Amerikaanse rechters kunnen je dotcom afpakken als je hun wetgeving overtreedt

Photo by Kvalifik on Unsplash

De in Nederland gehoste beruchte website Motherless puntcom is haar domeinnaam kwijt door optreden van de Texaanse attorney general Ken Paxton, aldus het ronkende persbericht. De onderliggende reden is het niet hebben van in Texas verplichte leeftijdsverificatie.

De site Motherless is al jaren berucht; in mei berichtte de NOS bijvoorbeeld dat er

op grote schaal beelden kunnen worden gevonden die duiden op misbruik en soms zelfs kinderporno [maar ook] duizenden video’s waarop vrouwen in hun slaap worden misbruikt.
Volgens Trouw zouden medewerkers zelf ook misbruikmateriaal hebben geupload. Reden genoeg voor actie zou je denken, maar dat ligt in Nederland nog wat ingewikkeld.

In Texas werkt dat kennelijk anders. Nadat de AG in 2024 een stopbevel had gekregen dat werd genegeerd, werd nu doorgepakt naar dotcombeheerder Verisign:

Om naleving te garanderen en de kinderen in Texas te beschermen, heeft procureur-generaal Paxton een gerechtelijk bevel verkregen waarin Verisign, het bedrijf dat het .com-domein beheert, wordt opgedragen het domein “motherless com” te blokkeren, te bevriezen of een vergelijkbare status te geven.
Juridisch in orde: weliswaar zit Verisign in Delaware, maar ze is gehouden zo’n bevel op te volgen. Maar het doet wel vreemd aan, zeker na alle discussies over soevereiniteit de laatste tijd. Het bedrijf zit in Nederland, wij zijn er mee bezig, hoezo mag Texas dan die domeinnaam afpakken?

Natuurlijk, deze website had allang uit de lucht gemoeten, dus of wij dat nou deden of de Amerikanen, maakt niet echt uit. Maar het principiële punt is: mag je als land een domeinnaam uit de lucht plukken, puur omdat je bij de registrar kunt?

Arnoud

Rechter zet streep door privacywet als verdienmodel

Photo by Ibrahim Boran on Unsplash

De rechtbank Noord-Holland trekt een duidelijke grens: de privacywet is geen verdienmodel. Dat meldde het FD onlangs. Een veelprocederende eiser maakte op dreigende wijze gebruik van het AVG-inzagerecht, en dat levert misbruik van recht op.

Iedereen wiens persoonsgegevens worden verwerkt, heeft het recht op inzage in die gegevens plus uitleg wat er precies gebeurt. Dat staat in artikelen 12-15 AVG. Doel daarvan is je in staat te stellen in te grijpen: fouten corrigeren, verouderde gegevens verwijderen, of bezwaar maken als er andere dingen misgaan.

In het vonnis van deze zaak is te lezen dat de eiser iets had besteld bij Tuinmeubelwereld, dat had geannuleerd en vervolgens gevraagd om inzage. Daar ging iets mis met de mail, waarop de man direct hoog in de juridische boom klom: 925 euro als niet onmiddelijk wordt voldaan (“berekend conform BGK 2013”), en in de vervolgmail € 3.500 aan dwangsommen omdat te laat werd gereageerd.

Uiteindelijk komen de gegevens wel, maar ondertussen was een jurist zich ermee gaan bemoeien en werd het bepaald ongezellig. Citaten van de eiser:

U kunt dit wel ‘negeren’ maar dan gaan we gewoon over tot dagvaarding.’

‘Uw cliënt kan een voorstel doen. Dat wordt geaccepteerd – of niet’.

‘Uw cliënt heeft tot morgen 12:00 uur en anders vervalt een mogelijke minnelijke regeling. Mij is het verder om het even.

We weten beiden wel dat uw reactie hieronder kul is.’

“ik kan mij in principe zelfs laten bijstaan door een man met een grote witte baard, een meiter en een gouden staf”,

Ook was onduidelijk of de betreffende jurist wel bestond, onder meer omdat de eiser de webshop niet direct met hem wilde laten mailen.

Ik moest denken aan een serie publicaties uit december vorig jaar (zoals Netkwesties) en het Brillen Rottler-arrest uit maart. Daarin was in Duitsland ook zo’n principiële persoon actief die direct geld eiste bij zelfgestarte verwerkingen (inschrijving nieuwsbrief).

Het Hof bepaalde toen dat een verzoek mag worden afgewezen als aan twee eisen is voldaan:

Allereerst moet je verzoek dus niet een ‘echt’ AVG-doel dienen.

Het tweede element is subjectiever: “kunstmatig de voorwaarden scheppen” om mensen op een inbreuk te betrappen. Daarbij mag je meenemen dat meneer dit vaker doet, zodat de indruk duidelijker is dat hij het niet om dat ‘echte’ doel doet.

De rechter in deze zaak roept dit arrest in via wat we in Nederland “misbruik van recht” noemen (art. 3:13 BW):
Genoegzaam is gebleken dat het [verzoeker] niet daadwerkelijk te doen is om de inzage in zijn persoonsgegevens en de juistheid van deze gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking te controleren, maar dat het doel van zijn verzoek is om er financieel beter van te worden. … In de kern betreft dit het procedeergedrag en de werkwijze van [verzoeker] , alsmede de betrokkenheid van (vermeende) gemachtigden en de rol van Webshop Juristen. … Juist het patroon in de werkwijze en het procedeergedrag dat zichtbaar wordt uit deze en andere zaken draagt in belangrijke mate bij aan het oordeel dat [verzoeker] misbruik van recht maakt.
Belangrijk in dat patroon was dat de verzoeker vooral aanstuurde op een vergoeding (en dwangsommen), en niet inging op wat er aan persoonsgegevens werd verstrekt.

Ook kent de rechter deze partij en zijn werkwijze van eerdere zaken:

Bij de rechtbank zijn daarnaast ongeveer twintig andere zaken aanhangig waarbij [verzoeker] een vergelijkbare insteek heeft gekozen en een hoge schadevergoeding en/of een hoge kostenvergoeding heeft gevorderd. Daarbij heeft hij gebruik gemaakt van nagenoeg identieke dagvaardingen en stukken.
De verzoeker had zelf aangegeven zo’n 90 zaken te hebben lopen waarin een inzageverzoek was gedaan. Wie zoekt op “webshop juristen” bij de Rechtspraak, vindt diverse zaken waarin misbruik van recht werd aangenomen. En zo ongeveer iedere advocaat die iemand bijstaat tegen deze verzoeker, kreeg een (afgewezen) tuchtklacht tegen zich.

Het helpt ook niet dat de zogezegde gemachtigde (Donkersloot) niet was komen opdagen, net als andere gemachtigden van het juristenkantoor dat de verzoeker had ingezet. Een kantoor trouwens dat volgens de KVK geen werknemers heeft en waarvan de verzoeker zelf de directeur is, als ik het vonnis goed lees.

Al die feiten bij elkaar vindt de rechtbank een duidelijk patroon van misbruik van recht. De verzoeker moet daarom de werkelijke proceskosten van de tuinmeubelwinkel (€ 10.105,49) betalen.

Arnoud

 

 

 

 

Wat als een Vinted-verkoop misgaat? ‘Ineens had ik 817 euro verlies gemaakt’

Photo by Hugo Clément on Unsplash

Vinted is een van de populairste platforms voor tweedehands kleding, maar niet iedereen houdt daar een positieve ervaring aan over. Dat meldde TROS Radar onlangs. Ze onderzochten de uiteindelijk toch juridische vraag: hoe goed zijn verkopers op Vinted eigenlijk beschermd als er iets misgaat?

Kern van het probleem is dat het platform (net als diverse andere) met kopersbescherming werkt, waarbij verkopers eigenlijk met lege handen staan als het platform meent dat de koper een punt heeft:

Radar ontving de afgelopen tijd meerdere klachten over Vinted. Gebruikers vertellen onder meer dat zij onterecht worden geblokkeerd, dat zij namaak- of beschadigde artikelen ontvangen, en dat betalingen soms niet worden vrijgegeven of juist wel terwijl dat niet zou moeten. Ook wordt vaak genoemd dat contact met Vinted lastig is en dat besluiten niet goed worden uitgelegd of besproken.
Het idee van kopersbescherming is even sympathiek als eenvoudig. De betaling van de consument wordt in depot (escrow) gehouden tot je je producten hebt. Blijkt de zending kwijt, dan lost Vinted dat op door je geld terug te geven. Ook bemiddelen zij bij een geschil, en omdat de winkel het geld dan nog niet heeft, zal die sneller meewerken aan een oplossing.

Het probleem is even eenvoudig: als verkoper heb je nu geen enkele kans meer als de koper (te) makkelijk gelijk krijgt. Bezwaar is moeilijk, bewijslast torenhoog en contact krijgen wil vaak ook niet lukken. Al sinds 2022 zijn klachten van deze aard te lezen.

Juridisch is hier weinig over geregeld. De Digitaledienstenverordening (DSA) kent wel regels over online marktplaatsen, maar die gaan vooral over de consument meer informatie en waarborgen bieden. De wat minder bekende platform-to-business verordening (P2B) kent wél een beschermende regel voor bedrijven:

Onlinetussenhandelsdienstverleners zorgen voor een intern systeem voor het afhandelen van de klachten van zakelijke gebruikers.
Alleen gaat dat dan weer niet over klachten voortvloeiend uit de koopovereenkomst met de consument op het online platform. (Het is meer bedoeld voor zaken als je account dat zomaar gesloten wordt, of onduidelijkheden bij je app in de store geplaatst te krijgen.)

Arnoud

 

 

Solvinity (van DigiD) mocht inderdaad niet overgenomen vanwege de CLOUD Act

Gisteren werd een verzoek tot schorsing van het overnameverbod van Solvinity afgewezen door de rechtbank Rotterdam. Een uitgebreid vonnis, maar de kern is dus wel degelijk zorgen om de CLOUD Act, FISA en consorten. Maar dan wel alleen bij Solvinity.

In mei blokkeerde Nederland de overname van DigiD-hoster Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl. Daarbij werd de vrij onbekende Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Wozt) ingezet, maar de motivering bleef vooralsnog geheim. Daardoor was het speculeren wat de juridische route was.

Solvinity’s eigenaar (Host Lux) ging in beroep, en daardoor weten we nu grofweg waar het besluit op gebaseerd is, namelijk tóch de CLOUD Act en vriendjes:

De Verenigde Staten (VS) beschikken over verschillende wetgeving die extraterritoriale werking heeft, waardoor ze toegang kunnen krijgen tot gegevens die wereldwijd worden verwerkt door Amerikaanse technologiebedrijven. Naast de Clarifying Lawful Overseas Use of Data Act (CLOUD Act) en de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) hebben de VS verschillende wettelijke middelen om bedrijven te dwingen gegevens te verstrekken of technische hulp te bieden aan veiligheids- en inlichtingendiensten. Belangrijke voorbeelden zijn de Communications Assistance for Law Enforcement Act (CALEA), die telecom- en communicatiebedrijven verplicht hun systemen toegankelijk te maken voor afluisterpraktijken. Ook is er de Stored Communications Act (SCA), die Amerikaanse autoriteiten toegang kan geven tot opgeslagen communicatiegegevens, zelfs als deze buiten de VS zijn opgeslagen. Amerikaanse inlichtingendiensten hebben brede rechten voor het verzamelen en opslaan van communicatie en andere gegevens die in het buitenland plaatsvinden en opgeslagen staan. FISA Section 702 vormt de juridische basis voor programma’s zoals PRISM en Upstream. Hierdoor kunnen aanbieders van elektronische communicatiediensten verplicht worden om mee te werken aan buitenlandse inlichtingenverzameling. Waar de VS zich onderscheiden van andere landen is dat zij een grote invloed hebben op de mondiale digitale infrastructuur die vrijwel geheel in handen is van Amerikaanse bedrijven. Een recente studie van de Zwitserse Cloudprovider Proton, laat zien dat veel staten afhankelijk zijn van deze technologie en dat de VS via deze bedrijven macht kunnen uitoefenen.
De rest van de redenering is daarmee gegeven. Als Solvinity in Amerikaanse handen komt, krijgt zij met al deze wetgeving te maken. En dat is precies waar dan de Wozt voor bedoeld is, vandaar het verbod. En het verbod is redelijk gezien de ernst.

Die ernst is mede gegeven door het antwoord op een ander juridisch vraagje waar ik mee zat: waarom geldt de Wozt voor Solvinity? Die wet is bedoeld voor grote telecompartijen (meer dan 100.000 eindgebruikers, 300 AS’en, 400.000 domeinnamen, dat werk) en Solvinity haalt dat niet. Maar uit besloten bron heeft de rechter vernomen dat Solvinity

een elektronische communicatiedienst of elektronisch communicatienetwerk, datacenterdienst of vertrouwensdienst aanbiedt aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, het ministerie van Defensie, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid of de Nationale Politie(…).
Om die reden is de Wozt alsnog van toepassing, zodat het verbod in stand blijft.

Betekent dit nu dat heel Nederland moet stoppen met Amerikaanse clouddiensten? Nee. Hoewel het gevaar algemeen en concreet is gepresenteerd, is dit beperkt tot de context van overnames door Amerikaanse partijen. Bovendien moet je dus of een grote jongen zijn of aan de mannen in regenjassen leveren.

Het is wel de eerste keer dat zo formeel wordt erkend dat CLOUD Act en consorten een clear and present danger voor onze soevereiniteit zijn. Ik verwacht dus zeker wel enige precedentwerking.

Arnoud

25 jaar oude internetcommunity Bokt heeft juridische problemen en zoekt hulp

Photo by Sheila Swayze on Unsplash

Paardenforum Bokt, een van de oudste nog actieve internetcommunity’s van Nederland en België, heeft juridische problemen en zoekt daar hulp voor. Dat meldden Nu.nl en Tweakers onlangs. De stichting Paard Zoekt Baas eist dat Bokt bepaalde negatieve berichten over de stichting verwijdert, en om zich te verweren moet Bokt een advocaat inschakelen, wat ze niet kan betalen.

Eigenaar Bart legt in een forumpost uit:

Stichting Paard Zoekt Baas heeft Bokt.nl gedagvaard. Kort samengevat gaat de zaak over kritische berichten die gebruikers op Bokt.nl hebben geplaatst. De stichting stelt dat Bokt.nl daarvoor verantwoordelijk is, dat wij berichten sneller hadden moeten verwijderen en daarnaast is er een claim rondom een aantal afbeeldingen. …

Bij de kantonrechter kan in dit soort zaken maximaal €25.000 aan schadevergoeding worden toegewezen. Omdat Stichting Paard Zoekt Baas nu inzet op een hoger schadebedrag, is de zaak doorverwezen naar de handelskamer. Daar mogen we niet meer zelf procederen: vanaf dit moment is een advocaat wettelijk verplicht.

Inhoudelijk is er vast van alles van de claims van de stichting te vinden. Bij Tubantia staat een mooie samenvatting. Veel recensies over de stichting zijn te vinden op Trustpilot. Ouder nieuws hier.

Maar dat is hier niet het probleem. Als je je niet kunt verweren tegen een claim, dan houdt het bij de rechter snel op. Dus het kan gebeuren dat je verliest tegen een kansloze claim enkel omdat je geen advocaat een verweer liet indienen.

Frustrerend, vandaar de fundraiser om alsnog een advocaat in te kunnen huren. Wie dit leest: wil je ook doneren, net als ik?

Velen tipten me het bericht, en stelden dat dit een SLAPP rechtszaak is: een strategic lawsuit against public participation, oftewel een rechtszaak ingestoken om Bokt het zwijgen op te leggen. Zoals ik in oktober blogde, dat is in Europa omschreven als

gerechtelijke procedures die niet worden ingeleid om daadwerkelijk een recht te doen gelden of uit te oefenen, maar die als voornaamste doel het voorkomen, beperken of bestraffen van publieke participatie hebben, waarbij vaak misbruik wordt gemaakt van ongelijke machtsverhoudingen tussen de partijen en ongegronde vorderingen worden ingesteld.
De sanctiemechanismen uit deze wet zijn niet denderend sterk: een proceskostenveroordeling of publicatie van het vonnis, tsja. In Nederland kan hiermee de conclusie worden onderbouwd dat een procespartij misbruik van recht maakt, zodat hun claim moet worden afgewezen. Maar het lastige blijft: de rechter moet dit bepalen en wie daar niet heen kan, krijgt geen gelijk.

Dus: doneren, alstublieft.

Arnoud

Je krijgt je geld niet terug als het casino zonder vergunning blijkt te opereren

Photo by Kaysha on Unsplash

Je geld terugkrijgen bij een online casino omdat ze zonder vergunning opereren, is juridisch (toch) niet mogelijk. Dat bepaalde de Hoge Raad onlangs. Dit was een open vraag, omdat lagere rechtspraak nog wel eens de gokker zijn geld teruggaf met dit argument.

De Hoge Raad deed uitspraak op prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam. Met die route kun je hoger beroep bij het Gerechtshof overslaan, om zo sneller een antwoord van onze hoogste rechter te krijgen. En dat was nodig, want als meerdere rechters verschillend antwoorden op dezelfde vraag dan moet de Hoge Raad daar een lijn in trekken.

Kern van het argument van de vele consumenten was dat de gokovereenkomst nietig is, op grond van artikel 3:40 BW om precies te zijn:

Een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, is nietig.
Een overeenkomst sluiten terwijl dat in het geheel niet mag (want geen vergunning) is prima onder dit verbod te rekenen. En als de overeenkomst dan nietig is, dan heb je betaald zonder rechtsgrond en dan moet dat geld terug. Eventuele schulden (verliezen) hoef je niet te betalen. (Ook niet via ongerechtvaardigde verrijking of iets dergelijks.)

Probleem: lid 3 van dit artikel heeft een uitzondering voor “wetsbepalingen die niet de strekking hebben de geldigheid van daarmede strijdige rechtshandelingen aan te tasten”. Oftewel, heeft de Wok de strekking het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen aan te tasten?

In die andere zaken wezen rechters daarbij op de grote gevolgen voor de maatschappij, waarbij ook meewoog dat strafrechtelijk en bestuursrechtelijk optreden een “hachelijke zaak” zou zijn. Dan is “de consument kan gewoon zijn geld terugkrijgen” een effectief afschrikwekkend instrument.

De Hoge Raad ziet het echter anders:

Er is geen grond om aan te nemen dat overeenkomsten met een aanbieder van online kansspelen die in strijd handelt met dat verbod, reeds daardoor door inhoud of strekking in strijd zouden zijn met de openbare orde of de goede zeden. Daarbij is van belang dat het voor de inhoud van een door een speler aangegane overeenkomst geen verschil behoeft te maken of de aanbieder beschikt over een vergunning als bedoeld in art. 1 lid 1, aanhef en onder a, Wok. Ook is van belang dat de Nederlandse kansspelregulering niet wordt gekenmerkt door een categorisch verbod op kansspelen (zie hiervoor in 3.1.3) en dat kansspelovereenkomsten niet op zichzelf ontoelaatbaar worden geacht.
Omdat we een vergunningsstelsel hebben, kun je niet zeggen dat kansspelen als zodanig dús tegen de openbare orde of goede zeden zijn. De aard van de overeenkomst is hetzelfd, met of zonder vergunning bij de aanbieder.

Dit is vrij ontnuchterend, en slaat categorisch alle mogelijkheden dood om als consument je geld terug te krijgen. Gezien de geciteerde redenen vind ik dat wel een tikje frustrerend.

Arnoud

De camperverhuurder houdt mijn geld nadat ik misleid ben door hun AI-chatbot!

Photo by Sjoerd Verhelst on Unsplash

Via Reddit (vertaald & ingekort):

Op 1 juli heb ik een camper geboekt bij Indie Campers voor een reis van 12 tot en met 18 juli. Voordat ik betaalde, vroeg ik de AI-chatbot op hun officiële website of ik naar Montenegro kon reizen. De bot garandeerde expliciet dat dit mogelijk was. Vertrouwend hierop heb ik het volledige bedrag betaald. [Ik deed navraag bij de klantenservice, dat duurde meer dan 48 uur. Toen] gaven ze aan dat hun algemene voorwaarden reizen naar Montenegro strikt verbieden. Ik heb onmiddellijk om annulering en volledige terugbetaling gevraagd, omdat ik door hun platform misleid was.

De boete: Het bedrijf verklaarde dat ze “geen verantwoordelijkheid nemen voor AI-antwoorden”. Uiteindelijk verwerkten ze de annulering, maar pasten ze hun standaard boete voor late annulering toe, waardoor ik slechts 5% terugbetaald kreeg en 95% van mijn geld zelf hield.

Het juridische antwoord is vrij simpel. Een uitvoer van een AI-chatbot is hetzelfde als een tekst in je veelgestelde vragen of folder. Als daar duidelijk staat dat je naar Montenegro mag reizen, dan is dat een toezegging waar ze aan gebonden zijn.

Het kan dat ergens in de algemene voorwaarden staat dat je met de camper in de EU moet blijven (Montenegro is er bijna, maar nog niet helemaal). Grote letters winnen van kleine, dus dat heeft juridisch dan geen betekenis. Maar let op: de grotelettertekst moet wel expliciet “ja, je mag naar Montenegro” bevatten en niet “je mag in heel Europa er mee reizen” of iets dergelijks.

De opmerking dat het bedrijf “geen verantwoordelijkheid [neemt] voor AI-antwoorden” is natuurlijk volkomen van de gekke. Er is Zweedse jurisprudentie dat chatbots niet mogen misleiden, en we hebben de Canadese analogie als lichtend voorbeeld.

Het probleem is dus vooral dat het bedrijf “nietes” zegt na de klacht, en dan weigert iets te doen om het goed te maken. Dat is een bekende in het consumentenrecht, en het maakt eigenlijk niet uit of dit “onze chatbot kletst maar wat” of “onze medewerker mocht dat niet zeggen” is. Hoe haal je je recht?

De vraagsteller woont in Spanje (staat in de comments) en Indie Campers is zo te zien een Nederlands bedrijf. Bij grensoverschrijdende consumentengeschillen (binnen de EU, plus Noorwegen, IJsland en het VK) kun je laagdrempelig en goedkoop via het European Consumer Centre (ECC) bemiddeling aanvragen.

Ook heeft de vraagsteller met creditcard betaald. Daar een geschil aanmaken of een terugboeking vragen is mogelijk, en vaak minstens zo effectief als een gerechtelijke procedure.

Arnoud

Bunq moet klant die via Google Pay-wallet werd bestolen 5.000 euro vergoeden

Photo by Mika Baumeister on Unsplash

Bunq moet een klant die het slachtoffer werd van fraude via een aan zijn bankrekening gekoppelde Google Pay-wallet het schadebedrag van 5.000 euro vergoeden. Dat las ik bij Security.nl. Dit omdat ze niet kan laten zien hoe Google Pay bij deze consument ooit überhaupt in gebruik was genomen.

Hoofdregel bij betalingen is dat de bank, en niet de consument, aansprakelijk is voor niet-toegestane betalingstransacties. Dat wordt alleen anders als de bank kan aantonen dat de consument “frauduleus heeft gehandeld of opzettelijk of met grove nalatigheid” (art. 7:529 BW).

De klant hier zag dat er meerdere betalingen met een totaalbedrag van 5.000 euro uitgevoerd waren, waarvoor hij stelde geen toestemming te hebben gegeven. Na onderzoek stelde de bank vast dat het ging om betalingen via Google Pay, en een dergelijke koppeling kan alleen met toestemming zijn gedaan.

Goed, zegt het Kifid, bewijs maar dat die toestemming is gegeven:

Heeft de heer [consument] toestemming gegeven voor de koppeling aan Google Pay? Waar blijkt dat uit? Graag ontvang ik de relevante informatie uit uw administratie, waaruit blijkt met welk apparaat en vanaf welk IP-adres eventuele toestemming is verleend.
Op dat verzoek kwam echter nul reactie, zodat de geschillencommissie concludeert dat er sprake is van een niet-toegestane transactie:
Omdat de bank geen bewijs heeft geleverd van een rechtsgeldige koppeling van de betaalpas aan Google Pay, kan zij ook niet aantonen dat de consument heeft ingestemd met de latere Google Pay-betalingen. Daarom moet de commissie het ervoor houden dat sprake is van niet-toegestane betalingstransacties.
Dan komt dus de vervolgvraag: was hier sprake van fraude, opzet of bewuste roekeloosheid bij de consument? Daar kun je serieuze vragen bij stellen, want het is vrij onlogisch dat een hacker van buitenaf bij iemand Google Pay activeert en er dan mee gaat betalen zonder dat je daar iets van merkt.

Alleen:

Echter, nu de bank niet heeft aangetoond dat de betaalpas is toegevoegd op de overeengekomen wijze, zou het onaanvaardbaar zijn van de consument te verlangen dat hij zulk inzicht geeft.
Dit is het juridisch equivalent van aan de noodrem trekken. Art. 6:248 BW bepaalt dat een regel, wet of afspraak tussen twee partijen niet geldt wanneer “dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.”

De commissie zegt hier dus: het is onaanvaardbaar dat de consument moet laten zien niet nalatig te zijn geweest als de bank niet eens kan laten zien hoe Google Pay is geactiveerd en vanaf welk apparaat, IP adres en dergelijke.

Arnoud

 

Pakketjes van Chinese webwinkels zijn vanaf woensdag minstens 3 euro duurder

Photo by CHUTTERSNAP on Unsplash

Nederlanders en Belgen die Chinese pakketjes bestellen, betalen vanaf woensdag 3 euro meer per product of productcategorie. Dat meldde Tweakers. Het betreft een Europese regel uit december, om de toestroom van goedkope pakketjes in Europese landen aan te pakken.

Onder de huidige regels zijn pakketten tot 150 euro vrijgesteld van invoerheffingen (customs duties). Dat gaat nu dus veranderen. Tweakers legt uit:

De gemiddelde waarde van bestellingen in Chinese webshops is 30 euro en dus krijgen veel bestellingen te maken met de heffing. De webwinkel moet het bedrag afdragen aan de douane bij de import van bestellingen. Dat is anders dan bij inklaringskosten, die bestellers afrekenen voordat zij een pakket kunnen ontvangen. De heffing geldt voor alle webwinkels buiten de EU. In totaal gaat bijna 50 procent van alle pakketjes die van buiten de EU de unie binnenkomen naar Nederland of België, terwijl nog geen 7 procent van de inwoners van de EU in Nederland of België wonen.
De gestelde redenen zijn oneerlijke concurrentie, omdat in China zó veel goedkoper geproduceerd wordt. En daar komt dan bij dat men zich ook niet (altijd) aan Europese normen houdt, zodat producten ook gevaarlijk kunnen zijn (denk aan usb-laders die brand kunnen veroorzaken).

Of 3 euro toeslag nou écht de concurrentiepositie verbetert, kun je je afvragen. Het zal in ieder geval zelden een bedrag zijn waardoor een consument denkt “ik ga het wel bij een Europese webwinkel kopen” – als dat al kan, want veel dingen haalt men uit China omdat ze hier niet te verkrijgen zijn.

Op diverse fora is te lezen dat het een kwaadwillend complot is van organisaties zoals EuroCommerce, die vooral lobbyen voor Europees protectionisme. Nou is lobbyen voor je eigen belang inherent aan Europees wettenmaken, dus wat ik hiervan moet vinden weet ik niet.

Een belangrijke tekortkoming van de maatregel is dat ze alleen geldt bij goederen die direct vanuit buiten de EU verzonden worden naar de consument. Grote zakjesschuivers zoals AliExpress hebben magazijnen in de EU en versturen vanuit daar. Die zendingen blijven daarmee buiten schot. Op zich niet erg, want zo is Ali in de EU aan te spreken op bv. overtreding van CE-certificeringsregels.

Arnoud

 

Mag de sportschool eisen dat je een smartphone hebt om 24/7 toegang te krijgen?

Photo by Samuel Girven on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Mijn sportschool is onlangs overgestapt op een QR-toegangssysteem, waarbij je alleen via een smartphone-app toegang tot de gym krijgt. Het pasje wat we voorheen gebruikten, werkt niet meer. Mijn sportmaatje maakt geen gebruik van een smartphone en heeft dit ook bij de gym aangegeven. Hun antwoord was dat hij dan alleen nog kan sporten als er personeel is om hem binnen te laten. Maar hij heeft een onbeperkt abonnement waarmee hij in principe 24/7 zou moeten kunnen sporten. Kan dat zomaar?
Bij 24/7 sportscholen wordt de laatste tijd vaak overgestapt van pasjes of tokens naar apps of zelfs biometrie. De reden is simpel: mensen lenen die tokens of pasjes uit aan bekenden, en dan gaan er twee mensen sporten onder één abonnement. Dat kost geld, dus daar moet wat tegen gedaan.

Biometrie is een discutabele optie, maar deze sportschool kiest voor een persoonsgebonden app. Logisch, want iedereen die sport heeft z’n telefoon bij zich. En een app kun je niet uitlenen. (Nou ja, mijn lezers wel en ik heb geen idee of hier een Trusted Execution Environment achter zit of dat ze vertrouwen op security theatre.)

Inderdaad gaat dat mis als je geen smartphone hebt waar zo’n app op kan. Dan komen we bij de vraag wat er contractueel gebeurt als is gezegd “24/7 sporten” en dan blijkt dat dat alleen kan als je een smartphoneapp gebruikt. Vrijwel zeker stond daar niets over in de algemene voorwaarden, en dan kom je uit bij wat juristen de redelijkheid en billijkheid noemen.

Argumenten waarom dat redelijk is, komen allemaal neer op “pasjes worden uitgeleend” en “kom nou, iedereen heeft een smartphone”. Argumenten waarom het niet redelijk is, zijn even zo cynisch plat te slaan tot “niet iedereen kán of wíl een smartphone gebruiken, en dat is hun goed recht”. Beide kanten hebben een punt, en dus wordt het een weging.

Die weging is minder eenduidig dan je zou denken, en ik denk dat de sportschool hier het sterkere verhaal heeft. Ja, je legt een extra voorwaarde op, maar het alternatief is dat je voor een handvol leden een compleet parallel toegangssysteem in de lucht houdt. Dat kost structureel geld: hardware, onderhoud, een tweede aanvalsoppervlak om te beveiligen, en de administratieve rompslomp van twee systemen naast elkaar. Dat is geen redelijke last om op te leggen aan een ondernemer die juist probeert te moderniseren en fraude tegen te gaan.

Wat de sportschool wél zou moeten doen is netjes communiceren en een fatsoenlijke overgangstermijn bieden. Als het sportmaatje een jaarabonnement heeft afgesloten onder de oude voorwaarden, dan mag hij verwachten dat hij tot het einde van die termijn op een werkbare manier naar binnen kan.

Arnoud