Nederlandse media hebben boetes van tienduizenden euro’s gekregen voor hun berichtgeving over Ozempic, Wegovy en Mounjaro. Dat meldde het FD tijdens mijn vakantie. Deze is te zien als reclame, en dat is verboden omdat het gaat om medicatie op recept. Hoofdredacteuren zien het als een aanval op de persvrijheid en men gaat in hoger beroep. Waar gaat dit over?
De boetes zijn in maart vorig jaar opgelegd, maar we weten het nu pas omdat men in beroep bij de rechtbank is gegaan. Het vonnis geeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gelijk bij twee publicaties van DPG in de Flair en de Stentor (betaallink). Het zijn echte redactionele artikelen, geen branded content zoals DPG moeilijk herkenbare reclame noemt.
Flair had drie vrouwen geïnterviewd voor de zomerspecial, die met frases als “In week 1 raakte ik al 3 kilo kwijt” (op de voorpagina), “Wondermiddel: Zij vielen snel -en flink- af met Ozempic” (in de inhoudsopgave) en “Voor mij is het een WONDERMIDDEL” in het artikel aan het woord kwamen. De Stentor zet meneer Jeroen centraal die “zweert bij afslankmedicatie” en “een van de eerste Nederlanders [is] die het nieuwste dieetmedicijn Wegovy gebruikt, een middel dat nog niet op de markt is in Nederland maar via een omweg tóch beschikbaar is”.
Is dat reclame? Tsja. Enerzijds: mensen laten vertellen over hun worsteling met overgewicht is gewoon een taak van de vrije pers. Nergens staan betaallinks, er is geen sponsoring betaald en de berichtgeving noemt ook (zij het kort) de bijwerkingen en het gegeven dat Ozempic niet voorgeschreven mag worden voor de aandoening obesitas.
Anderzijds: strekking en insteek van het artikel zijn erg positief en geven mij na het lezen sterk het gevoel “als ik overgewicht heb, is Ozempic of Wegovy een goed idee”. En dat zou ik dan aan mijn huisarts kunnen vragen, en met een beetje sociale druk zou de beste vrouw wellicht dat ook voorschrijven. (Of als ik geld heb, ga ik naar een kliniek waar ze niet piepen over off-label Ozempic.)
En dát is precies waarom de Geneesmiddelenwet zo’n brede definitie van (publieks-)reclame hanteert: het kan de volksgezondheid in gevaar brengen als mensen medicatie gaan gebruiken die daar niet voor bedoeld is. Of die legitiem gebruik (voor diabetes) moeilijker maakt – er zijn lang grote tekorten van Ozempic voor diabetici. Zulke reclame is dan ook verboden als die het publiek bereikt.
Het Hof van Justitie hanteert een brede scope:
Wanneer de boodschap is bedoeld ter bevordering van het voorschrijven, het afleveren, de verkoop of het verbruik van geneesmiddelen, maakt zij reclame uit in de zin van deze richtlijn. Een zuiver informatieve mededeling zonder [promotional, AE] doel valt daarentegen niet onder de bepalingen van deze richtlijn inzake reclame voor geneesmiddelen.De vraag is dus niet of de redactie betaald werd, of dat het redactiestatuut iets met geneesmiddelen of levensstijl vermeldt. De enige vraag is “wil je er mee stimuleren dat dit geneesmiddel wordt gebruikt”. Die vraag beantwoordt de rechtbank positief voor de Flair:
Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de keuze van eiseres, althans (de redactie van) Flair, voor een publicatie aan de hand van het verhaal van drie vrouwen, die vertellen dat zij dankzij het gebruik van Ozempic (erg) veel zijn afgevallen, en waarin een nagenoeg ééndimensionale weergave van de positieve effecten van Ozempic wordt gegeven, een reclamedoelstelling af te leiden. Het gaat er bij die doelstelling om wat de publicatie bij de lezers teweeg brengt. Zoals verweerder op de zitting aangaf: dat de lezer die ‘t aangaat denkt, ‘dat wil ik hebben’.Het doel van de publicatie is dus niet: wat zat in het hoofd van de journalist toen die het artikel schreef, of van de uitgever toen die het live zette. Maar: gezien strekking en context, wat was redelijkerwijs wat je wilde bereiken met de publicatie.
Ik ben nu gewoon even benieuwd: hoe lezen jullie deze artikelen, en hoe hard voelde je na lezing de neiging om Ozempic aan te raden voor afvallen?
Arnoud

Ik dacht dat het niet zozeer gaat over wat de redactie wilde bereiken met de publicatie, maar meer om wat het artikel teweegbrengt bij de lezer. Het doel van de redactie is daarmee minder bepalend. Het gaat om het effect op de lezer.
Dat kan voor journalisten vreemd overkomen: ze krijgen niet betaald voor een artikel en proberen neutraal verslag te doen, dus wat doen ze verkeerd? Maar daar gaat het dus niet om: het effect op de lezer is bepalend. En daarmee snap ik de stappen van de Inspectie Gezondheidszorg.
Ik moet zeggen dat ik wel mijn twijfel heb over die neutraliteit. Het leest als een artikel dat een positieve sfeer neer moet zetten, wat fijn voor die mensen dat dit gebruik van deze medicijnen ze zo helpt. En natuurlijk past dat bij de Flair als tijdschrift, maar ik denk dat de kernboodschap dan is: je mag niet fijn positief zijn over receptmedicatie.
Als ik de norm van het Hof van Justitie volg gaat het om de intenties van de auteur en redactie. Tot dusver heb ik geen bewijs gezien dat Flair en Stentor de bedoeling hadden om verkoop van betreffende middelen te bevorderen, de tegenwerpingen (ook van de rechter) hebben betrekking op het scheppen van een (te) positief beeld bij het lezerspubliek.
Mijn verwachting is dat in beroep nog eens heel kritisch naar het vonnis in eerste aanleg gekeken gaat worden. Een fundamenteel probleem is dat de (Nederlandse) overheid alleen richtlijnen heeft voor reclame en geen richtlijnen voor journalistieke artikelen over medicijnen. Dit leidt tot willekeur in vervolging door de IGJ.
Ik zie “kennelijke intentie” als iets anders dan “intentie”. Kennelijke intentie is diegene die we uit het artikel kunnen afleiden. Intentie is wat in jouw hoofd zat. Volgens mij is dat eerste leidend; jij kunt wel van alles verklaren over jouw interne gemoedstoestand. Dan zou de wet krachteloos worden, iedereen zegt dan dat het doel enkel informeren en vermaken van het publiek was. Of gezien het artikel het kennelijke doel was om het medicijn te promoten, kun je objectiever aantonen.
Het woord “kennelijk” staat niet in de uitspraak van het EHvJ. Maar er zijn meer aspecten die je kunt meewegen in de beoordeling van een journalistiek artikel:
- Redactionele onafhankelijkheid
- Ontbreken van financieel belang
- Persvrijheid
en dat zijn punten waar de IGJ en de rechter wel heel makkelijk aan voorbij gegaan zijn.Ik wil even een problematisch stuk uit het vonnis citeren:
hetgeen zou betekenen dat het stukken moeilijker wordt om journalistiek te schrijven over wetenschappelijk onderzoek naar off-label toepassingen van medicijnen.Granted: ik heb de stukken zelf niet gelezen, maar er zou mijn inziens ruimte moeten zijn voor het schrijven over wetenschappelijk onderzoek, versus het zelf doen van (onwetenschappelijk?) onderzoek waarin je 3 jubelverhalen naarvoren schuift.
Ik ben het met je eens dat de artikelen op een andere manier gepresenteerd en geschreven net zo informatief, maar minder wervend geweest zouden zijn. Maar had de Flair of de Stentor op het moment van publicatie kunnen weten dat de IGJ het als “advertentie” zou aanmerken? Heeft de IGJ ooit “richtlijnen voor journalistieke rapportage over geneesmiddelen” gepubliceerd?
Goede journalisten doen onderzoek. En er was in de artikelen naast de jubelverhalen ook kritiek te lezen.
In ‘nog breder verband’, ;), ben ik blij met deze uitspraak. Het gebeurt steeds vaker dat sterk gekleurde, subjectieve, berichtgeving wordt verkocht als objectieve journalistiek. Of dat wat objectief zou moeten zijn, sterk van een mening doordrongen is.
We zijn voor het kunnen functioneren van de democratie afhankelijk van objectieve pers. Dus mooi dat er hier wordt gesteld dat gekeken wordt naar wat een stuk bij de lezer teweeg brengt en niet naar hoe de journalist het heeft bedoeld.
Het artikel van Flair lijkt wel heel erg op reclame. De quotes die ik las over het artikel in de Volkskrant zouden m.i. wel journalistiek moeten zijn.
Een paar jaar geleden was er een interview met een BN’er die extreem positief was over antidepressiva (hij leed aan depressies). Als er geen productnaam genoemd wordt, kan het dan nog steeds reclame zijn? Je zou toch mogen vertellen dat iemands leven is veranderd door medicijnen (of je leven is gered door chemo).
Het voelt vreemd om deze dubbele standaard te zien bij het IGJ en de maatschappij in het algemeen. Mijn naasten lijden aan zowel depressie als overgewicht (wel gedocumenteerde comorbiditeit) maar de houding vanuit de samenleving is totaal anders: Depressie moet erkend worden en binnen een paar weken kun je medicatie in huis hebben liggen. Echter, als je 100+ kilo weegt moet je eerst een jaar lang deelnemen aan een praatgroep voordat medicatie een optie is.
Daarbij wil ik ook graag de vergelijking trekken met de wereld van de cosmetische chirurgie… Als een man met een scalpel in de weer gaat om 30+ eraf te snijden dan vinden we dat helemaal in orde medisch, maar als die man een goedgekeurd afslankmiddel voorschrijft dan is de wereld te klein.
Dat mensen die kampen met serieus overgewicht zich niet gezien voelen door de medische sector, begrijp ik dus helemaal. Natuurlijk moet een krant benadrukken dat je dit alleen moet doen onder begeleiding van een arts, maar in de context van cosmetische chirurie vindt ik dat het IGJ hier met twee maten meet.
Het gaat om Ozempic offlabel voorschrijven voor gewichtsverlies, en daar is wel degelijk ook discussie over in de medische wereld. Maar de wet gaat over geneesmiddelen, niet over behandelingen, dus in zoverre is de ongelijkheid inherent.
Ik denk dat de achterliggende reden wat verouderd is. Medicatie ‘afdwingen’ bij de huisarts is makkelijk: ga er heen en ga in discussie. Bij een medisch specialist vragen om een medisch niet nodige behandeling was veel lastiger, bovendien heel duur en niet vergoed door het ziekenfonds. Al die klinieken zijn van de afgelopen tien jaar(?).
Het specifieke geval is wat beoordeeld wordt en ik denk dat er een duidelijke case te maken is waarom jouw voorbeeld niet en Flair wel over de schreef gaat.
De mensen in Flair zijn geen BN’er dus de reden om ze te interviewen is zuiver dat ze dit medicijn gebruiken. Daarnaast zijn er drie verschillende gezocht die alle drie dit medicijn gebruiken en er positief over zijn. Mijns inziens een duidelijk aanwijsbaar verschil met het artikel over 1 BN’er, die van zichzelf al bekendheid genoot en dus de reden is voor het interview, en die vertelt over zijn persoonlijke ervaring.
Jij makt een aanname die ik nergens onderbouwd zie: dat ze drie mensen hebben gezocht die positief zijn.
Is dit in de stukken van de rechtbank onderbouwd?
Hoe weet ik anders of ze niet gezocht hebben naar mensen die ervaring wilden delen en er alleen mensen met een positieve ervaring hebben gereageerd?
Het lastige vind ik de gedachte dat het (mogelijk, ik denk van wel) wáár is dat semaglutide een wondermiddel is voor ongeveer 1 mln. Nederlanders. Resultaat zonder inspanning. Voor die miljoen mensen (BMI > 30 + comorbiditeit, of BMI > 35) is de waarde in QALY zover ik het begrijp al ruim onder de drempel van normaal behandelen. Ga je daarover schrijven, dan ga je al snel richting het wervende. Het probleem met het wervende is dat je mensen buiten de doelgroep werft, dat zie ik ook. Mijn optimum is toch dat de grens voor inperking persvrijheid érg hoog ligt en dat ik liever heb dat de IGJ zich bezig houdt met het voorkomen van het aanbod van deze middelen buiten de doelgroep. Mijn scepsis zegt dat het voor de IGJ een stuk makkelijker is om een aantal uitgevers te beboeten, dan de buitenwettelijke verstrekking van deze middelen aan te pakken. Dat eerste is in mijn optiek een bijzaak voor de inspectie, dat tweede een hoofdzaak.
Offlabel voorschrijven door artsen is niet verboden, dat weegt hier wel mee. Het is vooral: van de arts wordt een hoop extra werk verwacht in het kader van zorgvuldigheid, en bij grootschalig vragen om offlabel voorschrijven zal dat werk snel minimaal worden.
Zou het anders zijn als er zo over ivermectine zou worden geschreven bij bestrijding van infectieziektes?
Twee verschillende richtingen. Ik moest me even in off-label voorschrijven verdiepen. Er is een IGJ-standpunt rond off-label en die vereist een standaard of protocol door de beroepsgroep. NHG-richtlijn Obesitas bestaat ook. Volgens mij steekt dat consistent in elkaar (geen dokter en geen jurist) en doe ik dus een oproep om handhaving. M.i. beter een arts aanspreken op het gedrag, dan de Flair op hun journalistiek. Je zin “bij grootschalig vragen om offlabel voorschrijven zal dat werk snel minimaal worden”, precies daar zou de beroepsbeoefenaar door bodem zakken (daar zit de load-bearing crux ;).
Rond ivermectine en infectieziektes. Tsja, wellicht wat op het spectrum, maar ik geef enige speelruimte ten tijde van pandemie aan speculeren en experimenteren. Als dan duidelijk wordt dat het níet werkt, of vaker nog: gevaarlijk is, dan wordt niet voldaan aan het ‘waarheidscriterium’ (lekker Platonisch) waar ik zelf mee begin.
De persvrijheid inperken omdat iets wat wáár is een aanzuigende werking kan hebben, dat gaat me heel ver en zie ik als gevaarlijk. Mijn gedachte is: in vrijheid communiceren, maar geneesmiddelen in moderatie en onder uitgebreid toezicht verstrekken. Nee, bij mij komt de gedachte dat je mag doen met je lijf wat je wil (incl. spuiten wat je wil) niet op. Al met al kom ik daar wel op een leuke afscheiding: wel zeggen, schrijven en informatie tot je nemen hoe je wil, maar niet doen wat je wil.
Dit is wel een forse inperking van de persvrijheid.
Zover ik begrepen heb, heeft het geen betrekking op het verspreiden van valse en mogelijk gevaarlijke claims. Hooguit het verspreiden van een andere mening met een breder gebruik van een product.
Is voor mij een zeer gevaarlijk precedent.
Volgens dit nu.nl artikel gaat het om boetes voor NRC, Telegraaf, Volkskrant en AD in augustus 2026. De rechtszaak waarnaar je linkt gaat over boetes aan DPG uit maart 2025.
Goed bezig! Onafhankelijke journalistiek inperken, dan houden we straks alleen Facebook-posts, influencers en algoritmes over als informatiebron. Kudo’s IGJ.
Hoe perkt de IGJ iets in? Zij handhaven. Beroep dient bij de rechtbank.
Ik vind het een moeilijke. Aan de ene kant is journalistieke vrijheid belangrijk, aan de andere kant is het makkelijk artikelen te schrijven die moeilijk anders te zien zijn dan dat ze het gebruik van de middelen bevorderen (en dus – onbetaalde – reclame zijn). Als het middel nog niet (volledig) is toegelaten voor het voorgestelde doel dan wordt het nog lastiger. Een artikel met 3 Nederlanders (in Nederland woonzaam) die positief zijn over het medicijn gaat dan erg ver. Waarom niet interviews met patienten uit jurisdicties waar het wel is toegelaten, en ook een goede oog voor bijwerkingen en beperkingen. Dan krijg je een artikel met “dit komt binnenkort naar Nederland”.
Dan vanuit de kranten bekeken, er zijn veel mensen met Obesitas, maar deze middelen zijn wel degelijk (vrij zware) geneesmiddelen. In vergelijking zie je ook niet echt artikelen die het nieuwste antidepresivum prijzen, hoewel depressie toch te veel voorkomt en ook zelf onderwerp van artikelen is. Een run op dit soort medicijnen (en pressie op artsen) is niet wenselijk, en maatschappelijk verantwoordelijke journalistiek zou moeten proberen om dit te minimaliseren. Betere richtlijnen vanuit de IGZ zijn dan erg behulpzaam, maar ik zou zeggen dat een artikel over de onderliggende aandoening waarbij ook de nieuwe medicijnen besproken worden als een van de middelen beter is dan wanneer juist die medicijnen het primaire onderwerp van het artikel zijn (en bovendien een overwegend positieve bespreking krijgen).
Zie overigens ook https://www.netkwesties.nl/2510/verkeerd-beeld-reclame-met-boetes-zorginspectie.htm
Ik ben gestopt met lezen na “reclame bevatten voor afslankpillen zoals Ozempic”