De legaliteit van een VPN op je Netflix

| AE 7663 | Ondernemingsvrijheid | 27 reacties

vpn-private-network-tunnel-bewaarplicht.pngMet enige regelmaat krijg ik de vraag of het eigenlijk wel legaal is om met een VPN naar Netflix te kijken. Begrijpelijke vraag: in andere landen is het aanbod van Netflix uitgebreider, en andere diensten kun je soms niet eens gebruiken als je IP-adres herkend wordt als een Nederlands adres.

Er is geen wet die je verplicht je ‘eigen’ IP-adres te gebruiken. Een VPN inzetten om een website te benaderen is in het algemeen dus legaal. Net zoals het legaal is zo’n site te benaderen vanuit de bibliotheek of middels een IP-adres bij de koffiebar in de stad.

Netflix heeft VPN’en verboden in haar gebruiksvoorwaarden, net zoals wel meer diensten. Ze doen dit meestal omdat dit moet van rechthebbenden: die willen per land een andere prijs voor hun video’s kunnen vragen. Maar los daarvan, Netflix mag dit soort dingen verbieden als ze daar zin in heeft. De vraag is dan ook of Netflix dit zou handhaven als ze iemand betrappen.

De aanbieder van een VPN heeft daar niets mee te maken, want die heeft geen contract met Netflix. Maar wat nu als de VPN-dienst zich specifiek richt op mensen die Netflix in de VS willen kijken? Googelen op vpn netflix levert me aardig wat diensten op die specifiek adverteren met teksten als “Amerikaanse Netflix kijken?”.

Juridisch kom je dan bij het leerstuk van “aanzetten tot wanprestatie”. Kort gezegd is het legaal om te profiteren van iemands wanprestatie, zelfs als je wéét dat iemand wanprestatie gaat plegen. Dus als je ziet dat een klant vaak netflix.com opvraagt, dan hoef je als dienstverlener niets te doen. Pas bij wat juristen zo mooi “bijkomstige omstandigheden” noemen, komt dat anders te liggen.

Wat zijn dan die bijkomstige omstandigheden? Hier blijkt de rechtspraak nog steeds niet echt duidelijk. Het is een optelsom van factoren, waarbij vooral meewegen hoe zeer je het wist, hoe ernstig het nadeel is en hoe makkelijk dat te voorzien was. Maar ook zaken als het motief van de derde en de aard van de beïnvloeding wegen mee.

Een ICT-voorbeeld: in 2014 werd het AFAS verboden ondersteuning in haar financiële app te bieden voor de Mijn ING dienst, waarbij je als gebruiker moest inloggen op Mijn ING via die app. De omstandigheden hier waren dat in de voorwaarden van ING stond dat je je wachtwoord nergens anders mag invoeren dan op hún website, en dat de AFAS app afbreuk deed aan het onderliggende veiligheidsprincipe – je vergemakkelijkt indirect phishing want zo kan iederéén wel vage websites en apps gaan maken. Het moet dus wel iets echt bijzonders zijn, alleen maar “wij willen het niet hebben” is niet genoeg.

De argumentatie hier zou zijn dat auteursrechthebbenden minder inkomsten krijgen dan wanneer je via de Nederlandse Netflix had, eh, genetflixt. Dat voelt niet een heel sterk argument. Pas als je het hele businessmodel zou ondergraven, zou ik dat ernstig genoeg vinden. Zouden jullie argumenten weten?

Arnoud