Komt er bescherming voor user generated content in het Nederlands auteursrecht?

Er ruimte is voor een flexibele regeling voor user generated content, maak ik op uit deel 1 van het advies van de Commissie Auteursrecht aan de minister. Het citaatrecht kan hiervoor met enige creatieve hacks worden ingezet.

User generated content is eigenlijk een beetje denigerende term, het zijn “slechts gebruikers” die even iets in elkaar flansen. Net zoals “burgerjournalist”. Maar dat terzijde, want ik ben heir toch wel positief over.

Het idee is dat nu steeds meer mensen gewoon omdat het kan allerlei plaatjes photoshoppen, filmpjes fixen en andere eigen creatieve dingen online gooien, we daar met het auteursrecht niet dwars doorheen moeten fietsen. Foto’s en films zijn bronmateriaal voor deze usercreativiteit, en die bron moet flexibel beschikbaar zijn.

Wanneer dus iemand zonder commercieel oogmerk een eigen creatieve bewerking uitvoert, zou dat legaal moeten zijn om dat te verspreiden. Ook via commerciële kanalen (“zoals Myspace en Hyves”, ahem), want je voelt de bui anders meteen al hangen dat rechthebbenden gaan gillen dat Facebook Inc een bedrijf is en dús alle UGC alsnog commercieel.

Een algemene wettelijke uitzondering voor UGC lijkt niet echt haalbaar. De huidige Europese auteurswetgeving kent alleen specifieke uitzonderingen, dus je zult die moeten voorzien van een UGC-aanvulling. En de enige waar dit enige kans van slagen heeft, is het citaatrecht. Dat kent namelijk een open norm: “citeren ten behoeve van.. soortgelijke doelen”.

Als we dus de wet voorzien van “UGC = soortgelijk doel als aankondigen bespreken etc” dan zijn we er eigenlijk al. Tenminste, waar het gaat om écht eigen gegenereerde content waar hier en daar wat onderdelen van andermans werk in verwerkt zitten.

Legaal zou bijvoorbeeld zijn dat je een Pinterest-collectie maakt van foto’s, of een meme-onderschrift toevoegt. Of ook het fansubben (ondertitelen door amateurs/fans/users) hieronder valt, betwijfel ik. Het is te verdedigen.

Geen antwoord zie ik op de vraag of het als achtergrondmuziek opnemen van een integraal en ongewijzigd origineel (“artist generated content”?) ook onder de UGC exceptie moet vallen. Dat is wel een beetje jammer, maar goed eerst eens zien of Buma/Stemra het gaat winnen met de embedtax.

Het is nog een voorstel, dus het kan nog alle kanten op. Maar het past naadrechtnaadloos in de lijn van de net gevormde coalitie:

Het auteursrecht wordt zo gemoderniseerd dat recht wordt gedaan aan de bescherming van creatieve prestaties zonder dat de gebruiksmogelijkheden voor consumenten in het gedrang komen.

wat ik overigens eerst las als “doe even normaal met je downloadverbod” en niet als “we gaan fair use invoeren”.

Arnoud

Wat is er te doen aan patenttrollen?

Veertig procent van alle octrooirechtszaken in de VS worden aangespannen door patenttrollen, las ik bij Ars Technica. Een trol, in braaftaal “niet-praktizerende octrooihouder”, is een patenthouder die zelf niets doet maar wel anderen aanspreekt op inbreuk. Theoretisch legaal, maar het veroorzaakt wel steeds meer wrijving in het octrooisysteem.

Octrooien waren ooit bedoeld om uitvinders te beschermen tegen afkijkers. Vertel hoe je uitvinding werkt, en in ruil krijg je twintig jaar bescherming tegen namaak. Na die twintig jaar is namaken toegestaan, en dankzij het octrooi weet iedereen ook hoe het moet. Winst voor de maatschappij dus, en twintig jaar lang winst voor de octrooihouder.

Ja, klinkt leuk in theorie en nee natuurlijk werkt het in de praktijk niet zo. Want neem van mij als octrooigemachtigde aan, niemand leest graag een octrooi om te weten te komen hoe iets werkt. Zelfs een wetenschappelijk paper is leesbaarder.

Maar goed, dat even terzijde. Iemand heeft een wettelijk exclusief recht en oefent dat uit, wat is het probleem? Dan vind je toch lekker wat anders uit, zou je denken. Laat die trol lekker onder z’n brug zitten en neem de veerpont.

Alleen: dat wérkt niet zo met octrooien. Octrooien beschermen tegen elk gebruik van de uitvinding, ook als deze geheel onafhankelijk opnieuw worden gemaakt. Het kan dus zijn dat je na drie jaar research & development ineens een octrooiclaim krijgt. Dat is nauwelijks te voorkomen; een vrijgave-onderzoek kán wel maar is vreselijk duur en garandeert eigenlijk niets. In ieder geval niet in de ICT, waar op alles sowieso drie octrooien zitten.

Verder is de impliciete aanname in het octrooisysteem dat de octrooihouder zélf de markt op wil met de uitvinding. Het exclusieve recht is bedoeld om hem het monopolie te geven, zodat hij zijn investering kan terugverdienen. Maar wat nu als hij in het geheel niet de markt op gaat en wel anderen tegenhoudt?

Ook zijn octrooien steeds breder en breder geworden, zodat je met je octrooi dingen kunt claimen die je eigenlijk helemaal niet hebt uitgevonden. Formeel mag dat niet maar de praktijk is flexibel. Octrooiclaims worden in vage generieke bewoordingen geschreven waar van alles onder te praten is. En wie dat aan wil vechten is erg duur uit.

Uitvechten zit er trouwens zelden in bij trollen, zo blijkt uit het onderzoek waar Ars zich op baseert. Meer dan 80% van hun zaken wordt geschikt. Ook dan vraag je je af, wat voor claims gaat het om, en welk doel dient het om dit überhaupt toe te staan in de octrooiwet.

Ik blijf er bij: in de octrooiwet moet komen te staan dat je alleen een verbod mag gaan halen bij de rechter als je zélf met een product op de markt bent. In andere gevallen heb je hooguit recht op een redelijke vergoeding.

Nee, dit lost situaties zoals Apple/Samsung niet op. Maar dát is een heel wat neteliger kwestie.

Arnoud

Nieuw op Ius Mentis: Fraude en misbruik van betaalmiddelen

Eindelijk tijd voor weer eens een artikel op mijn site: Fraude en misbruik van betaalmiddelen.

Elektronisch betalingsverkeer (zoals creditcard, pinnen of internetbankieren) is kwetsbaar voor allerlei vormen van fraude. Pincodes kunnen worden afgekeken, websites vervalst (“phishing”) en passen kunnen worden gestolen. De wet bepaalt dat de bank in principe hier het risico voor draagt, met een eigen risico voor de klant van maximaal € 150.

Bij opzet en grove nalatigheid door de klant komen de niet-geautoriseerde betalingen volledig voor rekening van de klant. Wanneer daarvan sprake is, hangt heel erg van de specifieke situatie af. Banken stellen in hun algemene voorwaarden allerlei veiligheidsvoorschriften. Dat mag, en het niet opvolgen daarvan is een belangrijke factor om te bepalen of sprake is van grove nalatigheid. Wel moeten de voorwaarden natuurlijk redelijk zijn.

Dat inschatten wanneer nalatigheid grof is, blijkt nog een hele klus. De rechtspraak en uitspraken van de geschillencommissie laat nogal wat situaties zien, van open fietstassen tot portemonnees die met ketting aan de broek vastzitten maar waar dan stiekem de pinpas uit gehaald is.

Wat ik níet vond, waren uitspraken over internetbankieren en wanneer je laten pakken door phishers grove nalatigheid oplevert. Dat je in een criminele truc trapt, is niet automatisch grof nalatig zo blijkt uit een uitspraak over de “tientjestruc” (waarbij je afgeleid wordt door een tientje op de grond zodat men je net gepinde geld kan stelen).

Hebben jullie voorbeelden van wat je wél grof nalatig zou vinden bij internetfraude?

Arnoud

Yahoo negeert privacy-instelling IE10

cookiewet-trackingYahoo verklaart als één van de eerste grote internetnamen dat het de Do-Not-Track instelling van IE10 negeert, las ik bij Webwereld. Microsoft had eerder aangekondigd deze optie standaard aan te zetten, oftewel standaard mocht je niemand tracken die IE10 gebruikt. Volgens Yahoo veroorzaakte de browsermaker daarmee een gedegradeerde gebruikerservaring. En wanneer marketeers gaan spreken van gebruikerservaringen dan moet je uitkijken.

Het is natuurlijk overduidelijk dat Yahoo bedoelt “dan kunnen wij niet goed meer iedereen op individueel niveau tracken, profileren en in nette segmentjes te koop aanbieden aan onze adverteerders”. En ik geloof onmiddellijk dát dat hun probleem is, maar met dit soort omfloerste braaftaal schiet het debat rond tracken en privacy niet op. Sterker nog, dit soort acties zijn een domme zet want het is zó transparant dat het iedere geloofwaardigheid van andere argumenten van pro-advertentie en pro-tracking partijen onderuit haalt.

Sinds de invoering van de cookiewet staat dat debat sowieso al zwaar op scherp. Vrijwel iedereen, ook de meest rabiate pro-privacymensen die ik ken (en geloof me die zíjn me een partij rabiaat) vind het een onzinnige regel. Mensen worden op het verkeerde moment lastig gevallen met een privacyvraag. Sterker nog, op een moment dat ze eigenlijk gewoon iets anders willen en dan gaan ze dús gewoon “ja” zeggen op alles dat je vraagt. Dom, ja, ongetwijfeld maar zo werkt het wel en dat ga je écht niet met een cookiewet oplossen.

(Ik ga op 1 april in onze cookiepopup zeggen dat men toestemming geeft voor afboeken van 49,95 via automatische incasso na bezoeken site en dan eens zien hoe veel akkoords ik krijg.)

Do Not Track is een veel betere oplossing, en eigenlijk had de cookiewet dan ook pas ingevoerd moeten worden nadat DNT was uitgerold. Dan geef je het systeem tanden: ik wil niet worden gevolgd had ik ingesteld, je volgt me toch, kom maar op met die 100 euro. Per cookie.

Maar niet geheel onbegrijpelijk verzet de advertentieindustrie zich tegen DNT. Of beter gezegd, tegen een DNT die default op “ja” (==”nee ik wil niet getrackt”, argh dubbele ontkenningen) staat. Want tachtig procent van de mensen verandert nooit iets aan defaults, dus een default ja op DNT betekent dat 80% van je bezoekers niet getrackt mag worden. En alle zinnen over zorgvuldig gerespecteerde privacy in privacyverklaringen daargelaten: dát is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. Want zonder tracking geen profielen en dus keldert de effectiviteit van advertenties naar nul. En de inkomsten dus ook.

Alleen: onder de huidige wet móet DNT bij default aan omdat de gebruiker een keuze moet maken. Mensen zelf de DNT naar uit (==”track me”) laten zetten is de beste manier om die keuze te laten maken. Ja, je zou het ook als open vraag bij installatie kunnen stellen maar wat doe je dan bij preinstalled software?

Gebruikers opvoeden dan maar? Mensen uitleggen wát tracken is en ze een geïnformeerde keuze laten maken of ze dat willen en in welke mate. Een prachtig ideaal, en ja zo hoort de maatschappij te werken. Maar het is wel een beetje naïef gezien de praktijk van vandaag de dag om te denken dat dát gaat lukken. Wie heeft er nooit een familielid aan de telefoon gehad met “de computer gaf een fout, nee ik weet niet welke want ik heb het maar weggeklikt en nu doet ‘ie het niet meer”? En hoe veel handige handleidingen en tips heb je die al niet vruchteloos aangeboden?

Eigenlijk is de enige werkbare oplossing dat de politiek zélf gaat bepalen wat er nog wel en niet wenselijk is op het gebied van tracking en privacy. En dan bedoel ik niet “beslissen dat gebruikers na zorgvuldige afweging een keuze maken” maar gewoon botweg zelf de grenzen bepalen. Die gebruikers gaan dat echt niet doen, en van strooptaalpratende marketeers hoeven we heus geen vrijwillige verbetering te verwachten. Een wet met “tracking mag maar je moet daarnaast een betaald advertentievrij abonnement aanbieden” lijkt mij een prima praktisch compromis, om eens wat te noemen.

Maar eerlijk gezegd zou ik mijn geld eerder zetten op “we modderen gewoon voort tot er nóg rampzaliger wetgeving komt”.

Arnoud

Mijn opa hoort niet op internet!

grootvaderEen lezer vroeg me:

Onlangs vond ik op zolder een aantal brieven en foto’s gemaakt door mijn grootvader, of waar hij op stond. Deze heb ik naar een kennis gestuurd die bezig was met een stamboom waar wij in zitten. Hij was erg enthousiast en meldde dat hij deze brieven en foto’s op internet gaat zetten omdat het zo’n mooi beeld zou geven. Maar dat wil ik helemaal niet! Wat kan ik nu doen?

Brieven en foto’s zijn voor mensen die bezig zijn met stamboomonderzoek (genealogie) een dankbare bron, dus ik kan me voorstellen dat deze man zulke brieven of foto’s mag publiceren. Maar het mag niet zomaar.

Op brieven en foto’s, ook van ‘gewone’ mensen, rust auteursrecht. Zonder toestemming van de maker mogen deze niet worden gepubliceerd, zeker niet als ze nog niet eerder gepubliceerd waren toen ze werden opgestuurd. Citaatrecht geldt pas nadat het werk voor het eerst legaal is gepubliceerd, en dan ook nog eens in principe alleen voor stukjes uit het werk. Het auteursrecht vervalt 70 jaar na het overlijden van de maker, en dat zal hier denk ik een belangrijke vraag zijn.

Als het een foto is waar de grootvader óp staat, dan rust het auteursrecht daarop bij de fotograaf. Die zal dan moeten worden getraceerd en om toestemming gevraagd. Is de fotograaf meer dan 70 jaar geleden overleden, dan zijn de foto’s vrij van rechten.

Zitten er geen rechten meer op de brieven of foto’s, dan mogen ze zonder toestemming worden gepubliceerd. Portretrecht helpt ook niet: dat eindigt 10 jaar na het overlijden van de geportretteerde.

Als er nog auteursrechten van de grootvader rusten op de brieven of foto’s, dan is het de vraag wie deze nu heeft. Auteursrechten kun je erven, maar zelden staat dit in testamenten genoemd. (Het mijne heeft een auteursrechtclausule, maar ik moest de notaris dicteren welke tekst het moest zijn.) In dat geval komen de auteursrechten toe aan alle erfgenamen samen, en moeten al deze mensen samen beslissen wat er mag gebeuren met de rechten (art. 3:166 en 3:170 BW).

Complexer wordt het als er een overlevende partner was. Het huidige erfrecht zegt dat de partner dan de auteursrechten erft, en dat eventuele kinderen alleen een geldvordering krijgen (op de royalties). Maar afhankelijk van hoe lang geleden de grootvader overleed, kan het oude erfrecht nog gelden en dat is altijd een heel gepuzzel.

Het zou mooi zijn als iedereen standaard een auteursrechtclausule in zijn testament opneemt. Meelezende notarissen mogen een offerte doen in de comments 😉

Arnoud

Het bewijs wordt geleverd door het controlepaneel

Een lezer vroeg me:

Bij mijn webhoster heb ik een controlepaneel waarmee ik mijn domeinnamen en sites kan beheren. Laatst bleek er echter ineens een domeinnaam verdwenen uit de lijst. Deze was opgeheven volgens de provider, en dat had ik goedgekeurd via het controlepaneel, zo bleek uit hun logs. En die waren “dwingend bewijs”, zeggen ze. Maar ik heb niets gedaan! Hoe kan ik nu bewijzen dat hun controlepaneel het fout heeft?

Hoofdregel uit het bewijs is dat degene die een bepaald gevolg claimt, de oorzaak moet bewijzen. In dit geval zegt de provider dat ze de domeinnaam niet meer actief hoeven te houden, dus moeten zij bewijzen dat er een opdracht tot opheffen gekomen is.

De provider beroept zich op het controlepaneel, waarmee de klant de opdracht tot opheffen kan geven. Op zich is dat een prima manier: de logs van zo’n paneel leggen objectief vast wat er is gedaan, en daaruit kun je (rechts)gevolgen afleiden.

Veel providers versterken hun situatie nog meer door in de algemene voorwaarden te bepalen dat bepaalde logs of registraties dwingend bewijs zijn. Dat wil zeggen, wat daarin staat is de enige waarheid. Je kunt zelfs zo ver gaan om tegenbewijs uit te sluiten.

Mag dat? Niet snel. Bij consumenten staat dit op de zwarte lijst:

[een beding] dat de bevoegdheid van de wederpartij om bewijs te leveren uitsluit of beperkt, of …

Bij zakelijke contracten geldt de zwarte lijst niet, maar ook bij zakelijke contracten kan een algemene voorwaarde worden aangevochten als deze al te evident onredelijk is. En dat zal hier snel wel opgaan denk ik. Want de wet bepaalt al (art. 151 Rv) tegen dwingend bewijs tegenbewijs openstaat.

Het wordt alleen wel moeilijk want meestal ís er niets, afgezien van de logs van dat controlepaneel. Dus hoe ga je dan bewijzen wat er is gebeurd?

Gelukkig kwam men er hier snel uit: de bug bleek reproduceerbaar en met een schermfilmpje van hoe ineens de domeinnaam verdween was de provider snel overtuigd. Maar als zoiets er niet is, of als het een eenmalig freak incident was, dan wordt het toch moeilijk.

Arnoud

Tijd voor een nieuwe layout!

Zo, daar zijn we dan eindelijk met de lang beloofde nieuwe layout van deze blog. Het had nog enige voeten in de aarde, maar het is gelukt. Arjan Snaterse en Roy Huiskes hebben een mooi stukje werk geleverd.

In de basis is de opzet grotendeels hetzelfde, maar de layout heeft een flinke lik verf gehad. Belangrijkste vernieuwing zit in het reactieblokje rechts: in plaats van enkel de vijf laatste reacties zie je nu reacties gegroepeerd per blog. Zo kan één verhitte discussie een vraag in een andere blog niet wegduwen.

De comments zijn wat strakker neergezet, en er is nu de mogelijkheid om genest te reageren. Er wordt nog gewerkt aan een optie om reacties van anderen te kunnen plussen (maar niet minnen) om zo de extra waardevolle items eruit te halen.

Verder staan er bannertjes en een reclametekst tussen, want de kachel moet ook blijven branden natuurlijk.

Als detail wordt nu bij elke blog een AE-nummer gepubliceerd. Dat is bedoeld als offline referentienummer. Je kunt in de zoekmachine dat nummer (met AE ervoor) invoeren en dan krijg je direct die blog. Handig voor wie een blog wil citeren in een artikel in een tijdschrift, bijvoorbeeld.

Ik ben heel benieuwd wat jullie ervan vinden!

Arnoud

Profiteren van andermans bedrijfsnaam

zoek-bedrijf-handelsnaam.pngHet profiteren van de naam van een concurrent is niet verboden, tenzij je handelsnaam- of merkinbreuk pleegt. Dat is kort gezegd wat het Hof Leeuwarden eerder deze maand bepaalde in een zaak over de term “scheidingsplanner”. Er is geen algemene regel in de wet dat je andermans bedrijfsnaam niet mag noemen. Daarmee wordt het vonnis uit 2011 ongedaan gemaakt.

Een scheidingsbemiddelingsbureau had advertenties (Adwords) gekocht bij Google voor het trefwoord “scheidingsplanner”. De concurrent De Scheidingsplanner had daar bezwaar tegen, omdat zij een beeldmerk en een handelsnaam had voor dat woord.

Nadat in eerste instantie de rechter had bepaald dat de advertenties te onduidelijk waren (wat merkinbreuk oplevert), vindt het gerechtshof de advertenties nu wél door de beugel kunnen.

Op zich is gebruik van iemands woordmerk in een advertentie inderdaad al snel merkinbreuk, wanneer je daarmee de indruk wekt dat je tot de merkhouder behoort. Maar dat ging hier niet op: het woordmerk was volgens het Hof eigenlijk gewoon beschrijvend voor de dienst, het plannen (uitwerken, begeleiden) van scheidingen. En beschrijvende termen mogen niet als merk worden gedeponeerd.

Een mooie grafische voorstelling van dat woord kan natuurlijk wél prima een merk zijn, maar dat wil niet zeggen dat dus het woord an sich via de achterdeur alsnog beschermd is. Een beschrijvende term mag je gebruiken, dus een beroep op het beeldmerk met die term erin gaat niet slagen (net zoals in de Cruisetravel/Cruise Factory-zaak).

Blijft over het handelsnaamrecht. Een beschrijvende term kan best een handelsnaam zijn, want de Handelsnaamwet eist geen “onderscheidend vermogen” of creativiteit. Maar je kunt je dan alleen verzetten tegen gebruik als handelsnaam door je concurrent. Het enkele opnemen van een naam in een advertentie of ergens op een site is géén handelsnaaminbreuk. Pas als je met die naam naar buiten treedt alsof je de handelsnaamhouder bent, kan sprake zijn van inbreuk.

Auteursrecht op (de formule van) de Scheidingsplanner wordt ook afgewezen want zelfs al is die formule beschermd, dan nog kun je daarmee niet het overnemen van twee woorden daaruit verhinderen.

Als laatste redmiddel had de Scheidingsplanner dan nog het gewone onrechtmatig handelen aangegrepen. Het is toch bepaald niet netjes, oftewel in strijd met de ongeschreven maatschappelijke zorgvuldigheid, dat je zomaar andermans naam gaat gebruiken voor welk doel dan ook?

Daar is het Hof snel klaar mee:

Voorop staat dat het profiteren van de naam van een concurrent, zonder dat dit in strijd is met een absoluut intellectueel eigendomsrecht, op zichzelf niet onrechtmatig is, ook niet als dit nadeel aan die ander toebrengt. Slechts op grond van bijkomende omstandigheden, kan tot onrechtmatigheid worden geconcludeerd.

Terecht, lijkt me. We hebben niet voor niet een systeem van registratie bij merken, en het is niet de bedoeling dat je zonder merk alsnog zou kunnen profiteren van bescherming die op hetzelfde neerkomt.

Welke bijkomstige omstandigheden zouden dan wel genoeg kunnen zijn? Daar gaat het Hof niet diep op in. Men merkt op dat zelfs als vast zou staan dat de concurrent opzettelijk die naam zo gekozen heeft en zo wilde aanleunen bij de bekendheid van De Scheidingsplanner, dat dan nog niet genoeg zou zijn.

Er moet echt meer zijn, bijvoorbeeld duidelijke verwarring bij klanten over met wie ze te maken hebben. Dat was in de Just-eat/Thuisbezorgd-zaak bijvoorbeeld genoeg om tot overdracht van domeinnamen met de handelsnaam van de concurrent erin over te gaan. En dáár heb ik dan weer moeite mee want dan creëer je toch weer een pseudo-merkbescherming. Maar goed.

Arnoud

Mijn mailbox is gehackt!

Nee, niet die van mezelf, maar van menig vraagsteller die wil weten wat hij of zij eraan kan doen. Meestal lijkt het te gaan om derden die het wachtwoord geraden hebben maar ongewijzigd laten, zodat het slachtoffer zelf niets doorheeft. De meeste mensen wijzigen hun wachtwoord immers zelden, en kijken ook niet in de map Verzonden items om te zien of iemand anders mee zit te mailen.

Nou ja, dat is dus ook precies wat je regelmatig moet doen. Ik raad aan wachtwoorden te maken met Strong password generator (maar er zijn er vast meer) en deze niet met anderen te delen. Als je je browser het wachtwoord laat onthouden, zet dan een schermbeveiliging met slotje op je computer. Of installeer iets als Keepass om wachtwoorden veilig te onthouden.

Ook regelmatig kijken of er gekke mails ontvangen of verzonden zijn is geen gek idee. Maar goed, je moet ook elke maand kijken of er rare afboekingen van je bankrekening zijn geweest en dat doet ook vrijwel geen hond.

Kun je juridisch iets doen? Ja, in theorie wel. Het is strafbaar als computervredebreuk om binnen te dringen in iemands mailbox, dus je kunt aangifte doen. Maar zonder IP-adres of andere bron van de dader is het wel héél lastig opsporen. Bovendien, als er niets stukgemaakt of gekopieerd is dat waarde heeft, zal het weinig prioriteit krijgen. Zeker omdat ook een rechtshulpverzoek naar de VS nodig is om Google of Hotmail te bewegen IP-adressen of andere login-informatie af te geven.

Ik vraag me al een tijd af waarom je niet bij zulke systemen gewoon ergens het IP-adres van de laatste vijf logins zou kunnen inzien. Zo moeilijk moet dat toch niet te maken zijn?

Jullie nog tips?

Arnoud

Microsoft verbiedt Office op Windows RT voor werk

office-rt.pngWie een tablet met daarop Windows RT aanschaft, mag de Office RT-applicaties die daarop standaard aanwezig zijn, niet zomaar in zakelijke omgevingen gebruiken. Dat meldde Tweakers (ahh nieuw design). Eerder had ZDnet ontdekt dat de licentie inderdaad “use in commercial, nonprofit, or revenue-generating activities” verbiedt.

Handig bedacht van Microsoft, want ze weten dat mensen die tablets kopen, die graag meenemen naar het werk en daar in willen zetten als bring-your-own-device. En in dat geval behoort de device dus voor revenue-generating activities gelicentieerd te zijn.

Oké, dus de werkgever moet de duurdere versie aanschaffen. Maar wat nu als hij dat niet doet, bijvoorbeeld omdat hij niet doorheeft dat er mensen aan het byod’en zijn? Dan zou de BSA eens op de thee kunnen komen en leuke boetes kunnen claimen .

Als bedrijf heb je dan best een probleem. Maar dit afschuiven op je werknemer, oftewel de boete verhalen, kun je vergeten. De werknemer is naar de werkgever toe nooit aansprakelijk, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid (art. 7:611 BW).

Of compleet niets met het werk te maken heeft, maar enkel “de werkgever gaf er geen opdracht toe” of “het was niet onder werktijd” is niet genoeg. Zo werd de werkgever aansprakelijk gehouden toen een groep werknemers bij een personeelsuitje lampolie op de barbecue gooiden, waardoor het partycentrum afbrandde

Dit geldt ook naar derden toe (art. 6:170 BW) – als een glazenwasser bij mij een vaas omschopt, is het bedrijf aansprakelijk voor mijn schade en niet die specifieke glazenwassende medewerker als persoon. Net zo is de werkgever aansprakelijk als een werknemer een auteursrecht schendt tijdens het werk.

Van opzet of bewuste roekeloosheid is zelden sprake. Je moet dan als werknemer concreet hebben gewéten dat je fout bezig was, maar bewijs dat maar eens als werkgever. Het negeren van instructies of waarschuwingen is dan ook nog eens niet per se genoeg:

Van bewust roekeloos handelen door Pollemans zou eerst sprake zijn, indien deze zich tijdens het verrichten van zijn onmiddellijk aan het ongeval voorafgaande gedraging, te weten het naast de aanwezige beveiliging lopen, van het roekeloos karakter van die gedraging daadwerkelijk bewust zou zijn geweest.’ Voor dat oordeel is niet voldoende, ‘… dat Pollemans van de zijde van Hoondert herhaaldelijk en in krachtige termen ervoor is gewaarschuwd niet bui­ten de steigerdelen te lopen.

Je vraagt je dan af wat wél genoeg zou zijn. Een reglement waarin gewoon staat “Werknemer is aansprakelijk bij BYOD” of “Alle schade door onjuiste licenties op een BYOD apparaat wordt verhaald op werknemer” is in ieder geval niet genoeg: de wet bepaalt dat een van de wet afwijkende afspraak alleen mag als de werknemer daarvoor verzekerd is (art. 7:661 lid 2 BW).

Het snelste ben je klaar als werkgever door gewoon die extra licenties te kopen. En dat is natuurlijk precies waar Microsoft op hoopt.

Arnoud<br/> PS: willen jullie allemaal even mijn broer Richard feliciteren? Hij is jarig vandaag 🙂