‘Auteursrecht Anne Frank nog jaren van kracht’

| AE 8191 | Intellectuele rechten | 81 reacties

copyright-symbol-printed.pngHet auteursrecht op het dagboek van Anne Frank verloopt niet binnenkort, maar is nog decennia van kracht, las ik in de Volkskrant. Het Zwitserse Anne Frank Fonds stelt dat Annes vader Otto medeauteur van het dagboek is, en aangezien Otto Frank pas in 1980 overleed, zou het verval van het auteursrecht pas vanaf die datum berekend worden in plaats van vanaf 1945, Annes overlijdensjaar. Bij Torrentfreak vraagt Falkvinge zich af waarom niemand zich daar boos over maakt. Ja, goeie vraag.

De duur van het auteursrecht is vrijwel iedereen een doorn in het oog. Ik moet de eerste jurist nog tegenkomen die kan uitleggen waarom het een goed idee is dat het auteursrecht zo lang duurt – en de eerste die de verlengingen van die auteursrechtduur kan rechtvaardigen al helemaal. Want met enige regelmaat wordt de duur van het auteursrecht een stukje opgerekt; volgens boze tongen omdat er dan muizen met geld in diverse wetgevende gremia rondspoken.

Dit verhaal riekt naar hetzelfde. Het idéé dat de dagboeken van Anne Frank niet door haar geschreven zijn, of dat haar vader er mede aan geschreven heeft, overleeft de giecheltoets niet. Had dat éven iets eerder gezegd, dan had de wereld geweten dat we niet een oprecht dagboek van een knap schrijvend meisje met een zeer tragisch leven lazen, maar een coproductie. Zoals BoingBoing zeggen ze het zo:

[B]y claiming that Otto Frank is co-author (rather than “compiler” or “editor”) of his daughter’s diaries, the Foundation is arguing that the diaries don’t represent Anne’s views and thoughts, but rather, that they have been intentionally distorted by her father to the point where they can no longer be said to be a faithful rendition of her diaries.

Los daarvan: waarom zeg je dat nú, in plaats van bij alle uitgaven van het dagboek sinds, eh, de eerste uitgave van dat dagboek? Waarom al die tijd Otto Frank zijn auteurschap ontzegd?

En het ergste is – men doet het niet eens uit kwade wil, om het publiek domein te perverteren of de mensen iets af te nemen. Auteursrecht is een mensenrecht, dat boek hóórt gewoon beschermd te worden want zo is er controle op wie er wat mee doet, en ga zo maar door. Het idéé dat er een publiek domein is, en dat het goed is dat werken daarin terechtkomen, dat ontbreekt volledig.

Dit verklaart ook waarom discussies over uitzonderingen op het auteursrecht zo raar lopen. Wie ze verdedigt, is éigenlijk een beetje een piraat en een auteursrechtdief, die met mooie praatjes iets recht wil praten wat krom is. En als er al eens een rechter in meegaat, dan is dat in principe een misslag waar we het bij de volgende zaak nog maar eens over moeten hebben. Zie de continue discussie over de hyperlink-uitzondering van het Hof van Justitie. Terwijl vonnissen waarin iets wél onder het auteursrecht valt, vanaf dag 1 vaste jurisprudentie worden.

Het is dat afgekaderde denken, dat idee dat auteursrecht een vanzelfsprekend recht is waar eigenlijk niet aan getornd kan worden, waar ik me zo aan erger. Auteursrecht ís geen vanzelfsprekendheid. Het is geen natuurrecht zoals eigendom. En kom me niet met het Anhauser Busch-arrest aan dat het eigendom noemt: vergelijkbare arresten noemen ook pensioenaanspraken eigendom. En nee, ook artikel 27 lid 2 UVRM beslecht dat pleit niet. Grondrechten zijn principes, goede ideeën die nader uitgewerkt moeten worden. Geen harde regels.

Maar goed. Ik voel me weer cynisch worden, en daar wordt het meestal niet gezelliger van. Het is een discussie waar je niet uitkomt. Ik zou graag de nuance zoeken, hoe vullen we een auteursrecht in zodat recht wordt gedaan aan de auteur én het publiek kan profiteren van werken die dankzij het auteursrecht worden geschapen. Maar (zoals trouwens bij vrijwel elke politieke discussie tegenwoordig) ruimte voor die nuance is er gewoon niet. Je bent óf maximalist óf auteursrechtafschaffende piraat. En dat is een bloody shame.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Dat zwart/wit-denken is niet iets van enkel de auteursrechtendiscussie, maar iets waarvan de hele samenleving doordrenkt is. Je ziet het ook in bijvoorbeeld de jaarlijks terugkerende zwartepietdiscussie. Best wel zonde, want er zitten allemaal hele mooie kleurtjes (en tinten grijs voor wie dat mooier vindt) tussen zwart en wit in, en die mis je allemaal als je zwartwit denkt.

    Mooie constructieve rant. Je bent bij lange na niet de enige die zich er aan ergert, aan deze nogal raar en paniekerig overkomende zet van dat fonds of die stichting of wat ’t ook is.

    • Ook eenvoudige ideeën kunnen haken en ogen krijgen als je de details uitwerkt. Kunnen, in jouw idee, niet-natuurlijke rechtspersonen (bijv. bedrijven) ook auteur zijn, bijv. omdat een werknemer een werk heeft gemaakt in dienstverband? Als een bedrijf wordt overgenomen of op een andere manier fuseert, en uiteindelijk zo’n beetje het eeuwige leven heeft, verloopt het auteursrecht dan ook niet? Of is er altijd een natuurlijke persoon (de werknemer) die als auteur geldt? En wat als er meerdere auteurs aan een werk hebben geschreven? Geldt het auteursrecht dan tot de laatste auteur overlijdt?

      • Ik vind dat bedrijven (instellingen, universiteiten, etc.) prima auteursrecht kunnen hebben. En alles wat een medewerker tijdens de tijd van de baas fabriceert, schrijft, noem maar op, valt in het recht alszijnde van de organisatie waar de medewerker op dat moment in dienst was. Om te voorkomen dat een auteursrecht het eeuwige leven heeft, zou het simpel genoeg zijn om te zeggen dat het auteursrecht begint bij de eerste publicatie en dan bijvoorbeeld 70 jaar (nog steeds belachelijk lang in deze moderne tijd) bestaat. Geen verlengingen, geen aanpassingen….en als er wel aanpassingen worden gemaakt, zijn dat gewoon nieuwe publicaties met die 70 jaar. De oorspronkelijke publicatie(datum) kan niet ongedaan gemaakt worden.

        Een mooi begrip hierin is de ‘Mickey Mouse curve’ (http://artlawjournal.com/mickey-mouse-keeps-changing-copyright-law/) die laat zien dat rechthebbenden (in casu Disney) er alles aan doen om dat recht te houden.

      • Het auteursrecht moet juist helemaal niet gekoppeld worden aan het leven. Een vaste termijn die lang genoeg is om het werk fatsoenlijk te exploiteren.

        Dus niet te lang zodat een auteur gestimuleerd wordt om te blijven werken en niet te kort zodat de mensen gewoon gaan wachten tot het auteursrecht is verlopen. Zoals ik hieronder al zeg, het oude 28+28 systeem van de VS was prima.

          • Na verloop van auteursrecht kan iedereen het /exploiterenuitbrengen en zich laten betalen voor de dienst van het drukken en distribueren, maar de auteur wordt er niets meer wijzer van. Die moet dan dus een nieuw werk maken om te blijven verdienen. Zo wordt de maatschappij er ook beter van.

            En 28+28 betekent dat als de auteur in de tussentijd overlijd het auteursrecht gewoon doorloopt.

            Ook heb je geen onderscheid meer tussen auteursrecht voor een natuurlijk persoon en een rechtspersoon. Als ik nu een bedrijf had dan zou ik het wel weten, alle auteursrechten op naam van een persoon laten komen door de juridische constructie met een contract voor de exclusieve exploitatierechten voor de duur van het auteursrecht. Zelfs als de auteur de volgende dag omvalt ben je nog beter af.

            • Constructie is zinloos, want ook een auteursrecht in handen van een bedrijf is gekoppeld aan een auteur (tenzij die echt niet is aan te wijzen, dan is het 70 jaar na publicatie.)

              Betere truuk, vijf jonge stagaires als mede-auteur opvoeren en maar hopen dat die heel oud worden. Gelukkig is dit vrij onzinnig, omdat de huidige waarde van een auteursrecht dat over 100 jaar nog 20 jaar langer duurt vrijwel altijd gelijk is aan nul.

              Die destructieve onzinnige verlengingen zijn het gevolg van zeldzame klassiekers die dreigen hun melkkoe status te verliezen, waarvoor dus even gelobbied wordt. Heel jammer dat daardoor grote delen van ons cultureel erfgoed op slot is komen te staan, en op dramatische wijze het mensenrecht schendt zoals verwoord in datzelfde artikel 27 UVRM (lid 1, dus voor de grondslag van het auteursrecht zelf):

              Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.

              Met betrekking tot Anne Frank: de originelen zijn in facsimile beschikbaar. Gewoon uitgeven, en laat het maar op een rechtszaak aankomen: schept duidelijkheid.

      • Je bent dan juist NIET van het gezeik af. Als een auteur nog leeft, en anderen kunnen reeds aan de haal met door een auteur gemaakt materiaal (omdat het auteursrecht dan reeds verlopen zou zijn), wordt het daarmee “publiek bezit” doe je een auteur mijn inziens behoorlijk onrecht aan. Dan wordt je als auteur “door anderen geleefd” en is daarmee “vogelvrij verklaard”, in plaats van dat een auteur daar zelf zeggenschap in heeft. Waarom moet dat “massa egoïsme” (want meer is het niet) prevaleren boven een zorgvuldig overwogen individueel recht?

        Dat is mijns inziens net zo scheef als reeds organen bij leven gaan opeisen en verdelen, voordat een orgaandonor überhaupt nog overleden is. “Invasion of the Body Snatchers”.

        • Massa egoisme? Eerder andersom, wij als massa zijn zo sociaal richting auteurs om ze gedurende een beperkte tijd een kunstmatig niet stoffelijk bezit te geven zodat ze wat geld kunnen verdienen.

          Zonder deze wetgeving bezit de auteur alleen het fysieke origineel (boek, film, bladmuziek), maar iedereen die de middelen heeft kan dit kopieëren. Er is namelijk niets wat zich daartegen verzet, immers je pakt daarmee de auteur zijn bezit niet af. Omdat we graag willen dat creatieve mensen de tijd hebben om te creëren, omdat wij daar allemaal beter van worden, hebben wij ze de mogelijkheid gegeven om hier hun geld mee te verdienen.

          Een auteur heeft dit recht dus voor zo lang als wij als maatschappij dat willen geven. Door stinkende praktijken die ieder redelijk persoon corruptie noemt, maar dat wettelijk niet is en lobbyen genoemd wordt. (En niet verandert omdat degenen die er van profiteren de wet dan aan moeten passen) is dit beperkte recht zo uitgebreid dat de samenleving door de autersrechten houders bestolen wordt.

          tl;dr De natuurlijke uitgangssituatie is dat het werk van een auteur volgelvrij is. Hij moet blij zijn dat de samenleving nut ziet in het enigzins beperken daarvan. Het is uit de hand gelopen omdat zij dit als een soort van natuurlijk recht zijn gaan zien.

    • Klinkt simpel, maar ook dan krijg je problemen. Is het recht van een 70 jarige schrijver dan minder dan die van een 5 jarige? En is het mogelijk verstandig voor opa om zijn kleinkind als medeauteur op te nemen, opdat die ook levenslang voorzien is van pensioen?

      Ik heb het nut auteursrecht nooit helemaal begrepen, vooral de lengte niet. Moeten stratenleggers niet ook tot 70 jaar na hun dood betaald worden zolang die stenen er liggen, opdat hun kleinkinderen ook nog een pensioen hebben? Of zo iets.

      Het doel van auteursrecht is gewoon om mensen te motiveren a) iets nieuws de wereld in te brengen via hun creativiteit en b) beheer over hun creatie laten houden zonder dat andere ermee aan de haal gaan. Voor dat eerste zou een auteursrecht tot 40-50 jaar na schrijven meer dan genoeg zijn, wie op zijn 20ste iets schrijft, zit tot zijn pensioen goed. Daarna zou ik stellen, wie 40 jaar geen zak uitvreet heeft ook geen recht op een riant pensioen, of moet maar, net als de rest van ons, af en toe wat geld apart leggen. Voor (b) zou het logischer zijn om tot het overlijden van de auteur te nemen, zolang de geestelijke vader van een wereld nog leeft, kan deze er ook zeggenschap over houden.

      Zo redenerend kom ik niet verder dan 50 jaar of tot overlijden van de auteur, wat langer is.

      Om nog maar niet te beginnen over de lengte van patenten, zo ben ik niet per definitie tegen software patenten, maar laat die dingen gewoon na 3 jaar verlopen, als je in 3 jaar je idee niet terug kunt verdienen in de ICT, doe je toch echt iets fout hoor. (gelukkig worden de meeste softwarepatenten tegenwoordig ongeldig verklaard).

      • Daarna zou ik stellen, wie 40 jaar geen zak uitvreet heeft ook geen recht op een riant pensioen, of moet maar, net als de rest van ons, af en toe wat geld apart leggen.

        Wat een onzin. Een auteur kan pas “verdienen” als het publiek diens creaties met open armen ontvangt, en het er voor over heeft daar geld aan te spenderen. Als niemand zit te springen op diens werk, komt er helemaal geen geld in het laadje van een auteur, dus ook geen pensioen. Alle auteursrecht van de wereld ten spijt.

        En of een muzikant nu 20 is of 70 is als die een wereldhit maakt, laat hem daar dan ook de vruchten van plukken, en niet gaan discrimineren omdat iemand “70” is.

        • Objectief is het schrijven van een liedje of boek natuurlijk niet zo heel veel werk. En ook geen vies of gevaarlijk werk. Dus waarom dat dan beloond moet worden met excessieve bedragen, is ook mij een vraag.

          De auteurs zullen natuurlijk zeggen: veel creaties brengen niets of weinig op, en die hoge bedragen middelen dat een beetje uit.

          Dat is waar, maar moeten auteurs vergoed worden voor werk waar niemand op zit te wachten, door middel van af en toe een klapper?

        • Helemaal mee eens, niet discrimineren op leeftijd. Dus die 20 jarige krijg zijn 56 (28+28) jarige auteursrecht en die 70 jarige ook. Terecht, want die laatste werkt nog op 70 en wij bepalen dan dat die termijn redelijk is om er een goed inkomen uit te kunnen halen!

          Maar life + 50 / life + 70 is echt onzin. Niets belet een auteur om net als iedereen tijdens zijn werkzame leven geld opzij te zetten voor zijn pensioen. Het is dus helemaal niet nodig om het auteursrecht aan zijn levensduur te koppelen.

          En dat met hits en missers: wij geven als maatschappij rechten op omdat we er beter van willen worden. Als blijkt dat niemand op jouw werk zit te wachten en je niet in 56 jaar genoeg kan verdienen met jouw creaties, moet je misschien denken aan ander werk.

      • Je argument over stratenleggers gaat eigenlijk meer over de royalties en licentievergoedingen die er gevraagd worden bij het uitbuiten van de auteursrechten. Ik ook ben van mening dat als je gewoon betaald krijgt voor je werk, dat voldoende moet zijn. Een stratenlegger voor de straat die hij legt, een fotograaf voor de foto die in de krant komt, etc. Bij sommige werken is het gemak van reproductie echter een factor bij de daar aan gekoppelde inkomsten. Een boek levert niet zoveel op als na de eerste uitgave gratis reproducties verkrijgbaar zijn, er moet dus een periode zijn waarin het boek alleen door de auteur (en uitgever) uit te buiten is zodat er ook daadwerkelijk verdiend kan worden.

        Ik denk trouwens dat als de stratenlegger een heel creatief patroon verzint, daar ook auteursrecht op kan zitten.

    • Leek mij ook, maar het leek me dan ook wel weer zo dat 1) nabestaanden wel de tijd moeten hebben zaken te regelen als de via auteursrecht inkomen genererende partner plotseling overlijdt 2) je ook wil voorkomen dat een minder scrupuleuze ondernemer meteen op de dag na het overlijden het gedachtegoed van een auteur voor minder verheffende zaken gaat gebruiken. Een jaartje of misschien twee lijkt me daarom nog wel te billijken.

      Maar dan heb je nog auteursrecht dat bij bedrijven ligt , daar moet je toch echt iets van een vaste tijd voor afspreken. Die kan veel korter zijn dan bij personen, omdat het hele morele aspect dat voor individuen voor mij zwaar telt, voor bedrijven niet van toepassing is.

      En dan is er nog software (de code, niet het design) die volgens mij überhaupt niet onder het auteursrecht zou moeten vallen, omdat het techniek betreft, geen artistieke werken. Bij een brug valt ook alleen het ontwerp onder het auteursrecht, niet de constructie. Maar goed, dat is weer een heel andere discussie…

      • De discussie met software is een ‘ aardige’. Software wordt nu met auteursrechten en octrooien beschermd. De vraag is wat programmeren is, een creatieve bezigheid of een inventieve. Mijn ervaring stuurt me eerder naar creatief. Als je een idee hebt en dat wil uitvoeren komt er feitelijk weinig tot geen inventiviteit meer bij kijken. Programmeren is immers niets anders dan het idee opschrijven in een taal die de computer begrijpt. Er zijn echter verschillende manieren om iets te beschrijven en dat is een creatief proces.

        Auteursrecht op software is voor mij dus een goede zaak en octrooien niet. Ik verdien er mijn brood mee, maar de huidige termijnen zijn totaal overbodig. Als wij 50+ jaar nodig zouden hebben om inkomen uit ons werk te genereren dan waren we al failliet geweest. En binnen 10 jaar is al onze code al een keer gewijzigd. Meer dan die termijn is voor ons niet nodig dus. Ik kan me niet voorstelen dat er partijen zijn die meer dan 28+28 nodig hebben. Waarbij ik vermoed dat er zelfs genoeg partijen zullen zijn die die tweede 28 jaar zullen laten schieten.

  2. Hierbij moet ik ook altijd denken aan de rechtzaak waar Men At Work in terecht kwam. In 1934 werd er een liedje gemaakt voor een soort scoutinggroep. Na het overlijden van de maker van dat liedje, erven de erfgenamen het auteursrecht en verkopen dat aan een muziekmaatschappij die langs komt met een aanbod van een paar stuivers. In 2009 klaagt die maatschappij de Men At Work aan, omdat er 11 noten van dat liedje gebruikt zijn in het nummer Down Under. Ik ben zeer zeker niet tegen dat makers van een creatief werk rechten behouden om te kunnen worden beloond, maar deze manier druist zo ontzettend hard in tegen elke intuitieve vorm van rechtvaardigheid die ik ken.

  3. Hoe kan het dat er niemand is “die kan uitleggen waarom het een goed idee is dat het auteursrecht zo lang duurt”, en toch die periode steeds maar verlengd en verlengd wordt? Wat is er mis met recht en politiek? En ja, ik ben het zonder meer met je eens. Auteursrecht is een goede zaak, maar de periode is veel te lang. Persoonlijjk ben ik wel gecharmeerd van het systeem zoals dat halverwege de vorige eeuw in de VS gold: Auteursrecht is gedurende een vastgesteld aantal jaren (28 was dat toen) geldig. Daarna kan het verlengd worden door het werk in te schrijven. Mijn laatste idee is om daar nog iets aan toe te voegen: Bij registratie dient men een belasting te betalen, dat een percentage van de geschatte waarde van het resterende auteursrecht is. Eenieder kan het werk vervolgens ‘vrijkopen’ door de volledige resterende waarde (lineair afnemend bijvoorbeeld) aan de rechtenhouder te betalen.

  4. Over dat geredigeerde dagboek kun je misschien een boompje opzetten, maar hoe zit het met het originele dagboek zoals Anne Frank dat in het Achterhuis schreef (manuscript)? Daar is het auteursrecht toch wel per 1 januari 2016 van verlopen? Dat zou ik graag eens lezen, kunnen we meteen vaststellen hoe groot het aandeel van haar vader in de publicatie is geweest.

  5. Hoe vullen we een auteursrecht in zodat recht wordt gedaan aan de auteur én het publiek kan profiteren van werken die dankzij het auteursrecht worden geschapen.

    Een wet is geen afweging van de belangen van een individu tegen die van de maatschappij. Een wet hoort alleen de tegenstrijdige belangen van de maatschappij af te wegen. Dus eerst maar eens dat recht doen aan de auteur loslaten. De vraag hoort te allen tijde te zijn: welk maatschappelijk belang wordt er gediend door auteurs bijzondere voorrechten te verlenen? Een aannemelijk antwoord op die vraag ben ik met mijn prille 47 jaar nog niet tegengekomen.

    Eerst maar eens afschaffen dat auteursrecht. Dan zien we vanzelf wel welke werken er niet meer gemaakt gaan worden en dan kunnen we vervolgens gaan kijken of dat een probleem is en of we iets aan dat hypothetisch probleem kunnen gaan doen. Bijvoorbeeld: subsidies voor bepaalde soorten werken.

    • Ik kan het hier alleen maar volmondig mee eens zijn. Naar mijn weten is er nog niemand(!) in geslaagd om het bestaansrecht van auteursrecht (evenals patenten) concreet aan te tonen, en zijn er legio zaken waar zowel auteursrecht als patentrecht een overduidelijk schadelijke invloed hebben gehad. De enige redelijke conclusie is dan dat er dus helemaal geen bestaansrecht is.

        • Ik zie niet in waarom niet. Het is gewoon handel; als je zaak niet winstgevend is, dan zul je een andere business moeten zoeken. Dat werkt in alle andere sectoren zo, en ik zie niet waarom dat hier anders zou moeten zijn. Er bestaat geen recht op inkomsten uit werk.

          En als wij dan als maatschappij vinden dat een bepaalde industrie zoveel maatschappelijk belang heeft dat deze in stand moet blijven (ondanks dat deze niet winstgevend is), dan zal hieraan bijgedragen moeten worden door de overheid; op een manier die niet diezelfde industrie en het maatschappelijk belang in de weg zit, zoals met bijvoorbeeld het auteursrecht het geval is.

          Redelijke oplossingen hiervoor zijn bijvoorbeeld een subsidie of het basisinkomen.

          EDIT: Ter volledigheid; vrijwel al mijn arbeid zit in software-ontwikkeling, (technisch) schrijven, en andere creatieve zaken. Ik beargumenteer dit dus niet vanaf een afstandje.

          • Het is gewoon handel; als je zaak niet winstgevend is, dan zul je een andere business moeten zoeken.
            Als niemand je boek wil kopen heb je inderdaad vette pech. Het is wat anders als iedereen je boek gebruikt zonder er voor te betalen, omdat je dat toelaat als maatschappij (en toelaat dat iemand anders er aan verdient die het zelf gaat verkopen).

            De maatschappij vond blijkbaar dat schrijvers en muziekschrijvers niet bij voorbaat de winstgevendheid moest worden ontnomen door toe te staan dat er mensen gebruik van zouden maken zonder te betalen. Een boek waar iemand drie jaar full-time aan werkt zou er anders waarschijnlijk niet geweest zijn.

            Waarom zou de overheid van mijn belastingcenten een film of orkest moeten subsidiëren, zullen velen zeggen. Het leek logischer te zorgen dat ELKE film (bv. Gooise Vrouwen) een eerlijke kans zou krijgen.

            Zo genoeg geschreven; dadelijk komt Bert nog vragen waarom ik fotografen niet dezelfde privileges gun 😉

            • Als niemand je boek wil kopen heb je inderdaad vette pech. Het is wat anders als iedereen je boek gebruikt zonder er voor te betalen, omdat je dat toelaat als maatschappij

              Ze gebruiken je boek niet, ze gebruiken de inhoud van dat boek. Klein verschil, maar van groot belang om de problemen met auteursrecht te begrijpen.

              (en toelaat dat iemand anders er aan verdient die het zelf gaat verkopen).

              Als ze wel van die partij kopen maar niet van jou, dan doe je dus blijkbaar iets verkeerd. Wederom, dit is niet anders dan in iedere andere sector van het bedrijfsleven. Compete or die.

              De maatschappij vond blijkbaar dat schrijvers en muziekschrijvers niet bij voorbaat de winstgevendheid moest worden ontnomen door toe te staan dat er mensen gebruik van zouden maken zonder te betalen.

              Bewijs eerst maar eens dat dat het geval is. De werkelijkheid laat immers iets heel anders zien. Overigens is het zeer discutabel of “de maatschappij” uberhaupt verantwoordelijk is voor het ontstaan van auteursrechtwetgeving.

              Een boek waar iemand drie jaar full-time aan werkt zou er anders waarschijnlijk niet geweest zijn.

              Wederom: bewijs dat eerst maar eens. Die aanname wordt niet ondersteund door de feiten.

              Waarom zou de overheid van mijn belastingcenten een film of orkest moeten subsidiëren, zullen velen zeggen. Het leek logischer te zorgen dat ELKE film (bv. Gooise Vrouwen) een eerlijke kans zou krijgen.

              Dat is niet anders voor iedere andere subsidie, en is dan ook een probleem dat op subsidie-niveau opgelost moet worden – laat de bevolking er maar over stemmen en informeer ze maar. Je lost het niet op door creativiteit in de weg te gaan zitten met auteursrechtwetgeving.

        • Als er geen auteursrecht geweest zou zijn, dan nog was een ieder volkomen vrij geweest zelf gebruiksvoorwaarden te verzinnen. Komt er een zegel op een boek en een sticker “met het verbreken van het zegel verklaart u dat u instemt met de voorwaarden van Uitgeverij Frietengel. De voorwaarden kunt u opvragen bij de kassa van uw boekhandel.” Gaat iemand aanvechten als ‘onnodig bezwarend’, etc, etc. Kortom: je krijgt de hele juridische en filosofische discussie die in de 18e eeuw begon en uiteindelijk uitmondde in de Conventie van Bern en Artikel 27.2 van de Universele Verklaring van de Rechten voor de Mens weer opnieuw. Lijkt me een beetje overbodig en ik verwacht eerlijk gezegd ook geen nieuwe inzichten.

          Wat niet wil zeggen dat de precieze invulling en uitvoering van het Auteursrecht niet kan wijzigen al naar gelang in verschillende tijden en plaatsen verschillend wordt gedacht over dingen. Je zou kunnen stellen dat het huidige Auteursrecht nog wat te veel de geest van de Romantiek en het idee van de artiest als geniale solist belichaamt.

          • En hoe is dat anders van wat er nu met software en films gebeurt?

            Bij software krijg je een hele waslijst met extra voorwaarden die niets met auteursrecht te maken hebben die gekoppeld worden aan het verkrijgen van een gebruiksrecht. Dit alles omdat je software moet kopieren op een PC om te kunnen gebruiken. Iets wat mij vreemd overkomt, als jij een exemplaar koopt van iemand die het recht op verveelvoudiging heeft dan zou auteursrecht uitgeput moeten zijn en mag jij die software zonder verdere voorwaarden gebruiken/uitvoeren.

            Met films werkt het iets anders. door de EUCD / DMCA mag je ‘kopieer’ beveiligingen niet omzeilen. De industrie gebruikt dit om allerlei extra restricties op te leggen die niets met auteursrechten te maken hebben, maar die ze indirect nu toch af kunnen dwingen.

            Als die wildgroei waar jij het over hebt er toch al is, waarom dan nog een auteursrecht?

  6. Inhoudelijk: Er is bij de dagboeken van Anne Frank sprake van een A, B en C tekst en recentelijk ook een D tekst. A is Anne’s oorspronkelijke tekst. Toen zij via Radio Oranje minister Bolkensteijn hoorde zeggen, dat na de oorlog dagboeken zouden worden verzameld en uitgegeven om een beeld van de bezetting te krijgen van binnen uit, begon zij haar eigen dagboek te redigeren. Dat leverde de B tekst op. Van A is niet alles bewaard gebleven en met de B-redactie was Anne niet tot aan het eind gekomen. Otto heeft beide versie gekombineerd en ook bepaalde zaken weggelaten. Die C versie is gepubliceerd als Het Achterhuis. Na Otto’s dood zijn de volledige A en B teksten gepubliceerd in een wetenschappelijke uitgave (met C ernaast). Op basis daarvan is nu ook weer een (grotere) D versie gekomen, Gezien het aantal en het karakter van de weglatingen van Otto in de C tekst, zou je hem daarvan wel ‘stevige redacteur’ kunnen noemen, een proces dat nog sterker werd doorgezet met het toneelstuk uit de jaren 50. Maar: op de A en B tekst kan natuurlijk nooit auteursrecht van Otto gelden, lijkt me…

  7. Volgens onderstaande tekst is de Nederlandstalige versie in ieder geval in Frankrijk public domain. Maar voor we de .txt of epub downloaden, moeten we wel nagaan of dat bij ons ook het geval is…..

    Les fichiers suivants, en néerlandais, sont libres de tout droit d’auteur patrimonial en France. Si vous vous trouvez ailleurs, il vous appartient de vérifier que la législation de votre pays est identique.
    bron: Vive Anne Frank, vive le Domaine Public

    • Euhm downloaden uit legale bron was toch nog steeds legaal? Dus als in Frankrijk het auteursrecht inderdaad is afgelopen, dan is dat een legale bron en kan je gewoon downloaden voor persoonlijk gebruik. Je kan het werk alleen niet zelf gaan verspreiden in Nederland.

      Zelfde gaat al een tijd op met het Gutenberg project. In Australië is het auteursrecht afgelopen op alles werken van auteurs die voor 1955 zijn overleden, daar kan je dus legale downloads vinden – onder de thuiskopie regeling – van boeken die hier nog tot 2025 onder het auteursrecht vallen.

  8. Beste heer Engelfriet, Een interessante stelling: “auteursrechten (lees Intellectuele Eigendomsrechten) zijn geen eigendomsrechten”. U schrijft: “Auteursrecht ís geen vanzelfsprekendheid. Het is geen natuurrecht zoals eigendom.” en verwijst daarbij naar de UVRM, waaruit dat níet zou volgen. Dit, terwijl in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (art. 17) wel een link wordt gelegd tussen eigendom en IE-rechten én dat E-rechten worden beschermd. Het is mij overigens niet duidelijk waarop u zich baseert als u stelt dat eigendomsrechten (wel) een natuurrecht zouden zijn, maar IE-rechten niet. U bent kennelijk van mening dat IE-rechten geen eigendomsrechten zijn, wat bij mij de vraag oproept waarom ik wel eigenaar kan zijn van een stapel stenen en niet van een stapel door mij gekozen, geselecteerde en vormgegeven woorden met een eigen persoonlijk karakter en mijn persoonlijke stempel … Als ik uw eerdere stelling zou doortrekken zou ik ook kunnen bepleiten dat alle (grond)rechten door de mens bedacht zijn en daarmee niet vaststaan: het is enkel gebaseerd op afspraken. Waarom zou eigendom een natuurrecht zijn?

    Waar ik uw eerdere blogs altijd wel aardig kon volgen is dat bij dit exemplaar veel minder het geval, los van de vraag of ik het al dan niet eens ben met de conclusie t.a.v. de (eindigheid van de) auteursrechten op Het Achterhuis in het bijzonder of de (redelijke) duur van het auteursrecht in het algemeen. Ik ga uw conclusies uit deze blog meenemen in mijn (promotie)onderzoek…

    • IE-rechten zijn beschermd onder Handvest en EVRM (eerste protocol), dat is waar. Maar daarmee zijn ze nog geen eigendom. Ook niet onder dat eerste protocol: dat verklaart immers ook aanspraken op pensioen tot “eigendom”, wat erop wijst dat men daar iets anders bedoelt dan de eigendom uit art. 5:1 BW. Maar u heeft gelijk dat ik wat snel ging bij het punt of die eigendom wél een natuurrecht is. Ik denk dat ik me te zeer focuste op het afbranden van de eigendomsaanspraak van het IE. Ik zou zonder meer bereid zijn de grondslag voor de eigendom ter discussie te stellen, of meer algemeen de grondslag voor het recht. Zie deze blog voor mijn visie daaromtrent.

      • Ook dit is een interessante stelling (of moet ik zeggen: wens), maar naar ik vrees tegelijkertijd redelijk utopisch. We zijn immers met z’n allen gewild of ongewild op deze aardkloot terecht gekomen en hebben daar het beste van te maken. Dan is het ‘handig’, teneinde niet te blijven hangen in Neanderthaler gedrag, om zekere afspraken met elkaar te maken over hoe – onder meer – met elkaar om te gaan. Hoewel ik het een interessante exercitie zou vinden om hier verder te filosoferen over de zin en onzin van de juridische basis van de ‘wereldsamenleving’, ga ik dat – mede omwille van tijdgebrek als gevolg van een drukke advocatenpraktijk – niet doen. Het moge duidelijk zijn dat ik uw conclusie niet deel: naar mijn idee zou alles wat door een persoon wordt gemaakt, of dit nu een tastbare of niet tastbare vorm heeft, als diens eigendom moeten worden beschouwd, behoudens uitzonderingssituaties. Dat daar beperkingen (onder meer in tijd) aan zitten, lijkt mij redelijk.

  9. Dus als ik u goed begrijp bent u van mening dat al wat wordt gecreëerd door de creatieve geest voor ieder toegankelijk zou moeten zijn? Dan is mijn vraag waarom hetzelfde niet ook zou moeten gelden voor persoonsgegevens, waarover zo veel is te doen. Ook die kunnen moeilijk als ‘eigendom’ worden aangemerkt en rechtvaardigen dan ook niet een krampachtige bescherming, zoals recentelijk nog is uitgebreid met een wet Datalekken….(!) Kunt u over deze overbodige wetgeving niet ook eens een blog schrijven? 😉

    • Een creatieve geest creëert niet vanuit het niets: zij wordt hierbij ondersteund en beïnvloed door de maatschappij om haar heen. Dat betekent dat het auteursrecht een redelijke termijn zou moeten hebben, eentje die recht doet aan zowel de artiest als aan zijn of haar publiek. En de huidige “70 jaar na de dood van” is dat niet.

      Verder, in een utopia waar iedereen het beste voorheeft met een ander (even aangenomen dat we het met ons allen eens zouden kunnen worden over wat dat beste dan wel niet is) zouden persoonsgegevens inderdaad vrij kunnen zijn. Helaas leven we in een wereld waar mensen wel met graagte misbruik maken van zulke kennis; of dat nu is om identiteitsdiefstal te plegen of om een gehate collega te treiteren maakt niet uit.

      Dat maakt dat die twee zaken niet met elkaar te vergelijken zijn.

      • Zo ken ik er nog een paar. Wie wordt er in zijn werk, bij de uitoefening van zijn werkzaamheden niet beïnvloed door de maatschappij? Dat zou betekenen dat ik een beroep op een deel van uw salaris zou moeten kunnen doen, als ik u heb weten te inspireren tot een onderdeel van uw werk.. Ik ben het volledig met u eens dat er een differentiatie zou kunnen worden aangebracht in de duur van de periode waarin een ‘maker’ een exclusief exploitatie recht op het door hem/haar gecreëerde zou moeten hebben, maar om zonder onderbouwing te zeggen dat de duur van het auteursrecht nu te lang is, kan ik ook niet volgen….

        En verder leven we helaas ook in een wereld waarin velen hoe dan ook de ‘rechten’ van anderen niet weten te respecteren (Popcorn time, AZC Heesch, onrechtmatige telefoontaps, sla de krant maar open). Dat is de reden dat er wetten worden gemaakt, met de illusie dat te reguleren. Als ‘het publiek’ echter van mening is het recht in eigen te hand te kunnen/moeten nemen, dan moeten we wellicht overwegen om alle rechten maar af te schaffen, zoals ook Arnoud Engelfriet lijkt te willen voorstellen…

        • De wereld van Ruben is simpel. Ofwel de maker van een werk heeft daarop auteursrechten tot in de eeuwigheid, ofwel hij heeft helemaal geen rechten. Daar tussen zit kennelijk niets. Arnoud geeft aan dat de duur van auteursrecht vrijwel iedereen een doorn in het oog is. Daar kun je in lezen dat hij voor inperking is, maar niet meer dan dat.

          • Lezen is ook ‘een kunst’ beste Alex. Ik stel voor dat u mijn reactie nog eens terugleest… Met uw opmerking dat “de duur van het auteursrecht vrijwel iedereen een doorn in het oog is” lijkt u te suggereren dat wij niet alleen in een politie-staat, maar in een politie-wereldstaat leven, waarin onbereikbare machten hebben opgelegd dat makers van auteursrechten onevenredig worden bevoordeeld, ten nadele van het ‘arme publiek’. Dat is een mening… De realiteit is helaas anders en daar is weinig oog voor… Ik spreek regelmatig met makers, uitvinders of andere mensen die hun brood willen verdienen met het ‘hun voortbrengselen van de geest’ en ik kan u zeggen dat zij het niet eenvoudig hebben. Dat is waar ík voor sta en voor wie ik een lans wil breken.

            Voor wat betreft de beschermingsduur zou mijn idee zijn – en dit is meteen een reactie op een andere reactie van Arnoud, met excuses dat ik deze reactie niet daar plaats – om binnen het auteursrecht een verjaringsrecht in te bouwen (zoals binnen het reguliere vermogensrecht), waarmee de exclusieve aanspraak die een maker op zijn werk kan maken, verjaart na verloop van tijd, mits hij in die periode geen exploitatiehandelingen heeft verricht. Uiteraard heeft (ook) dit idee de nodige haken en ogen (kom maar op met jullie (negatieve) reacties), maar om alleen maar af te breken en niet met voorstellen te komen (behalve: “AFSCHAFFEN!!”) levert helemaal niets op. En dit idee mag wat mij betreft wijdverbreid worden verspreid, zolang het maar juist wordt weergegeven(!)

            • Volgens mij heeft niemand AFSCHAFFEN geroepen hier, dus daar kunnen we het vast wel over eens worden. Een verjaringsrecht klinkt als een goed idee, en zou wat mij betreft ook bij octrooien ingebouwd mogen worden om te voorkomen dat iemand afwacht tot zijn patent door iemand anders succesvol gemaakt wordt en dan toe slaat. De duur van het verjaringsrecht (plus wat mij betreft een absolute maximumduur) moet op een zinvolle, open, democratische manier vastgesteld worden. En, dit is gelijk een reactie op de opmerking over onbereikbare machten, niet door allerlei sleazy trade agreements waar niemand iets van mag weten of mee mag doen tenzij je met een zak geld in je ene hand en je vested interests in je andere hand aan komt zetten.

                • Voor mijn gevoel is jouw voorzet dicht bij (of misschien wel precies 🙂 ) de ideale balans tussen belangen van de creatieven en de rest van de maatschappij. Helaas zie ik een dergelijke aanpassing aan het recht niet meer snel gebeuren (gevestigde belangen lijken daar mondiaal inmiddels te groot voor), of ben ik nu te pessimistisch?

                  Verder off-topic:

                  Wat mij misschien nog wel het meest stoort aan het auteursrecht is dat het ook veel creativiteit de kop indrukt. Want, als creatieveling raak je vaak geinspireerd door anderen en wil je elementen van die ander over kunnen nemen. Bijvoorbeeld bij muziek: samples uit verschillende vergeten nummers, een ritme van een jazz-stuk, een stukje van een melodie van weer een ander, etc. Dat kan een zeer origineel en succesvol werk opleveren, maar dat werk maakt dan wel inbreuk op tig ‘bronwerken’. Op zich is het dan nog wel redelijk dat de ‘toeleveranciers’ bij de creatieveling aankloppen voor een bijdrage, maar iedere toeverancier kan nu een stevig bedrag vragen en de som van de bijdragen die gevraagd worden kan veel hoger liggen dan wat het nieuwe werk ooit zal opleveren. ( ik ken geen wetten die voorkomen dat toeleveranciers samen meer eisen dan de inkomsten van het afgeleide werk ).

                  Je kunt als artiest natuurlijk proberen van te voren afspraken te maken, maar dat lijkt me nu juist een verschrikkelijke verstoring van het creatieve proces en wellicht kun je ook helemaal niet inschatten of jouw creatie uberhaupt commerciele potentie heeft. En als je het na de creatieve arbeid probeert te regelen sta je erg zwak, want dan heb je er wellicht al weken creatieve arbeid in geinvesteerd. Bovendien kan iedere toeleverancier je ook nog geheel verbieden om je werk uit te brengen, omdat hij/zij niet met ‘dat soort muziek’ geassocieerd wil worden. Misschien zouden er wetten en regels moeten komen die verzekeren dat een toeleverancier van x% van het werk nooit meer dan y% van de inkomsten kan opeisen en publicatie van een week niet kan stoppen als zijn bijdrage kleiner is dan z%? (Uitdaging is wel hoe je x, y en z in praktijk zou moeten bepalen)

    • Nee, dat is niet wat ik zeg. Ik zeg dat het concept ‘eigendom’ niet geldt en niet behoort te gelden bij voortbrengselen van de geest. We gaan daar binnen de wet anders mee om dan fysieke zaken. Dat is logisch want ze zijn heel wat anders. Net zoals we niet spreken van eigendom bij persoonlijke gegevens. Zeggenschap hebben over je privacy is niet hetzelfde als eigenaar zijn van je naam.

  10. Dan ben ik benieuwd wat u ‘heel wat anders’ vindt aan de bakker die een taart bakt en – naar ik aanneem zijn we het daar over eens – als ‘zijn’ eigendom mag verkopen en de kunstenaar die een (niet eetbare) taart creëert en die te gelde zou willen maken… Het feit dat er een verschil is tussen twee zaken, wil niet zeggen dat zij niet hetzelfde zouden moeten worden behandeld. Waar ik met mijn hoofd niet bij kan is dat het grote publiek meent zich de door derden – vol ziel en zaligheid – ontworpen creaties te mogen toe-eigenen, als ware het een publiek goed. En als daar dan als onderbouwing voor wordt gebruikt dat zij een beroep doen op het ‘recht op informatie’, dan vallen mijn schoenen uit. In dat geval zou ik zeggen – vandaar mijn vergelijking – dat op grond van dat zelfde grondrecht ook alle persoonsgegevens ‘vrij’ zouden moeten zijn. Ik heb misschien wat te grote stappen gemaakt, door u meteen tot ‘het grote publiek’ te rekenen, maar ik zal te vuur en te zwaard blijven optreden en ageren tegen mensen die menen dat voortbrengselen van de geest geen – laten we het dan noemen – op de traditionele eigendomsrechten gelijkende rechten zouden moeten tot stand brengen.

    • Die vraag voelt voor mij hetzelfde als, wat is het verschil tussen een taart bakken en de marathon winnen? Die winnaar is toch ook geen ‘eigenaar’ van de Olympische titel of de vermelding in het Guinness Book of World Records? We geven beide personen een eervolle vermelding in ons hoofd maar geen eigendom.

      Die tweedeling tussen “eigendom” en “publiek domein” is er niet. Er zit een heel gebied tussen waar we dingen wel toerekenen aan hun maker of aan de persoon die het deed, zonder dat we dat “eigendom” noemen. En de reden is dat eigendom als juridische constructie ontworpen is om schaarse goederen te reguleren. Als ik een huis bouw, is dat mijn huis. Daar mag jij niet in, ook niet als ik een tijdje weg ben en ook niet als jij dat nodig hebt voor je wetenschappelijk onderzoek. Maar je mag wél citeren uit mijn wetenschappelijk werk. En als ik het werk laat verwezen, mag je er op zeker moment (onder voorwaarden) ook mee werken. Bij auteursrechten vinden we dat normaal. Maar bij eigendom is het absurd dat u mijn eigendom mag toe-eigenen wanneer ik het even laat liggen of wanneer u een zwaarwegende reden hebt. Dat is gewoon van mij, einde discussie.

      Misschien bedoelt u, mijn intellectuele scheppingen zijn ook gewoon van mij, einde discussie. Dan zijn we inderdaad klaar: dat is en was nóóit hoe auteursrechten en dergelijke rechten werken. Vanaf het begin waren die gemaakt om een zekere balans met de maatschappij te verzinnen. Ze verlopen na een aantal jaren, ze bevatten uitzonderingen voor onderzoek, privégebruik en andere dingen die we bij eigendom absurd zouden vinden.

      Door intellectuele rechten “eigendom” te noemen, veeg je al die uitzonderingen onder de tafel. In feite wordt daarmee de balans als geheel onder tafel geschoven. En dát is niet hoe het behoort te werken. De maatschappij heeft óók rechten als het gaat om intellectuele creaties. Dit in tegenstelling tot eigendom. Daarom trek ik te vuur en te zwaard op tegen eigendomsclaimers. Die pakken een gebalanceerd recht met nut voor schepper én maatschappij en gooien het maatschappelijk nut weg met een emotioneel beroep op het natuurrechtelijk idee van ‘eigendom’. Wel de lusten, niet de lasten. Sorry, dat is onacceptabel.

      (Zou u via “reageer op deze reactie” willen reageren? Dan blijft alles netjes overzichtelijk.)

    • Als ik een taart bij de bakker zie staan en ik denk “die ziet er lekker uit, ik ga thuis gelijk de keuken in lekker kokkerellen” dan heb ik geen eigendom van de bakker weggenomen. Ook heb ik geen eigendom van de beeldhouwer weggenomen als ik zijn creatie namaak. Het fysieke beeldhouwwerk is een ander ding dan de ‘schepping’ van het beeldhouwwerk. De schepping zelf kan ik niet van de beeldhouwer afpakken, al zou ik willen, dus dat kan nooit eigendom zijn in die zin. Uiteraard kunnen we de term ‘eigendom’ daar ook op toepassen en hier heel lang over discussiëren, maar dan eindigen we in een taalfilosofische discussie en daar is dit niet het forum voor. Feit is dat de wetgeving omtrent fysiek eigendom en het gedaan hebben van een creatie (i.e. IE) totaal verschillend is.

      Het feit dat er een verschil is tussen twee zaken, wil niet zeggen dat zij niet hetzelfde zouden moeten worden behandeld.

      Dat lijkt mij nou juist dat dit per definitie zo zou moeten zijn. Te hard rijden wordt anders behandeld dan moord. Het stelen van iemands fysieke eigenlijk wordt anders behandeld dan het namaken van zijn of haar creaties. Dat lijkt me niet meer dan logisch, toch?

      De voorbeelden waarmee u komt komen mij eigenlijk tamelijk simplistisch over. Dit doet me vermoeden dat u stiekem eigenlijk best wel weet dat deze zaken conceptueel zeer verschillend zijn. Door het argument te herhalen en te overdrijven ontstaat een drogredenering (ad nauseam).

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS