Moeten we de toestemming niet eens afschaffen in het privacyrecht?

| AE 9153 | Privacy | 37 reacties

Meteen maar even een heilig huisje omver in het nieuwe jaar: moeten we niet eens stoppen met het idee dat toestemming vragen voor privacy-inbreuken een werkbaar idee is? Want allemaal leuk en aardig, maar anno 2017 is het concept toestemming geven verworden tot een volstrekt betekenisloze klik onder verwijzing naar een futloze lap tekst die nu eenmaal even nodig is om bij die site te kunnen. Toch kent ook de nieuwe privacywet de toestemming als basisbeginsel, en blijft het op allerlei plekken opduiken als basis voor wat je maar wilt doen met iemands privé. Raar.

Het uitgangspunt was ongetwijfeld heel nobel en integer. Als je iemands persoonsgegevens wilt verwerken, dan vraag je die persoon om toestemming. Net zoals je zonder toestemming mensen niet gaat opereren of hun huis betreedt. Gewoon een kwestie van integriteit, van fatsoen. Dus dat zetten we dan ook in de wet: toestemming is de algemene grond, en natuurlijk pas te geven na adequate informatieverstrekking en in volstrekte vrijwilligheid.

Volgens mij was er daarbij wel altijd soort van de aanname dat het verwerken van persoonsgegevens een ietwat bijzondere gebeurtenis was. Iets om even bij stil te staan, iets dat mensen niet perse dagelijks doen dus iets waar je best even de tijd voor mag nemen. Zeg maar een poliklinische ingreep: geen operatie met drie dagen herstel daarna, maar wel iets om je even over te laten inlichten en goed bij stil te staan voordat je ja zegt.

Die aanname is echter volledig verdwenen in de informatiesamenleving. Toestemming vragen is aan de orde van de dag, en gebeurt zó veel en zó vaak dat niemand er meer van opkijkt of bij stilstaat. En dan gaat het hele effect er vanaf natuurlijk. Dan wordt het die droge klik zonder nadenken, zonder betekenis.

Is dat erg, kun je je afvragen. Ik denk het wel, omdat de wet nog steeds opereert onder de aanname dat je wél nadenkt. Wél jezelf even goed informeert. Juridisch advies inwint over wat die wollige taal betekent. En vooral: er vanaf zou zien als je denkt, dit is toch niets voor mij. En de constructie daarbij is dat als je in die situatie toestemming geeft, eigenlijk alles mag. Daar zit voor mij dan de pijn: mensen klikken murwgebeukt op elke Akkoord-knop en de gevolgen worden gebillijkt omdat ze geacht worden te hebben nagedacht en afgewogen alsof ze bij de huisarts een nieuw medicijn moeten uitkiezen.

Het onmiddellijke tegenargument is natuurlijk, dan moet je maar écht eens even nadenken en afwegen als je privacyvragen krijgt. (Bij voorkeur met de flauwe dooddoener dat je toch al je privacy opgeeft door alles op Instagram en Facebook te delen.) Maar dat vind ik niet reëel meer. Als de situatie is dat je elke vijf minuten een lap tekst moet lezen en ja moet zeggen (en anders hup terug naar Google), hoe kun je dan nog in redelijkheid suggereren dat mensen de tijd moeten nemen om goed na te denken?

Dus nee. Wat mij betreft schrappen we dus de toestemming als grondslag. Wie persoonsgegevens wil gebruiken, moet maar gewoon aantonen dat hij dat nodig heeft en waarom dat belang zwaarder weegt dan de privacy.

Arnoud