Bij een vechtscheiding mag je geen foto’s van je kinderen twitteren, ook niet als BN-er

| AE 7431 | Privacy | 5 reacties

Wie in een echtscheiding bij de rechter zit, mag zich niet ondertussen op sociale media (of in roddelbladen of kranten) uitlaten over wat daar zoal gebeurt. Dat blijkt uit een arrest (via) van het Hof Amsterdam over de langlopende vechtscheiding van een Bekende Nederlander.

Ik aarzel of ik moet zeggen dat het om Emile Ratelband gaat, maar goed: de man was verwikkeld in een echtscheiding en diverse roddelbladen gaven daar aandacht aan. Hij werkte daaraan mee, onder meer door interviews te geven en op Twitter foto’s van hemzelf en de kinderen te plaatsen en teksten over zijn vrouw te plaatsen.

De rechter had in eerste instantie een verbod uitgesproken over het doen van mededelingen over zaken die te maken hadden met de echtscheiding, waaronder ook de kinderen worden gerekend. Dat kan, omdat de wet een expliciete geheimhoudingsplicht kent bij dergelijke procedures die met gesloten deuren worden gevoerd(art. 29 Rechtsvordering):

Het is aan partijen verboden aan derden mededelingen te doen omtrent: het verhandelde op een terechtzitting met gesloten deuren of een terechtzitting waarbij slechts bepaalde personen zijn toegelaten; (…).

Daartegen was hoger beroep aangespannen. Praten over je kinderen en wat je vrouw doet met de alimentatie is toch niet hetzelfde als lekken over de processtukken? Het Hof vindt echter van wel:

De uitingen zoals hiervoor weergegeven hebben grotendeels betrekking op juist de kern van het debat in de echtscheidingsprocedure, namelijk de omgangsregeling met de kinderen en de alimentatie. [appellant] handelt aldus wel degelijk in strijd met het verbod van artikel 29 Rv. Daaraan doet op zichzelf genomen niet af indien de uitingen ook in een ander verband dan ter terechtzitting zijn gedaan.

Het doet er daarbij niet toe dat hij geen smadelijke of onjuiste opmerkingen heeft gemaakt. De wet zegt dat je gewoon niets mag zeggen over de onderwerpen van zo’n zitting, ook niet als je het netjes houdt. Dat is nogal bot, maar gezien de gevoelige situatie bij zo’n rechtszaak wel te begrijpen. Tegelijk kan ik me ook ergens wel voorstellen dat je je behoorlijk gefrustreerd voelt als zoiets je gebeurt, en dat dan “je moet je mond houden” wel érg vervelend en gevoelloos overkomt.

Er waren ook foto’s van de kinderen op sociale media gezet. Dat heeft niet echt veel meer met de rechtszaak te maken, maar er was wel een geschil over: de moeder wilde het niet, de vader wilde het wel. Op zich beslissen de ouders over wat er gebeurt met de privacy (en persoonsgegevens) van hun kinderen. Maar omdat men daar hier niet uitkwam, beslist de rechter dan (art. 1:253a BW):

Het hof is van oordeel dat het plaatsen van beeldmateriaal van de kinderen in de (sociale) media in dit geval dermate ingrijpend is voor het leven van de kinderen dat, bij onenigheid daarover tussen de ouders die gezamenlijk met het gezag over de kinderen zijn belast, een gezagsvoorziening als bedoeld in artikel 1:253a BW getroffen dient te worden.

Er was al een “dringend advies” van de Raad voor de Kinderbescherming uitgebracht waaruit bleek

dat het uitermate schadelijk en stigmatiserend is voor de kinderen wanneer zij geconfronteerd worden met informatie uit de media aangaande de problematiek van partijen.

en dat lijkt me niet meer dan logisch. Het Gerechtshof volgt dat advies dan ook terecht. Het vonnis blijft in stand en hij mag niet meer twitteren over de echtscheiding, of interviews daarover geven, of foto’s van de kinderen delen op sociale media.

Maar de vrijheid van meningsuiting dan? Dat was in feite de kern van de klacht in hoger beroep. Die is niet onbeperkt: als er een wettelijke grondslag is voor een inperking daarvan, en die wet dient een legitiem doel én er is in feite geen andere keuze dan die inperking voor dat doel, dan mag het. Die wettelijke grondslag is er (art. 29 Rechtsvordering en 1:253a BW), en het legitieme doel is het beschermen van de wederpartij (en de kinderen) bij de scheiding is er ook. En dat dit verbod noodzakelijk is, vind ik eigenlijk vanzelfsprekend, hoe pijnlijk het ook is als je je mond moet houden over zo’n vervelende situatie.

Arnoud