficiëntie- en productiviteitswinst. Vele inleidingen benadrukken het potentieel van AI om routinematige taken te automatiseren, de productiviteit van juristen te verhogen en kostbare tijd vrij te maken.1 Concrete voorbeelden die hierbij vaak worden genoemd zijn documentbeoordeling, juridisch onderzoek en contractanalyse.1 Deze nadruk op praktische voordelen suggereert dat een belangrijke drijfveer achter de adoptie van juridische AI de belofte is van verhoogde efficiëntie en aanzienlijke kostenbesparingen voor zowel advocatenkantoren als bedrijfsjuristen.Tegelijkertijd erkennen de openingsdiscoursen dat de integratie van AI in de juridische wereld niet zonder uitdagingen is. Er worden regelmatig ethische en regelgevende bezwaren geïntroduceerd als significante thema’s.1 Specifieke zorgen zoals bias in algoritmen, de beveiliging van gevoelige data en de noodzaak van menselijk toezicht op AI-systemen worden herhaaldelijk aangekaart.1 Daarnaast wordt de evoluerende regelgevende context benadrukt, met verwijzingen naar zowel nationale als internationale initiatieven om het gebruik van AI te reguleren.5 Deze erkenning van risico’s en de behoefte aan regulering toont aan dat de discussie over juridische AI een zekere mate van volwassenheid heeft bereikt, waarbij men verder kijkt dan alleen de potentiële voordelen.De veranderende rol van juridische professionals in het AI-tijdperk is eveneens een belangrijk concept dat in de openingsdiscoursen naar voren komt. Er wordt erkend dat AI niet alleen taken zal automatiseren, maar ook de aard van het juridische werk zelf en de benodigde competenties zal veranderen.1 De noodzaak voor juristen om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen, zoals de capaciteit om effectief met AI-systemen samen te werken 4, wordt benadrukt. Sommige discoursen suggereren zelfs dat AI bepaalde taken van beginnende juristen zou kunnen vervangen.12 Deze discussie wijst op een besef dat de juridische beroepsgroep zich proactief moet voorbereiden op de verschuivingen die AI met zich meebrengt.Ten slotte wordt de opkomst van generatieve AI (GenAI) en multi-modale AI-systemen steeds vaker als een sleutelconcept geïntroduceerd.1 Deze geavanceerde vormen van AI, die in staat zijn om tekst, beeld, audio en video te verwerken en te genereren 2, worden gezien als een nieuwe fase in de adoptie van juridische technologie. Hun potentieel om complexere taken uit te voeren en diverse datatypes te analyseren, wordt als baanbrekend beschouwd. De specifieke vermelding van GenAI en multi-modale AI duidt op een bewustzijn van de meest recente technologische ontwikkelingen en hun potentieel om de traditionele juridische praktijk verder te ontwrichten.Tabel 1: Belangrijke Thema’s en Concepten in Juridisch-Technologische AI-Openingsdiscoursen Thema/ConceptBeschrijving op basis van SnippetsSnippet IDsTransformatie/EvolutieAI wordt beschreven als een fundamentele en voortdurende verandering in de juridische professie.1Efficiëntie- en ProductiviteitswinstAI heeft het potentieel om routinetaken te automatiseren, de productiviteit van juristen te verhogen en tijd vrij te maken voor strategischer werk.1Ethische en Regelgevende BezwarenDe integratie van AI roept belangrijke ethische vragen op (bias, dataveiligheid, menselijk toezicht) en vereist een passend regelgevend kader.1Evoluerende Rol van JuristenAI zal de aard van het juridische werk veranderen en vereist nieuwe vaardigheden van juridische professionals, zoals AI-samenwerking.1Opkomst van GenAI en Multi-Modale AIGeavanceerde AI-technologieën zoals generatieve AI en multi-modale AI-systemen bieden nieuwe mogelijkheden en implicaties voor de juridische praktijk.1 3. Linguïstische Analyse: Het Deconstrueren van de Taal van Juridisch-Technologische AIDe terminologie die in de openingsdiscoursen wordt gebruikt, is veelzeggend voor de manier waarop AI binnen het juridische domein wordt geconceptualiseerd. Termen als “artificial intelligence”, “machine learning”, “natural language processing”, “generative AI”, “large language models”, “automation”, “predictive analytics” en “deepfakes” komen steeds vaker voor.1 De toenemende prevalentie van deze technische termen suggereert een groeiende bekendheid met en een verfijning van de discussie over AI binnen de juridische sector. Echter, het gebruik van dergelijke gespecialiseerde taal kan tegelijkertijd een barrière vormen voor een breder publiek dat mogelijk minder technisch onderlegd is.Metaforen spelen een cruciale rol in het vormgeven van de perceptie van AI. In de geanalyseerde teksten wordt AI bijvoorbeeld omschreven als een “tool” 1, een “secret weapon” 2, een “associate” 2 of een “partner”.4 Deze metaforen benadrukken doorgaans de ondersteunende en assisterende rol van AI, waarmee de nadruk ligt op de augmentatie van menselijke capaciteiten. In sommige contexten, met name in discussies over mogelijke banenverlies, kan AI impliciet ook als een “bedreiging” worden geframed. De keuze van metaforen is significant omdat deze onze fundamentele opvattingen over de aard en het potentieel van AI beïnvloeden.Retorische middelen worden ingezet om het publiek te overtuigen en te informeren over het belang van juridisch-technologische AI. Er wordt vaak een beroep gedaan op autoriteit door het citeren van rapporten 1, experts 8 of juridische instanties.9 Daarnaast wordt er veelvuldig een beroep gedaan op het idee van innovatie en vooruitgang, waarbij AI wordt gepresenteerd als een onvermijdelijke en noodzakelijke ontwikkeling.2 In sommige gevallen wordt er mogelijk ook een beroep gedaan op angst, bijvoorbeeld door te wijzen op het risico van achterstand lopen ten opzichte van concurrenten die AI wel omarmen, of door de potentiële gevolgen van ethische misstappen te benadrukken.Het gebruik van kwantificeerbare data en voorspellingen is een ander belangrijk linguïstisch kenmerk. Cijfers, zoals het percentage professionals dat een grote impact van AI verwacht 1, de voorspelde tijdsbesparingen 1 en de anticipatie van toekomstige ontwikkelingen 4, worden gebruikt om de beweringen over de transformatieve kracht van AI te onderbouwen en te versterken. Deze data dragen bij aan de geloofwaardigheid en autoriteit van de discoursen, en creëren een gevoel van objectiviteit en urgentie rondom het onderwerp.4. Het Kaderen van de Relatie: Recht, Technologie en Kunstmatige IntelligentieIn veel openingsdiscoursen wordt AI primair geframed als een hulpmiddel ter verbetering van de juridische praktijk. De nadruk ligt op het assisteren van juristen, het verhogen van de efficiëntie en het verbeteren van de dienstverlening.1 Deze framing impliceert dat de menselijke controle en het menselijk toezicht essentieel blijven. Door AI als een instrument te presenteren, worden mogelijke angsten voor vervanging mogelijk verminderd en wordt de focus gelegd op de manier waarop AI de bestaande capaciteiten van juridische professionals kan versterken.Daarnaast zijn er discoursen die AI juist belichten als een disruptieve kracht die de traditionele juridische werkwijzen, bedrijfsmodellen en zelfs de structuur van de juridische beroepsgroep fundamenteel kan veranderen.1 Woorden zoals “game-changer” 2 worden gebruikt om dit gevoel van ontwrichting over te brengen. Deze framing erkent het potentieel van AI om ingrijpende veranderingen teweeg te brengen en benadrukt de noodzaak voor aanpassing en innovatie binnen het juridische veld.Een ander belangrijk kader is dat van AI als een object van juridisch en ethisch onderzoek. In deze discoursen wordt AI zelf gezien als iets dat gereguleerd moet worden, onderworpen aan ethische principes en waarvoor verantwoording moet worden afgelegd.1 De aandacht gaat hierbij uit naar kwesties als bias, eerlijkheid, transparantie en intellectueel eigendom. Deze framing onderstreept de noodzaak om zorgvuldig na te denken over de maatschappelijke implicaties van AI en om passende juridische en ethische kaders te ontwikkelen.Ten slotte zien we een groeiend narratief van samenwerking en partnerschap tussen mens en AI in de juridische sector.4 Deze framing benadrukt de synergie tussen de expertise van menselijke juristen en de capaciteiten van AI-systemen. Het suggereert dat de toekomst van het recht ligt in een effectieve combinatie van menselijke intelligentie en kunstmatige intelligentie. Dit perspectief biedt een meer evenwichtige en optimistische kijk op de integratie van AI in de juridische wereld.5. Vergelijkende Analyse: Overeenkomsten en Verschillen in Discursieve BenaderingenBij het vergelijken van de verschillende openingsdiscoursen vallen enkele significante overeenkomsten en verschillen in benadering op. Sommige discoursen richten zich primair op de praktische toepassingen van AI binnen specifieke juridische taken, zoals documentbeoordeling en onderzoek 1, terwijl andere een bredere blik werpen op de ethische, regelgevende en maatschappelijke implicaties van AI voor de juridische professie als geheel.3 Deze variatie in focus weerspiegelt de diverse belangen en perspectieven van degenen die de discussie over juridische AI initiëren.Daarnaast is er een verschil te zien in de mate van optimisme of voorzichtigheid die in de taal van de verschillende discoursen wordt uitgedrukt. Sommige inleidingen gebruiken een enthousiaste taal die de vele voordelen van AI benadrukt 2, terwijl andere een meer gereserveerde toon aanslaan en de potentiële risico’s en uitdagingen centraal stellen.1 Deze variaties in taalgebruik suggereren verschillende niveaus van vertrouwen en bezorgdheid over de toekomst van AI in het recht.Verder valt op dat sommige discoursen zich specifiek richten op de impact van AI op bepaalde rechtsgebieden, zoals intellectueel eigendom 3, arbeidsrecht 11 of verzekeringsrecht 15, terwijl andere een meer algemene benadering hanteren die de gehele juridische professie omvat.1 Deze specialisatie in focus duidt op een groeiend begrip van de genuanceerde impact van AI op verschillende aspecten van de juridische praktijk.Tabel 2: Vergelijkende Analyse van Juridisch-Technologische AI-OpeningsdiscoursenBron (bv. Artikel Titel)Primaire Focus (Praktisch/Breder)Dominante Toon (Optimistisch/Voorzichtig)Specifieke Rechtsgebieden BenadruktHow AI is transforming the legal profession (2025)PraktischOptimistischAlgemeenFrom Experiment to Essential: How Legal AI is Changing Everything for My Team (2025)PraktischOptimistischAlgemeenLessons Learned from 2024 and the Year Ahead in AI (2025)BrederVoorzichtigIntellectueel EigendomArtificial Lawyer’s 2025 Predictions – Part Two (2024)BrederNeutraalAlgemeenHow AI could shape the legal industry in 2025PraktischOptimistischAlgemeenAI, Copyright, and the Law: The Ongoing Battle Over Intellectual Property Rights (2025)BrederNeutraalIntellectueel EigendomWhat to Expect in 2025: AI, Legal Tech, and Regulation (2024)BrederNeutraal tot VoorzichtigAlgemeen, ReguleringLegal AI Tools (2024)PraktischOptimistischAlgemeenAllerton Conference 2025: Exploring the Future of Law with AI (2025)BrederNeutraalBewijsrecht, Ethiek, CybersecurityConference: AI, Insurance Law, and Regulation (2025)BrederNeutraalVerzekeringsrecht2025 World Technology Law Conference (2024)BrederNeutraalTechnologie Recht, Diverse gebiedenAI Legislation in the US: A 2025 OverviewBrederNeutraalReguleringComprehensive Review of AI Workplace Law and Litigation as We Enter 2025 (2025)BrederNeutraalArbeidsrecht6. Impactanalyse: De Invloed van Taal op Perceptie en OntwikkelingDe taal die in openingsdiscoursen over juridisch-technologische AI wordt gebruikt, kan een aanzienlijke invloed hebben op de houding van juridische professionals ten opzichte van AI en de snelheid waarmee zij deze technologieën adopteren. Een positieve framing, die de voordelen en mogelijkheden van AI benadrukt, kan juristen aanmoedigen om AI-tools te verkennen en hun werkwijzen aan te passen.1 Daarentegen kan het benadrukken van ethische bezwaren en potentiële risico’s bijdragen aan een meer verantwoordelijke en weloverwogen implementatie van AI.1 De manier waarop AI wordt gepresenteerd, is dus van cruciaal belang voor het stimuleren van een evenwichtige en effectieve integratie van deze technologie binnen de juridische sector.Ook beleidsmakers worden beïnvloed door de framing van AI in deze discoursen. De manier waarop de uitdagingen en kansen van juridische AI worden gecommuniceerd, kan hun begrip van de problematiek beïnvloeden en hun benadering van regelgeving sturen.10 Het benadrukken van risico’s en ethische dilemma’s kan bijvoorbeeld leiden tot de ontwikkeling van strengere reguleringskaders. De taal die in openbare en professionele discussies wordt gebruikt, speelt dan ook een belangrijke rol in het vormgeven van het beleid rondom AI in het juridische domein.De publieke perceptie van en het vertrouwen in het gebruik van AI in het rechtssysteem worden eveneens beïnvloed door de taal die in meer publieksgerichte openingsdiscoursen wordt gehanteerd. Het is essentieel om heldere en toegankelijke taal te gebruiken om het vertrouwen van het publiek te winnen en mogelijke angsten weg te nemen.9 Transparante communicatie over de mogelijkheden en beperkingen van AI in de rechtspraak is cruciaal voor het opbouwen van draagvlak en het waarborgen van een eerlijke en rechtvaardige toepassing van de wet.Ten slotte is er het potentieel voor “AI-hype” en het creëren van onrealistische verwachtingen door overdreven optimistische of geëxagereerde taal. Hoewel een positieve framing nuttig kan zijn, kan het leiden tot teleurstelling of een verkeerde toewijzing van middelen als de mogelijkheden en voordelen van juridische AI te rooskleurig worden voorgesteld.4 Een kritische analyse van de gebruikte taal is daarom noodzakelijk om een onderscheid te maken tussen reële potentie en overdreven claims, en om een evenwichtige en geïnformeerde benadering van AI-adoptie te bevorderen.7. Conclusie: Het Synthetiseren van Inzichten uit de Hermeneutisch-Linguïstische AnalyseDe analyse van recente openingsdiscoursen over juridisch-technologische AI onthult een aantal consistente thematische en linguïstische patronen. Een dominante narratief is dat van transformatie en evolutie, waarbij AI wordt gezien als een fundamentele kracht die de juridische professie verandert. Efficiëntie- en productiviteitswinst worden vaak benadrukt als belangrijke drijfveren voor de adoptie van AI, maar er is ook een groeiend bewustzijn van de ethische en regelgevende uitdagingen die deze technologie met zich meebrengt. De rol van juridische professionals evolueert, en er wordt steeds meer gesproken over de opkomst van geavanceerde AI-vormen zoals generatieve en multi-modale AI.De taal die in deze discoursen wordt gebruikt, kenmerkt zich door een toenemende integratie van specifieke AI-terminologie, wat wijst op een groeiende expertise binnen het veld. Metaforen worden voornamelijk gebruikt om AI te framen als een nuttig hulpmiddel of partner, terwijl retorische middelen worden ingezet om te overtuigen van het belang en de noodzaak van AI in het recht. Het gebruik van data en voorspellingen draagt bij aan de geloofwaardigheid van de beweringen.De relatie tussen recht, technologie en AI wordt op verschillende manieren gekaderd: als een middel tot verbetering, als een disruptieve kracht, als een object van juridisch-ethische controle en als een basis voor mens-AI-partnerschappen. De verschillende discoursen vertonen variaties in focus (praktisch vs. breder), toon (optimistisch vs. voorzichtig) en de nadruk op specifieke rechtsgebieden.De taal die in deze openingsdiscoursen wordt gebruikt, heeft een aanzienlijk potentieel om de perceptie en ontwikkeling van juridisch-technologische AI te beïnvloeden. Een zorgvuldige en evenwichtige framing is essentieel om een geïnformeerde en verantwoorde adoptie van AI binnen de juridische sector te bevorderen.Voor toekomstige openingsdiscoursen wordt aanbevolen om heldere en toegankelijke taal te gebruiken, een evenwicht te vinden tussen optimisme en realistische risico-inschattingen, en ethische overwegingen consistent te integreren. Door een genuanceerde en transparante communicatie te bevorderen, kan de juridische gemeenschap een beter begrip ontwikkelen van de mogelijkheden en uitdagingen van AI, en kan een meer verantwoorde en effectieve integratie van deze technologie in de toekomst worden gerealiseerd. De hermeneutisch-linguïstische analyse toont aan dat de manier waarop we over juridisch-technologische AI spreken, fundamenteel is voor de manier waarop we deze technologie begrijpen en inzetten.

  2. Mooi overzicht! Schreef zelf in 2023 in Tijdschrift voor Mediation:

    Het is ook twintig jaar geleden dat ik met Ernest Thiessen naar aanleiding van het in de zomer van 2003 in Genève gehouden UN ODR Forum over Artificial Intelligence (AI) en Online Dispute Resolution (ODR) schreef.4 Als er iets technologisch echt ingrijpend veranderd is sindsdien, is het wel AI. In dit artikel staat echter de vraag centraal hoe ODR zich ontwikkeld heeft:

Geef een reactie

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren, <UL>/<OL> voor lijsten, en <em> en <strong> voor italics en vet.