Wat als de Autoriteit Persoonsgegevens straks toch Linkedin weer terugfluit met haar AI-training?

Photo by Greg Bulla on Unsplash

Een lezer vroeg me:

LinkedIn is inmiddels begonnen met het trainen van AI modellen met data van Europese gebruikers die geen opt-out deden. Ik had gelezen dat de Autoriteit Persoonsgegevens een onderzoek was gestart, maar heb daar niets meer over gehoord. Stel nu dat men op zeker moment oordeelt dat deze hele verwerking onrechtmatig was. Dan kunnen ze een verbod opleggen, maar kan dat dan ook met terugwerkende kracht?
Voor wie het gemist had: LinkedIn gaat gegevens van Europese gebruikers toch inzetten om AI-modellen te trainen. Het betreft openbare berichten en er wordt met een opt-out gewerkt, waardoor het (denk ik) legaal is onder de AVG. Maar zeker weten doe je dat pas na een onderzoek van de toezichthouder.

Onderzoeken door AVG-toezichthouders kunnen inderdaad rustig langer dan een jaar duren. Daar is weinig aan te doen; grote partijen gebruiken ieder slordigheidje om de boete aan te vechten tot aan het Hof van Justitie. Dus zekerheid over de legaliteit van deze keuze moet helasa nog lang op zich laten wachten.

Als uit het onderzoek blijkt dat de verwerking inderdaad onrechtmatig is, dan heeft de toezichthouder een trits bevoegdheden onder de AVG. Naast boetes is een verwerkingsverbod zeker mogelijk. Dit staat in artikel 58 lid 2 onder f AVG, en direct daarna staat nóg een hele leuke “het rectificeren of wissen van persoonsgegevens of het beperken van verwerking”. Wat je in strijd met de wet gebruikt, moet je weggooien.

Specifiek bij AI-modellen is dit een hele venijnige. Waar je in een databank dan het record wist, moet je hier én je model én je trainingsdata ontdoen van die gegevens. Voor trainingsdata is dat nog tot daar aan toe (zeg me dat je data governance praktijken hanteert), maar voor het AI model is de consequentie meestal dat je die geheel van de markt moet halen. Want een model bijstellen zodat deze de persoonsgegevens van Yann of Aleid vergeet, is eigenlijk niet mogelijk.

Arnoud

Mag onze vereniging WhatsApp gebruiken om de leden te informeren?

Photo by marcmanhart on Pixabay

Een lezer vroeg me:

Onze (relatief kleine) hengelsportvereniging heeft moeite de leden goed te bereiken. We gebruiken nieuwsbrieven, ALV’s, en social media maar toch krijgen we vaak te horen dat mensen iets niet wisten of net dat kanaal niet lezen. De secretaris is daarom een WhatsApp-groep begonnen en dat lijkt eigenlijk heel goed te lopen. Het is op basis van vrijwilligheid, en alle berichten zetten we ook op onze andere kanalen. Mag dat zo?
Hier lijkt me eigenlijk niets mis mee. De community is op basis van vrijwilligheid binnen een breed gedragen tool. Je deelt alle informatie ook buiten deze tool zodat het niet verplicht is.

Een twijfelpunt kan natuurlijk zijn dat WhatsApp een Big Tech platform uit de VS is. Ik snap goed dat mensen daar zorgen over hebben; datagraaiers, AI-training, meelezen, noem maar op. Maar voor mij is die vrijwilligheid dan doorslaggevend: je hóeft niet het WhatsApp kanaal te gebruiken, alle informatie staat ook op de site en de socials van de vereniging.

Iets lastiger wordt het als het WhatsApp kanaal meer wordt dan een extra aankondigingskanaal. Mensen kunnen reageren, er kunnen discussies ontstaan en daaruit kunnen besluiten en dergelijke ontstaan die mensen buiten de groep niet meekrijgen.

Dat kan een tweedeling in de vereniging geven, hoewel dat ook op de social media al kan ontstaan. Dit is niet perse een probleem van WhatsApp maar van de inzet. Een tip kan dus zijn de WhatsApp groep echt alleen voor notificaties te gebruiken, en dus alleen het bestuur de mogelijkheid te geven berichten te plaatsen.

Arnoud

Is het mogelijk iemand strafrechtelijk te vervolgen voor AVG-schendingen?

Photo by Bermix Studio on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Laatst las ik dat privacyorganisatie noyb bij het Oostenrijkse OM een klacht heeft ingediend om Clearview AI en de managers van het bedrijf strafrechtelijk te vervolgen. Is zoiets ook in Nederland mogelijk?
Inderdaad heeft Oostenrijk in Artikel 63 van haar Datenschutzgesetz uitgewerkt dat de rechter, onder andere voor “onrechtmatige zelfverrijking” door middel van onrechtmatig verkregen persoonsgegevens, een gevangenisstraf tot een jaar kan opleggen.

De AVG erkent dat landen deze mogelijkheid hebben. Artikel 84 AVG eist dat lidstaten sancties invoeren voor overtredingen die niet in de AVG zelf al staan. Het strafrecht is dan een optie. Overweging 149 suggereert daarbij dat het afpakken van winst verkregen uit AVG-schendingen een optie zou kunnen zijn.

Omdat de AVG gebaseerd is op economische regels, kan zij zelf geen bepalingen van strafrecht introduceren. Lidstaten moeten dus zelf kiezen of en zo ja welke strafbaarstelling men invoert. Nederland heeft (zonder echte motivatie) geen algemene regels van strafrecht ingevoerd.

Mijn vermoeden is dat de wetgever denkt dat het bestuursrecht adequaat is voor handhaving. Uiteindelijk is een boete een boete, en gevangenisstraf voor bestuurders is niet echt een Nederlandse traditie.

Wel zijn er natuurlijk allerlei artikelen van strafrecht die specifiek zien op delicten gepleegd met persoonsgegevens, zoals:

  • Gegevensdiefstal (art. 138c), wat ook kan met niet-openbare persoonsgegevens
  • Aftappen van gegevens (art. 139c), idem
  • Verwerven of openbaar maken niet-openbare persoonsgegevens (art. 139g)
  • Vervalsen van identiteitsdocumenten (art. 231)
  • Misbruik van biometrische persoonsgegevens (art. 231a)
  • Identiteitsdiefstal (art. 231b)
  • Wraakporno of deepfake-porno maken of verspreiden (art. 254ba)
  • Doxing oftewel overlast geven door misbruik persoonsgegevens (art. 285d)
  • Afpersing (art. 317) met bv. wissen van belangrijke gegevens
  • Afdreiging (art. 318) met openbare van als privé te beschouwen persoonsgegevens
(Ik vergeet er vast de nodige.)

Hier is dan de gedachte dat dit zo ernstig is dat gevangenisstraf gepast zal zijn. Ook gaat het hier zelden om gebruikelijke, legitieme verwerkingen waarbij een toezichthouder af en toe binnenstapt. En vaak gaan ze samen met andere misdrijven, dus dan is het logisch dat je de politie het voortouw laat nemen.

Arnoud

Waarom hoeven betrokkenen niet binnen 72 uur geïnformeerd te worden over een datalek?

Photo by Pixabay on Pexels

Een lezer vroeg me:

De laatste tijd zijn er verschillende datalekken in het nieuws gekomen waarbij gedupeerden pas weken later werden gewaarschuwd. Ik weet dat in de AVG een meldplicht binnen 72 uur bij de AP geldt voor organisaties, maar waarom is er niet ook zo’n harde deadline voor getroffen personen?
De AVG eist (artikel 33) dat datalekken “zonder onredelijke vertraging” worden gemeld bij de toezichthouder. Om te voorkomen dat mensen te lang dralen, staat er ook een harde deadline van uiterlijk 72 uur na ontdekking bij. Maar wie dan nog niet alles weet, mag een gedeeltelijke melding maken.

De rationele achter deze harde deadline is dat de toezichthouder zo vanaf het begin mee kan kijken en waar nodig aanwijzingen kan geven. Door dat vroeg in het proces te doen, is er nog ruimte voor sturing, kan bewijs nog worden gevorderd enzovoorts.

Naast deze meldplicht bestaat er ook een mededelingsplicht aan getroffen betrokkenen (artikel 34). Deze mededeling moet ‘onverwijld’ gebeuren, maar hier staat geen hard getal bij. De reden om ook dit zo snel mogelijk te laten gebeuren is natuurlijk dat je dan maatregelen kunt nemen zoals je wachtwoorden wijzigen.

Bij deze mededelingsplicht is geen harde termijn genoemd. De AVG geeft daar geen expliciete reden voor. Vermoedelijk is de gedachte geweest dat betrokkenen weinig hebben aan halve informatie, en dat je in die eerste 72 uur vaak nog bezig bent met dingen oplossen. Het is dan denkbaar dat even wachten beter is.

Het is echter niet zo dat je, omdat er geen hard getal staat, je mag wachten tot je een keer zin hebt om te melden. ‘Onverwijld’ is hoe dan ook zo snel mogelijk, en als het weken duurt dan kan de toezichthouder je daar echt voor op de vingers tikken. Lid 4 biedt zelfs expliciet de optie om je te sommeren per direct iedereen te informeren.

Arnoud

Privacy First kritisch op Camera in Beeld: surveillance zonder wettelijke basis vrijdag 31 oktober 2025, 10:16 door

Photo by Scott Webb on Pexels

Stichting Privacy First is kritisch op de politiedatabase Camera in Beeld, omdat het tot surveillance zonder wettelijke basis leidt. Dat meldde Security.nl vorige week. De registratiedatabank komt vaker langs, en elke keer weer is de vraag: waarom kan dat zomaar, gegeven dat heel veel camera’s in strijd met de wet hangen?

De politie legt zelf uit wat het doel van Camera in Beeld is:

Camera in Beeld is een systeem van de politie waar burgers en bedrijven vrijwillig hun beveiligingscamera(‘s) kunnen aanmelden. Dankzij deze informatie weten wij per straat welke beveiligingscamera’s beschikbaar zijn. Als er een misdrijf is gepleegd waarbij camerabeelden kunnen helpen om de daders op te sporen, kunnen wij die beelden gericht opvragen bij de camera-eigenaren.
Het is dus puur een registratiesysteem. Je meldt je aan (via DigiD) en geeft de locatie van je buitencamera(‘s) door. Jaarlijks krijg je een reminder of de informatie nog klopt, en dat is het. Er gaat niemand langsrijden of het klopt, en er is ook geen check of de camera er legaal hangt. Bij een onderzoek kan de politie je benaderen (dankzij je DigiD aanmelding) en vragen om beelden. Heb je die niet, even goede vrienden.

Dat “geen check of de camera er legaal hangt” is dan wel een dingetje. Een vraag daarover ontbreekt, wel staat er een algemene vraag over de regels waarbij men verwijst naar een factsheet met tips. Die factsheet heeft ook weer wat juridische observaties:

  • Als u uw camera op uw eigen terrein richt, ontkomt u er soms niet aan dat ook de openbare weg wordt gefilmd. Dit moet zo beperkt mogelijk zijn. Voor een deurbelcamera gelden dezelfde regels als voor een gewone beveiligingscamera.
  • Maak duidelijk dat u een camera heeft hangen, bijvoorbeeld met een bordje of sticker.
  • Burgers mogen beelden maximaal 28 dagen bewaren.
  • Opgeslagen beelden mogen niet bereikbaar zijn voor anderen.
Dit is op zich een prima samenvatting (al is die 28 dagen arbitrair), maar nergens lees ik of de camera gericht mag worden op de openbare weg. En dat is het pijnpunt: dat mag in beginsel niet, want je krijgt de belangenafweging uit de AVG niet rond.

Mijn flauwe antwoord hierbij is altijd dat de politie niet over de AVG gaat, en dus geen rekening daarmee hoeft te houden in haar communicatie. De AVG is bestuursrecht met een eigen toezichthouder. Ander loket meneertje.

Beveiligingscamera’s lopen wél tegen het wetboek van strafrecht aan. Artikel 441b Strafrecht verbiedt het maken van afbeeldingen van personen (foto’s, video) met een aangebrachte camera waarvan “de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt”. Dat is dus waarom er bij bedrijven en openbare gebouwen cameratoezicht-bordjes hangen.

Particulieren doen dat zelden, en waar zou je dat ook ophangen? In de voortuin is rijkelijk laat, want het bordje moet zichtbaar zijn voordat je in beeld bent. Op de lantaarnpaal op de hoek mag niet, die is niet van jou. En vaak speelt ook mee dat mensen het liever niet te hard bekend maken, want daar komt ruzie met de buren van.

Formeel dus allemaal in overtreding, geldboete derde categorie (geen misdrijf trouwens). Ik kan geen beleidsregels vinden over wanneer de politie hierbij ingrijpt of niet. Dat lijkt me ook lastig: het voordeel van deze camera’s bij ernstige zaken is evident. Het nadeel is meestal slechts abstract, dus waarom zou je dan vervolgen? Maar expliciet zeggen dat je niet vervolgt, maakt ingrijpen onmogelijk als er zo’n burenruzie van komt.

Arnoud

 

Mag een veiligmailenplatform eigenlijk wel zien wat er in de onderwerpregel staat?

Photo by Brett Jordan on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Verschillende organisaties in mijn omgeving, waaronder mijn zorgverlener, maken gebruik van een platform voor het versturen van “beveiligde e-mail”. Zodra de zorgverlener een bericht via dit platform verstuurt ontvang ik een e-mail van het platform met daarin een link. Deze link wijst naar een beveiligde webpagina om het bericht te lezen. Nu bevat de e-mail die het platform verstuurt ook het onderwerp van het bericht, en dat is dan medische informatie (herinnering afspraak voor uw wortelkanaalbehandeling). Ik vraag me af of dat wel mag, immers het platform kan zo die medische informatie inzien.
Dergelijke platforms worden zeker in de zorg veel gebruikt, omdat het daarmee eenvoudiger mogelijk is om aan de AVG te voldoen in de communicatie met patiënten of cliënten. De dienstverleners hebben certificeringen, worden contractueel aan van alles gebonden en zijn aan te spreken op fouten. Een e-mail is misschien sneller verstuurd, maar kan al die eisen niet halen.

Lang niet alle platforms gebruiken volledige end-to-end encryptie waarbij alleen afzender en ontvanger het bericht kunnen lezen. Dit betekent dat de dienstverlener in het midden in theorie in staat is om die berichten te lezen. En als daar dan medische of andere gevoelige informatie in staat, dan zie ik hoe dat op zijn minst onprettig kan voelen.

Tegelijkertijd: de AVG eist niet dat alle persoonsgegevens volledig afgeschermd worden voor allen anders dan de ontvanger. Je moet gepaste en adequate maatregelen nemen, maar in een situatie als deze kun je prima volstaan met een contractuele afspraak dat er niet naar berichten (of onderwerpregels) wordt gekeken. De dienstverlener zit al zodanig ingekaderd dat het echt niet nodig is om te eisen dat onderwerpregels neutraal worden ingesteld (“Nieuw bericht van uw zorgverlener”).

Arnoud

Mag ik een softwaredienst reviewen als de voorwaarden dat verbieden?

"Warcraft EULA under Ubuntu/WINE" by gruntzooki is licensed under CC BY-SA 2.0

Een lezer vroeg me:

Veel organisaties werken met een van de drie grote aanbieders van vulnerability management platforms: Qualys, Rapid7 en Tenable. Die platforms identificeren van kwetsbaarheden in de infrastructuur van hun afnemers en geven risico-scores voor de ontdekte kwetsbaarheden. Als onafhankelijk onderzoeker wil ik deze tools evalueren en mijn bevindingen publiceren. Maar ik begrijp dat dit niet mag van de voorwaarden van deze tools? Kan dat werkelijk verboden worden, recensies van een product?
Tools zoals de genoemde drie gebruikt om te prioriteren wat de organisatie moet patchen. Dit is belangrijk omdat de platforms bij een grotere organisaties al snel tien- tot honderdduizenden kwetsbaarheden van allerlei pluimage  en impact kan ontdekken.

Een evaluatie van dergelijke tools is nuttig voor potentiële gebruikers, zeker als dat door een onafhankelijke partij gebeurt. Dat hoeft natuurlijk niet een stichting of persmedium te zijn, ook een consultant kan prima reviews of evaluaties maken en met de wereld delen.

Bij sommige van deze tools staat in de gebruiksvoorwaarden dat recensies verboden zijn. Zo staat in de Master Agreement van Tenable Nessus dat ” (vi) use the Products in order to create competitive analysis or a competitive product or service;” verboden is (artikel 4 onder c). Wat deze consultant wil, is een concurrentieanalyse en dat zou dus niet mogen.

Allereerst twijfel ik of dat werkelijk de beoogde lezing is. Gezien de context kan men goed doelen op analyseren voor concurrentiedoeleinden, dus het uit elkaar halen om te zien hoe jouw platform beter zou moeten. Het is voor mij als jurist raar dat je recensies en concurrerende producten in één artikellid verbiedt.

Ten tweede zou zo’n strenge lezing al heel snel afstuiten op de vrijheid van meningsuiting. Er wordt geen reden gegeven voor het verbod, en de software is eenvoudig verkrijgbaar via internet als standaardpakket. Dat er dan zware bedrijfsgeheimen op straat komen of dat criminelen zeer gevoelige inzichten krijgen, lijkt dan zeer onwaarschijnlijk.

Zo’n reden is belangrijk, want het verbod is juridisch gezien een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. En dat vereist een zwaarwegende argumentatie die maakt dat een verbod de enige optie is. Dat zie ik hier werkelijk niet.

Ik zie met een snelle zoektocht meteen al vele reviews van deze tool, inclusief vergelijkingen met de concurrent. Dat doet mij vermoeden dat de soep in ieder geval niet zo heet gegeten wordt.

Arnoud

 

 

Is de helpdesk eerder te verwijten dat ze in een social engineering truc trappen?

Photo by Mohamed_hassan on Pixabay

Een lezer vroeg me:

Regelmatig komt in het nieuws dat bedrijven slachtoffer zijn geworden van social engineering-aanvallen op helpdeskmedewerkers, bijvoorbeeld door zich voor te doen als collega of directeur en de medewerker zo te bespelen dat hij inloggegevens verstrekt of de aanvaller op een andere manier toegang verleent. Dat raakt aan de kern van je werk als helpdeskmedewerker (mensen willen helpen), dus ik snap dat dat gebeurt. Kan je werkgever je desondanks verantwoordelijk houden voor de gevolgen?
Kern van social engineering is misbruik maken van menselijk gedrag, met name angst en het willen helpen van anderen. In een situatie waarin iemand zich voordoet als de boze baas die nú een nieuw wachtwoord nodig heeft bijvoorbeeld, zie ik wel hoe aan beiden sterk wordt geappelleerd. En juist de afdeling die er is om mensen te helpen, zal dan sneller toeschietelijk zijn om te helpen.

Algemene regel binnen het arbeidsrecht is dat werknemers in ieder geval niet financieel aansprakelijk te stellen zijn voor de gevolgen van een fout zoals in een social engineering aanval trappen. (Ook niet als je tekent dat je dat wel bent, ik zeg het maar even.) Je kunt in het algemeen natuurlijk wél aangesproken worden op slecht functioneren, en dat kan uiteindelijk uitmonden in een ontslagprocedure of geen verlenging krijgen.

Voor zulke stappen is wel nodig dat de werkgever de werknemer adequaat getraind of opgeleid heeft om met zulke aanvallen om te gaan. Als de werkgever daarin tekort schoot, dan kan hij vervolgens niet de werknemer verwijten fout te hebben gehandeld. Een goede cybercrime awareness training is dus ook vanuit dit gezichtspunt een vereiste.

Minstens zo belangrijk is de bedrijfscultuur rondom cybersecurity. Vaak zijn er wel duidelijke procedures en werkafspraken, maar worden die in de praktijk gepasseerd omdat het snel moet of (zeg ik als directeur) omdat de directeur geen zin heeft ze op te volgen. Dat is vanuit arbeidsrechtelijk perspectief dus een probleem voor de organisatie: als het gebruikelijk is dat je op appjes met “ik ben de directeur en sta nu bij een klant, reset mijn password anders gaat de pitch niet door” inderdaad het wachtwoord reset, dan sta je als werkgever met lege handen als een aanvaller ook zo’n appje stuurt.

Arnoud

Werknemer die wegens hacken op staande voet werd ontslagen verliest kort geding

Photo by FOX ^.?.^= ? on Pexels

Een werknemer van een fietswinkelketen die wegens hack-activiteiten op staande voet werd ontslagen heeft zijn kort geding verloren. Dat meldde Security.nl vorige week. En ik leerde uit het vonnis van het “zogenoemde logspitten”, wat geen nieuwe raptechniek is.

Uit het vonnis haal ik dat de winkel monitoring op alle inlogs op bedrijfslaptops had staan. Wat dat precies te maken heeft met het installeren van malware vanaf usb-sticks weet ik niet. Mogelijk logde men ook pogingen tot installeren van nieuwe software, wat geen gek idee zou zijn.

Het zogenoemde logspitten (hier gebruikt als vakjargon, maar ik ken niemand die zo praat) laat zien dat er inderdaad meer werd gelogd:

dat op twee geregistreerde laptops van Fietsvoordeelshop vanuit het IP-adres van de vestiging van Fietsvoordeelshop in [plaats] hack-activiteiten zijn uitgevoerd: er is meerdere keren actief geprobeerd malware te installeren via een externe “d-schijf”. Dat is gebeurd door een USB-stick met (uniek) kenmerk in de laptops te steken.
Dat impliceert loggen van de serienummers of VID/PID van de usb-sticks. Maar wat was er dan gebeurd:
[eiser] heeft verklaard dat hij tot na twaalven heeft zitten werken, tussendoor wat filmpjes heeft zitten kijken en rond 22:00 een paar pizza’s heeft besteld om thuis met zijn vriendin op te eten en dat dus pizzadozen te zien zijn op de camerabeelden van zijn vertrek en niet een laptop. Dit vindt de kantonrechter vooralsnog niet geloofwaardig omdat het gek is dat [eiser] met twee dozen koude pizza’s in de nacht naar huis gaat en daarmee niet is verklaard hoe het kan dat de verdwenen laptop, die eerder in het pand is gebruikt, een half uur nadat [eiser] het kantoor heeft verlaten weer is aangezet en verbonden met een ander netwerk.
De beelden waren dus niet geheel duidelijk, maar het scenario van de werkgever is overtuigender dan dat van de werknemer. Had hij wellicht de bestelbon van twee pizza’s laten zien, dan had dat anders uit kunnen pakken.

Voor nu is dit genoeg. De werknemer moet de bodemprocedure afwachten waarin het ontslag aangevochten wordt, maar hoeft in de tussentijd geen salaris te krijgen omdat de rechter het aannemelijk vindt dat hij zal verliezen.

Arnoud

 

Gegevens van Australische burgers uitgelekt via ChatGPT-gebruik door overheid

Photo by stevepb on Pixabay

Persoonlijke informatie van Australische burgers in de staat Nieuw-Zuid-Wales is uitgelekt door ongeautoriseerd gebruik van ChatGPT. Dat meldde Tweakers vorige week. Dat riep vele vragen op: is dat wel een datalek, waar zijn de gegevens dan beland? En waarom is dit anders dan wanneer je iets naar een clouddienst uploadt?

Het persbericht van de betreffende overheidsdienst legt uit:

The breach occurred when a former contractor of the RA uploaded data containing personal information to an unsecured AI tool which was not authorised by the department. There is no evidence that any information has been made public (…).
Oké, dus een externe partij had een Excelbestand met persoonsgegevens geupload naar ChatGPT. Dat is (in ieder geval in Europa) een datalek in de zin van de AVG, omdat de data in strijd met de beveiligingsmaatregelen bij een ongeautoriseerde derde terecht kwam, namelijk OpenAI.

De achterliggende zorg is natuurlijk dat OpenAI haar taalmodel gaat bijtrainen op de geuploade data. Maar dat daardoor gegevens op straat komen te liggen is niet waarschijnlijk. ChatGPT is immers geen zoekmachine die zo’n Excelsheet lekker als bronbestand aanroept. Dat bijtrainen gaat over statistische patronen herkennen, niet over feitendatabanken bijwerken.

Om die reden zou ik wel durven twisten over of het bij zo’n upload “niet waarschijnlijk is dat de inbreuk in verband met persoonsgegevens een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen”, oftewel niet meldingsplichtig. Uit niets blijkt dat OpenAI meer doet dan bijtrainen met je data (en de Terms of Use beperken haar rechten ook tot dat).

Hoe zit dat dan bij uploads naar andere clouddiensten? Ook daar begint het bij de vraag of die dienst geautoriseerd is. Zo niet, dan heb je volgens de definitie een datalek. Alleen zie je daar eerder clausules dat men de bestanden zelf mag herpubliceren, hergebruiken en delen met andere partijen. Dan komt de broninformatie dus elders terecht, buiten de macht en het zicht van betrokkenen.

Arnoud