SEO op andermans merknaam (bij Netters)

Bij webbouwergemeenschap Netters schreef ik een column over search engine optimization met behulp van andermans merknamen:

Merknamen zijn geliefd voer voor SEO campagnes. Iedereen kent die namen, ze worden veel ingetypt dus als je daar wat traffic van mee kunt nemen, is dat altijd leuk. Zeker als je ook nog eens gerelateerde producten verkoopt.

Merkhouders stellen het alleen, zacht gezegd, niet op prijs als andere mensen van de reputatie van hun merk profiteren. Ze hebben soms miljoenen geïnvesteerd om die reputatie op te bouwen, en ze willen daar graag controle over houden. Over merkinbreuk bij online reclame en SEO wordt dan ook regelmatig geprocedeerd.

Lees verder in SEO op andermans merknaam bij Netters.nl.

UPDATE (12:43) Of lees de recentie bij Marketingfacts!

Arnoud

De merkenwet versus de meningsuiting

Wilders vs MarlboroDeze posters (rechts) bevatten een meningsuiting over Geert Wilders. Dat mag, het is een politieke mening en die heeft een hoge mate van bescherming. De inbeslagname half januari was dus onterecht. Minder duidelijk is de vraag of Philip Morris, eigenaar van het merk Marlboro, iets kan doen tegen deze meningsuiting. Zij is niet betrokken bij de discussie, maar haar merk wordt wel gebruikt om die mening te onderstrepen. Mag dat zomaar?

Merkenrecht is in principe bedoeld om de handel te reguleren. Het is niet eerlijk als iemand zijn producten kan verkopen onder andermans merk, of onder een eigen merk dat verwarrend veel lijkt op het origineel. Je mag dus geen sigaretten verkopen die Malboro heten. Het Benelux-verdrag voor de Intellectuele Eigendom verbiedt echter niet alleen commercieel gebruik van een merk, maar ook nietcomercieel gebruik

indien door dat gebruik, zonder geldige reden, van dat teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk

Die “geldige reden” wordt streng getoetst. Er moet een strikte noodzaak zijn om het merk te gebruiken. Het noemen van een merknaam bij kritiek op het bedrijf is meestal wel een strikte noodzaak. Bij een persiflage of parodie wordt het al twijfelachtiger. En het gebruik op deze posters is nog verder weg van het merk. Waarom nou net Marlboro, zal de rechter vragen. Het gaat toch om de vergelijking met die sticker “kan de gezondheid ernstige schade toebrengen”, moet daar dan perse de layout van de Marlboro-pakjes ook nog bij?

Wolfgang Sakulin schreef hierover een commentaar in NRC Handelsblad. Hij signaleert terecht dat hier een botsing met de vrije meningsuiting optreedt. Een inbreuk op de vrije meningsuiting mag namelijk alleen als dat “in een democratische samenleving noodzakelijk is”. Ook dat is een strenge eis. En die botst met de strenge eis dat je alleen een merk mag gebruiken bij je meningsuiting als dat “strikt noodzakelijk” is.

Een merk is namelijk meer dan alleen de aanduiding van een product of bedrijf, zo schrijft hij:

Bekende merken dragen vaak meerdere lagen van betekenis in zich. Het zijn niet alleen commerciële, maar ook sociale en politieke symbolen. HEMA of McDonald’s zijn commerciële merken, maar staan daarnaast ook synoniem voor de Nederlandse consumptiecultuur, respectievelijk de mondialisering of het Amerikaans Imperialisme. Bij internationaal opererende bedrijven vervangen merken steeds vaker personen als gezicht van het bedrijf en als dragers van de macht. Het Marlboro merk representeert bijvoorbeeld de macht en invloed van Philip Morris en van de sigarettenindustrie in het algemeen. Zulke sociale en politieke betekenissen mogen niet exclusief toebehoren aan de merkhouder.

Wanneer een merk dus een dergelijke sociale of politieke bijbetekenis heeft, zou men er eerder gebruik van mogen maken in het kader van discussie of andere meningsuiting. Daar kan ik me wel in vinden, zolang het maar gaat om een ‘echte’ meningsuiting en niet om verkapt commercieel gebruik zoals bij die zogenaamde parodieën van Adidas, McDonald’s en dergelijke op t-shirts.

Wat vinden jullie? Moet dit kunnen, of kan Philip Morris terecht protesteren tegen de ongewenste associatie met het Wilders-debat?

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Engelse woorden als merknaam

Het gebruik van Engelse woorden is in Nederland tegenwoordig zo normaal dat je niet meer kunt zeggen dat een woord een merk (of handelsnaam) is omdat het Engelstalig is. Tot die conclusie kwam de kortgedingrechter eind december in de zaak van het Runner Hardloopcentrum (vonnis bij Volledig bericht, pardon Boek 9). In deze zaak draaide het onder andere om de woorden “Run” en “Runner” voor producten voor hardlopers. In 1993 vond de rechtbank nog dat “Runner” een onderscheidende naam was voor zulke producten, zodat het bedrijf bescherming had voor deze naam als handelsnaam.

Dit soort discussie speelt ook vaak bij domeinnamen. Het gebeurt nogal eens dat iemand een bestaand woord vastlegt als domeinnaam, waarna een merkhouder komt klagen omdat zij dat woord gebruiken voor hun product of dienst. Nu kan op zich een gewoon woord best een merk zijn, zolang het maar onderscheidend is voor de producten waar de merkhouder het voor gebruikt. “Apple” is onderscheidend voor muziekverkoop via internet, maar niet voor een fruitstal, om eens wat te noemen.

Een voorbeeld is de site Ouders Online, waarvan uitgeverij Spaarnestad vond dat die naam te veel leek op hun tijdschrifttitel “Ouders van nu”. Echter, gezien de doelgroep was het feit dat beiden het woord “Ouders” gebruikten, onvoldoende om merkinbreuk aan te nemen.

De Telegraaf had echter met haar merk Speurders® meer succes. Hoewel “speurder” nogal algemeen klinkt, is het in de context van advertenties een bekend begrip. De site speurder.nl (zonder s) moest de domeinnaam dan ook afstaan. Hetzelfde gold voor Mijnspeurder.nl.

Een wat eigenaardige uitspraak was die inzake het Juridisch Loket. Een stichting die juridisch advies gaf, had “juridischloket.info” geregistreerd. Dat mocht niet, omdat het in strijd was met de handelsnaam waaronder de stichting het Juridisch Loket opereerde. Dit was opvallend omdat “juridisch loket” nogal beschrijvend lijkt voor de dienst van het verstrekken van juridisch advies. Bij handelsnamen is de eis van een “onderscheidend” woord echter niet zo streng als bij merken. Bovendien kun je ook hier betogen dat mensen ondertussen de kreet “juridisch loket” associeren met Het Juridisch Loket en niet zomaar een raampje met daarachter een jurist.

Arnoud

Het merk cyberlaw

Het lijkt erop dat ik deze blog niet meer aan Amerikanen mag laten lezen. Tenminste, als de Amerikaanse jurist Eric Menhart zijn zin krijgt. Die heeft namelijk het woord “cyberlaw” als merk laten registreren voor zijn juridische diensten op het gebied van internetrecht (cyberlaw dus, ja).

Op de EFF blog is te lezen:

Eric Menhart may call himself a cyberlawyer, but we think he has a lot of learn about cyberlaw — and common sense. Menhart is the author of a blog about cyberlaw issues called, logically if not innovatively, “Cyberlawg.” (As he says in the top right corner, “Cyberlawg = Cyberlaw blog.”) And he is “principal attorney” in a firm called “CyberLaw P.C.” OK, OK, we get it, he practices technology law. Based on this, he’s applied for a trademark on the use of the term “cyberlaw” in connection with the practice of, um, cyberlaw.

Volstrekt onrealistisch natuurlijk. Om merkbescherming te krijgen, moet je naam “onderscheidend vermogen” bezitten. Dat wil zeggen dat mensen aan de hand van het merk jouw dienst moeten kunnen herkennen en onderscheiden van diensten van je concurrenten. Een naam als SOLV kan dus prima voor een advocatenkantoor. Maar “advocaten en notarissen” is niet geschikt als merknaam. Iedereen in het vakgebied biedt immers advocaten- en/of notarisdiensten aan.

Natuurlijk kun je wel een bestaand woord als merk deponeren. Er geldt niet, zoals bij octrooien, de eis dat de merknaam een nieuw woord of samenstelling moet zijn. Een bekende uitgeverij heet bijvoorbeeld Boom, en dat mag gewoon. Het bedrijf heeft geen monopolie op het woord “boom” maar kan alleen andere uitgeverijen verbieden zich zo te noemen.

In 2003 is iets dergelijks ook al eens geprobeerd met “Computer Law“, wat uiteraard net zo hard afgewezen werd. Daar werd trouwens ook uitgemaakt dat “.com” achter je naam plakken het nog geen merknaam maakt.

Via Slashdot.

Arnoud

Online scrabbelen mag alleen als het Scrabble® is

Screenshot van crabulousSpellenmaker Hasbro is een rechtszaak begonnen om de online variant Scrabulous van internet te krijgen, meldde Slashdot vorige week. De site was in 2006 begonnen maar kreeg veel aandacht doordat men een versie ontwikkelden voor de sociale site Facebook: 2.3 miljoen gebruikers. En dat vond Hasbro dus niet leuk, want het is hun spel. Toch?

Eerst maar het makkelijke deel: als je een bordspel waarbij je woorden moet leggen met letters “Scrabulous” noemt, en daarbij zegt “Play the world’s favorite word game here for free!”, dan is het wel duidelijk dat je op de populariteit van Scrabble® aan het meeliften bent. Dat is merkinbreuk en dat mag dus niet.

Maar goed, dan noemen ze het “Letterblock” of zo, een naam die de schijn van aanhaken bij “Scrabble” vermijdt. En ze geven de blokjes en het bord een andere kleur. Dan wordt het lastig. Want dan kan Hasbro alleen nog in stelling brengen dat hun spelconcept overgenomen is.

Een spelconcept is als zodanig niet auteursrechtelijk beschermd. Een uitgewerkt concept kan beschermd zijn. Je mag dus niet iemands handleiding overtypen, het bord natekenen of de speelkaarten onder het kopieerapparaat leggen en het resultaat als je eigen werk verkopen. Maar op basis van het concept een eigen spel maken, mag wel.

Waar ligt de grens? Dat is, zoals altijd in het recht, lastig aan te geven. “Ontlenen” kan ook doordat je hetzelfde werk op je eigen manier weergeeft. In de Engelse vertaling van deze blogpost zal geen woord van het origineel terug te vinden zijn (behalve het woord Scrabble dan misschien), maar toch is het inbreuk op het auteursrecht om dit te vertalen. Gelukkig maar dat mijn licentie dit toestaat.

De rechter zal kijken of de twee spellen erg veel op elkaar lijken. Hoe meer punten van overeenstemming er zijn, hoe groter de kans dat er afgekeken dan wel ontleend is natuurlijk. En als ze erg lijken, draait de bewijslast om: de aangeklaagde persoon moet dan bewijzen dat hij het spel helemaal zelf bedacht heeft.

In een geval als dit:

Vier op een rij vs Four wins

(uit Hoge Raad 29 juni 2001, MB v Impag, met dank aan Dick van Engelen) bleek dat niet te doen. En ik vrees dan ook het ergste voor Scrabulous: de layout, spelregels, alles eigenlijk is zo duidelijk afgekeken van het bordspel van Hasbro dat de rechter toch heel snel inbreuk op Hasbro’s auteursrecht zal aannemen.

Arnoud

Domeinnaambedrijf Network Solutions ‘kaapt’ domeinnamen

Domeinnaambedrijf Network Solutions ‘kaapt’ domeinnamen, meldt NU.nl. Network Solutions is één van de grootste bedrijven voor het registreren van domeinnamen. Als je echter op hun website gaat kijken of de domeinnaam nog vrij is, registreert Network Solutions vervolgens snel de naam om deze voor vijf dagen vast te houden. De geïnteresseerde kan de naam dan alleen nog bij Network Solutions registreren en niet meer bij een concurrent.

Dit is bepaald niet netjes natuurlijk. Als ik iemand vraag om te kijken of de Bijenkorf nog dat ene shirt heeft hangen in mijn maat, verwacht ik niet dat hij het dan snel zelf koopt om mij vervolgens het dubbele van de nieuwprijs te rekenen. Maar legaal is het in principe wel. Het is een kwestie van vertrouwen wanneer je iemand vraagt om iets voor je na te gaan dat die persoon er geen misbruik van maakt. Er gaan al jarenlang geruchten dat malafide internetbedrijven deze praktijk, domain name frontrunning, hanteren, maar dit is de eerste keer dat zo’n zaak aan het licht komt. En dan ook nog eens met één van de grootste en bekendste internetbedrijven.

In diverse voorbeelden vragen mensen of domeinnamen met merknamen nog vrij zijn, en ook die registreert Network Solutions dan vrolijk. Is het merkinbreuk om iemands merknaam te registreren, zonder dat je er ook werkelijk een website aan hangt?

In Nederland is één keer iets dergelijks aan de orde geweest. In de zaak KLM & Alitalia – Trading House Morellino had de laatste de domeinnaam “klm-alitalia.com” geregistreerd maar niet in gebruik genomen. Toch vond de rechter dat hier sprake was van merkinbreuk:

Als er geen actieve website aan een domeinnaam is gekoppeld blijft toch de dreiging van een merkinbreuk bestaan. Het gereserveerd houden van de domeinnaam klm-alitalia.com wordt aangemerkt als een gebruik voor waren waarvoor de merken zijn ingeschreven en daarmee als inbreuk op die merken.

Enigszins opmerkelijk, omdat je aan een domeinnaam zelden kunt zien voor welke dienst deze gebruikt gaat worden. Maar in dit specifieke geval lijkt het me duidelijk dat deze domeinnaam alleen voor vliegreizen en aanverwante diensten geschikt is. Het zou kunnen dat er een pizzeria is waarvan de eigenaar Kaspar Luigi Massimo heet en die al haar ingrediënten uit Italia haalt, maar dat lijkt me toch ietwat onwaarschijnlijk.

Network Solutions reageert alsof er niets aan de hand is:

In response to customer concerns about Domain Name Front Running (domains being registered by someone else just after they have conducted a domain name search), we have implemented a security measure to protect our customers. The measure will kick in when a customer searches for an available domain name at our website, but decides not to purchase the name immediately after conducting the search.

Een nogal merkwaardige reactie: om klanten te beschermen tegen mensen die zomaar hun gewenste naam registreren, registreren wij deze namen zelf maar.

Domain Name News meldt nog dat dit tegen de reglementen voor domain name registrars is:

Registrar shall not (i) submit any application for the registration, renewal, transfer, modification or cancellation of a Domain Name registration or any other request or transaction relating thereto purportedly on behalf of any Person when it is not in fact so authorized, or on behalf of a non-existent Person; (ii) accumulate or warehouse Domain Name registrations with which Registrar or such Person has no reasonable connection, for the purpose of removing them from availability for others, transferring them for immediate or deferred direct or indirect gain or profit or for any other reason whatsoever, nor shall it knowingly participate in any such undertaking.

Arnoud

Auteursrecht én merk op een logo, mag dat?

Op 1 december blogde ik over het parodiërend merkgebruik van verzekeraar Ditzo. Deze had de naam “Datzo” laten opmaken in de stijl van de merken van andere verzekeraars. Sanne Roemen stelde toen de intrigerende vraag of er ook sprake zou zijn van inbreuk op auteursrecht.

Een logo kan natuurlijk best beschermd zijn door auteursrecht. Het moet dan wel iets creatiever zijn dan bijvoorbeeld het OHRA logo -een gestileerde tekst met een rode streep- maar bijvoorbeeld het bladvormige Adidas-logo of natuurlijk het Philips-schild zijn gewoon auteursrechtelijk beschermde werken.

Een logo zoals dat van OHRA kan prima als merk beschermd worden. Het is tenslotte geschikt om de diensten van OHRA te onderscheiden van die van andere verzekeraars. Hoe artistiek of triviaal het logo is, maakt daarbij niet uit. Als je het ziet en denkt “ah ja, OHRA”, dan is het in principe geschikt als merk.

Heb je je logo als merk geregistreerd, en kopieert iemand het vervolgens, dan zou je hem zowel van inbreuk op je merk als inbreuk op auteursrecht kunnen beschuldigen. Zo’n Samenloop van rechten, zoals juristen dat noemen, is eigenlijk niet de bedoeling. In de rechtspraak is dan ook de regel ontwikkeld dat je een apart, specifiek belang moet hebben bij je claim op inbreuk van auteursrecht. Als je iets probeert te verbieden, en het lukt met je merk niet, dan mag je het niet alsnog met je auteursrecht een tweede keer proberen, is de gedachte.

adihash.jpgJe moet dus een reden hebben die niets met het merk als merk te maken heeft. Misschien verkoop je het plaatje dat in je logo zit, ook los als kunstwerk bijvoorbeeld. Denk aan een fotograaf die één van zijn mooiste foto’s als logo hanteert. Of je ziet het plaatje van hiernaast op internet en je wilt daar als Adidas wat aan doen.

Je kunt je afvragen of dit merkinbreuk is, zeker als het niet b.v. op t-shirts verkocht wordt maar gewoon gratis op internet staat. Maar inbreuk op auteursrecht is een ander verhaal. Het blad is gewoon nagetekend, en alleen de letters er onder zijn aangepast. Dat zou dus al snel inbreuk moeten zijn. Ware het niet dat dit waarschijnlijk wel een parodie op zou leveren.

De G-star broek met het vormmerk uitgelichtEen iets serieuzer voorbeeld is de G-star broek. De broek als geheel is auteursrechtelijk beschermd, en het merk was de manier waarop het kniestuk vormgegeven was. G-Star kon toen zowel haar auteursrecht als haar merkrecht inzetten tegen de broeken van concurrent Benetton. Het auteursrecht omdat Benetton nagemaakte broeken verkocht, en het merkrecht omdat de kniestukken van de Benetton-broeken verwarrend veel leken op het merk van G-Star.

Uitgebreid over oneigenlijk gebruik van auteursrecht is Liever misbruikt dan misplaatst auteursrecht: Het doelcriterium ingezet tegen oneigenlijk auteursrechtgebruik van Ashwin van Rooijen, promovendus bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam.

Arnoud

NSFW als handelsmerk

Leest u deze blog ook op het werk? Ik doe mijn best educatief verantwoord te zijn, dus ik ga er vanuit dat dat geen probleem is. (Als dat wel zo is, wil ik graag weten wat voor werk u doet) Mijn links zijn in ieder geval zelden tot nooit Not Safe For Work, zoals dat zo mooi heet.

Eigenlijk zou ik Not Safe For Work® moeten schrijven, want de bedenker van deze term heeft onlangs een merkaanvraag ingediend voor deze kreet, en wel voor

Entertainment Services namely providing a website featuring photographic, audio, video and prose presentations featuring comedic captions regarding current events and online discussions and/or reviews of web materials of an adult nature; Entertainment services, namely, providing a web site featuring musical performances, musical videos, related film clips, photographs, and other multimedia materials; Entertainment services, namely, providing on-line reviews of photogrpahs and /or web postings of an adult nature

Naar goed gebruik was iedereen, van Slashdot tot Ars Technica daar erg boos over. En dat was nou net de bedoeling.

Want wat meldde Fark zelf op maandagavond:

1) Yes, we applied for it.
2) Can’t comment on the prank angle other than “stay tuned.”
3) Muhahaha.

Arnoud

Vergelijkende reclame: mag dat, dat Datzo?

Nou kijk ik geen reclame, maar dankzij Arjan kwam ik toch deze advertenties tegen (op Geenstijl, of all places):

datzonu.png

Het gaat hier om een guerilla-marketingactie van nieuwe verzekeraar Ditzo. Via deze speelse vorm van vergelijkende reclame wil men snel aandacht krijgen, en dat lukt nog ook. Maar is dat geen merkinbreuk?

Vergelijkende reclame is in Nederland toegestaan. Artikel 6:194a BW zegt dat het noemen van een concurrent, en het vergelijken van producten of diensten met die van de concurrent mag, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Kort gezegd moet de vergelijking eerlijk, objectief en niet misleidend zijn. Ook mag je geen verwarring stichten over van wie de reclame afkomstig is.

Nu zou je kunnen denken, ach het is een parodie en die mogen toch? Niet bij reclame. Want een parodie moet primair als grap bedoeld zijn en geen (direct) commercieel motief hebben. In de zaak hiernaast was volgens Beemsterkaas sprake van een parodie op de Melkunie-campagne met Peer “Nog zo gezegd: geen bommetje!” Mancini, en je concurrent komt met de advertentie uit de linkermarge, dan sta je mooi te kijk. Die concurrent profiteert van de herkenbaarheid van jouw reclame, dus van jouw reclame-investeringen, om zo gemakkelijk te scoren. Ook al komen ze, heel grappig, met een disclaimer aan het begin: “Nee nee, ik ben een broer!” (via Reclameblog. Die Beemsterkaas-reclame werd dan ook verboden (foto via IEPT).

In een andere zaak was gebruik van een lookalike van Katja Schuurmans geen geoorloofde parodie op de Gouden Gids reclame. Een parodie kenmerkt zich door het ontbreken van concurrentiemotieven en het ontbreken van verwarringsgevaar, aldus het vonnis. Ook liftte de concurrent mee op de bekendheid en de goodwill van Gouden Gids, door gebruik te maken van een advertentie die zozeer gelijkend is aan de omslag van Gouden Gids. En ook dat mag niet.

Ditzo/Datzo komt daar natuurlijk wel heel dicht bij in de buurt. Ze zetten al haar concurrenten op de Datzo-site neer als duur, ondoorzichtig en complex, en dat kan best eens als oneerlijke reclame gezien worden. Hoewel ik de disclaimer voor de disclaimer wel hilarisch vond, maar dat terzijde. Er staan alleen geen directe vergelijkingen op de site, en ook worden er geen concurrenten met naam genoemd. Je moet zelf weten dat dit bewerkingen van de logo’s van van Centraal Beheer en OHRA zijn. Dus zo uitgemaakt als deze twee zaken is het niet.

Maar, zoals Molblog schrijft, is er een veel betere manier om dit soort ongein aan te pakken dan een rechtszaak:

Zo zag Ohra de bui blijkbaar al een tijdje hangen en hebben ze snel dit-zo.nl geregistreerd. Om daar vervolgens een gephotoshopte afbeelding van een Datzo abri op te plaatsen (leuk detail: de abri op de desbetreffende foto staat voor het kantoor van Ohra in Arnhem). Puntje voor Datzo.

Datzo gephotoshopt door Ohra (foto: Molblog)<br/> Foto: Molblog

Meer parodierende reclames bij JMTC Merkenbureau.

UPDATE (2 december) en als je er op let, zie je ineens overal reclame, nu ook de antireclame van de geparodieerden:

googledatzo.png

Arnoud

SIDN schort uitgifte 112.nl toch op

Goh. “Geheel los van de door u in uw brief naar voren gebrachte argumenten” heeft SIDN besloten dat zij 112.nl voorlopig niet voor de Staat zal reserveren. De boze fax van Heerink’s advocaat heeft dus toch effect gehad.

Bram Heerink was jarenlang de ongestoorde bezitter van www.112.nl, totdat in mei de Staat ineens een spoedeisend belang bedacht en de domeinnaam opeiste. Het hoger beroep moest nog uitgevochten worden en bovendien had Heerink conservatoir beslag laten leggen op de domeinnaam. Toch had SIDN alvast maar aangekondigd 112.nl te reserveren voor de Staat door deze uit te sluiten van haar sunrise bij de uitgifte van numerieke domeinnamen.

Arnoud