Reparatiekosten bij een consumentenkoop

| AE 856 | Informatiemaatschappij | 19 reacties

Winkeliers brengen vaak kosten in rekening voor reparatie of vervanging van een gekocht product. Maar mag dat eigenlijk wel?

Wie een product zoals een wasmachine koopt, mag verwachten dat dit product werkt gedurende een bepaalde tijd, de economische levensduur. En als dat niet blijkt te kloppen, dan heb je als consument recht op vervanging of herstel (7:21 BW) van het product. Tenzij dat onmogelijk is of van de verkoper niet gevergd kan worden.

Bij die keuze geldt verder nog de beperking dat je niet mag kiezen voor iets waarvan de kosten in geen verhouding staan tot de kosten van uitoefening van een ander recht (7:21 lid 5). Dus bij een reparatie van 10 euro (afzuigen van stof in de ventilator van een laptop) mag je geen vervanging van een laptop van 1000 euro eisen.

Het venijn zit hem in de kosten. Reparaties kosten vaak geld, en vervanging natuurlijk helemaal. Maar de consument mag geen kosten in rekening worden gebracht voor de kosten voor het (weer) conform maken van het product (7:21 lid 2 BW). In principe heb je dus gedurende die economische levensduur recht op gratis herstel of vervanging. In principe, want natuurlijk (het is en blijft recht) zitten hier uitzonderingen aan. Reparaties die nodig zijn vanwege gewone slijtage, vallen bijvoorbeeld niet onder deze “wettelijke garantie”.

En het kan nog lastiger. Sommige reparaties zullen leiden tot een verlengde economische levensduur. Als na 6 jaar het verwarmingselement (een zwak onderdeel van wasmachines) wordt vervangen door een nieuw, zal de wasmachine langer meegaan dan de 10 jaar levensduur die je mocht verwachten.

De vuistregel is dat je bij een reparatie of vervanging na 4 van de 10 jaar 4/10e van het reparatiebedrag betaalt. Je krijgt er daardoor immers 4 jaar ‘bij’. En voor die ‘extra’ levensduur mag de winkelier dan een vergoeding vragen, zo schrijven o.a. de Consuwijzer, de Consumentenbond en de Ombudsman. De juridische rechtvaardiging hiervoor is dat je door de reparatie meer ‘genot’ van je product hebt dan je mocht verwachten. En als je meer krijgt, dan zul je moeten bijbetalen.

Dit lijkt een beetje op wat juristen “ongerechtvaardigde verrijking” noemen. Je wordt door de reparatie in zekere zin rijker, want je hebt nu een product dat 14 jaar meegaat in plaats van 10. En wie zichzelf verrijkt ten koste van een ander, moet die ander daarvoor een redelijke vergoeding betalen. Vandaar de betaling van 4/10e van de reparatiekosten. Professor Marco Loos schreef dit al in 2004 in zijn boek Consumentenrecht.

Het probleem is wel, deze redenering gaat in tegen de letterlijke tekst van de wet: “De kosten van nakoming van de [reparatie- of vervangings]verplichtingen kunnen niet aan de koper in rekening worden gebracht.”

Dus wat nu? Dan vragen we het aan het Europese Hof van Justitie, zo bedacht laatst een Duitse rechter. Deze regels komen immers uit een Europese richtlijn (1999/44/EG), en dan mag je vragen over de uitleg voorleggen aan het Europese Hof. We wachten nog op antwoord, maar de analyse van de advocaat-generaal lijkt te suggereren dat reparatiekosten niet mogen.

Doel van de richtlijn was immers de consument zo veel mogelijk beschermen. Alles dat deze bescherming omlaag haalt, of de consument terughoudender maakt om zijn recht te halen, is dan al snel verdacht. De winkelier moet een correct werkend product leveren, en als deze dat niet doet, heeft de consument recht op kosteloze reparatie of kosteloze vervanging. Elke bijdrage in de kosten zal de consument doen aarzelen om dit recht uit te oefenen, en daarom zou reparatie gedurende de gehele economische levensduur gratis moeten zijn. Ook als deze leidt tot een verlengde levensduur van het product.

Het zou dan ook onaanvaardbaar zijn dat de consument, die zijn contractuele verplichting correct is nagekomen, de verkoper, die zijn verplichting niet correct is nagekomen, een vergoeding zou moeten betalen voor het gebruik van het gebrekkige goed. Met het nieuwe goed ontvangt de consument enkel datgene waarop hij recht heeft, dat wil zeggen een goed dat in overeenstemming is met wat is overeengekomen. Er kan in casu dan ook totaal geen sprake zijn van een onrechtmatige verrijking van de consument.

De bovenstaande redenering over verrijking gaat dus niet op. Het is de schuld van de verkoper dat hij nu deze kosten moet maken, en die kosten mag hij niet verhalen op de consument. Ook niet als die al vier jaar van het product heeft mogen genieten. De ‘extra’ jaren zijn daarmee een mazzeltje voor de consument.

Afwachten dus wat het arrest zal zeggen! UPDATE (26 april): het arrest zegt dat het verboden is.

Is het iemand van jullie trouwens wel eens gelukt om een aanspraak op deze “wettelijke garantie” er door te krijgen? En zo ja, welk deel van de kosten moest je zelf betalen?

Arnoud

Deel dit artikel

  1. De economische levensduur van een artikel is hoe lang het artikel het ongeveer uithoudt, de tijd totdat het vervangen moet worden. Dat is natuurlijk afhankelijk van het product. Het zou objectief vast te stellen moeten zijn, een fabrikant zou moeten weten hoe lang een product meegaat. Maar het hangt ook weer af van de kwaliteit van de gebruikte onderdelen, een goedkoop strijkijzer en een A-merk hebben verschillende levensduren, en dat zie je ook weer in de prijs.

    Arnoud

  2. Als ik namens mijn bedrijf een product koop, wordt mijn bedrijf (B.V.) dan ook beschermd door die regels?

    De meeste reparaties/vervangingen die bij mij (priv?) gelukt zijn, werden door de verkoper als “coulance” gedaan, waarmee ze duidelijk willen voorkomen de indruk te wekken dat ze zich normaal aan de wet houden…

  3. Deze regels gelden ook voor bedrijven, maar je kunt in business-to-business relaties afstand doen van deze rechten. Je mag dus bijvoorbeeld een bedrijf iets verkopen zonder garantie, mits het kopende bedrijf dat goedvindt. Bij een consument kun je dat niet als verkoper.

    Bovendien heeft een consument het recht de koop te ontbinden bij zo’n nietconform geleverd goed, maar een bedrijf niet. Je kunt als bedrijf alleen vervanging of reparatie eisen.

    Arnoud

  4. Wie een product zoals een wasmachine koopt, mag verwachten dat dit product werkt gedurende een bepaalde tijd, de economische levensduur. En als dat niet blijkt te kloppen, dan heb je als consument recht op vervanging of herstel (7:21 BW) van het product.

    Een beroep slaagt alleen als het product non-conform is. (7:17 BW) Het bewijs hiervoor komt voor rekening van de eiser. (150 Rv) Echter vereist redelijkheid en billijkheid dat er binnen de garantie termijn een omkering van de bewijslast van toepassing is. (7:248 BW jo art 1 sub e Richtlijn 1999/44/EG)

    Buiten de garantie periode zul je dus naast het feit dat het product defect is ook moeten kunnen aantonen dat dit aanwezig was op het moment van aflevering. Daarvoor kun je bijvoorbeeld wijzen op een latente productie fout of de slechte geschiedenis van het product. Dat is lastig.

    De definitie die aan de economische levensduur wordt gegeven moet trouwens passen binnen het artikel over (non) conformiteit, met andere woorden: het moet een product eigenschap zijn. Statestiek ken drie methodes om dat te bepalen: het gemiddelde, mediaan en de modus. Stel er worden vijftien producten verkocht. De gegevens waarop deze stuk gaan bedragen: 4, 5, 6, 6, 6, 6, 6, 7, 7, 7, 7, 8, 8, 8, 8 jaren. Het gemiddelde is dan 6.6, de modus is 6 (want die komt het meeste voor) en de mediaan is 7. (het getal waarmee de groep in twee relatief evenwichtige subgroepen kunnen worden gesplitst) De fabrikant kan het product zwaarder belasting waardoor hij kan schatten van de gemiddelde levensduur zou zijn.

    De vuistregel is dat je bij een reparatie of vervanging na 4 van de 10 jaar 4/10e van het reparatiebedrag betaalt. Je krijgt er daardoor immers 4 jaar ???bij???.

    Dat is m.i. een onjuiste uitspraak. Bij vervanging is het nogal wiedes dat je 4 extra jaren er bij krijgt, maar dit geld niet voor herstel. De overige onderdelen zijn net zolang gebruikt en die kunnen er voor zorgen dat er geen of minder extra levensjaren zijn ondanks het vervanging van onderdelen van het product. Ik durf daarom stellig te beweren dat deze vuistregel niet bestaat voor herstel.

    Dit lijkt een beetje op wat juristen ???ongerechtvaardigde verrijking??? noemen. Je wordt door de reparatie in zekere zin rijker, want je hebt nu een product dat 14 jaar meegaat in plaats van 10. En wie zichzelf verrijkt ten koste van een ander, moet die ander daarvoor een redelijke vergoeding betalen. Vandaar de betaling van 4/10e van de reparatiekosten. Professor Marco Loos schreef dit al in 2004 in zijn boek Consumentenrecht.

    Die tekst (uit het boek) lees ik heel anders. Wie kiest voor vervanging terwijl herstel (veel) minder belastend is voor de winkelier verrijkt zich ongerechtvaardig (6:212 BW) en dus een schade vergoeding verschuldigd aan de winkelier. Dat gaat niet in tegen de tekst uit artikel 7:21 BW. De consument heeft immers de keuze tussen recht op herstel, tenzij dit onmogelijk of niet van de verkoper kan worden gevergd. Die verrijking is dan ongerechtvaardig omdat je er geen recht op hebt. De hoogte van die schade vergoeding is dan het absolute verschil van de kosten van herstel en vervanging.

    Trouwens, de proceskosten bedraagt tussen de 110 en 270 euro als ik de consuwijzer mag geloven. Mijn vraag is dan alleen waar moet je opletten als je naar de kartonrechter gaat zonder advokaat?

  5. Bovendien heeft een consument het recht de koop te ontbinden bij zo???n nietconform geleverd goed, maar een bedrijf niet. Je kunt als bedrijf alleen vervanging of reparatie eisen.

    Bedrijven kunnen rechten ontlenen aan artikel 6:88 BW en voor consumenten geld artikel 7:22 BW. In beide gevallen kun je niet zomaar direct de koop ontbinden. Voor schade vergoeding geld ook iets dergelijk. Bedrijven kunnen schade vergoeding eisen opgrond van afdeling 10 uit afdeling 1 van boek 6 en consumenten kunnen daarnaast aanspraak maken op 7:24 BW.

  6. Leuk om dit te lezen, ik schrijf op dit moment mijn scriptie over dit onderwerp.

    Paar kleine opmerkingen.vragen, in het arrest Quelle ging het om de vervanging (een geheel nieuwe oven) van het product en niet de reparatie. Daarnaast wordt er volgens mij nergens over een economische levensduur gesproken want daar spreek je over, je stelt dat gedurende de gehele economische levensduur van het product kosteloze reparatie/vervanging mogelijk moet zijn, waaruit trek je die conclusie? In het arrest ging het namelijk niet om de verlenging van de levensduur maar om het feit dat de koper een nieuwe oven ontving en de oude oven dus “gratis” had gebruikt tot dan toe.. de betaling was dus geen bedrag voor de verlenging van de ec. levensduur maar een betaling voor het gebruik.. een gebruiksvergoeding. Verder zegt het arrest niet dat het verboden is maar dat het in strijd is met de richtlijn. Verder een goed stuk maar ik zou wat genuanceerder te werk gaan zeker aangezien je dit online “publiceerd” en mensen dit als voorbeeld gaan gebruiken.

  7. Beste Lisa, dank je voor je reactie. Omdat de wet vervanging en reparatie als alternatieven noemt, en vervanging bovendien duurder uit zal vallen voor de winkelier, lijkt het mij dat wat geldt voor vervanging ook voor reparatie zal moeten gelden. Geen vergoeding bij vervanging, dan ook geen vergoeding bij reparatie. In beide gevallen is het product niet conform, en dat is blijkens Quelle het risico van de verkoper. De consument mag niets opgelegd krijgen dat hem kan afschrikken om zijn recht in te roepen. Dus ook geen reparatiekosten.

    Je hebt gelijk dat het arrest natuurlijk niet direct de Nederlandse praktijk verbiedt. Wel zal Nederland zich moeten gaan houden aan deze uitleg, dus je kunt nu als consument reparatiekosten gaan aanvechten met dit arrest in de hand.

  8. Ik heb een keer, al weer 3 jaar geleden een zonnescherm volledig gerepareerd gekregen (was al 3 jaar oud) welke door ondeugdelijke bevestiging was losgekomen van de muur. De garantieperiode bedroeg 1 jaar en in de kleine letters stond dat ik het scherm bij de leverancier moest afleveren. De leverancier had geleverd en de montage laten doen, heeft wel twee jaar gekost.

    Een magnetron na 3 jaar werd volledig vergoed, zelfde regeling (garantie 1 jaar) Een stereo installatie werd gratis gerepareerd na 4 jaar Harman Kardon (eerst telefoontje, lacherig, na brief geschrokken en snel excuus excuus) Een vaatwasser na 3 jaar (Ariston, nooit kopen) zelfde verhaal, ze proberen je altijd eerst naar de fabrikant door te sturen, gewoon biefje sturenb, schrikken ze echt van.

    100% score, vier gevallen, kost wel erg veel tijd.

  9. p.s. Arnoud, ik heb wel veel artikelen gelezen op dit gebied(dit artikel vindt ik het duidelijkst en goed genuanceerd),aanleiding was de brief van Peter de Vos in Radar van 22-12-2008 inzake de playstations 3, waarbij ik mijn twijfels had over de inhoud. Wij als Nederlanders mogen ons m.i. wel degelijk richten op deze Europese uitspraak. De mensen met een playstaion 3 kunnen zich ook verenigen (zijn er volgens Radar meer dan 300 binnen twee jaar defect geraakt) en gezamelijk tegen sony een proces aanspannen. De consumentenbond geeft daar een brochure over uit.

  10. Tsja, het is mij zelfs meerdere keren (voor anderen) gelukt om een beroep te doen op dit consumentenrecht. Het mooiste voorbeeld was het defect raken van een digitale decoder die mijn zwager icm (en hierin zat wat mij betreft de clou) een nieuwe digitale TV plus dvd speler, alle aansluitmateriaal etc in een aanbiedingspakket had gekocht. De verkoper was zo slim een tot 5 jaar extra garantieclausule aan mijn zwager te verkopen voor de tv!! Toen zij na een jaar en twee weken reclameerden dat de decoder defect was, kregen zij de gebruikelijke garantie voorbij blabla te horen, met de boodschap dat ze ook beter een duurdere decoder hadden gekocht.

    Mijn argumenten in een nette brief (voorbeeldbrief van consuwijzer als basis gebruikt) waren de volgende:

    -De verkoper was en is al terzakekundige aan te merken. -Deze heeft met het verkopen van de “tot 5 jaar extra garantie” de indruk gewekt dat de tv de zwakke schakel was en dat derhalve de rest van de combinatie die vijf jaar zonder extra garantie zouden functioneren. -Dat ik (mijn zwager) genoodzaakt ben extra geld uit te geven voor een duurdere decoder, mag ik logischerwijs verdisconteren met 4/5 van de aanschafprijs van de decoder die defect is geraakt omdat ik vind dat de verkoper in gebreke is gebleven en dat ik bij deze bereid wel ben de overgebleven meerkosten voor de nieuwe decoder te betalen, maar dat dit uit coulance van mij zou zijn.

    Uiteindelijk heeft mijn zwager de nieuwe (duurdere decoder mee gekregen in afwachting van de eventuele reparatie van het defect exemplaar. Binnen twee dagen kreeg hij een telefoontje of hij tevreden was met de nieuwe decoder omdat reparatie niet mogelijk bleek, met het verzoek een keer langs te komen om de nieuwe aankoop te bevestigen. Hij kreeg een nieuw garantiebewijs voor de decoder van 4 jaar en kreeg de meerprijs gecrediteerd op de bon.

  11. Wat een juristengeneuzel. Iedereen snapt, dat wanneer het verwarmingselement in de eerste maanden kapot gaat, dat je recht hebt op een nieuw zonder extra kosten, want dan deugt het product niet (het element dan). Gaat het na 4 jaar stuk, dan zou je een deel bij kunnen betalen. Gaat het na 9 jaar stuk, dan verleng je inderdaad de levensduur. Dat lijkt me iets, waar in de meeste gevallen koper en verkoper uit komen.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS