Tijd voor vakantie, maar kijk hier nog even naar!

Photo by Road Ahead on Unsplash

Voordat ik met vakantie ga: mag ik je nog even wijzen op deze opleidingen of boeken waar je wat mee kan?

Allereerst hoop ik natuurlijk dat je onze nieuwe opleiding tot AI-shaped lawyer wil overwegen. Het is de eerste (en volgens mij enige) opleiding in Nederland die je fundamenteel leert werken boven AI, en waar “kritisch naar de uitvoer kijken” geen losse opmerking is maar een van de kernaspecten waar je op getraind wordt.

Ook hebben we natuurlijk onze populaire opleidingen tot AI compliance officer (CAICO), lead implementer (CAILI), legal engineer (CLEA), cybersecurity officer (CCCO), health compliance officer (CHCO) of gewoon FG.

Mocht je nog boeken willen lezen deze zomer, dan drie aanraders:

  • Mijn nieuwe boek Wetwijs in het digitale decennium behandelt thematisch de wetgeving die deze en komende jaren op ons afkomt. Van Digitaldienstenverordening tot Recht van Reparatie, digitale soevereiniteit en herziening van cybersecurity.
  • ICT & Recht graaft diep naar geschiedenis, context en ontwikkeling van het ict- of internetrecht. Je koopt het met korting samen met Wetwijs.
  • Populair voor AI compliance officers is AI en Algoritmen. Praktische stappen om AI Act compliance en governance mee in te regelen.
  • Mijn boek De AI Act: Artikelsgewijs commentaar plaatst ieder artikel van de AI-verordening of AI Act in perspectief. Inclusief kruisverwijzingen, overwegingen, achtergrond en literatuur om een volledig begrip te krijgen. Ook hier een combikorting, samen met AI en Algoritmen.
Deze blog gaat maandag 24 augustus weer als gebruikelijk verder. Wie nieuwstips heeft: je weet me te vinden!

Arnoud

25 reacties

  1. Op https://www.math4sci.com/modeled-tested-trusted/ is uitleg te vinden waar juridische stukken wiskundig en juridisch verplicht aan moeten voldoen. Ook zijn er voorbeeld controles te vinden van juridische stukken met een AI systeem conform deze verplichte standaarden. Voorbeeld: Op 26 augustus is de schikking tussen Meta en Amerikaanse Staten door de Federale Rechter goedgekeurd en heeft de schikking dus de status van een officieel juridisch document. Als je kijkt in de AI analyse van deze schikking op https://www.ndax.eu/Tableau-Analysis-Meta-Settlement.pdf dan zie je dat Case 3 niet voldoet aan deze verplichte wiskundige en juridische standaarden.

      1. De verplichting om logisch en sluitend te redeneren en motiveren vloeit voort uit artikel 121 van de Nederlandse Grondwet. Dit grondwetartikel eist dat naar behoren wordt gemotiveerd.

        Een conclusie welke niet logisch volgt uit de feiten (een non-sequitur) of waarin sprake is van interne tegenstrijdigheden, schendt de wettelijke motiveringsplicht.

        Daarbij is de wiskundige logica de standaard, zoals beschreven door Jonathan Soeharno. Luister ook naar zijn uitleg op https://www.ndax.eu/Logica-voor-Juristen.mp3

        Juridische wetten veranderen, maar wiskundige wetmatigheden veranderen niet.

        Formele wiskundige wetmatigheden zoals de logica bezit absolute geldigheid die losstaat van de menselijke cultuur of politiek.

        Een interview met Robbert Dijkgraaf met uitleg is te vinden op https://npo.nl/start/afspelen/robbert-dijkgraaf_1

        Een heldere wetenschappelijke onderbouwing van de absolute waarheid van wiskunde vind je in de presentatie absolute knowledge op https://drive.google.com/file/d/1dxqrGR5bzDnhD-6x_8D5-IQrQLEdmCgY/view

        Daarnaast is er een tastbaar en interessant praktijkvoorbeeld beschikbaar dat dit concept direct tot leven brengt, zie https://drive.google.com/file/d/1yjV4h2EHAM-edgIv0uaQvIJDTK1DWXXv

        De realiteit is simpel: “De wetten van de wiskunde blijven voor altijd bestaan, of juristen dat nu leuk vinden of niet.”

        1. Dit is geen motivatie waarom deze redenering juridisch gezag moet hebben. Artikel 121 heeft niet de verplichting die jij noemt, en geen gezaghebbende bron zegt van wel. Als je kunt citeren uit het wetenschappelijk werk van Soeharno wil ik dat wel lezen, ik ga niet een college luisteren om jouw argumenten te verzinnen.

          Het is onjuist – en dat zeg ik als ingenieur én jurist – dat formele wiskundige logica van toepassing is op juridisch werk. Het recht is geen wetenschap. Pretenderen van wel is gedoemd te falen.

  2. Dank voor het antwoord.

    Je stelt: “Het is onjuist – en dat zeg ik als ingenieur én jurist – dat formele wiskundige logica van toepassing is op juridisch werk. Het recht is geen wetenschap. Pretenderen van wel is gedoemd te falen.”

    Formele logica is van toepassing op logisch en sluitend te redeneren en motiveren. Dit is juridisch werk.

    Je stelt: “Als je kunt citeren uit het wetenschappelijk werk van Soeharno wil ik dat wel lezen, ik ga niet een college luisteren om jouw argumenten te verzinnen.”

    Het boek “Logic for Lawyers” is lesmateriaal van Jonathan Soeharno voor Juristen aan de UvA. Je kunt een inhoudsopgave vinden op https://www.ndax.eu/Logic-for-Lawyers.pdf

  3. “Formele logica is van toepassing op logisch en sluitend te redeneren en motiveren. ” Ah, daar zit je denkfout. Juridisch werk is niet “logisch en sluitend”. Men leent elementen uit klassieke logica, maar formeel bewijsbaar is het allemaal niet. Je kunt bijvoorbeeld op ieder moment roepen “dit is in strijd met de redelijkheid en billijkheid”.

    Met “citeren” bedoel ik dat je een kort relevant stukje uit dat boek overtypt zodat ik jouw argument begrijp. Ik ben niet met Soeharno in discussie en hij verdedigt niet dat het recht volgens een formele logica is opgebouwd.

    1. Heerlijk, zo’n directe erkenning dat juridisch werk irrationeel is. Sinds Gödel weten we natuurlijk allemaal dat een formeel wiskundig systeem nooit in staat is om alle ware wiskundige feiten te bewijzen; laat staan feiten buiten de wiskunde. Zou je dat eisen, dan stort ons hele rechtssysteem als een kaartenhuis in elkaar, immers, er zijn meer dan voldoende logische contradicties in onze wetboeken te vinden. (Een klein voorbeeld: alle verblijfsvergunningen sinds de invoering van het nieuwe zorgstelsel zijn strikt genomen verstrekt door de wet te overtreden: voor een verblijfsvergunning geldt immers de eis dat je je verzekerd hebt binnen het Nederlandse systeem, maar om je in dat systeem te mogen verzekeren moet je eerst een verblijfsvergunning hebben.)

      “Redelijkheid en billijkheid” is natuurlijk de grote ontsnappingsclausule binnen ons recht, die gek genoeg ook mogelijk maakt met die contradicties te leven.

    2. Wiskundige logica speelt een cruciale, maar vaak onzichtbare rol bij de rechterlijke motivering. Hoewel een rechter in zijn vonnis gewone taal gebruikt, is de achterliggende structuur van een juridische beslissing strikt logisch en wiskundig van aard. Het rechtssysteem gebruikt de logica om te controleren of een conclusie (de straf of het vonnis) wel rechtmatig volgt uit de feiten en de wet.

      In de wiskunde gebruikt men deductie: als de aannames waar zijn, is de conclusie dat ook. De basis van elke rechterlijke beslissing is op precies dezelfde manier opgebouwd als een klassiek wiskundig syllogisme (als A en B, dan C):

      De Grote Premisse (De Wet): Als een persoon voldoet aan alle delictsomschrijvingen van artikel 310 Sr (diefstal), dan is die persoon strafbaar. (p ? q)

      De Kleine Premisse (Het Feit): Verdachte X heeft een fiets weggenomen die van een ander was, met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen. (p is waar)

      De Conclusie (Het Vonnis): Dus: Verdachte X is strafbaar wegens diefstal. (? ?)

      De motiveringsplicht dwingt de rechter om te bewijzen dat de ‘Kleine Premisse’ (de feiten) naadloos past in de ‘Grote Premisse’ (de wet). Als er één element ontbreekt, stort de logische keten in en volgt er vrijspraak.

      In de wiskundige logica mag een systeem geen contradicties bevatten (een stelling kan niet tegelijkertijd waar en onwaar zijn: ¬(? ? ¬?)).

      De motiveringsplicht eist deze strikte consistentie ook van het vonnis:

      Een rechter mag voor het bewijs niet twee getuigenverklaringen gebruiken die elkaar rechtstreeks tegenspreken, tenzij hij logisch uitlegt waarom de ene verklaring betrouwbaar is en de andere niet.

      Als de rechter de verdediging (het Uitdrukkelijk Onderbouwd Verweer) verwerpt, moet hij een logische tegenbewijsvoering leveren. Als de advocaat stelt: “Verdachte was in Amsterdam” (A), en het bewijs stelt: “Verdachte schoot in Rotterdam” (B), dan moet de rechter motiveren waarom A en B niet tegelijkertijd waar kunnen zijn, of waarom A onwaar is.

      Samengevat

      Wiskundige logica levert het skelet voor de rechterlijke uitspraak. De wetten en feiten zijn de variabelen, de Booleaanse operatoren bepalen de regels, en de motiveringsplicht is de dwingende eis aan de rechter om te laten zien dat zijn rekensom onder de streep exact klopt. Hiervan zijn vele voorbeelden te vinden op https://www.math4sci.com/modeled-tested-trusted/

      1. Je standpunt wordt niet beter omdat je het herhaalt. Uit niets blijkt dát wiskundige of formele logica een rol speelt. Juridische motivaties gebruiken als-dan stappen, dat klopt. Maar dat is niet genoeg om iets formele logica te noemen. Je voorbeeld is veel te triviaal om je stelling te dragen.

        1. Je stelt: “Uit niets blijkt dát wiskundige of formele logica een rol speelt.”

          Lees het eerdere aangehaalde boek “Logic for Lawyers” van Jonathan Soeharno. Op https://www.math4sci.com/modeled-tested-trusted/ kun je vele voorbeelden vinden. In de wetenschap moet je bewijzen geven van je argumenten als je wilt dat je argumenten wetenschappelijk geaccpeteerd worden. En hetzelfde is geldig als je geaccepteerd wilt krijgen dat de argumenten niet kloppen. Geef per voorbeeld een bewijs wat er volgens jou niet klopt. Dan nemen we je serieus.

            1. Mijn stelling is niet dat de wet inhoudelijk wiskunde is, maar dat de motivering van de rechter aan de universele wetten van de formele logica moet voldoen.

              De vrijheid van de rechter zit in het inkleuren van de variabelen (de premissen), maar de route naar de conclusie is strikt gebonden aan de logica.

              Als we kijken naar het werk van Jonathan Soeharno in Logic for Lawyers, dan is dat exact de kern:De ondergrens van begrijpelijkheid: De motiveringsplicht eist dat een vonnis begrijpelijk is.

              Wanneer een rechter een non-sequitur (een logische misstap) begaat, of twee innerlijk tegenstrijdigheden opschrijft, vernietigt de Hoge Raad dit vonnis steevast wegens ‘onbegrijpelijkheid’.

              De Hoge Raad toetst hier in feite zuiver op het formele logische beginsel van non-contradictie.

              De ‘ontsnappingsclausule’ is ook een variabele: Zelfs als een rechter besluit de wet opzij te schuiven wegens de ‘redelijkheid en billijkheid’, moet hij die stap logisch verantwoorden.

              Hij moet motiveren waarom situatie A leidt tot uitzondering B.

              Doet hij dat onlogisch, dan rammelt zijn vonnis alsnog.

              Het AI-systeem en de logische tableaus op math4sci.com zijn dan ook niet bedoeld om te berekenen wie er inhoudelijk ‘gelijk’ heeft.

              Het is een foutendetector.

              Het controleert puur of de formele structuur van de argumentatie van de rechter of van een schikking (zoals bij de Meta-casus) consistent is.

              Als een vonnis innerlijk tegenstrijdig is, klopt de juridische rekensom onder de streep niet.

              Dat is geen wiskundige claims leggen op de rechtvaardigheid, maar het bewaken van de absolute ondergrens van ons rechtssysteem: onlogische rechtspraak is onbegrijpelijke rechtspraak, en dat is onrecht.

              1. Je hebt ongelijk met de stelling dat “Wanneer een rechter een non-sequitur (een logische misstap) begaat, of twee innerlijk tegenstrijdigheden opschrijft, vernietigt de Hoge Raad dit vonnis steevast wegens ‘onbegrijpelijkheid’.” Deze is niet waar.

                Los daarvan, zelfs als de HR een arrest vernietigt wegens een logische misstap, is dat niet relevant voor de stelling dat “de achterliggende structuur van een juridische beslissing strikt logisch en wiskundig van aard [is]”. Er worden elementen uit de logica gebruikt, zeker. Maar dat maakt het nog geen formele logica zoals jij suggereert.

                Ik herhaal: Uit niets blijkt dát wiskundige of formele logica een rol speelt. Dat er als-dan regels worden toegepast, is niet hetzelfde als dat de rechtspraak een systeem van formele logica gebruikt. Ik gooi ‘m terug: wat versta jíj onder “formele logica” en is dat anders dan simpele als-dan logica? Geef alsjeblieft citaten uit bronnen, ik zeg ook niet dat je eerst een bachelor rechtsgeleerdheid moet gaan doen.

                1. Je vraagt wat ik onder formele logica versta en of dit verschilt van simpele als-dan-logica.

                  Het antwoord is: nee, in de basis verschilt dat niet, maar je trekt de verkeerde conclusie over hoe die als-dan-structuur binnen het recht functioneert.

                  Juist wanneer we kijken naar Logic for Lawyers van Jonathan Soeharno, zien we dat formele logica (zoals propositielogica, syllogismen en predikatenlogica) bij uitstek de methodiek is om de geldigheid van juridische argumentatie te toetsen.

                  De misvatting die je maakt is dat je de inhoud van het recht verwisselt met de structuur van de motivering.

                  Om te reageren op je punten.

                  Redelijkheid en billijkheid heft de logica niet op.

                  Je stelt dat een jurist op ieder moment kan roepen dat iets “in strijd is met de redelijkheid en billijkheid” en dat het recht daarom niet formeel-logisch is.

                  Maar binnen de formele logica is dit simpelweg het introduceren van een nieuwe premisse of het invullen van een open variabele (p impliceert q).

                  Als een rechter oordeelt dat de wet wegens de redelijkheid en billijkheid moet worden gepasseerd, moet hij die stap alsnog logisch rechtvaardigen.

                  Als omstandigheid A en B zich voordoen (p), dan eist de redelijkheid en billijkheid dat rechtsgevolg C (q) vervalt.

                  De rechter mag niet willekeurig springen; de route naar de conclusie blijft een strikt deductieve als-dan-stap.

                  De Hoge Raad toetst op non-contradictie: Wanneer de Hoge Raad een vonnis vernietigt wegens ‘onbegrijpelijkheid’, doet zij dat exact op basis van het formele logische principe van non contradictie: not(A and not(A)).

                  Als een rechter stelt dat feit X bewezen is, maar de conclusie baseert op de aanname dat feit X niet bestond, stort de formele structuur in.

                  Dat is geen kwestie van ‘rechtvaardigheid’, maar van pure formele inconsistentie.

                  Zoals Soeharno in zijn werk behandelt: de wetten en maatschappelijke normen leveren de inhoud (de variabelen), maar de formele logica levert het skelet waarmee we controleren of de juridische rekensom onder de streep klopt.

                  Zodra een AI-systeem of tableau-analyse aantoont dat een schikking of vonnis innerlijk tegenstrijdig is, is dat geen aanval op de flexibiliteit van het recht, maar een objectieve detectie van een constructiefout.

                  1. Dank je voor de uitgebreide reactie. Voor mij is nu wel de vraag wat de kwalificatie “formele logica” waard is, want ik zie eigenlijk niets dat “het zijn als-dan regels en uitkomsten mogen niet intern inconsistent zijn” overstijgt. Ik denk dat ik vooral erkenning mis dat juridische logica altijd een stuk zachte afweging bevat. Dat je gaat matigen of beperken vanuit redelijkheid en billijkheid is een als-dan regel, maar de als is “rechter vindt hoogte boete onacceptabel en dus matigt zij”. Hoe toets je of dat logisch is? Dat víndt zij gewoon.

                    Daarnaast geef je een veel te groot belang aan het begrip ‘onbegrijpelijkheid’ bij HR-arresten. Zeker is dat een criterium om een juridische redenering van een gerechtshof af te keuren. Maar het kan net zo goed worden toegepast in situaties waarin het Hof een rechtsregel vergeet toe te passen of de verkeerde waarde toekent aan een bewijsmiddel. Er zijn ook genoeg arresten waarin de HR uitspraken afschiet zónder dit argument.

                    Ik meen dus dat je met je zoektocht naar formele logica het recht een redeneermodel opdringt dat er niet is.

                    1. Je raakt hier precies de kern van het juridische denkproces, maar je verwisselt de fase van de oordeelsvorming (hoe de rechter tot haar mening komt) met de fase van de rechtvaardiging (hoe zij dit wettelijk moet verantwoorden).

                      Jonathan Soeharno maakt in Logic for Lawyers een strikt onderscheid tussen deze twee.

                      De ‘Context of Discovery’ (De zachte afweging)

                      Het klopt volledig dat een rechter op basis van intuïtie, rechtsgevoel en ‘zachte’ maatschappelijke normen tot het morele besluit komt dat een boete onacceptabel hoog is. De logica schrijft de rechter niet voor wat zij moet vinden.

                      De ‘Context of Justification’ (De harde logica)

                      Zodra de rechter haar pen op papier zet om het vonnis te schrijven, is zij via de motiveringsplicht verplicht om die intuïtie te vertalen naar een universeel geldige, logische structuur.

                      Als de rechter ‘gewoon vindt’ dat de boete omlaag moet, mag ze niet opschrijven: “Ik vind de boete te hoog, dus ik matig.”

                      Dat is een non-sequitur.

                      Zij moet de variabele ‘redelijkheid en billijkheid’ inkleuren met feiten.

                      Bijvoorbeeld:Als de boete leidt tot direct faillissement bij een kleine overtreding (p), dan is er sprake van een onaanvaardbare situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (q). Als q, dan verplicht artikel 6:248 lid 2 BW tot matiging (r).

                      Formele logica is dus geen keurslijf dat de creativiteit of de menselijke maat van de rechter afneemt.

                      Het is de taalkundige en constructieve kwaliteitscontrole achteraf.

                      Het dwingt de rechter om haar ‘zachte’ afweging om te zetten in een ‘harde’, controleerbare rekensom.

                      Voldoet die redenering onder de streep niet aan de wetten van de logica, dan is het vonnis onbegrijpelijk.

                      En onbegrijpelijke rechtspraak is willekeur.

                      1. Volgens mij is het onjuist dat de rechter een motivatie vanuit redelijkheid of billijkheid logisch moet onderbouwen. Het is een noodgreep, ingegeven door het rechtsgevoel, de intuïtie of zo je wilt de onderbuik. Ik weet niet hoe ik “ik vind dit écht niet kunnen dus ik matig” als rechter zou moeten onderbouwen.

                        En als je onderbouwt, dan wordt het “ik vind omstandigheid X zo ernstig dat ik matig”. Dat is logica, maar je verzint dan wel ter plekke de regel “als X dan matiging toegestaan”. Waarom X zo ernstig is, wordt dan niet toegelicht. Dat is wat mij betreft prima, maar toetsbaar is het niet echt. Welke validatie van mijn logica doe je dan nog?

                        1. Je legt hier precies de vinger op de zere plek van de ‘vage normen’, maar je onderschat hoe de juridische logica juíst hier als vangnet fungeert.

                          Als een rechter stelt: ‘Ik vind omstandigheid X zo ernstig dat ik matig’, dan formuleert zij inderdaad een nieuwe materiële regel.

                          Vanuit Logic for Lawyers noemen we dit een enthymeem: een verkorte redenering waarin een premisse wordt verzwegen.

                          De logische validatie die hierop losgelaten kan worden, bestaat uit drie stappen:

                          De onderliggende maatstaf expliciteren: Waarom is X ernstig? De rechter moet X kwalificeren aan de hand van objectieve criteria (bijv. financiële draagkracht, mate van verwijtbaarheid). Logica dwingt de rechter om de verzwegen norm achter haar ‘gevoel’ expliciet te maken.

                          De consistentietoets (Universaliseerbaarheid): Zodra de rechter de regel ‘Als X, dan matiging’ opschrijft, is deze regel logisch vatbaar voor de universaliteitstoets. Als diezelfde regel in een vergelijkbare casus Y tot een innerlijke tegenstrijdigheid of absurditeit leidt, rammelt de redenering onder de streep.

                          Toetsing aan de Topica: De keuze voor omstandigheid X is niet willekeurig. Formele argumentatieleer dwingt de rechter om aan te tonen dat X aansluit bij reeds geaccepteerde gezichtspunten (topoi) binnen het rechtssysteem, zoals eerdere jurisprudentie.

                          Kortom: het rechtsgevoel of de intuïtie is de motor (Context of Discovery), maar de motiveringsplicht dwingt de rechter om die intuïtie te gieten in een logisch consistente, universaliseerbare en dus controleerbare structuur (Context of Justification).

                          Juist dáárdoor is het toetsbaar.

                          Doet de rechter dat niet, dan is het geen rechtspraak, maar pure willekeur.”

                          1. Ik weet niet of de rechter objectieve criteria moet hanteren en expliciet maken. “Door deze boete gaat de betrokkene failliet en daarom matig ik deze tot 5 euro” bevat niet echt objectieve criteria; waarom is het erg dat iemand failliet gaat? Juridisch vind ik ‘m dragend. Ik zou dit geen willekeur noemen.

                            “Formele argumentatieleer dwingt de rechter om aan te tonen dat X aansluit bij reeds geaccepteerde gezichtspunten (topoi) binnen het rechtssysteem, zoals eerdere jurisprudentie.” Dit gebeurt op dit moment weinig. Er zijn natuurlijk ook massa’s omstandigheden waar geen duidelijke gezichtspunten over zijn omdat ze zo specifiek zijn. Ik herinner me een student die zijn bachelor niet haalde op 0,1 punt en daarom naar Rusland terug moest waar hij naar het front zou worden gestuurd (de levensverwachting daar is 20 minuten). Voor mij evident gevalletje hardheidsclausule, maar jurisprudentie hierover ga je niet vinden.

                            1. Dat is een prachtig en aangrijpend voorbeeld, maar het bewijst juist míjn punt en de theorie van Jonathan Soeharno.

                              Juist in zo’n unieke, extreme casus waar de bestaande jurisprudentie zwijgt, is de formele logica het enige dat de rechter behoedt voor pure willekeur.

                              Vanuit Logic for Lawyers kunnen we jouw voorbeeld als volgt ontleden:

                              De verborgen premisse (het enthymeem) moet op tafel:

                              Als de rechter enkel zou opschrijven: “Deze student moet anders naar het Russische front, dus ik hanteer de hardheidsclausule”, dan is dat juridisch niet toetsbaar en formeel-logisch een drogreden (een non-sequitur).

                              De motiveringsplicht dwingt de rechter om de universele regel achter dit gevoel expliciet te maken.

                              De logische reconstructie: De rechter moet een nieuwe materiële premisse formuleren, bijvoorbeeld:

                              Premisse 1 (Algemene regel): Als de strikte toepassing van de wet leidt tot een direct en reëel gevaar voor het menselijk leven (zoals uitzending naar een oorlogsfront), dan is de toepassing van de hardheidsclausule verplicht wegens strijd met fundamentele rechtsbeginselen (bijv. artikel 2 of 3 EVRM).

                              Premisse 2 (Het specifieke feit): Deze student mist 0,1 punt, waardoor hij wordt uitgezet naar een land waar hij direct naar het front wordt gestuurd.

                              Conclusie: Dus is de toepassing van de hardheidsclausule in dit geval verplicht.

                              De Universaliseerbaarheidstoets: Zodra de rechter deze structuur opschrijft, is de beslissing toetsbaar geworden.

                              De logica dwingt tot consistentie: als er morgen een andere student komt die wegens 0,1 punt tekort wordt uitgezet naar een levensgevaarlijke situatie, moet dezelfde regel gelden.

                              Zou de rechter de hardheidsclausule in dít specifieke geval toepassen omdat hij de student toevallig ‘aardig’ vindt, maar bij een ander niet, dan stort de formele structuur in en is er sprake van onbegrijpelijkheid (en dus willekeur).De afwezigheid van eerdere jurisprudentie betekent niet dat de logica ophoudt.

                              Het betekent alleen dat de rechter een nieuwe premisse moet introduceren via de Topica (in dit geval: het zwaarwegende rechtsbeginsel van bescherming van het menselijk leven).

                              Het menselijke rechtsgevoel ontdekt de oplossing (Context of Discovery), maar de formele logica van het syllogisme is de enige reden waarom deze uitspraak standhoudt bij de Hoge Raad en niet vervalt in willekeur (Context of Justification).

                              1. Ik zie denk ik niet zo goed wat de toegevoegde waarde hier is. Enkel dat je de redenering langs specifieke regels legt? Want “ik vind deze student aardig” of “ik wil niet dat deze student dood gaat aan het front” is voor mij van dezelfde waarde: een casus-specifieke afweging. Je noemt het wel “objectief” maar het is herformuleren van je intuïtieve oordeel. “Deze persoon is aardig” wordt dan “heeft inzet en motivatie laten zien en er is bereidheid het opnieuw te proberen”.

                                1. Het cruciale verschil zit niet in de herformulering, maar in de juridische binding die de rechter hiermee voor de toekomst creëert.Als de rechter opschrijft: “Ik matig omdat ik deze student aardig vind”, dan is dat een casus-specifieke emotie. Komt er morgen een student die niet aardig is, maar wel in exact dezelfde levensbedreigende situatie zit, dan mag de rechter die weigeren te helpen. Dat is de definitie van willekeur.Zodra de rechter de intuïtie formaliseert naar de regel: “Als een maatregel leidt tot een direct risico op het oorlogsfront, dan is matiging verplicht”, creëert zij een universele rechtsregel. Vanaf dat moment is de uitspraak toetsbaar door de Hoge Raad:Rechtsgelijkheid: Iedere volgende student in dezelfde situatie heeft nu een logisch recht op dezelfde behandeling.Toetsbaarheid: Als de rechter morgen een vergelijkbare student afwijst, dwingt de formele logica haar om aan te tonen wááróm de casussen feitelijk verschillen.De toegevoegde waarde van formele logica is dus niet dat het de intuïtie ‘vermomt’, maar dat het de rechter dwingt om van een persoonlijk gevoel een algemeen geldend rechtsbeginsel te maken. Dat tilt de uitspraak van willekeur naar rechtspraak.

Geef een reactie

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren, <UL>/<OL> voor lijsten, en <em> en <strong> voor italics en vet.