Mag Windows 10 je verplicht de keuze voor Edge blijven voorschotelen?

| AE 11992 | Ondernemingsvrijheid | 32 reacties

Het advies in het Windows 10-startmenu om Microsoft Edge te gebruiken, dat te zien is bij het zoeken naar andere browsers, is inmiddels niet meer weg te halen. Dat meldde Tweakers onlangs. Tot voor kort was dat wel het geval, en het lijkt ook wisselend bij mensen of het wel of niet weg te halen is. Nou heb ik zelf altijd een pesthekel aan software die mijn menu’s aanpast, dingen op desktops zet of zich bemoeit met zijn instellingen, dus ik was blij met de vraag: mag dat dan, gezien de marktmacht van Microsoft?

Microsoft is in het verleden juist veroordeeld onder de Europese concurrentiewetgeving voor het bundelen van Internet Explorer met Windows, waardoor de browser een veel makkelijker adoptie kreeg dan concurrentbrowsers zoals Sleipnir (wie? precies). Dat leidde tot onder meer de invoering van een browserkeuzescherm zodat je verplicht een keuze moest maken bij installatie van Windows (met dan weer een boete van 561 miljoen euro omdat dat scherm er sinds Windows 7 SP1 niet meer in zat). Je zou dus zeggen dat ze bij Microsoft nadenken over hoe browsers aan te bieden.

Bij mij kwam toen wel de vraag op, hoe zit het dan met de marktmacht van Microsoft tegenwoordig. Want je overtreedt pas de mededingingswet als je je marktmacht misbruikt. Wie geen macht heeft, kan die ook niet misbruiken. Een microspeler die zijn eigen browser afdwingt is dus geen probleem.

Ik vond het lastig goede cijfers te vinden, maar Wikipedia lijkt een goed overzicht bij te houden en is bovendien neutraal. Ik haal hieruit dat Windows in het algemeen rond de 70 procent marktaandeel op de desktopmarkt heeft. Maar, en dan wordt het interessant, als je de markt bekijkt als “personal computing platforms” dan gaat ineens mobiel meedoen en dan zijn er natuurlijk veel meer computers met Android dan met Windows. Een smartphone is een computer.

Dus: het mag als we desktops en tablets/smartphones als één markt zien. Even handenopsteken, wie is het eens met die samenvoeging? En waarom wel of niet?

Arnoud

BeWifi bundelt bandbreedte bij buren

| AE 6338 | Innovatie, Ondernemingsvrijheid | 9 reacties

bewifiHet Spaanse telecombedrijf Telefonica heeft onder de naam BeWifi een technologie ontwikkeld die het mogelijk maakt om extra bandbreedte van naburige modems te ‘lenen’ via wifi, meldde Tweakers zondag. Modems met BeWifi aan boord werken met elkaar samen; als een modem capaciteit over heeft, deelt hij die met een ander modem dat net hevig staat te downloaden. Ars Technica gaat er dieper op in en lokt lezers met “lets you steal your neighbor’s wifi”. Eh, kan dat dan, bandbreedte van de buren stelen?

Diefstal van niet-tastbare dingen is juridisch een lastig ding. Hoewel in 1921 de Hoge Raad al bepaalde dat elektriciteit kon worden gestolen, werd in 1996 het dan weer onmogelijk geacht om software te stelen. Het kenmerkende verschil? Elektriciteit had waarde én uniciteit: als ik het gebruik, kun jij dat niet meer gebruiken. Software heeft die eigenschap niet. Je kunt software alleen kopiëren. Toegegeven, je kunt software ook vernielen (wissen) maar strafrechtelijk gezien zijn kopiëren en wissen twee handelingen en diefstal is er maar eentje.

In 2012 kregen we het Runescape-arrest: virtuele goederen zoals zwaarden in een online spel kunnen worden gestolen. En op diezelfde dag werd ook het Belminuten-arrest gewezen, waarin werd bepaald dat het verbruiken van iemands sms- belbundel óók diefstal was. Ook hier speelde die uniciteit een rol: stuur jij 300 smsjes met mijn telefoon, dan kan ik dat niet meer (binnen de bundel dan). En die virtuele goederen zijn weliswaar eigenlijk software, maar software binnen een omgeving die gemaakt was om dingen te verplaatsen. Dat zwaard wordt niet gekopieerd en gewist, maar in één atomaire operatie verplaatst.

Hoe zit dat dan met bandbreedte? Die kost geld (en heeft dus waarde), en als ik de bandbreedte vol opslurp dan kan mijn buurman die niet meer gebruiken. Alleen: die waarde is niet gekoppeld aan de mate van slurpen. En daarom is bandbreedte niet te stelen. Tenminste niet bij wifi-bandbreedte; bij een 3G netwerk voor mobiel internetten wordt er wel per megeabyte afgerekend, dus uit een internetbundel kan worden gestolen net zoals uit een sms-bundel.

In 2008 was er nog een zaak waarin “diefstal van bandbreedte” ten laste werd gelegd aan een verdachte die een computer had geinstalleerd in het vals plafond van een studentenflat om zo van de snelle internetverbinding daar te profiteren. Door ongeoorloofd gebruik te maken van bandbreedte verliest de rechthebbende immers hierover niet noodzakelijkerwijs de feitelijke macht, aldus de rechtbank toen. Hij heeft nog steeds controle over de netwerkverbinding en kan deze nog steeds gebruiken. De snelheid wordt minder, maar ‘snelheid’ is geen meetbare eigenschap met uniciteit.

Overigens krijg ik de indruk dat BeWifi alleen maar werkt als beide buren eraan meedoen. En het lijkt me dat als je een modem installeert waarvan je weet dat het bandbreedte deelt met de buren, je onmogelijk nog van diefstal kunt spreken als die buren zich bandbreedte laten toebedelen. Nog even afgezien van het punt dat BeWifi belooft dat je er zelf niets van merkt – de buren worden afgeknepen zodra je zelf weer gaat internetten.

Arnoud