Creative Commons ook in België rechtsgeldig

dogmazic-logo.pngOok Belgische rechters hebben weinig moeite met Creative Commons, meldde TechnoLlama gisteren. Een groep muzikanten had hun werk op de vrijemuzieksite dogmazic gezet onder de Creative-Commonslicentie Naamsvermelding-Geen Afgeleide Werken-Niet Commercieel. Enige tijd later bleek dat een commercieel festival deze muziek had gebruikt in een reclame. Men stapte naar de Nijvelse rechter, en die gaf de band gelijk.

In het Franstalige vonnis wordt geen seconde getwijfeld of Creative-Commonslicenties wel rechtsgeldig zijn: het is een licentie, daar staan voorwaarden in en daar moet je je aan houden. (Wel lijkt de rechtbank een beetje verbaasd te zijn dat de muzikanten niet bij Sabam zitten.)

Men verwijst expliciet naar het vonnis dat Adam Curry ooit tegen de Weekend kreeg, plus naar Spaanse en Amerikaanse rechtbanken die ook de rechtsgeldigheid van Creative Commons zouden hebben erkend. Ik vermoed dat het Amerikaanse vonnis stiekem gaat over open source (Jacobsen/Katzer), maar ik heb geen idee om welk Spaans vonnis het zou gaan. Wie helpt?

De licentievoorwaarden waren duidelijk op de website vermeld, dus de organisator had moeten weten dat ze gelden, aldus de rechtbank. Men had nog als verweer opgeworpen dat er een foutje was gemaakt: de hoofdpagina van die site vermeldt “Naamsvermelding-GelijkDelen” dus men was er vanuit gegaan dat dit ook voor alle content geldt. Maar daar gaat de rechtbank niet in mee. Een professionele organisatie heeft de plicht te onderzoeken welke voorwaarden precies gelden, oftewel die had moeten doorklikken. (Precies zoals ook Weekend te horen kreeg bij Curry.)

De rechtbank worstelt -wederom net als bij Curry/Weekend- met de vraag welke schadevergoeding moet worden toegekend. Immers wie zijn muziek gratis weggeeft, kan achteraf moeilijk zeggen dat hij licentievergoedingen heeft gemist. Hoewel je in het geval van een “NietCommercieel”-licentie zou kunnen zeggen dat er ruimte moet zijn voor betaalde licenties voor commercieel gebruik. Men schat de schade dan maar op 1500 euro per geschonden voorwaarde, oftewel 4500 euro. Dit onder het motto “we moeten iets”.

Oh ja, en dit is het betreffende nummer. Veel luisterplezier!

Arnoud

Wat kun je met een IP-adres?

ip-adres.pngInternetters zijn lastig te identificeren. Namen en e-mailadressen zijn zo vervalst, en ook op andere gegevens kun je nauwelijks afgaan. Het IP-adres is zo ongeveer het enige gegeven dat niet (nou ja, moeilijk) te vervalsen is als je met iemand communiceert. Het opvragen van een IP-adres is dan ook vaak de eerste stap als je juridische maatregelen tegen iemand wilt nemen.

Maar hoe betrouwbaar is zo’n IP-gebaseerde identificatie nu eigenlijk? Voor die lastige technische vraag stonden de raadsheren van het Gerechtshof Den Bosch recent. In een fikse ruzie tussen twee partijen was aangifte gedaan van smaadschrift per e-mail, maar die aangifte was geseponeerd. De benadeelde partij stapte daarop naar het Gerechtshof, want je mag via de zogeheten artikel-12-procedure eisen dat men alsnog vervolging instelt.

De smaadmail was via het contactformulier van de website verstuurd, dus via de logs van de site was het IP-adres van de verzender snel achterhaald. En dat adres bleek op naam te staan van de partij tegen wie hij aangifte had gedaan. (Iedereen die nu over RIPE of IANA begint: ik vermoed dat daarmee wordt bedoeld dat bij een reverse DNS lookup de domeinnaam van de wederpartij boven kwam.) Als bewijs werd daarbij een logfile van websitebezoeken overlegd.

De wederpartij ontkende ten stelligste dat hij het formulier had ingevuld: hij had een open netwerk achter dat IP-adres draaien, waar ook zijn gezin, de buren en diverse vrienden zomaar op konden. Een open netwerk als bewijs van onschuld? Volgens het Hof wel, en niet alleen omdat de logfiles eerder ophielden dan het tijdstip waarop de mail was ontvangen.

Uit de beschikking:

[N]aar het oordeel van het hof onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig dat beklaagde de bewuste e-mail heeft verstuurd, gelet op het aantal personen dat kennelijk toegang had tot zijn computer. Naar het oordeel van het hof mag niet verwacht worden dat verder onderzoek nader bewijs zal opleveren.

In technische zin is het wel terecht: meer dan “vanaf deze computer is het verstuurd” kan men niet concluderen uit een IP-adres. De lijn doortrekken naar een specifieke gebruiker zal verdere omstandigheden vereisen, zoals dat hij de enige is die het wachtwoord weet of dat de PC op een afgesloten kamer staat waarvan alleen hij de sleutel heeft. En die omstandigheden liggen hier nu juist niet.

Maar het voelt ergens wel onrechtvaardig: de smadelijke uiting is zodanig dat eigenlijk alleen de eigenaar van de PC deze gedaan zou kunnen hebben.

Arnoud

Mag ik weigeren aan prutswerk te programmeren?

ruine-rommel-kasteel-ingestort-veiligheid.jpgEen lezer vroeg me:

Ik werk sinds kort bij een bedrijf dat webapplicaties bouwt in PHP. Helaas moet ik constateren dat meer dan de helft van mijn collega’s echt te weinig verstand van zaken heeft. Men gebruikt procedureel PHP alsof het 1997 is (in plaats van het veel veiligere object-georiënteerde), men heeft geen enkel benul van veiligheidsrisico’s en documentatie ho maar. En nee, we onderhouden geen antieke applicatie van een belangrijke klant maar dit is code die vorig jaar geschreven is. Kan ik weigeren nog langer op deze manier door te gaan? Ik vind de risico’s voor onze klanten onaanvaardbaar.

Het kan zeker frustrerend zijn om ergens te werken waar men zwaar onder je eigen kwaliteitsstandaards werkt. Alleen, dat is geen reden om te stoppen met werken en te eisen dat het bedrijf haar standaards aanpast. Als er wettelijke regels worden overtreden, ja dan kun je denk ik wel terecht het werk neerleggen.

Dat is hier echter niet zo. Een bedrijf is vrij om procedureel PHP te gebruiken, en als ze onveilige applicaties oplevert dan krijgt ze daar wel claims over van haar klanten (hoop ik). Er zijn geen wetten of regels die je overtreedt door procedureel code te schrijven of niet-onderhoudbare code te maken.

Afgezien van een paar stevige gesprekken voeren met collega’s of de veiligheids-evangelist uithangen, zie ik geen mogelijkheden om te weigeren op deze manier door te gaan. Dit zal worden uitgelegd als werkweigering, en dat is grond voor ontslag. Het feit dat je het oneens bent met het beleid, is niet genoeg om het werk te mogen weigeren. De werkgever beslist hoe het werk verricht wordt, en zolang men redelijke beslissingen neemt, heb je die uit te voeren. Ook al vind jij ze onveilig, ouderwets of gewoon dom.

Arnoud

Valt een incidentele bestelling via internet onder de Wet Koop op Afstand?

Een lezer vroeg me:

Als een klant via Internet een bestelling doet en er voor kiest om het product zelf af te halen en ter plaatse af te rekenen is er toch eigenlijk geen verschil met een aankoop in een reguliere winkel? Daar wordt ook wel eens iets telefonisch gereserveerd voor een klant die het later op komt halen. Geldt dan toch de Wet Koop op Afstand?

Een koop is een koop op afstand als er een “systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand” wordt ingezet zodat je de overeenkomst kunt sluiten via een website, telefoon of ander communicatiemiddel (art. 7:46a BW). Het maakt dus niet uit of het product wordt bezorgd of afgehaald: het gaat om de vraag of de koop zelf op afstand wordt gesloten én of daar een systeem voor beschikbaar gesteld wordt.

Een webshop waarbij je volautomatisch producten kunt uitzoeken en afrekenen is een dergelijk systeem. Een consument die op die manier een bestelling plaatst, heeft een koop op afstand gesloten. (Een zakelijke bestelling is per definitie geen “koop op afstand”.) Geef je een bestelling echter door via een gewoon e-mailtje of telefoontje, dan is er geen sprake van een “systeem voor verkoop”.

Er zijn natuurlijk allerlei tussenvormen. Ik heb shops gezien waarbij je een winkelmandje kunt vullen, maar waarbij je dan uiteindelijk een pagina krijgt met een formulier dat je moet printen en opsturen naar de verkoper. Ik denk niet dat je dan al een koop gesloten hebt, dus dan val je buiten de wet koop op afstand.

Eentje waar ik nu al jaren over twijfel, is mijn Chinees. Die hebben gewoon een telefoon zoals iedereen, maar op hun menukaart staan handige nummertjes waarmee je snel kunt doorgeven wat je wilt bestellen. Zou dat een ‘systeem’ zijn in de zin van de wet? Goed, het gaat hier om bederfelijke waren dus annuleren zit er niet in, maar het gaat even om het principe.

Arnoud

Geldt de wet koop op afstand ook bij bestellingen “op de zaak”?

serviesgoed.pngEen lezer vroeg me:

Ik heb een serviesset besteld via internet. Na ontvangst viel deze toch tegen (rare kleur geel in plaats van het gebroken wit dat ik verwachtte), dus ik maakte aanspraak op annulering volgens de Wet Koop op Afstand. Maar de winkel weigert dat nu, omdat ik een zakelijke bestelling zou zijn geweest. Dat klopt niet, ik wilde het servies privé gebruiken. De bestelling was ook op mijn privénaam. Ik had alleen bij facturatie mijn eenmanszaak doorgegeven zodat ik de BTW in mijn bedrijf kon aftrekken. Maar is het daarom al een zakelijke bestelling?

De Wet Koop op Afstand geldt alleen bij consumentenkoop, oftewel een koop tussen een zakelijke verkoper (winkelier) en een consument. Een consument is iemand die per definitie niet handelt vanuit beroep of bedrijf. Iemand die een bestelling plaatst uit naam van een bedrijf, kan zich dus niet beroepen op het consumentenrecht.

In dit geval lopen zakelijk en privé een beetje door elkaar heen. Daarmee maakt de koper het zichzelf erg lastig. Een bestelling plaatsen vanuit je bedrijf suggereert immers dat het een zakelijke bestelling is, zeker nu het gaat om een zaak (serviesgoed) dat ook prima zakelijk te gebruiken is. Hoe moet de winkelier dan weten dat er alsnog sprake is van een privébestelling?

In het Gruber-arrest (C-464/01, zie ook het artikel van prof. Marco Loos) oordeelde het Europese Hof van Justitie de regel dat

met omstandigheden of elementen waarvan de wederpartij bij de sluiting van de overeenkomst kennis had kunnen hebben moet daarentegen enkel rekening worden gehouden indien de persoon die zich op de hoedanigheid van consument beroept zich aldus heeft gedragen dat bij de wederpartij bij de overeenkomst te goeder trouw de indruk is kunnen ontstaan dat hij voor beroepsdoeleinden handelde.

Als je als koper dus ervoor zorgt dat de wederpartij mocht denken dat de bestelling zakelijk was, dan kun je geen aanspraak meer maken op de consumentenbescherming. Ook niet als achteraf vast komt te staan dat je wel degelijk puur privé bestelde.

Het Hof meldt daarbij dat zo’n “indruk te goeder trouw” kan ontstaan wanneer je “zonder verdere precisering zaken bestelt die daadwerkelijk voor de uitoefening van zijn beroep kunnen dienen”. Ook als je bij de bestelling zakelijk briefpapier (of een zakelijk e-mailadres, lijkt mij) gebruikt, de goederen op je bedrijfsadres laat bezorgen of de mogelijkheid tot teruggaaf van BTW vermeldt, mag de verkoper denken dat je zakelijk bestelt. Volgens mij is daar in deze vraag duidelijk aan voldaan: een factuur op bedrijfsnaam in verband met BTW-teruggaaf maakt de koop dus zakelijk.

Wellicht dat het anders wordt als je expliciet de verkoper meldt dat je privé koopt maar een factuur wilt voor je bedrijf. Dat is immers een “verdere precisering”. Maar ik blijf dat dubieus vinden: het is óf zakelijk en dan mag je de BTW terugvorderen, óf privé en dan moet je gewoon de BTW betalen.

Arnoud

Verwijdering eisen uit de banmanager van een forum

Een lezer vroeg me:

Op een forum waar ik zit, gebruikt men een zogenaamde banmanager. In de banmanager slaat het beheer twijfelachtige posts op van leden die ze vervolgens van het forum zelf verwijderen. Tevens worden waarschuwingen en bans hierin opgeslagen. Tot slot worden ook ip-adressen en andere usernames (‘undercover’s’) hier aan een user verbonden. In hoeverre is het eigenlijk toegestaan om zomaar forumposts van users op te slaan in een database waarin users ze zelf niet meer kunnen zien, editten of verwijderen?

Het lijkt me op zich toegestaan om een database op te bouwen met bewijsmateriaal van uitgedeelde bans. Je hebt als forumbeheerder het recht om bewijs te verzamelen voor je acties. Dat moet je dan ook ergens bewaren, en zo’n database als hier wordt beschreven, lijkt me een prima manier om dat te doen.

Auteursrechtelijk kun je daar niets aan doen, dit valt binnen de licentie die je geeft wanneer je iets plaatst.

De wet bescherming persoonsgegevens zegt dat je het recht hebt om te vragen welke gegevens men van je bewaart (artikel 35 Wbp). Het beheer moet je dus desgevraagd toelichten wanneer je in de bandatabase komt, wat men dan opslaat en wat er met die gegevens gebeurt. Dat zou niet zo’n probleem moeten zijn voor het beheer.

Eisen tot wijzigen of verwijderen kan echter alleen als de gegevens niet meer “ter zake dienend zijn”. In dit geval dient de database als bewijs, en het is niet handig als jij het bewijs over jezelf kunt aanpassen. Die eis gaat dus niet op.

Arnoud

Mag een prijs exclusief BTW getoond worden?

bonnetjes-btw-ontvangst-betalen-bewijs-rekening-kassabon.jpgEen lezer vroeg me:

Laatst bestelde ik iets bij een webwinkel. Tot mijn verbazing zag ik bij het besteloverzicht (nog net vóór het afrekenen) ineens dat er BTW bij alle prijzen werd gerekend. Ik ben toen terug gaan kijken, en in de disclaimer onderaan de pagina stond “e. BTW” in hele kleine lettertjes. Mag dat dan zomaar, prijzen in een webwinkel exclusief BTW?

Nee, dat mag niet – tenzij de webwinkel alleen en uitsluitend op zakelijke klanten is gericht en dat ook duidelijk communiceert. De BTW of omzetbelasting moet verplicht worden geheven bij alle transacties. Voor ondernemers geldt dat ze de BTW vaak kunnen terugvorderen, vandaar dat prijzen bij ondernemers onderling meestal zonder BTW worden gegeven. (In deze zaak bijvoorbeeld: “als feit van algemene bekendheid kan gelden dat ondernemers onderling vanwege de verrekenbaarheid daarvan, steeds prijzen exclusief BTW hanteren”.)

Bij transacties met consumenten is de BTW echt gewoon onderdeel van de prijs, en dat moet dan ook als zodanig worden behandeld. Artikel 38 van de Wet op de Omzetbelasting 1968 is hier heel duidelijk in:

Het is de ondernemer verboden aan anderen dan ondernemers en publiekrechtelijke lichamen goederen en diensten aan te bieden tegen prijzen met zodanige aanduidingen dat de omzetbelasting niet in de prijzen zou zijn begrepen.

Specifiek voor internettransacties wordt dat nog eens onderstreept in artikel 7:46c BW:

Tijdig voordat de koop op afstand wordt gesloten, moeten aan de wederpartij met alle aan de gebruikte techniek voor communicatie op afstand aangepaste middelen en op duidelijke en begrijpelijke wijze, de volgende gegevens worden verstrekt, … de prijs, met inbegrip van alle belastingen, van de zaak;

Ook is het sinds enige tijd op grond van de Wet Oneerlijke Handelspraktijken verboden om een prijs exclusief BTW (of andere belastingen) te vermelden richting een consument. De prijs inclusief BTW is “essentiële informatie” (art. 6:193e BW) en mag dan ook niet ontbreken in een reclame, aanprijzing of aanbod gericht op consumenten.

Het is dus niet toegestaan om een consument een prijs exclusief BTW te melden, ook niet als je erbij zet dat de prijs exclusief BTW is. Er moet echt een prijs inclusief BTW bij staan. (Je mag natuurlijk wél de prijs zowel inclusief als exclusief melden.)

Wettelijke regels genoeg dus: niet meer doen, beste winkelier.

Arnoud

Amerikaans Hof: auteursrecht op software kan niet uitgeput raken

“EULAs, and whatever nonsense they may contain, are legally binding in the US.” OSNews berichtte afgelopen vrijdag over een arrest van het Amerikaanse Hof van beroep (9th Circuit) waarin werd geoordeeld dat levering van software niet als verkoop gezien moet worden, maar puur als een licentieverstrekking. Dat betekent dat een verkrijger van software in de VS deze niet mag doorverkopen als dat in de licentie verboden is. Het principe van “first sale” oftewel uitputting geldt daarmee niet (meer) voor software in de VS.

Het Hof komt hiermee terug op een vonnis uit 2009 waarin de rechtbank juist wél oordeelde dat een licentienemer van software gerechtigd is deze door te verkopen. Tenminste, als hij de software op de originele dragers doorverkoopt natuurlijk. De basis daarvoor was de regel uit het auteursrecht die zegt dat legaal op de markt gekomen “exemplaren” vrijelijk mogen worden doorverkocht. Het Hof zegt nu dat die regel niet geldt voor software, omdat daarbij de licentie (EULA) vérgaande beperkingen stelt aan het gebruik. Meer precies: uitputting geldt niet wanneer

  1. De auteursrechthebbende expliciet het woord “licentie” gebruikt.
  2. De licentie “significantly restricts the user’s ability to transfer the software” (oftewel gebruikt een standaardzin dat de licentie niet overdraagbaar is).
  3. De licentie “imposes notable use restrictions” (zoals dat maar één gebruiker de software mag gebruiken).

Als aan die drie eisen is voldaan, dan zou volgens het Hof duidelijk moeten zijn dat je géén eigenaar bent van het exemplaar maar slechts een gebruiker. Je zou dit kunnen vergelijken met een huurder – die weet ook duidelijk dat hij huurt en niet koopt, en dat zijn gebruik aan de nodige beperkingen onderworpen is.

De zorg van OSNews, en ook van Ars Technica, is dat het Hof hiermee lijkt te zeggen dat rechthebbenden alles in zo’n EULA mogen zetten en dat dat dus bindend is. Dat gaat me wat te ver. Het Hof zegt in het arrest alleen dat áls aan die drie items voldaan is, er geen sprake is van uitputting. Men ontkent niet dat er ontoelaatbare eisen in een licentie kunnen staan.

In Nederland lijkt uitputting voor voorgeinstalleerde software juist wel te bestaan, tenminste volgens de rechtbank Dordrecht. Die oordeelde:

Er zijn dus exemplaren van de CAD-software geïnstalleerd op dragers (werkstations) in het verkeer gebracht door middel van eigendomsoverdracht aan Nelcon door de exclusief distributeur Han Dataport, en dus met toestemming van de auteursrechthebbende. … Dit heeft tot gevolg dat Han Dataport zich niet kon verzetten tegen de verdere verspreiding van deze software(…).

De inhoud van de licentie was daarbij irrelevant.

Deze aanpak van de rechtbank Dordrecht spreekt me wel aan, maar hij gaat alleen op voor verkoop van software op fysieke dragers. En daarvan is steeds minder sprake natuurlijk vandaag de dag. Meer en meer software (maar ook andere content, zoals muziek en films) gaat digitaal, en daarbij geldt de uitputtingsregeling sowieso niet. Wat mij betreft wordt het tijd om hier expliciete regels over te maken (wat ook in het Ninth Circuit-arrest gezegd wordt.)

Arnoud

Koninklijke Bibliotheek neemt technische maatregelen tegen haatzaai-beschuldiging

volk-en-vaderland-eerste-editie-meningsuiting-haatzaaien-koninklijke-bibliotheek-hirsch-ballin.pngDe Koninklijke Bibliotheek heeft het Ministerie van Justitie toegezegd ’technische voorzieningen’ te treffen om te voorkomen dat via het internet beschikbare nazi-stukken worden misbruikt. Dat meldde Tweakers gisteren. De “nazi-stukken” zijn digitale reproducties van publicaties als NSB-krant Volk en Vaderland, het weekblad Storm en het antisemitische De Misthoorn. Het Ministerie van Justitie had eerder aangegeven dat publicatie daarvan strafbaar zou zijn.

Het gaat hier om publicaties die mogelijk in strijd zijn met artikel 137e Strafrecht. Dat spreekt van het “openbaar maken” of “doen toekomen” van uitlatingen die beledigend zijn of aanzetten tot haat. De uitlatingen in die nazikranten lijkt me op zich zonder twijfel haatzaaiend en dus strafbaar. Net zoals Mein Kampf, dat door de Hoge Raad bij arrest van 12 mei 1987 verboden werd om die reden. (Het verhaal dat publicatie niet mag vanwege auteursrechten lijkt dus apocrief te zijn.)

De uitzondering op de strafbaarheid is als dat “ten behoeve van zakelijke berichtgeving” gebeurt. Het lijkt me niet meer dan logisch dat de KB aan zakelijke berichtgeving doet. (Hoe het ministerie kan denken dat de KB opzet op haatzaaien heeft, is me een volslagen raadsel.)

In antwoord op Kamervragen hierover legt de minister nu ineens de schuld bij het Openbaar Ministerie (“Ik kan daar in algemene zin geen uitspraken over doen.”), om vervolgens aan te geven dat hij toch zelf in overleg gaat met de KB over hoe deze de publicatie legaal kan opzetten.

De Koninklijke Bibliotheek heeft daarbij toegezegd om technische voorzieningen in te voeren om misbruik van discriminerende teksten te voorkomen en ongebreidelde digitale verspreiding tegen te gaan. Het is nog niet duidelijk wat dat inhoudt, maar downloadbare PDF’s van integrale kranten zullen er in ieder geval niet komen. Het idee daarachter is denk ik dat als je het moeilijk maakt om de content “los” van je eigen context te presenteren, je niet medeplichtig kunt zijn aan verspreiding in haatzaaiende context. Dat lijkt me wat gezocht, en ik vind het dan ook jammer dat gebruiksgemak zal worden opgeofferd om te voorkomen dat ze op Stormfront juichend PDF’s gaan publiceren van cartoons uit Der Stürmer.

Update: (16 september) dat ziet er dus zo uit, een tekst dat de inhoud van de kranten mogelijk strafbaar is en een aanvinkvakje dat je dat gelezen hebt. Tsja.

Arnoud<br/> Afbeelding: Wikimedia Commons. Disclaimer: ik sta niet achter de inhoud van de getoonde krant maar toon deze slechts als onderdeel van zakelijke berichtgeving.

Kosten bij acceptgiro nu weer niet onredelijk bezwarend

acceptgiro.jpgUitspraken over administratiekosten zijn zeldzaam omdat de bedragen zo laag zijn. Wie gaat er nu procederen over ” 1,05 opslag voor een acceptgirobetaling?

Nou, de Nederlandse vereniging van BedrijfsTelecommunicatie Grootgebruikers (BTG) dus. Die nam diensten af van KPN voor haar 12.000 leden, en wilde de factuur via internetbankieren betalen. Daarvoor kreeg ze van KPN een acceptgiro – en dus ” 1,05 opslag. Daar maakte BTG bezwaar tegen. Dat klinkt flauw voor dat bedrag, maar het ging haar om het principe: ze vertegenwoordigde 12.000 bedrijven die indirect ook die kosten op hun bordje zouden krijgen.

In augustus vorig jaar oordeelde de kantonrechter in Haarlem nog dat een opslag voor acceptgiro’s onredelijk bezwarend was. De overweging daar was:

Dat Stadsverwarming Purmerend voor het administreren van inkomende betalingen kosten moet maken ligt voor de hand. Dergelijke kosten behoren echter tot de algemene bedrijfskosten die zij via haar tarieven terug moet zien te verdienen.

In deze KPN-zaak gaat de rechtbank Den Haag echter precies de andere kant op. Een acceptgiro is een “eigen keuze” en geen recht, zodat KPN prima kosten mag rekenen voor het versturen van zo’n acceptgiro.

Belangrijk lijkt hier te zijn dat KPN in haar algemene voorwaarden had bepaald dat zij tarieven mag rekenen voor alle diensten. De rechtbank zegt daarover dat het sturen van een acceptgiro ook als zo’n dienst te zien is. Dat rammelt een beetje, maar iets algemener gezegd: als in de algemene voorwaarden staat dat een acceptgiro geld kost, dan lijkt het me wel redelijk dat je daaraan gebonden bent als klant. (In de Haarlemse zaak stond er niets over opslagkosten in de voorwaarden.)

De rechtbank wijst er nog wel op dat KPN bij deze voorwaarde wel redelijk moet blijven. Ze mag dus niet bv. zomaar 100 euro “administratiekosten” rekenen. Maar 1,05 is redelijk:

De rechtbank is van oordeel dat KPN deze grenzen hier niet heeft overschreden. KPN heeft betoogd dat het bedrag van ” 1,05 in een redelijke verhouding staat tot de kosten die zij werkelijk maakt. TGG heeft dit niet, althans niet gemotiveerd, bestreden.

Toen dat Haarlemse vonnis net uit was, was de reactie bij bedrijven: “dat is maar één vonnis, dat maakt nog geen jurisprudentie” of “dat past niet bij ons bedrijfsbeleid”. Ik kan nu al voorspellen dat bedrijven massaal met dit nieuwe vonnis gaan wapperen als “de rechter heeft opslagkosten goedgekeurd”. Dat is het lastige van rechtszaken over zulke zaken: ze zijn er nauwelijks, er is moeilijk een lijn te trekken en hoger beroep kan niet omdat het bedrag te laag is.

Update (30 mei 2011): in de comments geeft Jeroen Hellingman een gouden tip:

Mijn oplossing voor dit soort heffingen voor het betalen met een acceptgiro: gewoon apart betalen. Krijgt het bedrijf ipv een twee betalingen binnen, en voor de factuur en een voor de acceptgiro, waarbij op die laatste staat “Kosten acceptgiro onder protest.” Voor de rest kost het te veel tijd om dit uit te vechten”

Arnoud