Linkedin mag startup hiQ niet verbieden haar site te scrapen

| AE 9613 | Informatiemaatschappij | 18 reacties

Een federale rechter in de VS heeft LinkedIn bevolen om niet langer de toegang tot publiekelijk beschikbare profielgevens te beperken, meldde Tweakers eergisteren. Het bedrijf hiQ verkoopt statistische analyses van de werknemers van bedrijven, en scrapete daarvoor onder meer publieke informatie vanaf Linkedin. Die was daar niet van gediend, en eiste een verbod onder meer vanwege het strafbare binnendringen in haar systeem. Maar de rechter wijst de eisen af.

HiQ is als bedrijf gericht op analyseren van werknemers, en kan bijvoorbeeld bepaald gedrag van werknemers voorspellen, zoals wanneer iemand ontslag neemt. Hierbij is input vanaf LinkedIn erg belangrijk, zo belangrijk zelfs dat ze zeggen als bedrijf failliet te gaan als de toegang tot LinkedIn hen ontzegd zou worden.

Maakt dat uit, zou je denken. LinkedIn is als bedrijf toch vrij om te kiezen met wie ze zaken doet, en als ze iemand willen weren dan is het hun zaak. Als een schoenenwinkel mij de deur wijst, dan moet ik op blote voeten lopen, en dat ik een sollicitatie heb is dan toch echt mijn probleem.

Nou ja, niet helemaal. We zitten hier met het punt dat het gaat om openbare informatie waar iedereen zo bij kan zonder account of akkoord op de voorwaarden. Er is dan niet eenvoudig een grondslag om “ga weg en kom niet meer terug” te zeggen. LinkedIn dacht die gevonden te hebben in de Computer Fraud and Abuse Act, zeg maar de Amerikaanse Wet Computercriminaliteit. Men had hiQ herhaaldelijk gemaand weg te gaan, en hiQ kwam terug: binnendringen in een computersysteem dus, aldus LinkedIn.

Naar de letter van de Amerikaanse wet zou je kunnen spreken van binnendringen (access without authorization). Als je de toegang is ontzegt, dan is opnieuw binnengaan immers zonder toestemming. Maar gezien de wetsgeschiedenis (de wet is uit 1984) kun je daar ook weer vraagtekens bij stellen, is zo’n hacking-artikel eigenlijk wel bedoeld voor de toegang tot openbare websites? Dat gaat wel érg ver, en dan krijg je het punt dat we hier zitten met een kort geding waarbij we niet echt in detail alles kunnen uitzoeken.

Om die reden sneuvelt ook het tegenargument van hiQ, dat een website met de omvang van Linkedin eigenlijk een openbare ruimte is net zoals het dorpsplein. Daar mogen mensen niet zomaar de toegang tot ontzegd worden. Maar dat is voor de rechter ook weer te speculatief, dan zou je als website bijvoorbeeld ook geen inhoud meer mogen modereren.

Uiteindelijk komt de rechter bij het algemene belang uit. Deze rechtszaak vraagt namelijk om een temporary injunction, en voordat zo’n eis wordt toegewezen in de VS moet er wel heel wat aan de hand zijn. De normale regel in het Amerikaanse (common law) recht is namelijk dat als mensen je schade berokkenen, ze die maar moeten vergoeden. Ze dwingen hun handelen te staken met een gerechtelijk verbod is een uitzondering, die alleen wordt toegewezen als de schade groot is en een belangenafweging duidelijk in jouw voordeel uitkomt.

Hier is daar geen sprake van. De juridische argumenten van LinkedIn over de CFAA zijn niet zeer overtuigend, de schade voor het sociale netwerk is beperkt en de impact van een verbod voor hiQ is buitengewoon groot. Dan is de uitkomst van die afweging natuurlijk evident: geen verbod.

Arnoud