Wanneer kan een bedrijf aanspraak maken op consumentenrecht?

| AE 2248 | Ondernemingsvrijheid | 57 reacties

hamer-reflex-klap.jpgHet is al een paar keer zijdelings aan de orde gekomen: wanneer heb je als handelaar of bedrijf recht op de bepalingen uit het consumentenrecht? Dat klinkt gek, immers het is consumentenrecht en een handelaar of bedrijf is dat per definitie niet. Maar soms kan een bedrijfsmatig handelend persoon tóch consumentenbescherming claimen bij overeenkomsten die hij aangaat. Dit heet “reflexwerking”.

Het idee achter reflexwerking is dat er soms zo weinig onderscheid zit tussen een beroeps- of bedrijfsmatig handelend persoon en een consument dat het onredelijk zou zijn hen niet dezelfde bescherming te gunnen. Meestal speelt dit bij aankopen of abonnementen aangegaan door kleine zelfstandigen (zoals zzp’ers), maar ook bij verenigingen of stichtingen kan dit aan de orde zijn. Waar de grens ligt, is niet duidelijk. De jurisprudentie zegt dat het moet gaan om een ondernemer

die zich materieel niet van een consument onderscheidt en die in de uitoefening van beroep of bedrijf overeenkomsten sluit die buiten het gebied liggen van zijn eigenlijke professionele activiteit.

Daarbij geldt nog de grens dat een BV eigenlijk nooit reflexwerking kan claimen, ook niet als deze maar één bestuurder heeft.

Persoonlijk vind ik sympathiek de regel van Hendrikse dat reflexwerking moet gelden wanneer de verhoudingen tussen koper en verkoper ongelijkwaardig zijn, met name wanneer de wederpartij bijzonder veel ervaring heeft met dit soort overeenkomsten en de verkrijgende (kopende) partij niet. Maar dat is niet de huidige stand van de rechtspraak.

Een beroeps- of bedrijfsmatig handelend persoon kan als reflexwerking geldt zich op dezelfde bescherming beroepen als een consument zou krijgen in die positie. Of in ieder geval grotendeels, want reflexwerking hoeft niet per se meteen 100% van het consumentenrecht te doen gelden. En een automatisme is het zeker niet.

Belangrijk in de overweging is de vraag of je van de handelaar meer mag verwachten dan van de consument. Zo werd in deze zaak geoordeeld dat een eenmanszaak geen reflexwerking toekwam voor een abonnement op een informatiedienst, omdat

gelet op de diensten die [de wederpartij] aanbiedt kan niet gezegd worden dat deze zodanig buiten de deskundigheid van [de eenmanszaak] zijn gelegen, dat [de eenmanszaak] met betrekking tot het aangaan van de overeenkomst eenmet een particulier vergelijkbare positie inneemt. [De eenmanszaak] zal zich immers als professioneel ondernemer, met name nu hij geen personeel in dienst heeft, hebben te beraden over de mogelijkheden waarop hij voor zijn bestaande en potentiële klanten bereikbaar kan zijn en hoe hij klanten kan werven middels het verstrekken van bedrijfsinformatie.

Zodra een bepaald soort transactie dus hoort bij je normale activiteiten als ondernemer, kun je moeilijk nog claimen dat je bij die transactie net zo beschermd hoort te worden als consumenten. Maar ook dat is weer niet altijd zo, getuige deze zaak waarin een kleine ondernemer van een agressief opgedrongen contract afkon doordat via reflexwerking de Colportagewet mocht worden ingezet. Ook hier ging het om een informatiedienst voor bedrijven.

Er is nog meer jurisprudentie, met name op kantonrechtersniveau. Deze gaat voornamelijk over colportage, omdat daar kennelijk agressieve en misleidende acquisitie bij bedrijven het meeste voorkomt. En de colportagewet geeft een consument het recht om zo’n overeenkomst te annuleren, zodat het logisch is dat een klein bedrijf ook die bepalingen wil kunnen inroepen.

Het is nog nooit getest, maar gezien doel en strekking van de Wet koop op afstand lijkt het me niet meer dan redelijk dat deze lijn ook gehanteerd wordt bij koop op afstand met een (klein) bedrijf als koper in plaats van een consument. Immers, maakt het uit of je een boek of een printer verkoopt aan een consument of aan een bedrijf?

Update (7 december 2011) in dit vonnis wordt reflexwerking afgewezen, met mooie samenvatting van de juridische criteria:

[Reflexwerking geldt] indien de transactie waarvoor [A] is benaderd, buiten het kader van zijn beroepsactiviteiten valt, met andere woorden als [A] de transactie zou hebben afgesloten als particulier, om te voorzien in zijn privébehoeften (zie HvJEG 14 maart 1991, NJ 1993, 590). Daarvanis in dit geval geen sprake: uitgangspunt moet zijn dat [A] de overeenkomst ” op grond waarvan een laptop en internetverbinding ter beschikking zouden wordengesteld, technische bijstand zou worden geboden (helpdesk) en een website zou worden ontwerpen en gehost” is aangegaan ten behoeve van zijn klusbedrijf. Niet is gesteld of gebleken dat dit een privéaangelegenheid was.

Update (9 januari 2012) in dit arrest bepaalt het Hof Arnhem dat reflexwerking nooit geldt bij de Colportagewet, omdat de wetgever dat expliciet niet gewenst heeft.

In de wetsgeschiedenis van de Colportagewet is daar geen aanleiding voor te vinden. Zo wordt in de wetgeschiedenis vermeld dat overeenkomsten tussen ondernemers buiten de werkingssfeer van de regeling vallen … Ook in andere, meer recente wetgeving wordt alleen bescherming toegekend aan de consument zijnde de’natuurlijke persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf”.

Arnoud