Winkelhouder niet aansprakelijk voor inbreuken via open wifi-netwerk

wifi-hotel.pngHet Europese Hof van Justitie heeft in de Mc Fadden-zaak beslist dat een winkelhouder niet aansprakelijk is voor auteursrechtinbreuken die worden begaan via een open wifi-netwerk. Dat meldde Tweakers vorige week donderdag. Wel kan een rechthebbende partij eisen dat een winkel zijn netwerk beschermt met een wachtwoord, omdat je anders het té makkelijk maakt dat langsrijdende grapjassen illegaal downloaden.

Uit het arrest (zaaknr. C?484/14) blijkt dat het ging om een winkel voor de verkoop en verhuur van licht- en geluidsmateriaal. De eigenaar had een draadloos wifi-netwerk opgezet waar bezoekers op konden, waarbij hij geen beveiliging had toegepast om zo klanten van winkels in de omgeving, voorbijgangers en buren op zijn bedrijf te attenderen.

Op zeker moment downloadde iemand een muziekbestand via dat draadloze netwerk uit een illegale bron, waarop Sony de winkelier aansprakelijk stelde voor deze inbreuk op auteursrechten. In Duitsland niet ongebruikelijk: op basis van Duitse rechtspraak inzake indirecte aansprakelijkheid (“Störerhaftung”) was daar een basis voor.

Raar, want in de Europese E-commercerichtlijn uit 2000 staat dat een tussenpersoon die internettoegang biedt, niet aansprakelijk is voor wat er over zijn internetverbinding gebeurt. In Duitsland was de gedachte (als ik het goed begrijp) dat die regels alleen golden voor bedrijven met als hoofddoel het bieden van internettoegang, zeg maar de ‘echte’ providers zoals T-Mobile. Wifi als aardigheidje maakte je geen provider en dus was je gewoon aansprakelijk.

Het Hof van Justitie kreeg vervolgens van de Duitse rechter deze zaak op zijn bordje: hoe zit het nu, ben je als winkel met wifi nu wel of niet een provider en kun je je dan wel of niet op deze regeling beroepen?

Kort gezegd is het antwoord: ja, dat kun je. Ook een gratis wifidienst die niet je hoofdaanbod is, valt onder de regels van de e-commercerichtlijn. Zodra je wifi te gebruiken is door derden, ben je een ‘provider’ en dus niet aansprakelijk voor wat er over je lijn gaat. Er gelden geen andere voorwaarden, zoals of je een contract sluit, of je geld vraagt of wat dan ook.

Een internetprovider hoeft daarbij géén notice/takedown te hanteren of iets dergelijks. Een hoster moet dat wel – die slaat informatie op, en kan die dus weghalen als het moet. Maar een provider geeft alleen maar door en is dus niet gehouden inbreukmakende zaken te blokkeren.

Echter, in de Richtlijn staat dat de provider een concreet verbod opgelegd kan krijgen om specifieke inbreukmakende informatie nog langer door te geven. Een Pirate Bay-verbod (zeg maar) is dus in theorie mogelijk, maar er moeten dan wel zware waarborgen zitten aan dat verbod. Dan krijg je dus gelijk een hele stevige juridische kluif in het afwegen van belangen – informatievrijheid en ondernemingsvrijheid aan de ene kant, auteursrechten aan de andere kant.

Die discussie laat het Hof nu even voor wat het is: er lag een concrete vraag of het wachtwoordbeveiligen van je netwerk redelijk is, en het antwoord is ja. Het opnemen van een wachtwoord op je wifi is eigenlijk maar een hele lichte maatregel die inbreuken door gebruikers (enigszins) kan beperken terwijl het niet echt de toegang tot internet hindert. Die maatregel is dus in principe gerechtvaardigd om te eisen. Dus: geen aansprakelijkheid voor je gasten, mits je je netwerk beveiligt.

Opmerkelijk is wel dat men eist dat je de ontvangers van het wachtwoord kunt identificeren. Gewoon een dagelijks wisselend wachtwoord mag dus niet. Het Hof zegt niet waarom ze dit ook redelijk vinden, en een afweging tegenover de privacy van bezoekers zit er al helemaal niet in. Dat bevreemdt wel heel erg. Vermoedelijk is de gedachte dat rechthebbenden dan die gegevens kunnen vorderen en zo hun recht kunnen handhaven bij de echte inbreukmaker.

Ik ben benieuwd wat dit voor gevolgen heeft. Enerzijds kun je nu zeggen, einde van gratis wifi want dat is te veel gedoe, iedereen identificeren. Anderzijds zie ik het ook wel gebeuren dat rechthebbenden nu afhaken, want je kunt hooguit eisen dat bedrijven een triviale identificatie gaan doen en 90% van de tijd valse gegevens toelaten. Dat is zo veel tijd en moeite om te checken dat je beter ergens anders kunt gaan claimen.

Arnoud

Fotografe eist 1 miljard dollar van Getty Images

blafbrief-boze-hond.pngDe bekende Amerikaanse fotografe Carol Highsmith (1946) heeft de stockfotobedrijven Getty Images, Alamy en een aantal andere bedrijven aangeklaagd wegens schending van haar auteursrechten, meldde onder meer IE-forum onlangs. Highsmith had een serie foto’s gedoneerd aan de Library of Congress en daarbij onbeperkt hergebruik van die foto’s toegestaan. Het doet dan op zijn zachtst gezegd raar aan dat bedrijven als Getty dan geld vragen voor een licentie op die foto’s. Helemaal als ze dat van de fotograaf óók vragen. Eh, wacht, wat?

Inderdaad: de hele heisa begon omdat Highsmith een blafbrief van Getty kreeg omdat ze foto’s publiceerde uit de Getty-collectie. Precies, haar eigen foto’s. En toen ze bij Getty ging kijken, bleken die gewoon de gedoneerde foto’s te hebben overgenomen en hun eigen bedrijfsnaam erbij te hebben gezet.

Mag dat zomaar? Nou ja, als je een foto doneert – een royaltyvrije onbeperkte licentie verleent – dan mag ook een bedrijf als Getty die foto natuurlijk gebruiken. Het opnemen in die collectie en beschikbaar stellen aan hun klanten is dus legaal.

Geld vragen voor het beschikbaar stellen? Aha, nu wordt het spannend. Ik dénk dat dat ook wel mag, als je het construeert als een vergoeding voor de dienst van het aanbieden van die collectie. Het heeft een zekere waarde als je immers makkelijk kunt zoeken in een gecureerde verzameling foto’s, in plaats van zelf allerlei websites en/of Congresbibliotheken af moet lopen in de hoop op wat leuks.

De rechtenvermelding van Getty, dáár gaat het echt mis. Getty zet bij de foto namelijk (bijna) niet wie de fotograaf is, en doet het vervolgens wel voorkomen of je alléén de rechten hebt die Getty je verleent. En dat is feitelijk onjuist en bovendien een schending van de morele rechten van Highsmith (art. 25 Auteurswet). Plus, het weghalen van ‘rechteninformatie’ is ook een overtreding van de Auteurswet (art. 29b).

In 2014 won fotograaf Morel van Getty (en AFP) toen zijn foto’s van de ramp op Haïti werden overgenomen zonder toestemming. Dus dat belooft wat. Wel is er een belangrijk verschil: Highsmith vraagt geen geld voor haar foto’s, dus dat maakt het aantonen van schade een stuk lastiger. Hoewel in de VS een systeem van statutory damages hebben: ongeacht de schade moet dat bedrag worden opgehoest (tenzij de schade meer is).

Het blijft me verbazen hoe dat werkt bij Getty. Ik snap ook steeds minder waarom ze zo berucht zijn met hun claims: ik ken geen enkele rechtszaak waarbij ze tegen een website hebben doorgepakt.

Arnoud

Filmproducent Klaas de Jong gaat internet aanklagen wegens films downloaden

adsl-filter-internet-censuur.pngProducent Klaas de Jong, mede verantwoordelijk voor bioscoophits als Michiel de Ruyter en Verliefd op Ibiza, heeft aangifte bij de politie gedaan tegen Ziggo, Telfort, KPN en Vodafone, zo las ik bij het Parool. Hij meent dat die strafrechtelijk aan te pakken zijn omdat ze downloadsites toegankelijk maken. Nope, nee, nada, kansloos, vergeet het maar.

Naar de letter van de wet heeft De Jong een punt: art. 31 Auteurswet stelt opzettelijke inbreuk strafbaar (zes maanden cel) en omdat het misdrijven zijn (art. 33), zijn ook medeplichtigen strafbaar. En dat ben je als je opzettelijk gelegenheid en middelen verschaft. Als je dan zegt, die providers wéten van de toegankelijkheid van die sites, dan zou je kunnen spreken van opzettelijk middelen (internettoegang en routering richting die sites) verschaffen kunnen spreken.

Alleen, er speelt meer dan alleen die letter van de wet (en dan negeer ik art. 54a Sr nog even, dat bepaalt dat providers niet worden vervolgd voor doorgifte van informatie van en naar klanten). Het beleid van het OM telt namelijk óók, en dat beleid is hier vrij simpel: er wordt niet vervolgd tegen inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten zoals auteursrechten. Daarop zijn maar vier uitzonderingen:

  1. Bedreiging van de volksgezondheid of de veiligheid van de samenleving.
  2. Grootschalige namaak en piraterij, gepleegd in beroep of bedrijf, die de markt verstoren.
  3. Het bestaan van aanwijzingen van betrokkenheid van criminele organisaties of georganiseerde criminaliteit.
  4. Recidive.

Alleen uitzondering 2 zou misschien op kunnen gaan. Echter, het moet dan gaan om

grootschalige en zeer verspreid voorkomende inbreuken die dermate omvangrijk zijn dat civielrechtelijk optreden ernstig bemoeilijkt wordt, terwijl de inbreuk grote economische schade aan de rechthebbende toebrengt, omdat de afzet van zijn producten en de daaraan verbonden goodwill ernstig bedreigd worden.

Bij online auteursrechtinbreuken en het faciliteren daarvan is dit niet aan de orde.

Dat beleid staat al sinds 2006 en heeft de status van ‘recht’: handelt het OM in strijd met dat beleid, dan is ze niet-ontvankelijk. In december 2010 werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in een strafzaak over twee e-Donkey indexeringsites; Releases4U en ShareConnector. In het arrest werd bepaald dat vervolging nooit had gemogen, want:

Volgens het hof blijkt uit het dossier niet dat er op het moment waarop de officier van justitie besloot tot de toepassing van dwangmiddelen jegens de verdachten sprake was van een redelijk vermoeden van schuld overeenkomstig de criteria als opgenomen in die Aanwijzing. Daarnaast heeft het hof vastgesteld dat niet is gebleken dat na ontvangst van de dossiers van stichting Brein door of op last van het openbaar ministerie nader onderzoek heeft plaatsgevonden voordat het openbaar ministerie besloot tot strafrechtelijke handhaving over te gaan.

Door toch te vervolgen, werden “de beginselen van een behoorlijke procesorde geschonden”. Dat klinkt heftig maar betekent gewoon dat dit niet had gemogen, einde rechtszaak.

Die aangifte is dus volslagen kansloos.

Arnoud

Wanneer mag je een auteursrechtelijk beschermde standaard toepassen?

standard-standaardEen lezer vroeg me:

Hoe zit het nu met auteursrecht en patent op standaarden? Ik had altijd begrepen dat het vrij simpel is; je hebt auteursrecht op de tekst van de standaard, en daarnaast heb je eventueel octrooi op de implementatie. Maar nu hoor ik dat er daarnaast ook nog het intellectueel eigendom is, het onderliggende idee, en dat je daar toestemming voor nodig hebt los van het auteursrecht. Hoe zit dat nu?

Standaarden an sich zijn alleen via auteursrecht te beschermen, en dat raakt dan alleen de tekst. Die mag je niet kopiëren of herpubliceren. Implementeren van een standaard is altijd toegestaan, tenzij er patent zit op de implementatie. Dus ook bij “vastgelegde” methodes, cursussen, procedures of technieken. Alleen een patent of octrooi kan toepassen van iets verbieden. (en merk kan je dwingen een andere naam te kiezen, en een modelrecht kan je verplichten andere hulpmiddelen te ontwikkelen.)

Sommige patenten zijn zo breed dat ze álle implementaties afdekken, en daar komt de hele discussie vandaan over open standaarden: met zo’n essentieel octrooi kan niemand de standaard toepassen zonder schatplichtig te zijn aan de patenthouder. Maar het principe blijft hetzelfde: het patent gaat over implementatie – toevallig alle implementaties, maar nog steeds over implementatie.

Een veelgehoord misverstand is dat er zoiets is als “intellectueel eigendom”. Of nou ja, dat is er wel maar dat is een rechtsgebied net zoals arbeidsrecht of internetrecht. Je kunt dat bestuderen, je kunt je erin specialiseren en zelfs een universitaire vakgroep voor oprichten, maar het is geen ding dat je hébt. Ik beroep mij niet op mijn arbeidsrecht naar mijn werkgever toe, en ik zet niet een internetrecht in wanneer ik een claim krijg. Net zo min als ik het intellectueel eigendom heb op een tekst of foto (of technische innovatie). Ik ga bínnen die rechtsgebieden op zoek naar een manier om een recht te halen (of onderuit te halen).

De oorzaak van dat misverstand is denk ik de term “IE-recht”, suggererend dat er een recht is op dingen van intellectuele eigendom. Derhalve zullen die dingen ook wel iets zijn. Maar dat klopt dus niet. Een IE-recht is een vakterm uit dat vakgebied IE over het soort rechten dat ze daar behandelen. Het is geen recht op een IE. Rechten op intellectuele creaties an sich bestaan niet.

Je ziet dit misverstand ook wel eens in contractuele afspraken over bijvoorbeeld een boek. Dan wordt er gezegd, het auteursrecht gaat over naar de klant maar het IE blijft bij de auteur. Dat is dus juridisch onzinnig, waarom zou een vakgebied ergens blijven? (Wat mensen dénken dat ze hiermee bedoelen, is me overigens ook nog steeds niet duidelijk.)

Dus nee. Het maakt niet uit hoe je de standaard opschrijft, wat voor teksten je erin zet en hoe vaak je deze deponeert of registreert bij welke “bescherm uw idee”-club ook. Je hebt alleen een auteursrecht op je tekst, misschien heb je de naam als merk vastgelegd en heel misschien heb je patent op (een) dan wel alle uitvoering(en) daarvan. Maar dat is het, meer is er niet.

Arnoud

Is het strafbaar om een Pirate Bay-proxy te opereren?

piratebay-sunk-dank-bas-taart.pngEen lezer vroeg me:

In Engeland is een man aangeklaagd voor fraude omdat hij een Pirate Bay-proxy draaide. Hem hangt maximaal tien tot veertien jaar cel boven het hoofd! Kan dat ook bij ons?

In Engeland hebben diverse rechtbanken het verlenen van toegang naar de Pirate Bay verboden. Deze meneer wordt nu strafrechtelijk vervolgd voor fraude en witwassen, wat mij nogal gezocht klinkt. Die artikelen gaan meer over oplichting en misleiding. Helaas kan ik de aanklacht nergens vinden, mogelijk dat het gaat om een constructie waarbij de fraude is het doen alsof de Pirate Bay legitiem benaderd mag worden of zo.

Meer algemeen geldt in Engeland net als in de VS het concept van “contempt of court”. Je kunt daar de cel in gaan door iets te doen dat in een vonnis verboden is, zelfs als je geen partij bij die zaak bent. De eis is dat de rechtbank moet vinden dat jij ingaat tegen het vonnis of de rechtbank minacht. Iemand die een proxy opzet naar een verboden site, zou je langs die route kunnen aanspreken.

In Nederland bestaat die constructie niet (heel soms wel). We kennen in Nederland twee soorten ‘verboden’. Je hebt het strafrecht en het civiel (burgerlijk) recht. Strafrecht is grofweg hetgeen waar je de cel voor ingaat, en civiel recht is grofweg contracten en schade vergoeden.

In Nederland is er geen strafwetsartikel tegen het aanbieden van een proxy om bij de Pirate Bay te komen. Daarmee ga je er dus niet komen.

Civielrechtelijk heeft een aantal rechters ex parte verboden een proxy naar de Pirate Bay te opereren, met als argument dat dat gewoon onzorgvuldig is in het maatschappelijk verkeer.

Nu de blokkade is opgeheven, kun je je natuurlijk afvragen hoe houdbaar die verboden nog zijn. Maar hoe dan ook: zo’n verbod is civiel, en andere partijen hebben daar niets mee te maken.

Arnoud

Moet Johan Cruijff in de Auteurswet worden opgenomen?

auteurswet-1912-anno1912.gifHet is passend om Cruijff te eren en zijn werk blijvend te steunen door een aanpassing van de Auteurswet, las ik bij IE-forum.nl. De auteur, auteursrechtenprof en -advocaat Dirk Visser wil een wetsartikel in de Auteurswet opnemen dat als volgt luidt: “Voor iedere openbaarmaking met winstoogmerk van het portret of de naam van Johan Cruijff is een redelijke vergoeding verschuldigd aan de Johan Cruijff Foundation te Amsterdam”. En nee, dit is geen 1-aprilgrap.

Vissers voorstel is geïnspireerd op een oude regeling uit het Engelse auteursrecht: daar geldt een eeuwig auteursrecht op het toneelstuk “Peter Pan” en afgeleiden daarvan. Wil je in Engeland iets doen met dat werk, dan moet je geld betalen aan het Hospital for Sick Children in Londen. Visser trekt dit iets breder: niet alleen een specifiek werk, maar álle werken die iets met Cruijff te maken hebben.

Het idee is loffelijk want stichting met nobel doel, Cruijff zeer gewaardeerd mens en de rest weet u zelf. Alleen: is dit te manier om het te doen?

Ik heb er moeite mee. Met name dat stuk van die naam. Auteursrecht gaat normaal over wérken, creatieve dingen zoals teksten of foto’s, zoals dat toneelstuk van J.M. Barrie. Daar een specifiek recht aan hangen vanwege een loffelijke situatie, dat zie ik ergens nog wel. Dat is in feite een juridisch standbeeld rond dat ene werk en gezien de symbolische waarde van dat werk, is een vergoeding (los van het vervallen auteursrecht) te billijken.

In het geval van Cruijff is het voorgestelde standbeeld niet een specifiek wérk maar de náám. En dat is een heel stuk breder, geen standbeeld maar een tolpoort rond de hele stad. Want dat is nogal wat, een vergoedingsrecht voor het gebruik van iemands naam.

Oké, er staat bij “voor winstoogmerk” maar dat is een heel zwak criterium. Het gaat natuurlijk om zaken als herdenkingsboeken, compilatie-DVD’s en shirts met foto, maar met deze omschrijving dek je ook een heleboel zaken die volgens mij redelijkerwijs écht geen vergoeding zouden moeten hoeven te betalen. Als jurist denk ik dan gelijk, mag ik een boek uitgeven waarin ik dit voorgestelde wetsartikel behandel? Boek is commercieel, en ik noem de naam. Mag RTL Nieuws het jaaroverzicht 2016 nog uitzenden als het overlijden van de voetballer erin wordt genoemd? Het zit propvol reclame immers. Is het Wikipedia-lemma van zoon Jordi nog legaal, dat noemt immers “de zoon van” en Wikipedia is commercieel genoeg met hun jaarlijkse bedelrondes. Ik lees over een idee om de Amsterdam ArenA te hernoemen naar de Johan Cruijff ArenA (al dan niet met kleine -a). Dan moet ik betalen om te zeggen “onze onderhandelingen zijn in de businessclub van de Johan Cruijff Arena”. Dat voelt niet helemaal handig meer.

Volgens mij kan het veel simpeler: deponeer de naam Johan Cruijff als merk en leg vast dat dit een ‘bekend’ merk is in de zin van de merkenwet. Daarmee is ieder gebruik voor producten of diensten aan te pakken, ook als het niets te maken heeft met de activiteiten van de Cruijff-stichting. Maar nieuws over Cruijff (of juridische lezingen over auteursrecht- of portretrechtcuriosa) mag gewoon gebracht blijven worden.

Met dat portret heb ik iets minder moeite, hoewel ik dat eigenlijk zou willen beperken tot zaken waar het commercieel portretrecht nu al gold. Dus in feite schaf je dan alleen de beperking in tijd op het portretrecht van Cruijff af. Dat voelt werkbaar, want dat was het nu ook al.

Mijn tegenvoorstel dus:

  1. Een wijziging in het Beneluxverdrag inzake de IE (voorheen de Benelux Merkenwet) dat het teken “JOHAN CRUIJFF” een bekend merk is in de zin van art. 2.20 lid 1 sub c daarvan, en dat de bescherming van dit teken niet zal vervallen bij niet-gebruik (art. 2.26 lid 2 BVIE). Eventueel aan te vullen met de bepaling dat gebruik toegestaan is voor redelijke doelen (om het geen té absoluut verbodsrecht te maken.)
  2. Een wijziging in de Auteurswet die stelt dat het portretrecht van Cruijff eeuwigdurend wordt (art. 19 lid 2 Auteurswet blijft buiten toepassing).

Hiermee wordt de essentie van Vissers voorstel behouden: naam en portret mogen niet zomaar worden gebruikt, daarvoor moet dan worden betaald. Maar de beperkingen op merk- en portretrecht blijven zo ook behouden. Is het portret of de naam van Cruijff nodig voor nieuws of voor een ander legitiem doel, dan mag dat en dan hoeft daarvoor niet te worden betaald.

Wat vinden jullie?

Arnoud

Is een Periscope-livestream auteursrechtelijk beschermd?

periscope-livestreamVia Twitter kreeg ik de vraag wat je kunt doen als een nieuwsmedium je Periscope-livestream overneemt zonder toestemming of bronvermelding. Inbreuk op het auteursrecht zou je denken, dat geldt immers ook voor livestreams. Alleen, bedacht ik me later: zít er wel auteursrecht op die stream?

Met Periscope kun je live video’s uitzenden die over de hele wereld kunnen worden bekeken, aldus de app-aanbieder. Heel simpel maar effectief. Druk op de knop en gaan met die banaan, pardon telefoon. Een principieel verschil met rondlopen met een ouderwetse camera en dat later op internet zetten zie ik niet; filmen is filmen en op internet zetten is op internet zetten.

Voor auteursrecht is nodig dat je een werk maakt. Vastlegging daarvan is niet nodig, ook op een livestream zit gewoon auteursrecht. Het gaat om de inhoudelijke eis: is sprake van een “eigen intellectuele creatie”, oftewel doet de maker van de video iets creatiefs (dat uit het werk te halen is) waardoor we kunnen spreken van meer dan basaal beeld?

De lat ligt niet heel hoog, maar er is wel iets van creativiteit nodig. Mijn standaardvoorbeeld is de bewakingscamera: die hangt daar om gewoon te filmen wat ergens gebeurt, daar gebeurt niets mee en daar verandert niets aan het beeld behalve wat er in werkelijkheid gebeurt. Dat is niet creatief. Ook een scan van een schilderij is niet beschermd. Een film van anderhalf uur waar een regisseur en producent uitgebreid in edit voordat deze op de markt komt, is natuurlijk wél beschermd.

Periscope zit hier tussenin. Enerzijds is het idee dat je ‘gewoon’ de werkelijkheid filmt, en bovendien heb je geen mogelijkheid om de video te bewerken voordat deze de wereld in gaat. Je bent dus een wandelende bewakingscamera. Anderzijds zit er misschien creativiteit in dat wandelen: je kiest een betere hoek, je houdt de camera schuin en ga zo maar door. En dat zijn typisch activiteiten waarvan juristen vinden dat ze auteursrechtelijke creativiteit opleveren. Derderzijds (hypothenusazijds?): doe je dat vanuit een creatief oogpunt of alleen maar om de werkelijkheid beter vast te leggen.

Spontane activiteiten kunnen tot auteursrecht leiden, bepaalde de Hoge Raad in 2008. Het is niet nodig dat mensen zich voornemen een creatief werk te maken, of zelfs maar dat ze auteursrecht wilden. Op de achterbank leeglopen over wat je meegemaakt hebt, levert dus al heel snel een auteursrecht op. Verschil met Periscope is wel dat je meer moet nadenken over je woorden dan over wat je camera vastlegt.

Alles bij elkaar lijkt het me dus zeker mogelijk om auteursrecht te kunnen claimen op je Periscope-stream, maar je hebt denk ik wel de schijn tegen je vanwege de afwezigheid van editten en het live-karakter van de stream. Je zult dus bij een claim op zoek moeten gaan naar redactionele keuzes in de stream: waarom veranderde je daar van hoek of positie, en waarom is dat creatief?

Arnoud

Zit er auteursrecht op moppen(-collecties)?

mop-grapEen lezer vroeg me:

Ik wil een app maken met (onder meer) moppen erin. Kan ik die zo overnemen van bestaande moppensites? Iedereen neemt het van elkaar over volgens mij, maar overal staat wel steeds “copyright” bij. En oh ja, moet ik me zorgen maken over seksgrappen als minderjarigen mijn app gebruiken?

Een mop kan auteursrechtelijk beschermd zijn, maar dat recht ligt dan bij de bedenker ervan. Van de meeste moppen weet niemand wie de bedenker is, dus daar zou ik geen probleem in zien. Je kunt ze eventueel wat aanpassen (Sam en Moos worden Jan en Piet, zoiets).

Bij langere of actuele moppen zie je vaak dat ze uit een voorstelling van een cabaretier zijn overgetypt, dat zou ik dus even nagaan en die dan niet gebruiken. Hetzelfde geldt als de mop duidelijk als eigen werk wordt gepresenteerd (en dat geloofwaardig overkomt, natuurlijk).

Een moppensite kan rechten claimen op hun collectie. Je mag die niet volledig overnemen. Wat ik zou doen, is van meerdere sites steeds een paar moppen selecteren en zo je eigen collectie maken. En dan dus even namen en zo veranderen en de moppen van cabaretiers eruit halen.

Leeftijd is in principe niet nodig. Alleen bij seksuele grappen zou je een 18+ waarschuwing kunnen tonen. Het is strafbaar om minderjarigen aanstootgevend materiaal te geven, en dat kan ook tekst zijn. Maar het moet wel een héél grove mop zijn om hieraan te komen. Dus juridisch geen probleem, maar niet iedereen zit te wachten op seksgrappen dus gebruik toch de categorie 18+.

Alvast eentje voor de collectie. Zegt het ei: ik wou dat ik advocaat was. Zegt de banaan: ik wou dat ik rechter was. Jullie nog publiekdomeine aanvullingen?

Arnoud

Is de livestream met mijn interview auteursrechtelijk beschermd?

microfoon-afluisteren-interviewEen lezer vroeg me:

Ik verzorg livestreams met grappig (bedoeld) commentaar op nieuws en dergelijke. Ook interview ik zo allerlei mensen die in mijn dorp in het nieuws zijn. Nu hoorde ik laatst dat ik dan geen auteursrecht heb, omdat dat alleen geldt voor opgenomen werk. Klopt dat?

Het is in Nederland (en in Europa) geen eis dat een werk moet zijn vastgelegd voordat je er auteursrecht op hebt. Voor auteursrecht moet je werk origineel en creatief zijn, maar dat kan ook best bij een mondelinge improvisatie of een spontaan interview waar geen opname van wordt gemaakt.

In de VS ligt die eis anders: daar moet een werk zijn vastgelegd in any tangible medium of expression (17 USC 102). Een mondelinge uitspraak is dus niet auteursrechtelijk beschermd. Het moet kunnen worden gereproduceerd, bijvoorbeeld vanaf een harddisk. Zelfs het werkgeheugen van een computer is al genoeg. Een livestream zou daar dus in principe gewoon beschermd moeten zijn omdat deze via een “tangible medium” verzonden wordt.

Iets lastiger ligt de vraag bij wie het auteursrecht op een interview ligt, zeker als dat een mondeling interview is. Het auteursrecht ligt immers bij de partij die de creativiteit inbrengt, en dat zal eerder de geïnterviewde zijn dan de journalist. Bij een geschreven interview is nog te verdedigen dat uiteindelijk de journalist er het totaalwerk van maakt, door uitspraken bij te schaven en alles bijeen te brengen, maar bij een mondeling interview dat live wordt uitgezonden, heb je dat niet.

Arnoud

Is het dagboek van Anne Frank nu publiek domein ondertussen?

Het auteursrecht op het dagboek van Anne Frank is nog jaren van kracht, blogde ik eind november. Het Zwitserse Anne Frank Fonds stelt dat Annes vader Otto medeauteur van het dagboek is, en aangezien Otto Frank pas in 1980 overleed, zou het verval van het auteursrecht pas vanaf die datum berekend worden in plaats van vanaf 1945, Annes overlijdensjaar. Ondertussen is het 2016, dus hoe zit het nu?

Dat touwtrekken over het auteursrecht zal nog wel even duren. Heel toevallig verscheen 29 december een vonnis (via) van de rechtbank Amsterdam, waarin het Anne Frank Fonds uit Basel optrad tegen de Nederlandse Koninklijke Academie voor de Wetenschappen. De KNAW wilde wetenschappelijk werk verrichten aan het dagboek, maar het Fonds vond dat auteursrechtinbreuk, met name omdat er integrale kopieën zouden rond gaan zwerven binnen die organisatie.

De eerste vraag is dan: zit er nog wel auteursrecht op die werken? Volgens de hoofdregel niet. Auteursrechten vervallen 70 jaar na de dood van de maker, en voor Frank zou dat dan dus per 1 januari 2016 het geval zijn geweest.

Deze regel geldt echter alleen bij werken die bij leven van de auteur zijn gepubliceerd. Dat is met het dagboek niet het geval: de eerste uitgave verscheen pas in 1947, twee jaar na Annes dood. Het wordt dan wat ingewikkeld: de termijn is dan 50 jaar na de eerste publicatie, mits dat maar minstens even lang is als 70 jaar na het sterfjaar van de maker. Nee, daar is nul logica aan te ontdekken, maar dat komt door de verlenging van het postmortem auteursrecht van 50 jaar na 70 jaar.

Volgens de rechtbank:

Een deel van de werken is opgenomen in “Het Achterhuis”, gepubliceerd in 1947. Voor dat deel gold een termijn van 50 jaar na de publicatie, zodat deze op 1 januari 1998 in het publieke domein zouden zijn gevallen, indien de wet in 1995 niet was gewijzigd. Ingevolge de wetswijziging geldt echter dat de termijn is verlengd tot 70 jaar na het overlijden van Anne Frank.

Voor de delen die voor het eerst zijn openbaar gemaakt in de editie van 1986 gold op grond van de regeling van voor 1995 dat die delen eerst in het publieke domein vallen 50 jaren na 1 januari 1987. Deze beschermingstermijn is op grond van artikel 51 Aw door de wetswijziging in 1995 niet verkort.

Volgt u het nog?

Het KNAW legde zich hierbij neer, zodat de rechtbank er formeel geen uitspraak over doet, maar het zet wel een precedent. Derhalve lijkt het er nu op dat het auteursrecht op de 1986-editie van het dagboek doorloopt tot 50 jaar na 1986, 1 januari 2037 dus. Ik ben dan nog net niet met pensioen geloof ik. En ja, dat is frustrerend.

Arnoud