Afgeleide werken bij Openstreetmap (1)

openstreetmap-logo.pngOp de discussielijst van het OpenStreetmap project een interessante discussie over het mixen van kaartgegevens uit verschillende bronnen. Een bedrijf had data uit het Nationaal Wegenbestand (NWB) en data uit de OpenStreetmap kaartgegevens gebruikt om kaarten mee te maken. OpenStreetmap gegevens zijn beschikbaar onder Creative Commons BY-SA, zodat afgeleide werken ook Creative Commons moeten worden. Hier vallen heel wat blogs over te schrijven, maar deze vond ik wel interessant om mee te beginnen:

Freek wrote:<br/>

Ik heb het niet over jouw opmerking m.b.t. de accuraatheid van de NWB data. Ik <br/> heb het over mijn observatie dat de NWB laag OSM data bevat. Niet de straten <br/> voorzover ik kan zien, maar wel landuse e.d. <br/> Dat is interessant want hiermee hebben ze het NWB CC-BY-SA gemaakt 😀

Zo eenvoudig gaat dat niet. Ten eerste is mij niet duidelijk waarom deze combinatie een afgeleid werk zou zijn van de OSM-data. En ten tweede: zelfs al is dat het geval, dan is het niet zo dat die afgeleide werken automatisch ook onder de ShareAlike voorwaarden vallen. ShareAlike wil zeggen alleen dat wanneer je een afgeleid werkt maakt, je het resultaat alleen maar mag verspreiden onder diezelfde voorwaarde. Doet iemand dat niet, dan pleegt hij contractbreuk (of licentieschending, hoe je het maar wilt noemen). Maar het is geen automatisme dat CC-BY-SA dan op het resultaat ‘plakt’. ShareAlike is geen virus.

Overigens is het Nationaal Wegenbestand al enkele jaren terug gewobt: deze overheidsinformatie is vrij beschikbaar dankzij de Wet Openbaarheid van Bestuur. Alleen is de beslissing over hergebruik destijds aangehouden tot 2009. Nu is het volgens mij al een tijdje 2009, dus hopelijk komt daar snel een uitspraak over.

Arnoud

Impliciete licenties op toegestuurde productfoto’s

envelop-hand.pngVia Boek9.nl een interessant vonnis over productfoto’s. Als je een CD-ROM met productfoto’s ontvangt, mag je die dan publiceren als winkel zijnde? En, intrigerend: wie heeft die CD eigenlijk opgestuurd als zowel de fotograaf als de groothandel ontkennen dit gedaan te hebben?

Het bedrijf Moooi handelt in designmeubels en had een fotograaf ingehuurd voor een setje mooie productfoto’s. Deze productfoto’s waren auteursrechtelijk beschermd (wat niet altijd zo hoeft te zijn) en doken na enige tijd op op de website “fundadesign.nl” (nu: “designwonen.nl”) en op de website van NPU, waar de fotograaf niet blij mee was. Die stuurde dan ook een rekening, die NPU weigerde te voldoen omdat zij meende een licentie te hebben gekregen om deze foto’s te mogen gebruiken.

NPU had namelijk enkele jaren als wederverkoper van Moooi gewerkt, en in die tijd had zij een CD-ROM gekregen per post waarop de foto’s stonden, plus productomschrijvingen van de producten van Moooi. Dat kon maar één doel hebben: dat NPU die foto’s en teksten op haar site zou plaatsen om zo de Moooi-producten te herverkopen. En dus mocht NPU er vanuit gaan dat zij ook een licentie had onder de auteursrechten op die foto’s om dit te doen. Zoals de rechtbank het formuleert:

Het is immers gebruikelijk dat informatiemateriaal, dat rechtstreeks afkomstig is van de producent/leverancier, door de afnemer van de producten waarop dat informatiemateriaal ziet ten behoeve van de verkoop van die producten in de regel wordt gebruikt en mag worden gebruikt. Dit uitgangspunt wordt overigens bevestigd door de omstandigheid dat ook andere afnemers van Moooi-producten, dus niet zijnde NPU, op hun websites de door [eiser] gemaakte foto’s toonden (en thans tonen).

Alleen: Moooi ontkende die CD-ROM ooit opgestuurd te hebben. En de fotograaf gooide daar nog bovenop dat Moooi die licentie helemaal niet kon geven zelfs als ze die CD hadden verstuurd, omdat de afgesproken licentie alleen voor de geautoriseerde dealers van Moooi gold en dus niet voor NPU. Maar, zo reageerde NPU dan weer, hoe had zij moeten weten dat Moooi slechts voor bepaalde dealers licenties afspreekt?

Een lastige kwestie dus, die sterk draait om de vraag waar die CD dan toch vandaan kwam. Want:

  1. Als de CD direct van Moooi afkomstig was, dan mocht NPU er vanuit gaan dat zij geautoriseerd was om de inhoud daarvan online te zetten om de Moooi-producten te helpen verkopen.
  2. Als de CD van een ander afkomstig was, dan had NPU eerst moeten onderzoeken hoe het zat met licenties op de inhoud.

Omdat niet duidelijk is waar de CD vandaan komt, krijgt NPU de gelegenheid om eens in het archief van de postkamer te gaan zoeken. Ook mag ze getuigen laten opdraven die kunnen verklaren wat er op de envelop stond of wat ze aan begeleidende brieven hebben aangetroffen in die envelop.

Een leuke: ik bewaar echt niet alle licentieteksten bij het materiaal van derden dat ik gebruik. Ik lees het bij het moment dat ik het kopieer, en ga er vanuit dat er later nooit meer iemand komt klagen. Maar kennelijk kun je een jaar later opdracht krijgen om alsnog een licentie te overleggen. Oeps. Ik ga toch maar wat vaker screenshotten wat ik kopieer.

Arnoud

Rusland gaat open source gebruiken, niet teruggeven

oesjanka.pngIntrigerend maar wel lastig te lezen. De Russische Federale overheid overweegt (via Google Translate) bij de selectie van software de voorkeur te geven aan vrije en open source software, zo meldde Livre afgelopen week. Waarom het dan weer Russian FOSS (FROSS) moet heten in plaats van gewoon “open source” is me niet duidelijk.

Het feit dat de software geen licentiekosten kent en de licentie nooit afloopt, bleken de belangrijkste punten voor deze keuze. Dit omdat men wel genoeg had van de Amerikaanse plutocraten en hun betaalde licenties. Opmerkelijk is wel een ander voordeel: eventuele wijzigingen aan de broncode hoeven niet vrijgegeven te worden als de gewijzigde software uitsluitend intern wordt gebruikt.

Tsja. Op zich klopt dat, maar waarom is dat een voordeel? Wat voor bijdragen verwacht men te gaan doen die niet in handen mogen komen van antirussische krachten?

De aangepaste Linux-versie is gebaseerd op Red Hat. Hoe de nieuwe distributie gaat heten, is nog niet bekend. Rode Oesjanka-Linux wellicht?

Arnoud

Mag ik code snippets overnemen?

snippets.pngEen meelezende programmeur vroeg me:

Ik heb een hash implementatie gemaakt in C++. Daarbij heb ik een hash functie gebruikt die ik op wikipedia heb gevonden. Maar mag dat wel zomaar?

Dit soort vraag krijg ik wel vaker. Het gaat dan vaak over snippets, korte stukjes code die her en der op internet te vinden zijn en vaak makkelijk te hergebruiken zijn in je eigen software. Zo ook hier:

ub4 one_at_a_time(char *key, ub4 len) { 
  ub4 hash, i; 
  for (hash=0, i=0; i < len; ++i) { 
    hash  = key[i]; 
    hash  = (hash <<  10); 
    hash ^= (hash >> 6); 
  } 
  hash  = (hash << 3); 
  hash ^= (hash >> 11); 
  hash  = (hash << 15); 
  return (hash & mask); 
} 

Zit hier nu auteursrecht op? Dat lijkt me niet. Voor auteursrecht moet sprake zijn van een creatief werk, een werk waar het stempel van de maker uit te herkennen is. En dat gaat hier niet op. De code is niets meer dan een rechtstreekse implementatie van een eenvoudig hash-algoritme. Daar is niets creatiefs aan. Alle gemaakte programmeerkeuzes zijn functioneel en technisch ingegeven. Dus nee, ik zie hier geen auteursrecht op zitten.

Andere meelezende programmeurs: vinden jullie van wel? Is dit gebruik van bitwise operators creatief en origineel?

Arnoud<br/> (Mijn overname hierboven is trouwens één van die weinige situaties waarin citaatrecht voor software te claimen valt.)

Werknemers mogen geen iPod meer op

ipod-koptelefoontje-mp3-speler.pngNee, dit gaat niet over arbowetgeving, maar over auteursrecht. In een recent vonnis (via Boek9.nl) bepaalde de voorzieningenrechter namelijk dat je als bedrijf rechten moet afdragen aan de Buma wanneer je werknemers i-Pods op hebben. Ja, echt:

4.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit het feit dat medewerkers van Suplacon tijdens werktijd naar muziek mogen luisteren, zelfs middels een i-Pod of mobiele telefoon, volgt dat Suplacon een bedrijfsbelang heeft dat zijn medewerkers naar muziek kunnen luisteren. Immers, tevreden werknemers werken harder. Er is dan ook sprake van een openbaarmaking van muziek in de zin van artikel 12 van de Auteurswet. Suplacon maakt inbreuk op de door Buma geëxploiteerde auteursrechten en handelt dus onrechtmatig jegens haar. Het gevorderde verbod is naar het oordeel van de voorzieningenrechter toewijsbaar. Tevens is de gevorderde schadevergoeding, tegen de hoogte waarvan geen bezwaar is gemaakt, toewijsbaar.

W. T. F.

(Sorry voor het taalgebruik, maar dit is te absurd voor woorden.)

Arnoud

RSS maar dan retro: papierenblog.nl

De site http://www.papierenblog.nl/ heeft een gat in de markt gevonden: laat blogberichten uitprinten en opsturen. Handig voor uw oma of wanneer u in de trein zit zonder laptop. Dat laatste overkomt mij eigenlijk nooit, en als het wel gebeurt dan verveel ik me kapot.

Maar goed, dit is een juridisch blog en geen kraak-internetondernemers-af blog. Dus u voelt hem al aankomen: mag dat, andermans blog uitprinten en opsturen?

Nee, natuurlijk niet. Op blogberichten zit auteursrecht. Overnemen en kopiëren mag dus alleen met toestemming van de blogger. Citeren van andermans blog is geen probleem, maar een heel blog herpubliceren is meestal niet toegestaan. Zelfs als je betoogt dat bloggers brede implicite licenties geven, geloof ik niet dat daar ook uitprinten en voor 1 euro per bericht opsturen onder valt.

Bij Creative Commons-blogs (zoals dit blog) ligt dat anders. Die mogen wel integraal worden gekopieerd en verspreid. Er kan de beperking bij zitten dat dat niet commercieel mag gebeuren. Dan mag opsturen per post nog steeds, maar niet tegen hogere kosten dan de postzegel.

Collega-bloggers: vinden jullie het erg om uitgeprint en opgestuurd te worden?

Arnoud

Eindelijk: Wikipedia kan naar Creative Commons

120px-not_gfdlsvg.pngDat zal tijd worden: de GNU Free Documentation License kan eindelijk worden afgedankt. Deze bijzonder onhandige licentie werd ooit door de Free Software Foundation ontwikkeld om “vrije softwaredocumentatie” onder uit te kunnen brengen. Het basisidee was hetzelfde als de GPL: iedereen mag de documentatie aanpassen, maar aangepaste documentatie mag je alleen verspreiden onder diezelfde GFDL.

Op zich een leuk idee, alleen viel de uitwerking nogal tegen. De FSF ziet documentatie en software als wezenlijk verschillend, en begon allerlei rare toevoegingen in de GFDL te stoppen. Zo kon je teksten opnemen die verplicht op de cover van een eventueel boek met de documentatie erin moesten verschijnen, en kon je aangeven dat bepaalde teksten altijd ongewijzigd overgenomen moesten worden. Wat de FSF dan weer kon gebruiken om haar GNU Manifesto aan allerlei handleidingen te hangen. Dat maakte de GFDL erg onhandig in de praktijk. Het Debian-project vond het zelfs zo onhandig dat men de GFDL tot “onvrije” licentie bombardeerde en alle GNU handleidingen uit haar Linux-distributie mikte.

Het Creative Commons-project kwam vervolgens met een set neutrale licenties. Helaas zat met name Wikipedia tegen die tijd al met een flinke berg teksten en afbeeldingen onder de GFDL, en als je eenmaal een licentie kiest, kom je er nauwelijks nog vanaf. Het probleem is namelijk dat Creative Commons en GFDL allebei bepalen dat gewijzigde versies onder dezelfde licentie uitgebracht moeten worden. Daardoor kan een GFDL tekst niet onder Creative Commons worden geplaatst of andersom.

In augustus vorig jaar kwam Creative Commons 3 uit. Deze licentie bevatte de ene helft van de oplossing: het is toegestaan om CC werk onder een “compatibele” licentie te plaatsen. Maar een licentie is pas compatibel als deze ook een bepaling bevat om het werk juist weer onder CC te zetten. En nu is het dan eindelijk zo ver: de nieuwste versie van de GFDL heeft zo’n bepaling gekregen.

De bepaling is wel specifiek voor Wikipedia en andere “Massive Multiauthor Collaboration Sites” geschreven. Het is enkel en alleen toegestaan om inhoud van MMC sites die voor 1 november 2008 online stond, om te zetten naar Creative Commons 3.0 ShareAlike. Oh ja, en alleen als de beheerder van die site de omzetting vóór 1 augustus 2009 uitvoert. Een tamelijk irritante constructie, die niet geheel in de spirit van wat Creative Commons nu eigenlijk wilde. Maar goed, het is al heel wat dat de FSF inziet dat haar licentie bijzonder onhandig was.

In theorie kan Wikipedia dus nu haar licentie omzetten naar GFDL 1.3 en vervolgens naar Creative Commons. De praktijk blijkt weerbarstig (zie hele berg discussie hierrr) want niet alle Wikipedianen zullen het daar mee eens zijn. Men heeft wel een deadline gekregen, zodat we mogen hopen dat die discussie niet al te lang meer zal duren.

Via Slashdot.

Update (15:57) Tonie is liev maar zijn er geen andere interessante meningen over GFDL? Bijvoorbeeld wat Wikimedia ervan vindt?

Arnoud<br/> Afbeelding onder Free Art license.

Klopt die Creative Commons-vermelding eigenlijk wel?

creative-commons.gifCreative Commons-licenties zijn een handige en eenvoudige manier om je eigen werk beschikbaar te stellen aan de internet-gemeenschap. Je kiest een van de zes mogelijke licenties, plakt de tekst op je werk en klaar ben je. Bij sites zoals Flickr zit het zelfs in de site ingebakken als je iets uploadt. Prachtig, maar er is één groot nadeel: hoe weet je dat die licentie wel klopt?

Er zijn allerlei redenen waarom een CC-licentie niet rechtsgeldig op een werk staat. Iemand uploadt andermans werk en zet daar een CC-licentie bij, bijvoorbeeld. Of een muzikant is bij Buma-Stemra aangesloten en gebruikt een CC-licentie die ook commercieel gebruik toestaat. Dat mag allemaal niet, maar het gebeurt. En hoe controleer je dat nu als afnemer van het werk? Je kent die auteur niet, dus je moet maar op zijn woord geloven dat hij de auteur is, en bevoegd is om die licentie te geven.

Contractjuristen lossen dit soort dingen op door in de licentieovereenkomst expliciet iets te vermelden à la “De licentiegever verklaart hierbij eigenaar van het werk te zijn en deze licentie te mogen geven”, het liefst gekoppeld aan een boetebeding. Blijkt nu dat de licentiegever helemaal geen eigenaar was, of een wurgcontract met iemand anders getekend te hebben waardoor hij deze licentie niet meer mag geven, dan heb je een mooie stok om je schade te verhalen als je door de werkelijke rechthebbende wordt aangesproken.

De Creative Commons-licenties hebben dit soort teksten nergens. Er wordt nergens gezegd dat de licentiegever maker is van het werk, maar alleen dat hij een licentie gaat geven. In de ‘legal code‘ wordt hij omschreven als de persoon “die het Werk volgens de voorwaarden van deze Licentie aanbiedt”. Dat kan dus betekenen: aanbieden als auteur, maar ook: aanbieden namens een ander. Of zelfs: aanbieden zonder dat te mogen.

Naar Nederlands recht zou je misschien nog wel kunnen betogen dat een licentiegever impliciet wel verklaart de rechten te hebben om de licentie te mogen geven. Maar dat gaat hier niet werken, want artikel 5 van de licentie voegt daar nog eens aan toe:

TENZIJ ANDERS SCHRIFTELIJK IS OVEREENGEKOMEN DOOR DE PARTIJEN, STELT DE LICENTIEGEVER HET WERK BESCHIKBAAR OP ‘AS-IS’ BASIS, ZONDER ENIGE GARANTIE, HETZIJ DIRECT, INDIRECT OF ANDERSZINS, MET BETREKKING TOT HET WERK, MET INBEGRIP VAN, MAAR NIET BEPERKT TOT GARANTIES MET BETREKKING TOT DE EIGENDOMSTITEL (…)

Oftewel: men weigert expliciet te beloven dat de licentiegever eigenaar is of zelfs maar gerechtigd is de licentie te geven. En dan wordt het lastig om alsnog te betogen dat je erop mocht vertrouwen dat het wel goed zat met die rechten.

Maak ik me nu druk om iets heel theoretisch of hebben we hier echt een wezenlijk probleem met CC te pakken?

Arnoud

Welke licentie zit er impliciet op uw blog?

“Bloggers hebben geen auteursrecht,” zo concludeerde Henk Blanken uit een artikel over het auteursrecht en internet van professor Bernt Hugenholtz, hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam. Wie blogt, of een foto plaatst op Flickr, of een wetenschappelijk artikel plaatst op een universitaire website, wil zo graag gelezen worden dat hij stilzwijgend toestemming geeft voor hergebruik.

Henk’s mond viel er van open. De uwe ook? Het is een interessante vraag: wat mag je met andermans blog, comments of andere internetbijdragen? Auteursrecht geldt natuurlijk ook op internet, maar dat wil niet zeggen dat je niets mag doen met een werk tenzij de auteur dat expliciet heeft goedgekeurd.

Een licentie kan namelijk ook impliciet zijn. Wie een brief naar de krant stuurt, geeft een licentie om deze in de krant af te drukken (zelfs in gewijzigde vorm). Het archief van die krant gaat online, dus de brief ook. Ook daar moet je rekening mee houden, en ook daar geef je dus impliciet een licentie voor.

Hoe bepaal je dan wat er wel en niet onder zo’n impliciete licentie valt? Dat is erg lastig, omdat het afhangt van wat je erbij zette, wat de ontvangende partij bij het ontvangen had gezegd – en wat er geldt binnen de gemeenschap waar het werk wordt verspreid. Zo gelden onder modefotografen andere mores dan onder persfotografen als het gaat over hergebruik van foto’s. Net zo goed gelden er onder bloggers andere mores dan onder tijdschriftauteurs. En dat is wat Hugenholtz wilde aangeven toen hij de passage schreef waar Henk’s mond van open viel:

Voor zover deze auteurs geen gebruik maken van open content licenties, waarover hieronder meer, mag worden aangenomen dat er sprake is van een stilzwijgende toestemming (licentie) aan alle gebruikers van het internet. Voor deze categorie werken vormt het auteursrecht dus geen toegangsbelemmering.
Voor content die commercieel wordt aange­boden, ligt dat anders; hier gelden de regels van het auteursrecht ten volle.

Dit is volgens mij wat Henk zo oneerlijk vond. Als je blogt, is je werk vogelvrij, maar als je iets via een betaalsite aanbiedt, dan mogen anderen niets met je werk (behalve wat wettelijk is toegestaan, zoals citeren of een thuiskopie).

Maar draai het eens om: wat mag ik met een blog waar niets bij staat? Was het werkelijk de bedoeling van de auteur dat er, net als in een boek, helemaal niets met zijn blogteksten mag gebeuren? Dat wil er bij mij ook weer niet in. Je blogt om andere redenen dan de auteur van een boek. Je wilt, je verwacht dat anderen het lezen en elkaar erop wijzen. En daarvoor moeten ze die tekst kunnen doorgeven aan anderen. Als citaat, of integraal. Wat is daar erg aan voor een blogger?

Natuurlijk zijn er situaties die je als blogger niet had gewild. Zo was er in maart 2007 discussie over het boek Dagboekvaneenkindermeisje.com dat was gebaseerd op forumdiscussies bij Fok!. Hadden alle deelnemers aan die discussie bedoeld dat hun reacties tot boek werden verwerkt? Dat is echt een open vraag. (Een aantal gaf achteraf aan van niet, maar dat is wat laat.)

Maar let wel: dit zou alleen gelden als je blogt of publiceert op internet zonder aan te geven wat er wel en niet mag. Het kan dus slim zijn om duidelijk vast te leggen wat je wilt dat mensen doen door bijvoorbeeld een Creative Commons licentie te kiezen. Deze staat hergebruik toe, onder voorwaarden zoals “ongewijzigd” of “niet voor commerciële doeleinden”. Wie op die manier duidelijkheid schept over de licentie, heeft een goed verhaal tegen mensen die claimen een impliciete licentie te hebben gekregen.

Hebben jullie een licentie gekozen voor op je blog? En wat mag je doen met andermans blogtekst of foto’s als er niets bijstaat?

Arnoud

Wat kan een hosting provider eisen in een licentie?

Omdat het hosten en verspreiden van tekst, audio en video normaal inbreuk op het auteursrecht is, moet je een website zoals Youtube of Flickr toestemming geven om je materiaal te verspreiden. Dit regelen deze sites meestal vooraf in de gebruiksvoorwaarden voor de site, zodat daar niet apart overhandeld kan worden. Die voorwaarden kunnen erg ver gaan.

In maart 2008 kwam Adobe in het nieuws over de voorwaarden voor haar online fotobewerkingsdienst ‘Photoshop Express’. Die bepaalden dat Adobe een onbeperkte en eeuwigdurende licentie kreeg om alles te doen met foto’s van gebruikers. Tot en met het verkopen van muismatten met de foto erop, bijvoorbeeld. Op zich mag dat, maar het was niet echt netjes om dat alleen in de kleine lettertjes aan te geven. Adobe heeft snel de voorwaarden ingeperkt tot die rechten die nodig waren om de dienst uit te kunnen voeren.

Sommige sites gaan nog verder: die eisen simpelweg het auteursrecht op. Dat kan niet zomaar. Voor overdracht van auteursrecht is een akte nodig, een ondertekend geschrift met handtekening van de maker. Hoewel ook een elektronische akte rechtsgeldig is, zijn algemene voorwaarden uit een gebruiksovereenkomst nog geen akte.

Vorig jaar september maakte ik me nog boos over de exclusieve licentie van MaakJeZo. De tekst uit hun licentie gaf hen als enige het recht om het werk van hun gebruikers te mogen gebruiken. Dat is een leuke truc om om die beperking over overdracht van auteursrecht heen te komen. Want zelfs de licentiegever, de maker dus, mag niets meer doen met het werk dat hij in exclusieve licentie aan een ander geeft. Maar netjes is het niet.

De voorwaarden van Hoedoe.nl (door ICTRecht geschreven) eist geen exclusieve licentie, maar wel iets anders:

7.5. Door akkoord te gaan met deze Algemene Voorwaarden machtigt Gebruiker Applinet om op te treden (waaronder het nemen van juridische stappen) tegen onrechtmatig gebruik van zijn Hoedoe(s) in andere media.

Deze constructie is erg handig voor Hoedoe, zeker wanneer een tekst door meerdere gebruikers is geschreven (denk aan Wikipedia). In dat geval is het niet altijd duidelijk wie kan optreden tegen schendingen van de licenties van de site. Door deze clausule is Applinet, het bedrijf achter Hoedoe, in staat om dat zelf te doen, zelfs als de gebruiker later onvindbaar blijkt.

Wie nog gekke dingen in die voorwaarden ziet, mag ze hieronder kwijt. De vinder van de raarste clausule of grootste fout krijgt 10% korting bij zijn eerstvolgende opdracht bij ICTRecht. 🙂

Arnoud