Wanneer sluit je een softwarelicentie?

Een lezer vroeg me:

Tijdens de installatie van wat software bij mijn ouders thuis werd ik zoals gebruikelijk tijdens de installatie gevraagd akkoord te gaan met de licentievoorwaarden van de software. Nu vroeg ik me af: zijn die eigenlijk wel bindend? Mijn vader had de software namelijk in de winkel gekocht, dat is dan toch het moment dat de overeenkomst gesloten wordt? En de voorwaarden moeten op dat moment worden overhandigd, heb ik altijd begrepen.

Algemene voorwaarden moeten inderdaad voor of bij het sluiten van de overeenkomst worden aangeboden (art. 6:234 BW). Anders zijn ze vernietigbaar, oftewel dan kan de wederpartij zel op elk moment van tafel vegen. (Je hoeft ze niet gelezen te hebben overigens, als je zonder te lezen akkoord gaat verandert dat niets aan de situatie (art. 6:232 BW).)

Bij veel softwarelicenties gaat het om een andere reden (ook) fout: algemene voorwaarden moeten op te slaan en uit te printen zijn, en dat gebeurt bij software-installers vaak niet. Die laten de voorwaarden zien in een scrolvenster, en zonder zelf moeilijk te doen kun je die tekst niet printen of opslaan. Dus ook op die grond kun je ze vernietigen.

Een juridisch lastige vraag is wat de overeenkomst is en wanneer je die sluit. Is dat in de winkel? Bij het betalen&downloaden? Of pas bij het installeren? Voor al die standpunten valt wat te zeggen. De winkel kan bv. zeggen dat ze je alleen de media verkopen en dat je het gebruiksrecht maar even met de leverancier zelf moet onderhandelen.

Ik vermoed dat bij koop van een CD in een winkel dit het moment van het sluiten van de overeenkomst met de softwareleverancier is. Op dat moment wordt er immers over alles onderhandeld. De voorwaarden moeten dan ook bij de verkoop in de winkel al ter hand gesteld zijn. Bij een downloadstore moeten net zo de voorwaarden worden getoond voordat de download gaat beginnen.

Als je deze koop ziet als twee contracten, krijg je dat probleem van de licentie die de verkoper tegenspreekt (zoals Microsoft dat zegt dat je Windows mag retourneren, waar winkeliers nogal van opkijken.)

Arnoud

Kun je software kopen?

imagesan-movie-software.pngSoftware is geen zaak, maar je kunt het toch kopen. Dat oordeelde het Gerechtshof Arnhem begin juni in een zaak over een niet naar wens functionerend softwarepakket. Dat is opvallend, omdat “koop” als juridische constructie alleen geldt voor zaken, fysieke en voor menselijke beheersing vatbare objecten. Software koop je niet, maar neem je in licentie, is altijd het mantra.

Centraal stond het pakket ImageSan, dat videobewerking ondersteunt. De eisende partij kreeg het niet goed werkend (het arrest meldt helaas niet meer dan dat men “problemen ondervond”) en claimde dus schadevergoeding omdat er een minderwaardig alternatief moest worden afgenomen (FiberJet). De gedaagde partij beriep zich op artikel 7:23 BW, dat zegt dat iemand na het ontdekken van een defect “binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt” dit moet melden, en dat zou niet zijn gedaan.

De reactie van de eiser (en de in vrijwaring opgeroepen leverancier van de software) daarop was te stellen dat dit artikel niet geldt bij software, omdat dit gaat over koop en fysieke zaken en software dat nu eenmaal niet is. Het Gerechtshof oordeelt dat, hoewel software inderdaad geen zaak is, het artikel tóch opgaat. Er staat namelijk in de wet een zogeheten schakelbepaling (art. 7:47 BW) die zegt dat wat voor fysieke zaken geldt, ook voor ontastbare “vermogensrechten” geldt. En volgens het Hof valt software daaronder:

BM6320

[H]het feit dat ImageSan standaardsoftware is, die als een pakket kan worden aangeschaft (hier voor ruim ” 46.000) en waarmee het recht op het vrije en duurzame gebruik van de software wordt verkregen met de omstandigheid dat het in deze zaak gaat om de kwaliteit van die software en niet om de auteursrechtelijke dimensie daarvan, leidt het hof tot het oordeel dat, op grond van het bepaalde in art. 7:47 BW, titel 7.1 [het hoofdstuk over koop, AE] van toepassing moet worden geacht.

Het Hof gaat dus uit van de omvang van de licentie. Die blijkt hier zo breed dat het Hof de verkrijger in dezelfde positie vindt staan als een koper van een fysieke zaak. Het “vrije en duurzame gebruiksrecht” komt op ongeveer hetzelfde neer als “koop”, zeg maar.

Met die opmerking over “niet om de auteursrechtelijke dimensie” bedoelt het Hof denk ik dat ze niet bedoelt dat het auteursrecht is verkocht of iets dergelijks. Het Hof redeneert denk ik als volgt: het gaat om de kwaliteit van de software, en in de artikelen over koop staat een keurige aanpak over kwaliteit van zaken, dus die kunnen we hier best van toepassing verklaren.

Ik ben wel blij met deze redenering. Het is me altijd een doorn in het oog geweest dat je als softwareleverancier zomaar kon zeggen “u krijgt deze software zonder enige aanspraak op conformiteit”. Goed, één arrest maakt nog geen vaste jurisprudentie maar het is een goede eerste stap.

Update 1 mei 2012: de Hoge Raad bevestigt het arrest.

Arnoud

Bindt een downloadlink iemand aan een licentie?

Een lezer vroeg me:

Stel, een website (persoon A) biedt software als download aan. Op de downloadpagina staat “Om een licentie te krijgen op onderstaande software, moet u 50 euro overmaken op bankrekeningnummer X.” met daaronder een directe downloadlink. Persoon B ziet die pagina en stuurt die downloadlink naar persoon C, zonder erbij te zeggen dat er eerst betaald moet worden. Persoon C klikt op de link en krijgt de software op zijn PC. Kan persoon A nu 50 euro van C verlangen?

Deze opzet is natuurlijk niet handig van persoon A. Maar goed, ‘onhandig’ is geen juridisch criterium.

Om geld te vragen, moet sprake zijn van hetzij een overeenkomst, hetzij een onrechtmatige daad. Als we afspreken dat ik iets moet betalen, dan moet ik dat betalen. En als ik iemand schade berokken, dan moet ik die schade vergoeden.

Persoon C wist niet van het aanbod van de rechthebbende, dus kan er geen sprake zijn van een overeenkomst. Wat je niet kent, kun je niet aanvaarden.

Dat kan anders worden als de software iets zegt over de licentie die C afgenomen had moeten hebben. Bijvoorbeeld met een opstartscherm waarop iets staat over “Dank u voor uw betaling” of dat verwijst naar de betaalprocedure. In zo’n geval moet C lont ruiken en kan hij de software niet zomaar in gebruik nemen.

Persoon B heeft wel een probleem, want hij verspreidt opzettelijk de link naar de downloadlocatie terwijl hij weet dat je moet betalen voor de software. Door dit te ‘vergeten’ te melden aan persoon C, handelt hij denk ik onrechtmatig jegens de rechthebbende. Er is dus een goede grond voor de rechthebbende om de 50 euro te incasseren – bij persoon B dus.

Misschien kan B nog wel betogen dat hier sprake is van eigen schuld (art. 6:101 BW) op grond waarvan de hoogte van de schadevergoeding omlaag moet.

Arnoud<br/> De foto van de CD uit de envelop is gemaakt door Wellington Grey en is beschikbaar onder de Creative Commons 3.0 BY-SA licentie.

Verbeterde leesbaarheid van EULAs

eula-ridge-trail-bordje-sign-flickr-oregon-brandon.jpgAfgelopen weekend beklaagde Willem Kossen zich over de (on)leesbaarheid van de EULA. Nou erger ik me ook regelmatig aan rare passages, maar zijn insteek is toch net even anders:

Eula’s often contain a lot of legal jargon, which usually is gibberish to ordinary human beings. The question is, do they have to be this difficult to read?

Natuurlijk hoeft dat niet, dus waarom gebeurt het toch? Ik geloof er niets van dat juridische teksten moeilijk leesbaar moeten zijn. Mijn theorie daarover is dat mensen die EULAs schrijven geen feedback krijgen zoals ze dat bij ‘echte’ contracten wel krijgen. Als je een onbegrijpelijke exoneratie schrijft in een duur contract, zal de tegenpartij daar wat van zeggen en dan wordt het aangepast. Of op zijn minst verduidelijkt. Maar een EULA wordt door niemand beoordeeld voordat ‘ie online (of in het product) gaat, dus daar blijven de onbegrijpelijke items gewoon staan.

Willem wijst op een aantal formules waarmee de leesbaarheid van teksten automatisch berekend kan worden. Die gaan uit van de Flesch Reading Ease test voor leesbaarheid. Deze test is kort gezegd gebaseerd op het aantal woorden per zin en het aantal lettergrepen per woord. Op basis van een aantal taalafhankelijke constanten komt er dan een getal uit dat de leesbaarheid representeert.

Er zijn diverse tools die dit voor de Engelse taal doen, maar voor Nederlands kan ik er geen vinden. Ik vond wel de constanten voor Nederlands, zodat in ieder geval in theorie de leesbaarheid van een Nederlandse tekst berekend kan worden. En wel als volgt:

fleisch-bouma-formule.gif

De leesbaarheid G wordt vervolgens gegeven door deze tabel:

Leesbaarheid G Stijl Overeenkomstige schoolopleiding
90 – 100 zeer gemakkelijk groep 6
80 – 90 gemakkelijk groep 7
70 – 80 vrij gemakkelijk groep 8
60 – 70 standaard vbo
50 – 60 vrij moeilijk MAVO, onderbouw HAVO/VWO
30 – 50 moeilijk bovenbouw HAVO/VWO
0 – 30 zeer moeilijk universiteit

Is er iemand met Perl- of andere relevante ervaring die deze formule in een script kan gooien en hieronder wil posten? Ik zit met name aan te hikken tegen hoe je een Nederlands woord in lettergrepen opsplitst, daar lijkt niet echt een standaardbibliotheek voor te zijn.

Arnoud<br/> Foto: Oregon Brandon, Flickr

Intrekken van Creative Commons, kan dat?

Bij Wikipedia vond ik een discussie over het kunnen intrekken van een Creative Commonslicentie. De aanleiding was zo te lezen dat iemand zijn CC-foto ergens op zag duiken zonder de verplichte naamsvermelding erbij. Daar wilde hij actie tegen ondernemen, maar heeft dat veel nut als de foto als Creative Commons online staat? De inbreukmaker kan immers achter zijn rug om snel de naam erbij zetten en dan heel onschuldig kijken.

Een oplossing kan zijn gauw je foto overal verwijderen (of in ieder geval de Creative Commonslicentievermelding weghalen) en dan pas gaan klagen. Het juridische idee hierachter is namelijk dat de Creative Commonslicentievermelding (Creativecommonslicentievermelding? Creative-Commonslicentievermelding? Argh.) een aanbod is. Als je dat aanbod intrekt voordat de wederpartij het heeft kunnen aanvaarden, dan is het niet meer geldig.

Ene Wimmel vat mij samen:

[A]ls ik een aanbod doe een afbeelding aan jouw te licenseren onder bijvoorbeeld CC-BY, kan ik dat aanbod intrekken zolang jij dat nog niet hebt aanvaard. Heb je het wel aanvaard (en gebruik je die afbeelding dus onder de CC-BY voorwaarden), kan ik dat niet intrekken. Als een afbeelding op wikipedia zelf gebruikt wordt, kan ik dat dus ook niet stoppen. Maar wel verdere verspreiding voorkomen, waardoor het niet meer aan de doelstellingen van wikipedia voldoet.

Op zich klopt dat helemaal. Er is echter één angel hier: wat gebeurt er als iemand de foto plus de Creativecommons-licentievermelding (argh) van een derde ontvangt en dan mijn aanbod aanvaardt, terwijl ik net bezig ben overal die vermeldingen te verwijderen? Dan zit ik er toch gewoon aan vast, lijkt me zo. Ik heb het aanbod gedaan, en iemand die dat aanbod aanvaardt, mag de foto verspreiden. In mijn licentie staat dat die iemand dan alle ontvangers erop moet wijzen dat de Creative Commons-licentievermelding (argh) van toepassing is. Daarmee nemen al die ontvangers ook kennis van mijn aanbod.

Oftewel: ik kan mijn aanbod wel willen intrekken, maar zolang er ook nog maar één kopie ergens legaal online staat, is het altijd mogelijk de creativeCommonsLicentieVermelding (ARGH) alsnog te aanvaarden. Ik kan van een licentienemer niet verlangen dat hij de foto offline haalt, of dat hij die ARGH intrekt. Ik kan het vriendelijk vragen maar hij is niet verplicht mee te werken zolang hij zich netjes aan de voorwaarden uit de ARGH houdt.

En noodzakelijk gevolg van dat netjes de voorwaarden naleven is dat anderen mijn aanbod te zien krijgen en het daarmee kunnen aanvaarden. Ik krijg dus nooit meer de kans om tijdig aan hen te melden dat het aanbod is ingetrokken.

Arnoud

Rechter VS: softwarelicentie kan verkoop zijn

Mag je een CD-ROM met software doorverkopen als je die gewoon in de winkel aangeschaft hebt? Een Amerikaanse rechtbank oordeelde afgelopen week van wel. In haar arrest (via OSNews) wordt het beroep van Adobe op haar licentie (EULA) verworpen. Dit bevestigt het vonnis van vorig jaar.

De Amerikaanse auteurswet kent, net als de onze, een bepaling over uitputting. Als de rechthebbende zelf een exemplaar van een werk op de markt brengt, mag de koper dit doorverkopen zonder dat daarvoor nadere toestemming nodig is. Tweedehands boeken doorverkopen is daarom doodnormaal. Maar voor tweedehands software was dit iets minder normaal: bij software zit immers vrijwel altijd een licentie (EULA), en daar staat standaard in dat je alleen een gebruiksrecht krijgt en geen recht de software door te leveren.

De rechtbank verwijst nu (opnieuw) dit argument naar de prullenbak. De licentie gaf de gebruiker een eeuwigdurend recht, en bevatte geen clausules die je bij een huurcontract zou verwachten. Zo stond nergens dat de software teruggegeven zou moeten worden, of dat de licentie zou vervallen na een zekere periode. Had dat er wel gestaan, dan was het duidelijk een huurcontract en als je iets huurt, krijg je uiteraard niet de eigendom daarvan. (Je mag dus gehuurde video’s en DVD’s niet doorverkopen.)

Adobe probeerde het nog met “iedereen vindt dat een licentie geen verkoop is”, maar daar had de rechter weinig moeite mee:

[Adobes] expert witness, Mr. Nimmer, argues that software companies take a restrictive view of whether they transfer ownership of software companies. The court has no doubt that software companies prefer to reserve as much control over copies as the law and the market will permit, but that preference bears little on the issue before the court.

De tegenpartij had overigens nog een eerdere publicatie van deze meneer Nimmer gevonden waarin hij precies het tegenovergestelde beweerde.

Adobe kan nog in hoger beroep, wat wel goed zou zijn omdat we dan eindelijk een precedent krijgen met een duidelijke uitspraak waar lagere rechters (en auteursrechthebbenden) rekening mee zullen moeten houden.

Via Slashdot.

Update (11 september 2010) volgens nieuwe berichten heeft de Ninth Circuit het arrest verworpen. Money quote:

[5] We hold today that a software user is a licensee rather than an owner of a copy where the copyright owner (1) specifies that the user is granted a license; (2) significantly restricts the user’s ability to transfer the software; and (3) imposes notable use restrictions.

Arnoud

Mogen Hyvesfoto’s zomaar in de krant?

verkeerde-karst-tates.pngEen lezer vroeg zich af:

Mag een krant, omroep of weblog zomaar foto’s van een Hyves profiel halen als degene van wie het profiel is in het nieuws is. Bij voorbeeld de foto van de verkeerde Karst Tates op de voorpagina van het AD en het gebruik van Hyves foto’s door Geenstijl.

Ook op “amateurfoto’s” zoals op Hyvesprofielen, Flickr-pagina’s en weblogs zit auteursrecht. Wil een krant of ander medium die foto publiceren, dan hebben ze in principe toestemming nodig van de fotograaf. Er zijn wettelijke uitzonderingen zoals het (beeld)citaatrecht. Als de foto nieuws is, dan mag deze worden getoond bij het nieuwsbericht, maar uiteraard wel met bronvermelding.

In het Karst Tates-voorbeeld denk ik dus dat het wel had gemogen, hoewel de verplichte bronvermelding lijkt te ontbreken. En natuurlijk had men wel de goede foto moeten pakken. Je ziet het vaker, ik herinner me een voorbeeld van langer geleden van een meisje dat onder de trein was gekomen. Een foto van haar Hyve stond bij het artikel.

De Hyves-voorwaarden bepalen alleen dat je Hyves en haar hulppersonen een licentie geeft, en die is beperkt tot gebruik door Hyves zelf. Zo mag Hyves je foto’s laten zien in een reclamefilmpje, en misschien ook wel als illustratie bij een artikel over Hyves aanleveren. Maar daar gaat het hier niet om: de persoon op de foto is in het nieuws en dus leent de krant maar even een foto van iemands Hyves.

Wel heb ik sterk het gevoel dat er hier met twee maten gemeten wordt door de betreffende media. Kranten nemen foto’s over omdat het materiaal er is en “wij de pers zijn”. Maar neem je een foto uit diezelfde pers over voor je weblog, dan krijg je binnen de kortste keren een hoge rekening wegens auteursrechtschending.

Arnoud

Afgeleide werken bij Openstreetmap (3)

openstreetmap-logo.pngEn daar waren we dan weer met deel drie van de vraag welke rechten er op de databank van het vrijelandkaartenproject Openstreetmap zitten. Al in deel 1 bleek dit een lastige kwestie. Want: wat wordt nu precies waarvan afgeleid? (Waar vanaf geleid? Waar van afgeleid? Argh.) In deel 2 leek de tussenconclusie te zijn dat de kaarten gemaakt uit de OSM-database een afgeleid werk lijken te zijn van de stylesheet.

Kaarten uit OpenStreetmap worden namelijk gemaakt door een grote hoeveelheid GPS-coördinaten in een databank te stoppen en te voorzien van verbindingen die labeltjes krijgen met bijvoorbeeld “fietspad” of een straatnaam. Op basis van die databank kun je dan kaarten genereren voor elk oppervlak en op elke schaal die je wilt. Die stylesheet bepaalt welke kleuren en dergelijke er in die kaarten terechtkomt. Een voorbeeld uit de OSM-documentatie:

Vier kaarten uit het OpenStreetmap project, gebaseerd op dezelfde data

Het lijkt me dus zeker verdedigbaar dat een stylesheetmaker een auteursrecht kan claimen op de stijlkeuzes. Maar is een kaart een afgeleid werk van de stylesheet?

Ik vermoed van wel, al zal het afhangen van welke elementen uit de stylesheet zelf in de kaart terechtkomen. Want een afgeleid werk moet wel op een of andere manier concrete beschermde elementen uit het werk overnemen waar het van afgeleid is. Nu hoeft dat niet letterlijk – een toneelstuk is een afgeleid werk van een boek bijvoorbeeld, zelfs als de spelers geen woord letterlijk zeggen zoals het in het boek staat. In die situatie zijn zaken als het plot, de karakters, uiterlijk, verloop en dergelijke van het verhaal overgenomen, en dat is al genoeg.

Maar: wat neem je over uit de stylesheet in de kaart die uiteindelijk gegenereerd wordt? De kleurkeuzen in ieder geval, en de kleur en positionering van teksten zo te zien ook. De derde kaart uit dit voorbeeld heeft bijvoorbeeld veel duidelijker aanduidingen van plaatsnamen dan de andere drie.

Opvallend (voor mij dan) is dat ik geen enkele stylesheet kan vinden waar een expliciete licentie bij staat. De meest gebruikte stylesheet is Mapnik maar zelfs daarvan zie ik nergens wat daarmee mag. Ik neem aan dat ze onder dezelfde Creative Commonslicentie horen te vallen als de rest van het project, maar het staat nergens.

Nou, en nu eens inlezen in het databankenrecht zoals dat geldt voor kaarten.

Arnoud

Afgeleide werken bij Openstreetmap (2)

openstreetmap-logo.pngBij de discussie van vorige week over het vrijelandkaartenproject Openstreetmap vroeg een oplettende lezer in de comments:

Er zijn mensen (zoals ik) die er niet van overtuigd zijn dat het genereren van tiles een creatief werk is en je er dus ook geen CC-licentie op kan plakken. Heeft iemand daar wel eens serieus naar gekeken?

De auteurswet noemt expliciet “aardrijkskundige kaarten” als auteursrechtelijk beschermde werken (art. 10 lid 1 sub 7 Auteurswet). Je zou dus zeggen dat die kaart van OpenStreetmap gewoon beschermd is, ook als ze die voor het gemak aanleveren als “tiles”, blokjes van 256×256 pixels.

Alleen, de makers van de auteurswet dachten daarbij volgens mij meer aan cartografen die met de hand een kaart tekenden (hoi pap!). En dat is natuurlijk niet hoe OpenStreetmap werkt: men gebruikt een database met punten en verbindingslijnen gebaseerd op GPS-coördinaten die mensen aanleveren. Die kunnen voorzien zijn van tags met bijvoorbeeld de naam van een weg of de aanduiding ‘waterway=river’ om aan te geven dat iets een rivier is.

Het proces om van die getagde punten en lijnen een kaart te maken heet renderen. Dat kan op verschillende manieren, afhankelijk van je eigen smaak: wil je rode wegen en steden geel, of liever het water in een lichtere tint blauw? Geen probleem, verander de instellingen en render opnieuw.

Dat proces is op zichzelf volledig geautomatiseerd en dus niet creatief. De uitvoer kan echter wel creatief zijn – wanneer de invoer dat ook is. Een OpenStreetmap kaart, of een individuele tile daaruit, kan dus beschermd zijn maar het hoeft niet.

De hamvraag is dus: is een verzameling getagde punten en lijnen auteursrechtelijk beschermd?

Het probleem daarbij is dat de OSM-mensen streven naar een zo accuraat mogelijke kaart. Accuratesse is de doodsvijand van creativiteit en daarmee ook van auteursrecht. Wie zomaar drie rode strepen trekt, heeft een beschermd werk, maar wie een hele middag zorgvuldig noteert hoe het fietspad achter zijn huis loopt, heeft dat niet.

Een twee jaar oud voorbeeld uit de rechtspraak:

Voor zover een kaart het resultaat is van de selecties en keuzes die een persoonlijke visie van de maker weergeven is sprake van een werk met een eigen, oorspronkelijk karakter dat het stempel van de maker draagt en is het als zodanig auteursrechtelijk beschermd. De bescherming van de kaart is derhalve beperkt tot de eigen niet voor de hand liggende vormgeving van de betrokken kaart.

De kaart in kwestie was een zeekaart, waarbij de grenzen op zee zo te lezen naar eigen inzicht van de maker werden getrokken. En dat was een belangrijke reden om de kaart beschermd te achten.

De keuze van die indeling houdt deels verband met de functionaliteit van het systeem dat bij de informatiedienst hoort, en is deels gebaseerd op de persoonlijke keuze van de heer Svensson, die ondermeer is ingegeven door het streven naar gebruiksvriendelijkheid van de informatiedienst.

De vraag is dus: hoe worden in het OpenStreetmap project de punten en lijnen getrokken, en welke mate van eigen persoonlijke keuzes van de OpenStreetmappers?

Arnoud

Eindelijk: Wikipedia gaat naar Creative Commons (min of meer)

120px-not_gfdlsvg.pngWikipedia is eruit: met driekwart van de stemmen is vóór een dubbel licentieregime gestemd. De inhoud van de vrije encyclopedie is binnenkort onder zowel de GFDL (boe!) als de Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen (jeuj!) licentie beschikbaar. Hierover werd al sinds november vorig jaar gediscussieerd.

De GFDL werd vorig jaar aangepast om het mogelijk te maken om inhoud van zogeheten “Massive Multiauthor Collaboration Sites” over te kunnen zetten naar Creative Commons. Tenminste, die content die vóór 1 november 2008 online stond. Het zal dus nog even puzzelen worden hoe men omgaat met recentere edits in Wikipedia. Wikimedia denkt zelf dat dit geen probleem is.

Een ander punt is de “disclaimer” die bij de bewerkingsschermen komt te staan. Die moet natuurlijk worden aangepast, maar het huidige tekstvoorstel is erg teleurstellend:

You are also promising us that you wrote this yourself, or copied it from a public domain or similar free resource. PLEASE DO NOT SUBMIT COPYRIGHTED WORK WITHOUT PERMISSION.

In februari wond ik me al op over de Nederlandse versie van die tekst. Enkele Wikipedianen namen de stelling in dat je alleen uit bronnen mag overnemen die echt publiek domein zijn, dus waarvan de auteur 70 jaar geleden overleden is. Dat leek me niet bepaald een redelijke interpretatie.

Ik vind het bijzonder raar dat men nu niet de gelegenheid te baat neemt om van deze tekst te maken “die niet onder GFDL of CC-BY-SA beschikbaar is” of iets van die aard. Of zou voor de meeste Wikipedianen toch het onderscheid “free” en “copyrighted” beter zijn?

Arnoud