Moet je als jurist leren programmeren? #legaltechtuesday

| AE 12261 | Innovatie | 11 reacties

Code as law. Met dat mantra is de toon gezet: steeds vaker speelt software en online dienstverlening een steeds belangrijker rol in de juridische praktijk. Software maakt beslissingen, software selecteert of wijst af. Of functioneert anderszins op onnavolgbare wijze. Ga er maar aan staan met een juridische analyse of claim: de mindset die hoort bij software en ICT ontwerpen, is een hele andere dan die hoort bij een aansprakelijkheidsstelling formuleren of een dagvaarding opstellen. Vandaar dat je steeds vaker leest dat advocaten en juristen moeten leren programmeren. Maar is dat wel echt zo nuttig?

Vooropgesteld: programmeren is gewoon leuk. Het is puzzelen, in logische volgorde instructies uitwerken en rekening houden met randgevallen waar niemand aan gedacht heeft. Wie wel eens een Lego Mindstorms robot heeft ingesteld, begrijpt meteen wat ik bedoel. (Zoekt u nog een Sint- of Kerstcadeau voor uw kind of neefje/nichtje?)

En het mooie is, programmeren lijkt ergens wel op contracteren of juridisch puzzelen. Want ook daar moeten logische stappen genomen worden, hindernissen geëlimineerd, randzaken ingeperkt en risico’s afgedekt. Dat het bij programmeren gaat om het risico dat een temperatuursensor 4000 graden aangeeft en bij contracteren dat een opdrachtnemer ziek wordt, dat is een inhoudelijk detail.

Toch zijn er ook wel verschillen. Juristen leren denken binnen het redelijke en billijke (art. 6:2 en 6:248 BW, bijvoorbeeld). Als een uitkomst al te bizar is, dan weet iedere jurist dat deze kan worden bijgesteld. Een boeteclausule die op zes ton uitkomt voor een overtreding van een half uur, dat wordt gegarandeerd gematigd. Bij de menselijke rechter inderdaad, want het contract komt op zes ton. En als je dit in software doet, dan komt daar ook gewoon spijkerhard zes ton uit. Computers zijn niet redelijk, zij rekenen alleen maar.

Deze verschillen maken dat het best interessant kan lijken om als jurist een cursus programmeren te doen. Als jurist en programmeur kan ik u vertellen: dat is ook zeker de moeite waard, alleen moet u wel vooraf bedenken wat u zou willen kunnen. Je hebt namelijk programmeren en programmeren: gaat het om het begrijpen van de basics, wilt u doorgronden hoe algoritmes (stappenplannen) opgebouwd worden en welke valkuilen daarbij komen kijken, wilt u een juridische dienst of app opzetten of iets anders? Dit zijn namelijk zeer verschillende cursussen.

Voor mij staat voorop dat de skill van het programmeren zelf niet zo heel belangrijk is. Programmeren is namelijk geen handeling op zich, zoals bijvoorbeeld schilderen of fotograferen. Het is een activiteit binnen een groter kader, namelijk applicatie- of dienstontwikkeling. Onderhoud en meegaan met nieuwe ontwikkelingen zijn essentieel. Tenzij je het dus houdt bij Mindstorms robots. Maar programmeren is niet iets dat je leert en daarna altijd onder je riem hebt; je moet het altijd bijhouden en opnieuw toepassen.

Wat je wél kunt leren van een korte cursus, zijn algemene skills en vaardigheden uit dit digitale domein. Een specifieke skill is bijvoorbeeld hoe je een groot algemeen probleem opdeelt in kleine blokjes, en daarna ieder deelprobleem oplost op een manier dat het aansluit bij het vorige en het volgende deelprobleem. Ook helpt programmeren u data beter te begrijpen – een waardevolle skill als u met zogenaamde artificial intelligence aan de slag gaat. Want u kunt wel om een verkeerde komma heen lezen in een dossier, uw robot paralegal slaat onverbiddelijk op hol van zo’n onnozele fout. Ook leert u door programmeren meer projectmatig denken, want software ontwerpen is te groot om even snel op een middag te doen.

Een alternatief dat steeds meer aan populariteit wint, is het zogeheten no-code programmeren. Hierbij hoeft de programmeur geen details van programmeertalen te kennen, maar heeft zhij een visuele interface waarmee dingen aan elkaar te knopen zijn. De computer heeft de benodigde programmeercode op de achtergrond paraat, maar valt u daar niet mee lastig.

Een heel simpel voorbeeld? Probeert u dan IFTTT (if this then dat) eens, een dienst waarmee u van alles aan elkaar kunt knopen. Van agenda’s tot e-mail tot Onenote of zelfs uw wasmachine, als die dat ondersteunt. Dat vereist enig logisch nadenken over wat u precies wilt, en vooral: omzetten naar specifieke, concrete instructies. Zo zou ik op warme dagen graag willen dat mijn zonwering op tijd dicht gaat. Vertalen naar instructies: Als de temperatuur om 13uur boven de 26 graden is, doe dan de zonwering omlaag. Tenzij in mijn agenda “afwezig” staat. Tenzij het regent. Tenzij … kijk, daar voelt u al een programmeur in uzelf omhoog komen.

Overweegt u programmeerervaring op te doen? Vraag u dan eerst af wat u eigenlijk zou willen bereiken. Koop een Mindstorms robot, puzzel met een no-code dienst zoals IFTTT en ga eens puzzelen wat uw eigen robot paralegal zou moeten doen. En beslis daarna.

Arnoud

Hoe ga je als kantoor daadwerkelijk over naar inzet van legal tech? #legaltechtuesday

| AE 11942 | Innovatie | 1 reactie

Sinds de coronacrisis begon, lees ik veel over advocatenkantoren en bedrijfsjuristen die legal tech inzetten. Het begon met massaal digitaal ondertekenen van contracten, wat natuurlijk een heel logische stap is, en nu zijn we bij Zoom-onderhandelingen en gebruik van Google Docs om samen documenten door te nemen of te reviseren. Een virus als de grote aanjager van innovatie, hoe raar wil je het hebben. Maar gaan we nu werkelijk doorpakken? Of waait dit weer over zodra een grotere maatschappelijke vrijheid weer terugkeert?

Het zetten van een elektronische handtekening waar voorheen een ‘natte’ nodig was, is een mooi voorbeeld van de voordelen van legal tech. Maar het is meteen een van de weinige echt goeie: simpel, duidelijk en met een heel precies voordeel. Daarvan kun je het zakelijk nut vrijwel uitrekenen. Een downside is er niet, afgezien van de kosten van de tooling. Maar training is nihil, wat er gebeurt kun je zien en dat het legaal is, is ook evident.

Voor verdergaande stappen, van contractgeneratoren tot het inzetten van chatbots voor intakes of wizards die adviesbrieven schrijven, ligt het vaak lang niet zo eenvoudig. En de reden daarachter is eigenlijk simpel: it’s the economy, stupid. Oftewel: het is niet duidelijk hoe je geld verdient door met zulke tools te gaan werken. En dat komt weer met name omdat organisaties ingesteld zijn om op een bepaalde manier hun diensten te leveren, en nieuwe technologie een andere manier van werken met zich meebrengt.

De partnerstructuur is bij advocatenkantoren vaak genoemd als dé reden waarom legal tech er niet zou komen: dan verdienen de partners minder aan billable hours (omdat die tools sneller zijn en er dus minder uren gewerkt wordt). Ik denk niet dat het zo simpel is. Het argument is wel een exponent van die achterliggende reden: vrezen voor minder opbrengsten van de klant is een economisch bezwaar. Of dat nu letterlijk is dat je urenstaten korter worden of dat de klant überhaupt minder wil betalen of iets anders, doet er dan minder toe.

Het algemene probleem is natuurlijk wel een hele taaie om aan te pakken. Zeker omdat het zelden expliciet op tafel wordt gelegd: sorry, deze tool gaan we niet doen want het kost ons heel veel en we zien weinig opbrengsten. Zeker bij legal tech, want “we moeten er iets mee” en dan wordt de tool uitgerold met veel fanfare (beter gezegd: een speciaal team of een champion) waarna we enige interesse mogen zien en daarna het gebruik een langzame dood sterft. Gewoon, omdat het niet nuttig genoeg voelt.

Er moet dus een externe prikkel komen om die verandering met zich mee te brengen. In de juridische sector zijn dat vaak de klanten: grote bedrijven die uurtje/factuurtje niet accepteren maar een fixed fee per klus of per jaar willen, of zelfs gewoon eisen dat er met tooling wordt gewerkt. Het lastige is alleen dat als de meerderheid van de kantoren nog niet op dat niveau is, zo’n klant toch moeilijk haar zin door kan drijven. Ergens is natuurlijk een omslagpunt maar wanneer dat wordt bereikt, is nog maar de vraag.

De zorg om de inkomsten vanwege de coronacrisis kan wel eens het omslagpunt forceren. Want veel kantoren en dienstverleners zien de inkomsten teruggaan en de productiviteit dalen. Als er dan een oplossing lijkt te zijn die met name dat laatste kan verhogen, dan is dat nu het moment om daarmee aan de slag te gaan.

Alleen: je blijft zitten met het punt dat een juridische dienstverlener behoorlijk goed is in z’n werk, en de workflow ook heeft ingericht om zo goed mogelijk op die manier te werken. Hoe je het ook wendt of keert, legal tech invoeren komt neer op veranderen van de bedrijfsvoering, en daar moet dan een duidelijke economische reden voor zijn. Waarom zou je nu, uitgerekend nu op een nieuwe manier gaan werken?

Daar staat tegenover dat we nu al op een andere manier zijn gaan werken. Vrijwel iedereen in de juridische sector werkt thuis waar dat kan, we Zoomen waar voorheen een fysiek gesprek de enige optie was en we onderhandelen op afstand zonder noemenswaardige problemen. Dat schept een mindset die openstaat voor veranderingen. Dus misschien is juist nu het moment?

Arnoud

Waarom bedrijfsjuristen ‘nee’ zeggen tegen open source (bij Livre)

| AE 1013 | Intellectuele rechten | Er zijn nog geen reacties

Gisteren verscheen op Livre mijn column over waarom bedrijfsjuristen ‘nee’ zeggen tegen open source:

‘Onze bedrijfsjurist is er achter gekomen dat we open source gebruiken, en dat is nu verboden.’ Helaas nog steeds een veel voorkomende klacht bij software-ontwikkelaars en ICT-afdelingen. Bedrijven willen een stukje open source gebruiken, maar de licentie is niet helemaal duidelijk over deze specifieke situatie. En wat doe je als een licentie onduidelijk blijkt? Dan ga je naar de bedrijfsjurist. En wat doet die in zo’n geval? Die zegt ‘nee’.

Lees verder bij Livre. Al was het maar om erachter te komen of ik andijvie lust.

Arnoud