
Hoewel technologie een hoop vooruit kan helpen in de juridische sector, zou het een hoop schelen als de denkwijze, de cultuur van diezelfde sector eens op de schop ging. Dat las ik bij Artificial Lawyer onlangs. Voorbeeld: een AI-tool om discovery te doen: veel sneller door bergen en bergen bewijsmateriaal heen. Leuk, maar waarom héb je dat ouderwetse proces nog, is het echt nodig in iedere juridische procedure met die berg te komen? Is elke claim een marathon die moet leiden tot een winnaar die er met de zak geld vandoor gaat?
Legal tech heeft veel last van dit probleem. “Culture eats strategy for breakfast”, aldus een quote van managementconsultant Peter Drucker. Je kunt nog zo’n mooi plan hebben bedacht, maar als de strategie niet past bij de cultuur van het kantoor dan zal deze niet werken. Ja, misschien worden voor de vorm een paar elementjes opgepakt of komt er een implementatieteam dat de boel opzet en iemand voor de interne nieuwsbrief laat poseren bij het dashboard, maar daarna moet het echt vanzelf gaan.
Deze observatie is niet nieuw, ook niet in de legal tech sector, maar hij is wel erg hardnekkig. Zoals AL verzucht:
A cultural shift toward finding a shared solution in contracts, centred around a standard, would move deals forward more rapidly. Today we have all kinds of tools to help with drafting and reviewing contracts, as well as deal management tools – and all of that software is welcome and useful, but what it can do is limited if the initial engagement between the parties is hostile, overly complex, sometimes random in direction, and where the dominant goal is to defeat the other side on every possible point.Dit omschrijft natuurlijk mooi hoe contractsonderhandelingen vaak gepresenteerd worden, al zijn er ook vele redelijke, meedenkende en zeker niet kwaadwillende onderhandelaars (ook als advocaat, even voor de duidelijkheid). Je standpunt verdedigen is niet hetzelfde als de wederpartij in een hoek willen schoppen.
De kern is voor mij denk ik vooral dat juristerij te weinig gestructureerd is. “Stand by and let me lawyer” is een uitspraak van de 3 Geeks and a Law blog die mooi laat zien hoe veel juristen denken. Laat me met rust, ik ga dit doen, dit is moeilijk en vereist handwerk. Dát is de juridische cultuur waar je doorheen moet, die je moet veranderen om echt effectief legal tech in te zetten.
Wat ik steeds vaker zie, is een soort van tegenbeweging: organisaties die vanuit andere afdelingen met legal tech experimenteren, en zo de bedrijfsjurist “omzeilen”. Denk aan een HR-afdeling die het opzetten van arbeidscontracten automatiseert, dat is handig voor hun werk (met drie vragen het juiste contract voor de nieuwe medewerker) en je hoeft niet meer naar de jurist bij iedere variatie. Of Sales, die zelf NDA’s of inkoopvoorwaarden laat checken en pas naar Legal gaat als er gekke dingen in blijken te staan. Voor een jurist voelt dit niet helemaal de bedoeling wellicht, maar organisatorisch is het te begrijpen. Er moet iets veranderen.
Arnoud

Vanwege de naam legal tech wordt nogal eens gedacht dat dergelijke tools ingezet moet worden door juristen, de juridische mensen. En zeker in het begin is legal tech vooral afgenomen door bedrijfsjuristen en advocatenkantoren, in de hoop daarmee efficiënter te kunnen werken. Bovendien waren er voor leveranciers van dergelijke tools grote winsten te behalen bij het leveren van technologie aan advocatenkantoren. Denk aan tools om bij een bedrijfsovername snel de gehele stape historische contracten door te nemen, of bij een rechtszaak relevante jurisprudentie op te duikelen.
Legal tech, het was een van de grootste hypewoorden het afgelopen jaar. Zo opende ik mijn eerste column op deze plaats. Terugblikkend in deze alweer laatste column kan ik alleen maar zeggen dat de term inherent een zeker hypeniveau in zich heeft. Raar is dat niet: fundamentele transformaties vereisen een hoop aandacht alvorens mensen er energie in kunnen en willen steken. Maar het gekke is vooral: hoe meer legal tech zijn plek vindt in de organisatie, hoe meer het zal verdwijnen in het spraakgebruik.
Dat klinkt goed, technische tooling die juridisch werk standaardiseert, het saaie werk weghaalt bij de mensen en de kwaliteit naar een hoger plan tilt. Niet alleen maar efficiënter werken, maar op een heel nieuwe manier werken. Een prachtige belofte. Maar dit is meteen ook de grootste zwakte. Want je vraagt dan aan mensen om hun werk anders te doen. Zowel de jurist als de businessman of -vrouw. En wie legal tech invoert zonder dáár rekening mee te houden, zal gegarandeerd met een mislukking blijven zitten.

Vorige week blogde ik
Code as law. Met dat mantra is de toon gezet: steeds vaker speelt software en online dienstverlening een steeds belangrijker rol in de juridische praktijk. Software maakt beslissingen, software selecteert of wijst af. Of functioneert anderszins op onnavolgbare wijze. Ga er maar aan staan met een juridische analyse of claim: de mindset die hoort bij software en ICT ontwerpen, is een hele andere dan die hoort bij een aansprakelijkheidsstelling formuleren of een dagvaarding opstellen. Vandaar dat je steeds vaker leest dat advocaten en juristen moeten leren programmeren. Maar is dat wel echt zo nuttig?