Is een boevenopsporingspagina op Facebook nuttig of een schandpaal?

| AE 8742 | Privacy, Regulering | 11 reacties

stocks-schandpaalVergeet je iets te betalen bij een bedrijf in Zeeland, dan loop je kans dat je wordt ontmaskerd op Facebook, meldde PZC vorige week. Winkeliers met camerabeelden van vermeende diefstal kunnen die plaatsen in de facebookgroep ‘Vergeten te betalen? Zeeland’. Het lijkt effectief – diverse nietbetalers hebben zich bij de winkelier gemeld. Maar mag het?

Schandpaalsite, zal misschien uw eerste reactie zijn. Of juist: eindelijk de criminelen achter de vodden gezeten. En dat is hier exact het probleem. De maatschappelijke opvattingen lopen hierover uiteen, en dan loop je binnen de wet een tikje vast.

Natuurlijk, we hebben wetgeving die zegt dat je niet zomaar iemands gezicht mag publiceren. Portretrecht, en de Wet bescherming persoonsgegevens. Maar beide wetten toepassen op deze casus komt uiteindelijk neer op een belangenafweging. Wat weegt zwaarder, het belang van de winkelier om mensen herkenbaar te tonen op een site met als doel ze te shamen om alsnog te betalen, of het belang van de winkeluitloper om niet herkenbaar te zijn onder de vlag “Winkeldief” dan wel “Vergeten te betalen”.

Persoonlijk vond ik daarbij nog creatief de aanpak om eerst onherkenbare beelden te publiceren met iets van “Je weet wie je bent en je hebt een week om langs te komen anders gaat het balkje eraf”. Dat komt tegemoet aan de belangenafweging onder de Wbp om de privacy zo veel mogelijk te beschermen.

In 2004 werd het nog door de rechter eigenrichting genoemd en diffamerend en stigmatiserend voor de geportretteerde om een foto op te hangen met “Deze vrouw heeft hier gestolen”. Maar 2004 is ICT-technisch de middeleeuwen, dus of de opvattingen uit die tijd nu nog gelden, daar ben ik niet van overtuigd.

Wie de Wbp streng leest, concludeert dat camerabeelden met daarop een nietbetalende wegloper strafrechtelijke persoonsgegevens zijn, en die mag je gewoon nooit verwerken (art. 22 Wbp). In die lezing is het ook niet toegestaan om te zeggen dat Volkert van der G. een moordenaar is, dus ik heb daar moeite mee, maar goed. In 2015 werd een wetsvoorstel gedaan om een uitzondering te maken voor publicatie van dergelijke beelden door particulieren in geval van diefstal of vernieling. Ik kan niet vinden wat de actuele status is, maar het zal nog wel even duren voordat dat wet is (ik gok dat de Europese Privacyverordening dit in gaat halen en dan kan dit voorstel meteen de prullenbak in, want je mag geen nationale wetten over persoonsgegevens meer maken dan).

En dit is het lastige aan het recht: je moet ergens een grens trekken, maar soms kan dat niet. Dan kies je maar voor normen als “A tenzij B zwaarder weegt”, zodat de rechter het in een concreet geval kan inschatten. In 2004 was “Deze vrouw heeft gestolen” dus nog diffamerende eigenrichting, maar hoe kijken we anno 2016 aan tegen “Vergeten te betalen”?

Arnoud