De werkelijkheid van het tv-cliche van de cc naar je advocaat

| AE 11362 | Regulering | 22 reacties

Het verschoningsrecht voor advocaten en notarissen geldt net zo goed voor correspondentie in cc-mails. Dat las ik bij MR online. Die uitspraak kwam in reactie op de opstelling van het Openbaar Ministerie dat ze mails met de advocaat in cc wel degelijk mogen inzien, dergelijke mails zijn niet geheim (attorney-client privileged, als je Amerikaanse series kijkt). Steeds vaker worden bij e-maildoorzoekingen mails met een cc naar de advocaat aangetroffen die het OM dan gewoon gaat lezen, iets waar advocaten begrijpelijkerwijs boos over worden want de geheimhouding van communicatie tussen advocaat en cliënt is een groot goed en wie daaraan tornt, maakt een effectieve verdediging van die cliënt vrijwel onmogelijk. (Wie wil er niet meelezen met wat de wederpartij in vertrouwen overlegt immers?)

Ik kan tegenwoordig alleen nog Amerikaanse rechtbankseries kijken met mijn schoenen uit, want de juridische dingen zijn té tenenkrommend om gewoon te kijken. Met name ergerlijk is hoe men omgaat met privilege, vaak getoond als ergerlijke truc waarmee de overduidelijk schuldige verdachte glibberig het bewijs uit handen van hardwerkende politieagenten weet te houden. Het cliché* is dan dat de boef al zijn incriminerende correspondentie in cc naar de advocaat stuurde, zodat alles haha lekker puh geheim is. Zo werkt het niet, niet in Nederland en niet in Amerika.

In 2006 oordeelde de HR dat berichten die in CC naar een geheimhouder (advocaat of notaris) worden gestuurd, niet “reeds daarom” aangemerkt kunnen worden als vertrouwelijke stukken. Wat op zich logisch is, het gaat immers om strekking en doel van het bericht. Maar het OM blijkt deze uitspraak te lezen als “de advocaat stond in cc dus het telt niet”. Wat dan weer een stuk beperkter is.

Heel formeel is de cc header ooit bedoeld om mensen een informatieve kopie (carbon copy, ik typte ze ooit nog) te geven. Vanuit dat standpunt zou je kunnen zeggen dat de informatie niet bedoeld was voor vertrouwelijk overleg met je advocaat, dit is dan niet iets dat je hemhaar wilt vragen of voorleggen. Je stuurt een kopietje voor het dossier, maar verder verwacht je geen actie.

Maar het gaat uiteindelijk om de praktijk, en die is volgens mij dat mensen cc relatief willekeurig gebruiken. Soms sta je in de cc en krijg je toch een actiepunt, of is de mail wel degelijk meer dan slechts “ter informatie”. En het is die praktijk die de doorslag geeft. Het verschoningsrecht kan dus prima gelden voor mails in cc, je moet naar de inhoud en doel van de mail kijken. Die boef met zijn “alles gaat cc naar de advocaat haha” gaat dus te kort door de bocht, maar de officier met zijn “ik zie cc dus ik mag het lezen” net zo goed.

Arnoud
* De directie stelt zich niet aansprakelijk voor het tijdverlies als gevolg van klikken van deze link

Dekens gaan koppelsites advocaten controleren

| AE 8353 | Informatiemaatschappij | 15 reacties

vind-advocaatAdvocaten die hun diensten via koppelsites aanbieden, kunnen vanaf 4 april hun zaakjes maar beter op orde hebben, las ik bij de Telegraaf. Eerst dacht ik dat het om Google Adwords ging, maar het gaat om sites waar je advocaten kunt zoeken met een doorverwijzing naar kantoren. Die kantoren betalen de sites voor deze leads, en dat mag niet van de gedragsregels in de advocatuur.

Het provisieverbod voor advocaten bestaat al langer. Het is advocaten verboden “een beloning of provisie toe te kennen of te ontvangen voor het aanbrengen van opdrachten”. Geen internetspecifieke regel dus, gewoon een maatregel om te zorgen dat advocaten geen belang krijgen bij aangedragen zaken of andere gekke dingen gaan doen omdat ze iemand provisie moeten betalen voor een cliënt.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat een advocaat geen reclame mag maken. Ook betalen per klik voor aangedragen bezoek is geen probleem. Waar het misgaat, is als er een bedrag wordt betaald dat afhankelijk is van de hoogte van de factuur aan de cliënt. Dan ontstaat er een rare situatie (in de visie van de Orde van Advocaten) waarin de advocaat niet meer onafhankelijk is.

Ik snap het zelf ook niet precies, en ik sta niet alleen: ik vond deze tirade die het verbod een “rottende stomp” noemt en de basis daarvoor een “axioma”. Ook lees ik dat andere Europese landen dit verbod niet kennen, in ieder geval lang niet zo streng als bij ons. Dus waarom men dit verbod juist nu wil gaan handhaven, ontgaat mij volledig.

Arnoud

Gastpost: Mogen advocaten bloggen en reclame maken?

| AE 6845 | Informatiemaatschappij | 25 reacties

bonaparteOmdat ik met vakantie ben deze week een aantal bijdragen van vaste bezoekers. Vandaag jurist Rogier Pieters over een vraag die ik ook wel eens heb: waarom maken advocaten zo weinig (online) reclame, mogen ze dat soms niet?

Een maand geleden was ik op bezoek bij mijn oud-professor Arno Lodder. Enthousiast vertelde ik hem dat ik advocaten en juristen help met internet marketing. “Oh, mogen advocaten dat eigenlijk wel doen?”, vroeg hij. “Ja”, antwoordde ik zonder het fijne ervan te weten. Maar hoe zit dat nu eigenlijk?

Voordat ik inga op die vraag, wil ik eerst een onderscheid maken tussen marketing en reclame. Marketing is een containerbegrip. Waarbij het naar mijn mening – er zijn veel definities – draait om: het verbinden van de behoefte van de consument en het aanbod van de leverancier. De behoefte van cliënten verplaatst zich naar online, maar het aanbod van de advocatenkantoren sluit daar nog niet op aan. Tenminste van de meeste kantoren… Arnoud was daar al vroeg achter!

Reclame is communicatie met als doel om klanten over te halen tot het kopen van de product of dienst. Voorbeelden van online reclame zijn AdWords (adverteren bij Google’s zoekresultaten), adverteren op social media en natuurlijk banners.

Na keizerlijk decreet van 19 december 1810 van Napoleon waren de regels voor advocaten op dit gebied strict. Tot 1980 golden de Ereregelen voor de Advocaten 1968 (en vergelijkbare regelgeving sinds de tijd van Napoleon). Regel 7 luidde: “De advocaat behoort de opdracht van de cliënt af te wachten en noch direct, noch indirect zijn diensten aan te bieden”. Regel 8 lid 1: “Het maken van reclame, in welke vorm ook, is ontoelaatbaar”. En regel 9 lid 1: “Het is de advocaat verboden mede te werken aan of toe te stemmen in enige publiciteit waarin de aandacht wordt gevestigd op zijn optreden als advocaat”.

In de huidige tijd, waarin sommige advocaten zaken (cliënten) kiezen op basis van de hoeveelheid media aandacht, is dat bijna niet voor te stellen. In die tijd maakten advocaten echter deel uit van de sociale bovenlaag. De intellectuele activiteit woog veel zwaarder dan de commerciële kant. Via het netwerk van de vaak individueel opererende advocaten kwamen de zaken binnen. De inkomsten waren geen loon, maar een honorarium. Advocaten waren geen echte ondernemers, dus was reclame ook niet nodig. Geen Moszkowicz, Spong, of Plasman dus.

Als bloggen mogelijk was geweest in die tijd, dan was dat volgens mij toegestaan. Immers het delen van kennis viel niet onder het verbod. Maar dan moest het bloggen wel terughoudend geschieden: nooit actief de diensten aanbieden en niets over lopende zaken of cliënten delen.

Pas sinds 1989 is het voor advocaten toegestaan om te adverteren en de publiciteit op te zoeken. In de Gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten 1992 zijn deze regels zelfs weggelaten, waarmee de toestemming nog ruimer werd. Alleen als de cliënt niet in de publiciteit wil, dan is publiciteit (een ruimer begrip dan reclame) niet toegestaan (regel 10).

Deze achtergrond is, denk ik, een belangrijke reden waarom relatief weinig advocaten bloggen. Er wordt sowieso weinig aan marketing gedaan en dan valt bloggen al snel buiten de boot. Toch denk ik dat er meer achter zit. Immers advocaten schrijven verder juist wel veel: natuurlijk beroepsmatig, maar ook voor juridische tijdschriften en columns.

Van de dappere advocaten die wel een blog zijn begonnen, zijn er vooral veel verlaten ruïnes over. In het begin is het leuk om aan iets nieuws te beginnen. Maar om het vol te houden, moet er iets tegenover staan. Bij juridische tijdschriften en columns zijn dat de uitgevers (die het faciliteren) en de lezers (er is al een publiek). Bij een blog ontbreken beide. Er zijn andere stimulansen, zoals toenemende bezoekersaantallen, reacties op de blog en meer cliënten. Dat kun je inzichtelijk maken, maar de meeste advocaten zijn geen marketeers en al helemaal geen online marketeers. Ik vermoed dat het gebrek aan ondersteuning, de advocaten hier opbreekt.

Kortom, advocaten mogen al ruim 20 jaar reclame maken. Toch zien we nog geen “Amerikaanse toestanden”. Sterker nog, buiten het opzoeken van kranten en televisie, zien we eigenlijk helemaal niet zoveel promotie. Ik zou dolgraag meer bloggende advocaten en juristen willen zien. Welke andere redenen zouden hiervoor kunnen zijn? En zouden advocaten juist meer of minder aan marketing moeten doen?

Rogier Pieters is internet consultant en jurist. Hij is de oprichter van Pieters van der Heide*. Afbeelding: ”LouisBonaparte Holland”. Licensed under Public domain via <a href=http://commons.wikimedia.org/wiki/File:LouisBonaparte_Holland.jpg” target=”_blank”>Wikimedia Commons

Mag ik citeren uit blafbrieven?

| AE 2858 | Intellectuele rechten, Privacy, Uitingsvrijheid | 21 reacties

Regelmatig krijg ik mails van mensen die boze brieven ontvangen van advocaten of zich benadeeld voelende partijen. Soms zijn die terecht, soms niet. En de ontvanger wil dan vaak het geschil delen met zijn publiek, en knalt die brieven dan online. Maar mag dat zomaar? Een brief (of mail) is bedoeld als privécorrespondentie. Die online… Lees verder

Al te hard blaffen = geen proceskostenvergoeding

| AE 1812 | Intellectuele rechten | 4 reacties

Onlangs kwam ik een kantonzaak uit Groningen tegen waarin de eisende jurist wel heel hard blafte: u pleegt plagiaat, u schendt de auteurswet, cliënt heeft de mogelijkheid om een civiele procedure tot veroordeling tot staking van de inbreukmakende handeling en/of betaling van schadevergoeding en/of een strafrechtelijke procedure aanhangig te maken. Bovendien zou aangifte worden gedaan…. Lees verder

De waarde van de blafbrief

| AE 1484 | Informatiemaatschappij | 7 reacties

Half februari ontdekte About:Blank dat collega-blog Spraakloos in zijn geheel offline was gegaan. Spraakloos bleek een aanvaring met de Orde der Transformanten te hebben gehad, waarbij het blog door de advocaat van de orde aansprakelijk werd gesteld voor reacties op de blog. Naar aanleiding hiervan schreef ik een gastbijdrage voor About:Blank in hun Linkdump revisited,… Lees verder