Airbnb mag geen servicekosten rekenen aan huurders én verhuurders

| AE 11817 | Ondernemingsvrijheid | 7 reacties

En “verbod op twee heren dienen” klinkt dan zó plechtstatig dat iedereen het overneemt. Maar inderdaad, Airbnb mag geen servicekosten of andere bemiddelingskosten in rekening brengen aan Nederlandse huurders. Dat meldde Tweakers maandag. Door het vonnis kunnen klanten betaalde servicekosten terugvorderen. Het ‘verbod op het dienen van twee heren’ is bedoeld om belangenverstrengeling te voorkomen. Airbnb heeft aangekondigd dat ze in hoger beroep gaan, wat juridisch onmogelijk is, en stelt dat dit verbod voor haar in strijd is met Europees recht.

De rechtszaak werd aangespannen door een Nederlandse huurder die ruim vijfhonderd euro aan servicekosten had betaald aan Airbnb. In de Nederlandse wet staat dat een bemiddelaar tussen twee partijen niet zomaar van beiden een vergoeding mag vragen (art. 7:417 BW), wat dus het “verbod op dienen van twee heren” heet. Doel hiervan is belangenverstrengeling te voorkomen: namens de verhuurder wil je bijvoorbeeld zo veel mogelijk huur vragen, en namens de huurder de goedkoopste deal. En dan ook nog eens van beiden een courtage vangen, dat werkt niet.

Airbnb vraagt van beide partijen een vergoeding, ze noemt dat servicekosten maar voor dit wetsartikel maakt het natuurlijk niet uit hoe je die kosten noemt. Je zou dus zeggen dat dit een uitgemaakte zaak is, maar als je zo groot bent als Airbnb dan krijg je je eigen rechtsgevoel en dan ligt het dus héél anders, vandaar de rechtszaak.

In 2019 bepaalde het Hof van Justitie dat Airbnb een “dienst van de informatiemaatschappij” is, die onder de Europese regels uit Richtlijn 2000/31/EG valt (de e-commercerichtlijn). En daarin staat (artikel 3) dat lidstaten niet zomaar eigen wetgeving mogen maken om dergelijke dienstverleners aan banden te leggen. Er moet dan een duidelijke noodzaak zijn, zoals de volksgezondheid of de bescherming van de consument én evenredig zijn voor die noodzaak. Oh, en het land had bij de EU moeten melden dat ze zo’n eigen wet hadden ingevoerd. Nederland heeft dat met artikel 7:417 BW nooit gedaan (niet zo gek, dat artikel is ouder dan internet en het geldt voor iedere bemiddelaar) dus daar had Airbnb wellicht een punt.

Echter, de kantonrechter ziet in de algemene voorwaarden van Airbnb een rechtskeuze staan:

“These Terms are governed by and construed in accordance with Irish law. If you are acting as a consumer and if mandatory statutory consumer protection regulations in your country of residence contain provisions that are more beneficial for you, such provisions shall apply irrespective of the choice of Irish law. (…)”

Airbnb dacht dat ze daarmee slim ingedekt was: Iers recht, dus wat doen we überhaupt bij de Amsterdamse rechter. Maar de rechtbank is nog slimmer, en leest zin twee: als er in je eigen land gunstiger regels zijn ter bescherming van de consument, dan spreken we af dat die óók gewoon gelden. En nou is artikel 7:417 BW gunstiger dan het Ierse recht, dus was het kennelijk de wens van Airbnb om die regel te laten gelden. Daarmee is ‘ie gewoon van toepassing. En dát mag van de ecommerce richtlijn, als ondernemer zelf gunstiger regels gunnen dan de wet eist.

Het leuke is, omdat het gaat om een bedrag van maar 470 euro aan servicekosten is hoger beroep niet mogelijk. Airbnb kan dus niets doen tegen deze uitspraak. Sommige media melden dat ze nog wel naar het Hof van Justitie zou kunnen stappen, maar ik zie die route even niet. Je stapt namelijk nooit naar het Hof, je vraagt de rechtbank om vragen te stellen aan het Hof. Het enige Europese Hof waar je als persoon of bedrijf zelf heen kunt, is het Europese Hof voor de Rechten van de Mens maar die gaan hier echt niet over.

Een initiatief met de naam Dienen van Twee Heren heeft een voorbeeldbrief online gezet waarmee je je servicekosten kunt terugvorderen. Werkt Airbnb niet mee, dan gaan zij op no cure no pay een massaclaim indienen waarbij men 30% van de opbrengst als servicekosten rekent.

Arnoud