De giecheltoets als uitleg van recht

| AE 2140 | Informatiemaatschappij, Iusmentis | 31 reacties

giggle-test-giecheltoets.jpgDe laatste tijd gebruik ik ‘m steeds vaker in presentaties en workshops: de giecheltoets. De giecheltoets is mijn vuistregel voor juridische argumenten: als je het argument niet kunt uitleggen zonder in lachen uit te barsten, of als je publiek het niet kan aanhoren zonder te gaan lachen, dan is het argument niet geldig.

Het gebeurt namelijk vaak dat mensen (opvallend vaak IT-ers) die een juridische regel horen, deze meteen tot het extreme gaan oprekken. Nou is stresstesten een goede zaak bij software, maar juridische regels zijn niet zo ontworpen. Die gaan uit van een redelijke en billijke omgeving, en regels tot in het extreme oprekken is gewoon niet de bedoeling. De consequentie van dat toch doen, is dat je een absurde uitkomst krijgt, en daar moeten mensen om lachen. Vandaar de giecheltoets.

In de VS bestaat de giggle test al, maar in Nederland heb ik hem nog niet aangehaald zien worden. Jullie wel? Of andere handige vuistregels?

Arnoud

Deel dit artikel

  1. “Nou is stresstesten een goede zaak bij software, maar juridische regels zijn niet zo ontworpen.”

    Software is meestal ook niet zo ontworpen, en dat is nou juist het gevaar. Als het eenmaal “live” staat doen anderen het stresstesten wel voor je en voor je ’t weet heb je weer een datalek of wat dan ook.

    Soortgelijk, als een rechter met een onzorgvuldig verwoorde wettekst in de hand die heel anders uitlegt dan ‘ie ooit bedoeld was dan vergaat het lachen (of giechelen) je ook vrij snel als dat in je nadeel is…

    Meer stresstesten voordat een wet vastgelegd wordt is nog helemaal niet zo’n debiel idee. Ook dat is een omgeving waar een cynische ITer in de vergadering op langere termijn een voordeel kan zijn. 😉

  2. Voorwaarden bij een website van het soort “U verklaart hierbij geen lid te zijn van een opsporingsinstantie en alles wat u hier ziet, niet als bewijs tegen ons te (laten) gebruiken.”

    Beweren dat je onder de aanduiding “aansteker” lucifers mag verkopen omdat je daarmee ook dingen kunt aansteken.

    De Piratenpartit die aankondigt dat ze Pirate bay vanuit het Zweedse parlement gaan hosten om zo onder parlementaire onschendbaarheid te vallen.

    Ik ga nog even nadenken over meer.

  3. Wat een onzinnig principe! Wat nou als ik een zaal vol lachgas pomp? Dan zal iedereen in die zaal gaan lachen en is ieder argument ongeldig! Als ik daar dan beweer dat A^2 + B^2 = C^2 gaan we dan ineens de stelling van Pythagoras als onwaar zien? Dat zal onveilige bouwwerken opleveren! 😉

  4. Aha, dus een geobjectiveerde giecheltoets. Moet ook wel, anders is een argument wel geldig voor de een en niet door de ander. Stel je voor, je komt in de rechtszaal en terwijl je je betoog doet zit de andere advocaat de hele tijd te giechelen. En dan de rechter die beweert dat het betoog niet door de giecheltoets komt. Wat een non sequitur!

    Ik vind dit echt een afleidende toets. Een hyperbool is een sterk instrument om je punt te maken, en meestal maakt het een goed punt op een overduidelijke manier. Zelfs als het onzin is en menig advocaat in de lach schiet, de leken zullen soms niet begrijpen waarom het onzin is en de advocaten niet meer serieus nemen. Dan is het beter met een paar regels het argument te verwerpen.

    Zo jouw eerste voorbeeld. In een discussie of alle ‘Algemene Voorwaarden’ acceptabel zijn, kan het handig zijn om zo’n extreem voorbeeld te geven om gelijk duidelijk te maken dat een aantal ongeldig zijn. Het tweede voorbeeld laat duidelijk zien dat verkeersopvattingen gebruikt worden bij product aanduiding en niet letterlijke interpretaties. Het derde voorbeeld illustreert hoe ver de parlementaire immuniteit strekt.

    Neem nou een beroemd voorbeeld van een excentrieke rechter. Een aantal landen, net uit de oorlog, krijgen een verdrag om het mogelijk te maken dat de staten elkaar een beetje kunnen tolereren. En dan zegt de rechter dat dit verdrag ook hoort te gelden voor burgers. Best lachwekkend op het eerste gezicht, maar een rechter heeft dit in Van Gend en Loos toch echt gezegd, en zelfs onderbouwd!

  5. @Bram: ga ik aan werken.

    @Ben01: natuurlijk is het geen doorslaggevend argument in de rechtszaal. Ik gebruik hem eigenlijk alleen bij lezingen en workshops, waarin mensen (“leken”) dingen gaan bedenken met juridische regels die ze net geleerd hebben. Dan is die toets wel handig. Zie het als een alternatief label voor de redelijkheid en billijkheid. De giecheltoets onthult dan dat iets apert onredelijk is.

    Rechters zijn immuun voor de giecheltoets, wat zij zeggen is juridisch bindend.

    @Stefan: goed punt 😛 Ik zit me nu te bedenken of ik goede juridische grappen weet. Dus niet “wat zijn 100 advocaten in een bus onderaan een ravijn” maar een grap over het recht.

  6. De giecheltoets daargelaten vind ik je vergelijking van recht en IT wel treffend. Als programmeur ben ik bijna van nature altijd aan het denken aan de corner case, de invoer voor code waarbij het niet meer werkt.

    Maar als ik jouw dus goed begrijp is dat bij wetten niet van toepassing?

    Want inderdaad als ik soms over wetten lees of hoor dan zie ik vaak problemen daarmee, b.v. de databank wetgeving. Maar het doel van die wetten is dus niet om alle mogelijke zaken af te vangen?

  7. Een van de mooiste voorbeelden uit het recht is de Farm Date-zaak, waarin iemand Adwords op “farm date” had gekocht en de merkhouder van “Farmdate” bezwaar maakte. De samenvatting van de zaak is droogjes: “Google wint, omdat het niet redelijk zou zijn als zij niet zou winnen.”

    Bij IT moet je een oplossing implementeren voor elke corner case, anders crasht je software. Bij het recht heb je eigenlijk altijd wel een vangnet, al was het maar de redelijkheid en billijkheid. Al hetgeen daarmee in strijd is, kan niet de uitkomst van een zaak zijn. Net iets gebruikersvriendelijker dan een softwarecrash. 🙂

  8. Bij programmeren ben ik vooral bang voor het “Bored Programmers Syndrome”. Dan heb je een programmeur die een simpel klusje moet doen. Maar het is wel een saai klusje dus trekt hij een blikje creativiteit open en verzint vervolgens een “unieke” oplossing die tevens een grotere uitdaging is. Dan is er 20 uur gepland voor een taak die in 4 uur klaar kan zijn en de programmeur loopt die deadline mis en heeft nog 180 uur extra nodig voor zijn creatieve oplossing. Daar kun je soms best om lachen, als je even niet stilstaat hoeveel dergelijke “creativiteit” in werkelijkheid kost. Als het werkt is het een knap stukje werk en een mooie oplossing. Bij een goede programmeur is de code later zelfs goed te onderhouden. Maar ik heb veel van dergelijke oplossingen gezien in de vele projecten waar ik aan heb gewerkt en wordt alleen maar verdrietig omdat ik weet wat er allemaal mee is verspild…

    Nou ja, als programmeurs van tevoren met zo’n oplossing aan komen zetten in een technisch ontwerp, dan kun je er tijdens een bespreking nog om lachen en aandringen op een simpelere oplossing. Jammer alleen dat veel (slechtere) programmeurs ook meteen de kriebels krijgen en meteen code beginnen te kloppen in een lopend project, waardoor het ook weer lastig wordt om de uitwerking terug te draaien en de eenvoudige oplossing te implementeren…

    Het probleem is gewoon dat mensen verveeld raken en dan extra creatief worden in het vinden van oplossingen. Die oplossingen zijn vaak lachwekkend absurd en dan weet je dat men te ver is gegaan. Is alleen nog de vraag of je ze op tijd kunt stoppen voor je lachwekkend de geschiedenis in gaat…

  9. Na mijn laatste reactie n.a.v. je blog over het ruilen van een Ebook bedacht ik mij een voorbeeld waarvan ik benieuwd ben of het de giecheltoets doorstaat, en of het daardoor juridisch onjuist is.

    Als je bij een webwinkel een papieren boek koopt, dan valt de koop onder de wet ‘koop op afstand’, waardoor je als consument 7 dagen de tijd hebt het boek te bekijken en uit te proberen. (zichttermijn/uitprobeertermijn) Binnen deze termijn mag je het boek zonder opgaaf van reden terugsturen. Een uitermate effectieve manier van het bekijken van een boek is het te lezen.

    m.a.w. Een papieren boek wat je binnen de zichttermijn leest, mag je gewoon terugsturen.

  10. @Wim, #22: Volgens mij komt dat niet zozeer door een verveelde programmeur, maar door gebrek aan analytisch vermogen om een eenvoudige oplossing te bedenken. Het is nou eenmaal veel eenvoudiger om een complexe oplossing te bedenken dan iets simpels wat toch aan alle eisen voldoet.

  11. @Jeroen, dat zal ook flink meespelen, maar daarnaast is er bij programmeurs die het licht nog niet gezien hebben wel degelijk de neiging tot “Dit kan, dus dit moet”. Het maken van een Grand Master Plan wat alle mogelijke scenario’s aankan en dus enorm complex wordt tot het punt dat het ononderhoudbaar is. Dat merk je vooral bij herimplementaties van bestaande systemen.

  12. @Jeroen, ik heb het verschijnsel ook zien optreden bij echt goede programmeurs. Ik weet dat ik zelf ook de neiging kan hebben om creatiever te worden dan strict noodzakelijk is. En ik werk alles altijd goed uit, goed gedocumenteerd en geanalyseerd. Alleen kom je als programmeur steeds weer met nieuwe middelen in contact, nieuwe mogelijkheden, nieuwe technieken. En het is heel verleidelijk om die toe te passe terwijl de oude, vertrouwde methodes ook gewoon voldoen. Het probleem is dat de oude, vertrouwde manier saai is. Het is niet spannend. Ook programmeurs die het licht hebben gezien gaan wel eens voor wat meer spanning. Je ziet het vooral als een programmeur op een cursus of zo iets nieuws heeft gelerd. Die kennis willen ze meteen toepassen, ook al is daar geen noodzaak toe.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS