Blokkade van piraterijwebsite geldt voortaan meteen voor alle providers

| AE 13022 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 12 reacties

Als een rechter bepaalt dat een internetprovider een bepaalde website moet blokkeren omdat die inbreuk op auteursrechten maakt, dan moeten vanaf nu vrijwel alle andere Nederlandse internetproviders dat ook doen. Dat meldde Nu.nl vorige week. Het Convenant bestrijding online piraterij is de uitkomst van een werkgroep, opgericht door de ministeries van Rechtsbescherming en EZ, waaraan de grote providers zich nu conformeren.

De Nederlandse internetaanbieders zijn met dit convenant bereid om websites die illegaal downloaden mogelijk maken gezamenlijk te blokkeren, zo legt de ACM uit. Vereiste is wel dat stichting BREIN bij de rechter een uitspraak krijgt die bevestigt dat die site inderdaad geblokkeerd moet worden, zoals vele malen bij The Pirate Bay gebeurd is. En het is precies die “vele malen” die de aanleiding is: waarom zou je bij zes providers dezelfde procedure moeten voeren?

Het convenant komt erop neer dat als BREIN bij één provider wint (in een procedure op tegenspraak, dus geen ex parte), de andere providers beloven dezelfde blokkade toe te voegen bij hen. Er is een opt-out mogelijkheid, waarbij de provider de blokkade kan weigeren op te nemen. Uiteraard mag BREIN dan die provider een eigen rechtszaak aandoen, maar dat mochten ze zonder convenant ook al.

Lastig punt bij zulke zaken is altijd de proceskostenveroordeling. Een provider die verliest, moet de volledige advocaatkosten van BREIN betalen, en niet slechts het gebruikelijke forfaitaire tarief. Dat is de algemene regel bij IE-zaken namelijk. Maar er is een uitzondering:

Brein laat na een volledige proceskostenveroordeling te vorderen, wanneer een Internet Access Provider besluit geen uitvoering te geven aan het convenant omdat de ACM naar aanleiding van een klacht van een derde wegens vermeende strijdigheid met de netneutraliteitsverordening daarnaar onderzoek verricht.
Een vrijwillige blokkade van websites behoort namelijk in principe niet tot de mogelijkheden bij providers. Blokkeren doe je op gerechtelijk vonnis (niet “bevel”, dat is een Anglicisme), en als je zo’n convenant volgt dan heb jij geen vonnis. Maar de logica is voor juristen hier evident, daarom zegt de ACM toe hier welwillend tegenover te staan. Maar komt er iemand met een goed argument, dan mag de ACM het alsnog onderzoeken en van tafel vegen.

In de kleine lettertjes (bijlage 2) valt nog te lezen dat ook proxies en mirrors onder de reikwijdte van de blokkaderegeling kunnen vallen. Dat is opmerkelijk, want ik ken geen vonnis op tegenspraak waarin proxies verboden werden. Maar de tekst suggereert dat deze proxies dan in het dictum van een vonnis genoemd moeten zijn, zodat de rechter dus gevraagd moet zijn. Het is dus geen vrijbrief om IP-adressen door te geven van onwelgevallige sites.

Arnoud