Als je bij een webshop gestolen waar koopt, moet je het dan teruggeven aan de eigenaar?

| AE 5587 | Ondernemingsvrijheid, Regulering | 16 reacties

diefstal-theft-politie.jpgIntrigerende vraag via Twitter: als je iets koopt via een webshop dat gestolen blijkt, moet je het dan teruggeven als de bestolen eigenaar opduikt?

Wanneer een zaak gestolen wordt, wordt deze vaak doorverhandeld (heling). Dat is verboden, en terecht dan ook dat de wet bepaalt dat de werkelijke eigenaar het gestolene mag terugeisen van de partij die het onder zich heeft. Juridisch heet dat recht van terugeisen revindicatie (art. 5:2 BW), en bij diefstal moet dit binnen drie jaar na de diefstal worden uitgeoefend. De koper moet dan maar zien of en hoe hij zijn geld terugkrijgt van de verkoper. Wel kan hij soms een vergoeding eisen van de eigenaar (art. 3:120 BW).

Frustrerend daarbij is echter dat je het niet zomaar weer mee mag nemen bij wijze van eigenrichting. Er worden soms zelfs mensen gearresteerd wegens diefstal omdat ze hun gestolen fiets weer meepakken. Een expliciete wettelijke basis daarvoor heb ik nog niet kunnen vinden; verder dan “het zou kunnen dat de huidige houder deze legaal onder zich heeft dus we moeten de civiele rechter het laten uitzoeken” kom ik niet.

Een houder van gestolen goed kán namelijk deze legaal hebben verkregen. De wet (art. 3:86 BW) noemt namelijk als uitzondering op het opeisingsprincipe de situatie dat:

de zaak door een natuurlijke persoon die niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelde, is verkregen van een vervreemder die van het verhandelen aan het publiek van soortgelijke zaken anders dan als veilinghouder zijn bedrijf maakt in een daartoe bestemde bedrijfsruimte, zijnde een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan met de bij het een en ander behorende grond, en in de normale uitoefening van dat bedrijf handelde

In normaal Nederlands: als een consument de zaak heeft gekocht bij een professioneel winkelier die handelde vanuit een winkel. Die nogal expliciete definitie van wat een winkel is, staat daar om verkoop op de markt of vanuit een rondrijdend busje er buiten te laten vallen. Het idee is dat de consument moet kunnen vertrouwen op koop bij ‘bakstenen’ winkels, dat zijn immers geen snel weer weg wezende schimmige handelaren.

Als onbedoeld bijeffect van die baksteenvereisende definitie zijn webwinkels nu óók uitgesloten van deze uitzondering. Het lijkt me redelijk dat een beetje webwinkel hier toch echt ook onder moet vallen, mits vergelijkbaar met zo’n bakstenen bedrijfsruimte. Ik kan er werkelijk niet bij dat een koop bij een winkeltje om de hoek wél en een koop bij Bol.com niet beschermd zou zijn.

Alleen: hoe definieer je dan een webwinkel, zonder marktkramen en busjes mee te nemen?

Arnoud