Proceskostenvergoedingen IE-zaken beperkt

| AE 1137 | Informatiemaatschappij | 8 reacties

proceskostenvergoedingRechtszaken over auteursrecht en andere intellectuele eigendomsrechten (IE) wijken op één punt af van andere rechtszaken. Bij IE-zaken moet de verliezende partij de werkelijke en volledige proceskosten van de winnende partij vergoeden. Bij andere zaken geldt normaal dat je alleen de “forfaitaire proceskosten” (liquidatietarief) vergoed krijgt. Deze uitzondering is ingevoerd op grond van de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG.

Een probleem bij deze regeling is dat hij tot excessen kan leiden. Wie de duurste advocaat inhuurt, kan dreigen met een torenhoge proceskostenvergoeding (denk enkele tienduizenden euro’s) naast de schadevergoeding. Een enkele keer grijpt de rechter nog in door het bedrag te matigen, maar de trend was toch wel om gevraagde vergoedingen toe te kennen.

Per 1 augustus zal daar verandering in komen. De rechtbanken en de Orde van Advocaten hebben in onderling overleg indicatieve maximumtarieven opgesteld voor proceskosten. Zo zou een eenvoudig kort geding nog ‘maar’ 6.000 euro mogen kosten, en een redelijk complexe bodemzaak niet meer dan 25.000 euro. Een bedrag van 40.000 euro zou dus in principe tot het verleden moeten behoren, hoewel het nog steeds mogelijk is om af te wijken:

De tarieven geven een indicatie van het maximale bedrag aan proceskosten dat door de bank genomen nog als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. Het gaat dus niet om forfaitaire bedragen, maar om een handvat om de redelijkheid van de gemaakte proceskosten te beoordelen. De tarieven staan er niet aan in de weg dat een afwijkend, lager of hoger, bedrag wordt vastgesteld. Verwacht mag worden dat in ieder geval gedetailleerd opgave wordt gedaan van het uurtarief en het aantal gewerkte uren met een concrete omschrijving van de verrichte werkzaamheden. Indien echter aanspraak wordt gemaakt op een hoger bedrag zullen, bij betwisting door de wederpartij, hoge eisen aan de motivering gesteld moeten worden.

Christiaan Alberdingk Thijm van SOLV noemt het een ‘aderlating’ voor de grote advocatenkantoren:

Met name voor de grote kantoren die dikwijls een astronomisch hoog uurtarief hanteren, zal dat een aderlating zijn. Het komt op dit moment regelmatig voor dat de verliezende partij bedragen van € 40.000 moet ophoesten, simpelweg omdat de andere partij een dure advocaat heeft ingeschakeld. Aan die praktijk moet nu een einde komen.

En terecht. Het Nederlands burgerlijk recht is tenslotte gebaseerd op het idee dat mensen elkaars schade moeten vergoeden, maar partijen mogen elkaar geen boetes of dingen die daarop lijken opleggen. Een extreem hoge proceskostenvergoeding eisen voor een kleinschalige inbreuk is absoluut niet de bedoeling.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Een belangrijke regel in het NL burgerlijk recht is dat iemand die een onrechtmatige daad pleegt, die hem kan worden toegerekend, de daardoor veroorzaakte schade moet vergoeden. Tot die schade behooren ook de kosten noodzakelijk om de pleger te doen stoppen met de onrechtmatige daad. Dus als bepaalde advocatenkosten daadwerkelijk zijn gemaakt, waarom zou de IE-rechthebbende met de kosten moeten blijven zitten? Dat heeft niets met een boete te maken, want de IE-rechthebbende heeft deze kosten daadwerkelijk gemaakt, en als hij deze kosten niet vergoed krijgt, wordt hij armer, terwijl hij van een boete juist rijker zou worden.

    Verder moeten alle organen van de NL staat, en dus ook de rechterlijke macht, zich houden aan het toepasselijke EU recht, en daarin staat “Member States shall ensure that reasonable and proportionate legal costs and other expenses incurred by the successful party shall, as a general rule, be borne by the unsuccessful party, unless equity does not allow this.” Met andere woorden, als een rechter minder wil toewijzen dan de opgegeven kosten, dan zal de rechter redenen moeten aanvoeren waarom de billijkheid in casu een lagere kostenveroordeling vereist en/of de opgevoerde advocatenkosten onredelijk en niet evenredig zijn.

    Er zit overigens een mededingingsrechtelijk probleempje aan deze indicatie-tarieven: het wekt de suggestie dat de beroepsorganisatie van de NL advocaten, die betrokken is geweest bij de totstandkoming van deze indicatie-tarieven, hiermee een aanbeveling doet over wat advocaten als redelijk bedrag aan hun cli?nten in rekening zouden kunnen brengen. Deze tarieven hebben verder als waarschijnlijk gevolg dat advocaten zich bij het opstellen van hun facturen zullen richten naar deze indicatie-tarieven, omdat meer als onredelijk beschouwd zal worden, en minder rekenen dom is omdat de tegenpartij van je cli?nt het toch zal moeten vergoeden. E.e.a. ziet er dus uit als een mededingings-beperkende maatregel. Is de NMa en/of de Europese Commissie gevraagd of dit wel helemaal kosher is? Misschien doen IE-kantoren er goed aan om zo snel mogelijk bij de NMa en de Europese Commissie te melden dat ze het hier niet mee eens zijn en dat ze zich bij het opstellen van hun facturen niet zullen laten leiden door deze indicatie-tarieven.

  2. Leo, de EUropese richtlijn zegt “reasonable costs”, redelijke kosten. Ik sta achter het principe dat noodzakelijke advocatenkosten onderdeel van de schade zijn; een van de principes in het civiel recht is echter dat partijen moeten trachten de schade te beperken. Wanneer een partij excessieve advocatenkosten maakt is het redelijk dat een rechter die niet volledig doorschuift naar de in het ongelijk gestelde partij.

  3. Peter, je hebt gelijk voorzover je wijst op het woord “redelijk”. Echter, een partij maakt geen advocatenkosten (en dus ook geen excessieve advocatenkosten): gelet op het domeinmonopolie van de advocatuur wordt een partij gedwongen om een advocaat in de arm te nemen, en die advocaat stuurt vervolgens een factuur waar de opdrachtgever verder weinig aan kan doen. Als de verliezende partij die factuur niet volledig vergoedt, dan blijft de winnende partij met een restant-factuur zitten terwijl deze kosten veroorzaakt werden door de verliezende partij. Dat lijkt mij niet fair.

    Het systeem zou alleen kloppen als de rechter die de advocatenkosten van de winnende partij slechts gedeeltelijk wil laten vergoeden door de verliezende partij meteen ook de advocaat van de winnende partij zou opdragen om zijn factuur te matigen tot het te vergoeden bedrag, wat pas zou kunnen nadat de rechter een serieus onderzoek heeft ingesteld naar de hoogte van die factuur en dus de omvang en noodzaak van de door de advocaat uitgevoerde en in rekening gebrachte werkzaamheden.

    Een simpele motivering die niet verder gaat dan dat de aard van het geschil geen hoger bedrag dan X rechtvaardigt, zonder dat daar enig onderzoek aan ten grondslag ligt, is niet fair tegenover de advocaat die (impliciet) het verwijt krijgt dat hij veel te hoge facturen schrijft en vervolgens aan zijn cli?nt mag uitleggen dat zijn factuur wel degelijk redelijk en evenredig was en de rechter dus ten onrechte de verliezende partij slechts een deel daarvan heeft laten betalen.

  4. Ik realiseer dat in veel gevallen een partij gedwongen is om een advocaat in de arm te nemen. Er zijn echter meerdere advocaten op de markt en een partij (opdrachtgever voor de advocaat) kan een keuze maken voor een bepaalde firma. Bij het sluiten van de overeenkomst tussen opdrachtgever en firma worden er afspraken gemaakt over het tarief en de wijze van aansturing van de advocaat. In het ideale geval heeft de opdrachtgever onderhandeld alsof hij zelf de rekening moet betalen.

    Een partij heeft invloed op de hoogte van de factuur van haar advocaat. Het is niet fair om een winnende partij die kostenbewust geweest is in keuze en aansturing van haar advocaat te laten opdraaien voor een deel van de rekening van die advocaat. Aan de andere kant moeten voorkomen worden dat partijen en advocaten overeenkomsten sluiten met het idee “prijs speelt geen rol, iemand anders betaalt de rekening wel”, dan krijgen we de excessen waar Arnoud in zijn stuk op doelt.

    Forfaitaire bedragen zijn een ruw middel, dat geef ik toe. Het leidt tot enige zelfregulering bij advocaten die een lastige discussie met hun opdrachtgever willen voorkomen. Het betekent ook dat opdrachtgevers gaan nadenken over de kosten van hun advocaat. Het feit dat rechters de mogelijkheid hebben om af te wijken van de richtlijn haalt naar mijn mening de scherpste kantjes van de regeling af. Het is niet zo moeilijk om aan de hand van de stukken en pleidooien een beeld te krijgen van de complexiteit van een zaak.

  5. Ik ben het in ieder geval met Leo eens dat het zachtjes gezegd lang niet duidelijk is dat deze afspraak in overeenstemming is het met het Europese recht. Het komt toch gewoon neer op een terugkeer naar forfaitaire vergoedingen.

    Wel denk ik dat proceskostenvergoedingen niet zo maar op ??n lijn kunnen worden gesteld met reguliere schadevergoedingen. Een gedaagde die geen inbreuk blijkt te hebben gemaakt en de zaak wint, heeft bijv. wel proceskosten, maar geen schade uit onrechtmatige daad. Het is in beginsel immers niet onrechtmatig om, achteraf ten onrechte, tegen iemand een proces te beginnen. Maar heeft de winnende gedaagde niet evenveel recht op een vergoeding van de proceskosten als een winnende eiser?

    (En hoe zit het als de verliezer in eerste aanleg in hoger beroep wel wint? Volgens mij worden de proceskosten die in eerste aanleg zijn gemaakt dan verder buiten beschouwing gelaten.)

  6. Artikel 14 De lidstaten dragen er zorg voor dat, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij zullen worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

    Volgens mij bied de billijkheid hier een mogelijkheid om de advocaat kosten van de ander te beperken. Als de verliezer het hoger beroep wint lijkt mij dat deze kosten wel vergoed moeten worden.

  7. Maar een afwijking op grond van billijkheid lijkt me meer nodig dan “de werkelijk gemaakte kosten zijn hoger dan de indicatietarieven”.

    Ik vraag me eigenlijk af waar de rechters zich mee bemoeien. Als er al een forfaitaire regeling moet komen, laat die dan door de wetgever opstellen. Dat zou natuurlijk een kennelijke schending van EG-recht opleveren, maar ik zou niet weten waarom de rechters wel zoiets zouden mogen afspreken.

    Een andere mogelijkheid is dat de Orde richtprijzen uitvaardigt, maar zoals al opgemerkt zou dat weer regelrecht in strijd zijn met het mededingingsrecht.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS