Productfoto’s en -tekst overnemen van je concurrent, mag dat?

| AE 1058 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 7 reacties

Stel je wilt een webwinkel beginnen. Dan zijn foto’s en teksten van je producten natuurlijk een must. Dat kun je wel zelf gaan schrijven en fotograferen, maar niet iedereen heeft daar zin in. Wat doe je dan? Dan kopieer je dat van de concurrent. En wat doet die dan? Die begint een rechtszaak wegens inbreuk op het auteursrecht.

Webwinkel De Roode Roos had teksten en foto’s van “orthomoleculaire voedingssupplementen” (wie weet wat dat zijn, mag het zeggen) online. Concurrent De Rooij bleek dezelfde foto’s en teksten te hebben, inclusief spelfouten. Inbreuk op het auteursrecht, volgens De Roode Roos. Welnee, volgens De Rooij. Die teksten kwamen uit het Vademecum Integrale Geneeswijzen, en die foto’s waren helemaal niet auteursrechtelijk beschermd.

Pardon? Natuurlijk, als er geen creativiteit bij een foto komt kijken, zit daar geen auteursrecht op. Denk aan een pasfoto uit zo’n fotohokje, of de opnames van een vast opgehangen beveiligingscamera. Maar er is meestal maar bar weinig creativiteit nodig. Een productfoto vereist toch enig nadenken over hoek, belichting, kleurstelling en dergelijke om het product goed uit de hoek te laten komen. Maar De Roode Roos had toch iets meer moeten doen:

Het product maakt het hoofdbestanddeel uit van de foto, daaromheen is slechts een klein wit kader te zien. Kennelijk stond bij het maken van de foto’s een zo objectief mogelijke weergave van het product, van hoge kwaliteit en met goede zichtbaarheid van het etiket, centraal. … Hoewel de voorzieningenrechter niet ontkent dat ook binnen dit kader nog marginale variaties mogelijk zijn, zijn deze in dit geval van ondergeschikt belang aan de zo natuurgetrouw en correct mogelijke weergave van het te fotograferen product.

Daarmee waren deze productfoto’s niet auteursrechtelijk beschermd. Het enige creatieve was het watermerk met het logo van De Roode Roos, en juist dat had De Rooij er afgesloopt voordat ze de foto overnamen.

Ook op de teksten zat geen auteursrecht. De Roode Roos had niet letterlijk overgetypt, maar zich wel zwaar gebaseerd op dat Vademecum, en op de etiketten van de producten. Bovendien beschreven de teksten alleen kort en zakelijk objectieve informatie over de producten. En een opsomming van eigenschappen en ingrediënten van een product is niet auteursrechtelijk beschermd.

Toch kwam De Rooij niet zomaar weg met het overnemen van al die teksten en foto’s. Zo veel materiaal van je concurrent overnemen is maatschappij onzorgvuldig (“niet netjes”) en daarom toch onrechtmatig. In plaats van alles bij je concurrent te halen, had je ook zelf wat foto’s en teksten kunnen maken. Profiteren van het werk van je concurrent is niet de bedoeling.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. In plaats van alles bij je concurrent te halen, had je ook zelf wat foto???s en teksten kunnen maken. Profiteren van het werk van je concurrent is niet de bedoeling.

    Wat een volslagen onzin. Profiteren van het werk van je concurrent is niet alleen volstrekt rechtmatig, het is maatschappelijk ook nog eens volledig geaccepteerd. Klinkt alsof die rechter een zeer ruime interpretatie van Bridgeman v. Corel in Nederland wilde invoeren, maar vervolgens wel zijn eigen auteursrecht moest bijbreien om zijn twijfels te doen verstommen. Met als gevolg dat “sweat of the brow” nu via de achterdeur toch Nederland is binnengekomen. (Blijkt misschien ook wel uit het feit dat die rechter zelf de vordering is gaan aanvullen: komt dat vaak voor?)

  2. Ook dat verdient een nuance. Het profiteren van het werk van een ander is natuurlijk niet de bedoeling. Maar om de bedoeling van wie gaat het hier. Het was in ieder geval niet de bedoeling van de oorspronkelijke maker.

    Profiteren van het werk van een ander hoeft overigens niet altijd rechtmatig te zijn. Volgens mij is dat namelijk het uitgangspunt van het auteursrecht.

  3. @Bram: Dat ‘onzorgvuldig’ was mijn samenvatting van art. 6:162 lid 2 BW: “strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt”.

    @Branko: profiteren is op zichzelf rechtmatig, maar zo veel leunen op 1 concurrent als hier gebeurde, vind ik toch iets anders. Met auteursrecht heeft dat niets te maken, dit is eerder oneerlijke concurrentie.

  4. Profiteren van het werk van een ander hoeft overigens niet altijd rechtmatig te zijn. Volgens mij is dat namelijk het uitgangspunt van het auteursrecht.

    En in dat geval is er een specifieke wet die dat regelt. In dit geval schrijft een rechter een nieuwe wet, ook nog eens een die op geen enkel rationeel argument is gebaseerd.

    @Branko: profiteren is op zichzelf rechtmatig, maar zo veel leunen op 1 concurrent als hier gebeurde, vind ik toch iets anders. Met auteursrecht heeft dat niets te maken, dit is eerder oneerlijke concurrentie.

    Heeft emotie een plaats in het recht?

  5. “Heeft emotie een plaats in het recht?”: in principe niet. Het gaat uiteindelijk om rechtvaardigheid. Behoort iets te mogen? Vandaar die open norm van “onbetamelijk in het maatschappelijk verkeer”. Die mogen rechters invullen naar eigen inzicht als er geen duidelijke wet is die iets verbiedt maar het zaakje toch onrechtvaardig overkomt.

  6. Ik ben het wel eens met Branko. Om te voorkomen dat mensen ten onrechte van het werk van een ander profiteren heeft de wetgever nu juist een serie intellectuele eigendomsrechten gemaakt. Dan is het m.i. niet aan de rechter om daar nog categorie?n aan toe te voegen.

    Het verbaast mij eigenlijk dat hier geen beroep op het databankrecht mogelijk was. Na bestudering van het in rov. 4.9 genoemde arrest geloof ik dat de rechter op dit punt wel gelijk heeft. Maar vervolgens trekt de rechter zich daar niets van aan en verklaart hij de gedraging via de achterdeur alsnog onrechtmatig.

    “Die mogen rechters invullen naar eigen inzicht als er geen duidelijke wet is die iets verbiedt maar het zaakje toch onrechtvaardig overkomt.” Niet helemaal. Het is niet voldoende dat het zaakje onrechtvaardig op de rechter overkomt. De rechter moet zich afvragen of er een algemene in Nederland geldende norm bestaat waar de gedaagde zich niet aan heeft gehouden. De vraag is of het gedrag in abstracto fout is (waarbij natuurlijk wel alle omstandigheden van belang zijn), niet of de rechter het in concreto oneerlijk vindt uitpakken.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS