Auteursrecht op software geldt niet voor user interface

| AE 2364 | Intellectuele rechten | 18 reacties

windows-30-interface.pngDe gebruikersinterface (user interface) van een computerprogramma valt als zodanig niet onder het auteursrecht op dat programma. Dat oordeelde het Europese Hof van Justitie gisteren (zaak C-393/09, via). Een interface is pas beschermd als het ontwerp zelf creatief en origineel is. Maar functioneel bepaalde interface-aspecten kunnen nooit onder het auteursrecht vallen.

Aanleiding voor deze uitspraak was een zaak van de Tsjechische BSA tegen het ministerie van Cultuur. De BSA wilde als ik het goed begrijp een vergunning om collectief beheer op software te gaan voere, zeg maar zoals Buma/Stemra voor muziek bij ons. Het ministerie weigerde dat (omdat “verplicht collectief beheer ondenkbaar was en vrijwillig collectief beheer geen zin had”) en liet zich daarbij ontvallen dat

het auteursrecht enkel de doel- en de broncode van een computerprogramma beschermt, maar geenszins het op het computerscherm zichtbaar resultaat van dit programma.

Dat was in het hoger beroep reden voor de Tsjechische rechter om eens aan het Europese Hof te vragen hoe dat nu zit. Is de interface automatisch deel van het programma en dus in alle omstandigheden net zo hard beschermd als het programma? Dat klinkt als een gekke vraag, maar het kan betekenen dat als je een interface imiteert, of een screenshot vertoont, je het auteursrecht op het origineel schendt (citaatrecht even daargelaten).

Het Hof redeneert als volgt. Het auteursrecht op software beschermt die software in al zijn verschijningsvormen. Zowel de broncode als de objectcode zijn dus beschermd, en de versie op de harde schijf is net zo hard beschermd als de versie in het werkgeheugen. Tot zover niets verrassends, maar het Hof concludeert hieruit dat het dus moet gaan om een verschijningsvorm waardoor de computer zijn taken kan uitvoeren. En daaraan voldoet een user interface niet. Die is “louter een element van het programma dat de gebruikers de mogelijkheid biedt om dit programma optimaal te gebruiken.”

Anders gezegd: wie een screenshot ziet van een programma, kan daarmee niet werken en kan het auteursrecht op die software dus niet schenden. Het screenshot is geen kopie van de software.

Een user interface is daarmee pas auteursrechtelijk beschermd als de interface zelf creatief is. De mooi gedesignde icoontjes of knoppen zijn dus beschermd, net als het kunstzinnig ontworpen arrangement van dropdowns en selectievakjes. De maker van een webshop-interface kan bijvoorbeeld bezwaar maken tegen een concurrent die de plaatjes van zijn knoppen (bv. dat winkelwagentje of telefoontje) overneemt.

Maar elementen uit de UI die “louter worden gekenmerkt door hun technische functie” zijn niet beschermd. Daarmee zou immers die functie kunnen worden gemonopoliseerd, en dat mag niet met een auteursrecht. De Amerikanen noemen dit de idea/expression divide: als er te veel overlap is tussen het idee en de implementatie dan is de implementatie niet beschermd. Die webshop-bouwer kan geen bezwaar maken tegen concurrenten die ook icoontjes met winkelwagentjes hanteren, of zelfs tegen concurrenten die hun icoontjes op dezelfde plek zetten als in zijn shop. Ook al lijken de shops daarmee op elkaar, dit valt niet onder het auteursrecht.

Eerder had de advocaat-generaal daarover opgemerkt dat

Het is moeilijk om vast te stellen of een grafische gebruikersinterface oorspronkelijk is, aangezien de meerderheid van de samenstellende elementen ervan een functioneel doel dient, namelijk het gebruik van het computerprogramma vereenvoudigen.
Zo is een uitklapmenu niet beschermd, omdat dat “gewoon” een menu-item is met daarin een aantal functioneel bepaalde kreten (de menu-opties). Dat soort dingen moet iedereen kunnen gebruiken. Heel misschien zou het mooie plaatje dat betekent “klap mij uit” als kunstwerkje beschermd kunnen zijn.

Ik weet niet of dit arrest heel veel praktisch nut heeft, want hoe vaak komt het nu voor dat de interface los van de software zelf wordt nagemaakt?

De BSA had de zaak zo te lezen ingestoken op het vertonen van screenshots op televisie, dat inbreuk zou zijn. Dat lijkt me onzinnig, dat valt vrijwel altijd onder citaatrecht. En bovendien, welk economisch belang is ermee gediend om dat onder het auteursrecht te rekenen.

Arnoud