CPB rapport over stimuleren van open source

| AE 1489 | Innovatie, Intellectuele rechten | 14 reacties

Waarom maken zo weinig bedrijven open source? Is hier misschien sprake van marktfalen waarbij de overheid in zou moeten grijpen met bv. een actief stimuleringsprogramma? Dat was de vraag waar het Centraal Planbureau antwoord op probeert te geven in haar rapport Competition, innovation and intellectual property rights in software markets dat onlangs verscheen.

Allereerst: hoe stimuleer je innovatie? Om te innoveren, heeft een bedrijf prikkels nodig. De verschillende licentievoorwaarden van gesloten en open source zorgen voor verschillende prikkels. De prikkel bij gesloten software zit hem in de te verwachten opbrengsten uit directe verkopen: één keer schrijven, een miljoen keer verkopen is leuke winst. Bij open source ligt die prikkel wat moeilijker. De software zelf is lastig te verkopen. Je moet als ontwikkelaar een model opzetten waarbij je bijvoorbeeld dienstverlening of onderhoud aanbiedt. Daarover vond ik onlangs trouwens een heel aardig overzichtsrapport (PDF) van de Franse Association de promotion et de défense du Logiciel Libre.

Belangrijker dan die prikkels is of de markt wel goed werkt. Het rapport heeft het over de marktfalens – ja, vind ik ook een raar woord. Afijn. Men doelt vooral op het ontstaan van ongewenste marktmacht bij de partij die bepaalde software ontwikkelt. Wie software heeft met een sterk netwerkeffect en hoge kosten bij overstappen, heeft een sterke positie. Deze vorm van marktfalen doet zich vaak voor bij gesloten software, maar kan bijna niet bij open source omdat er per definitie geen leveranciersafhankelijkheid kan zijn als je zelf de broncode over kunt nemen en eender wie kunt inhuren voor onderhoud en ontwikkeling. Wat dat betreft, is open source dus een goede manier om deze vorm van marktfalen op te heffen.

Voor open source is een lastiger vorm van marktfalen de free riders, in goed Nederlands profiteurs. Wie kennis verspreidt, krijgt te maken met partijen die daar gratis mee aan de haal gaan zonder dat de ontwikkelaar van die kennis daar een beloning voor krijgt. Bij gesloten software is het moeilijk om kennis te misbruiken (die zit opgesloten in de software immers) en bovendien kan de ontwikkelaar met zijn auteursrecht (of octrooirecht) juridische stappen ondernemen. De open source-ontwikkelaar geeft de kennis weg en staat juist toe dat iedereen erop doorontwikkelt. De free riders kunnen dus meteen aan de slag.

De nuttige variant van profiteurs zijn de doorbouwers, zij die voortbouwen op wat er bestaat. Een mechanisme dat profiteurs tegen probeert te houden, zal ook doorbouwers afremmen. Dit is een bekend probleem in het auteursrecht: omdat de regels tegen overnemen zo streng zijn, is het ook moeilijk om legitiem gebruik te maken van andermans werk. De vraag is dus wat het beste is voor de markt: wil je graag veel doorontwikkelaars en neem je de profiteurs voor lief, of wil je profiteurs ten koste van eventuele vervolginnovatie tegenhouden. In het eerste geval wil je open, in het tweede geval gesloten software.

Het rapport sluit af met de bevinding dat de keuze voor open source de voorkeur verdient als:

  1. de leveranciersafhankelijkheid groot is, terwijl
  2. er in de ontwikkelingsfase geen specifieke, complementaire input tegen substantiële kosten ingekocht hoeft te worden, en
  3. vervolginnovaties sociaal wenselijk zijn maar er beperkingen zijn om die door middel van contracteren tussen ontwikkelaars tot stand te laten komen.

Ik meen daar tussen de regels door te lezen “Als u af wilt van Microsoft, dan kunt u maar beter inzetten op open source want die kunnen een net zo goed Officeproduct maken omdat ze weten waar ze heen moeten”. Jullie ook?

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Het blijft een vreemd verschijnsel Open Source. Als ik alleen al naar mezelf kijk zit er weinig lijn in mijn beleid. Voor een stuk Java programmatuur pak ik zonder aarzelen een Open Source library of framework (Glassfish, de Jetty…). Maar hoewel ik de Gimp op m’n Macje ge?nstalleerd heb, heb ik laatst toch maar gebruik gemaakt van de lage dollarprijs (en prijsverschil tussen Amerika en Europa) om “goedkoop” (grofweg voor een derde van de prijs) aan Photoshop te komen. De Gimp schijnt net zo goed te zijn. Maar toch… 😉

  2. Het probleem met open-source software waar van te voren in moet worden ge?nvesteerd -zoals bijvoorbeeld een OS- is dat je als ontwikkelaar niet zo veel voordeel hebt boven andere markpartijen. Na de ontwikkelingsfase kunnen klanten bij jou aankloppen voor service, maar net zo goed bij partij X die zich ook in jouw software heeft verdiept. Je moet dus de beste service leveren, maar dat jij de ontwikkelfase hebt betaald draagt daar niet zo veel aan bij.

  3. Als je geld wilt verdienen aan Open Source zul je het moeten zoeken in de waarde die je toevoegt, dat is duidelijk. En die waarde kan heel verschillende verschijningsvormen hebben maar het blijft wel allemaal gewoon IT. Misschien is er, als je het goed beschouwd, eigenlijk helemaal geen probleem. Open Source en gesloten source zijn wel “anders”. Maar er is niet noodzakelijk een van de twee “beter”. Gewoon stoppen met die stammenstrijd en mooie software gaan maken… 😉

  4. Goeie post! Ik ben over dit onderwerp een scriptie aan het schrijven. Wat vooral interessant is, zijn de business modellen die bedrijven gebruiken om, als ze kiezen voor open innovatie, toch geld te verdienen. Je positioneert je als bedrijf dan eigenlijk in een gesloten sector met open normen over kennisuitwisseling. Volgens het franse rapport schuiven de meeste bedrijven naar een service kant toe waardoor je niet zozeer een uitgever wordt van software maar eerder een service provider bij het oplossen van een bepaald probleem.

    Een aantal grotere bedrijven (unilever, philips) zijn ook al een tijd bezig met interne afdelingen die volgens open innovatie principes werken. Dit is niet helemaal hetzelfde als open source, deze bedrijven kiezen een soort gulden middenweg. “Wel open, maar niet naar iedereen” is het motto om het probleem te voorkomen wat je in de laatste alinea’s schetst. Vooral Chesbrough heeft hier veel over geschreven en is een sterke voorvechter van dit concept.

    Het blijft dat kennis een goed is wat zich vrij lijkt te bewegen door een samenleving. De hele samenleving lijkt daarvan te profiteren. Omdat we innovatie willen stimuleren proberen we allerlei juridische constructies uit die er voor zorgen dat kennis toch wordt gebonden en niet meer vrij kan bewegen. In dit licht is open source software een concept waar de overheid volledig achter zou moeten staan. De overheid verdedigt immers de rechten en plichten van de gehele samenleving? Wat is er nu beter dat kennis voor iedereen toegankelijk is zodat zoveel mogelijk mensen er van kunnen profiteren?

  5. Compleet eens met Hans: gewoon goede software maken!

    Lt. Marx: Kennis is een vreemd goed, je bent het niet kwijt nadat je het verkoopt… Kopi?ren van kennis is zo makkelijk! En moet de overheid in deze moeilijke tijden wel Open Source stimuleren; hangt er vanaf waar je vindt dat de overheid haar prioriteiten moet stellen: a) Economische groei (BNP) b) Welvaartsgroei (vrij besteedbaar inkomen) c) Welzijnsgroei (gezond en plezierig leven) (Zie dit als lange termijn doelen, kijk over perioden van twintig jaar of zo)

    Open Source kost geen geld, dus is (korte termijn) slecht voor het BNP, maar het maakt geld vrij voor andere investeringen (goed voor de welvaart). Voor welzijn weet ik het niet zo… Open Source vrijheid is goed voor programmeurs, maar hoe werkt dat uit voor de rest van de bevolking?

  6. Open source pakketsoftware levert de economie die het produceert niks op. Open source werkt prima bij levering van eenmalige maatwerksoftware of als je de software toch kopieert van een ander.

    Een groot nadeel van open source is dat het het ontwikkelen van pakket software uiteindelijk vermoord. Het gaat straks net als met games die op de PC steeds minder ontwikkeld worden maar steeds meer voor consoles. Straks krijg je voor een prikkie een gesloten computersysteem maar moet je betalen voor de software uit de bijbehorende iStore. Dat omdat dat de enige manier is waarop de software verkocht kan worden en er toch echt ook mensen zijn die wel geld aan hun softwareproduct willen verdienen.

  7. Laat ik vooraf stellen dat ik een intensief gebruiker ben van Open Source en Free Software. Zelf heb ik alleen linux machines. Ook mijn vrouw werkt met linux, al heeft zij bijvoorbeeld voor het maken van fotoalbums af en toe een windows virtual machine nodig.

    Toch hangen er veel mythes rond open source. Het genoemde leveranciersafhankelijkheid bijvoorbeeld is nog steeds van toepassing. Het ontstaat zodra er op aangeleverde systemen zelf wordt doorontwikkeld. Bijvoorbeeld alle ambtenaren met hele handige excelsheets. Die zijn in redelijke mate afhankelijk van excel, want IT management zal niet snel excel vervangen door OpenOffice Calc. Dit omdat zij de schaal hiervan niet kunnen overzien. De ambtenarenziekte gebrek-aan-ballen is hier natuurlijk ook nauw aan gerelateerd. Echter: andersom zou dat ook het geval zijn. OpenOffice Calc kan niet zomaar worden vervangen door een andere spreadsheet applicatie om precies dezelfde reden. De licentievorm van de gebruikte software doet dan niet echt ter zake.

    Arnoud, ik ben het zelden met je oneens, maar in dit geval toch wel: In open source bestaat er namelijk geen groep free riders. Iedereen is free rider. Elke gebruiker van open source software maakt ongemerkt deze software beter. Door hun use-cases worden bugs ontdekt, en het ontdekken van een bug maakt de software beter. Maar andersom ook: Gebruikers tonen aan dat de code die zij dagelijks (onbewust) uitvoeren geen bugs zitten. Massa zorgt voor stabiliteit van software.

    Ik zal nooit open source in het algemeen adviseren, enkel in specifieke gevallen waar dat duidelijk beter is. Firefox is bijvoorbeeld zo’n overduidelijk geval. Zonder over een bijzonder hoog kennisniveau te beschikken kan je firefox uitstekend gebruiken.

    Ik betwijfel of de overheid in staat is kennis te ontwikkelen en onderhouden om over te stappen op open source software. Ik zie vele grijze muizen met bebaarde witte TL-gezichten en bruine shag-vingers al steigeren bij de gedachte dat 15 jaar excel macro’s naar /dev/null kunnen verhuizen.

  8. Het is toch geen marktfalen als het moeilijk is om over te stappen van de ene leverancier naar de andere? Dat zit gewoon in de prijs verwerkt. Als Oracle weet dat een klant waarschijnlijk voor elk wissewasje de komende 10 jaar Oracle gaat bellen dan gaan ze heel ver omlaag t.o.v. bv. Microsoft om ervoor te zorgen dat je klant wordt. Dat begrijpen alle partijen, behalve het CPB dus, heel goed. In mijn bedrijf gebruiken we van alles door elkaar; een hele rits open source (OpenOffice voor de documentjes, Zimbra voor de agenda, Subversion voor versiebeheer, Apache als webserver), maar ook ontwikkeltools van Microsoft omdat die (in onze visie) gewoon beter zijn dan de open source varianten. T.z.t. stappen we vast over naar een Open Source variant, maar voorlopig is een beetje geld betalen aan Microsoft voor betere software (en veel meer informatie over die software, en makkelijker te leren, en veel programmeurs die ermee kunnen werken, etc, etc) beslist een betere optie.

  9. Iedere markt waar 1 partij een buitensporig groot aandeel heeft is verstoord. Stel dat 90% van de auto’s van het merk Opel zouden zijn, 5% Mercedes en 5% zelfbouw. Als deze situatie een tijdje zou bestaan, zouden er vanzelf moeilijkheden komen om over te stappen naar een ander merk. Er zijn allerlei regels om dit te voorkomen (toezichthouders), maar de in de software is dit historisch wel zo gegroeid. Daarom is er nu de vreemde situatie dat er de de-facto monopolist is, of “die andere optie”. Indien er minstens 3 commerciele OS-en zouden zijn, met allemaal een flink marktaandeel, zouden de voordelen van Vrije software een stuk beter uit de verf komen, omdat men toch al gewend is aan keus. Niet dat de wereld er dan echt beter aan toe zou zijn, met intercompatibiliteit van software en documenten, maar de marktwerking zou beter zijn.

  10. 99% gebruikte WordStar, toen gebruikte 99% WordPerfect en nu gebruikt een alsmaar krimpend percentage Word. AltaVista had de zoekmarkt in handen, en nu is het Google. MSX had kunnen winnen, maar het werd de PC. VHS won van Betamax, maar staat nu ook in het museum. Allemaal “opgelost” door de markt, door telkens het beste, goedkoopste of simpelweg slimst verkochte pakket te kiezen. Als 90% van de auto’s van het merk Opel zouden zijn dan maakt Opel blijkbaar h?le goede auto’s, maar dat betekent niet dat er geen “goede marktwerking” zou zijn of dat Opel monopolist zou zijn. Dat zou het zijn als Opel andere leveranciers ervan zou kunnen weerhouden toe te treden. Het is niet nodig dat er concurrentie is om voor marktwerking te zorgen, het gevaar dat er concurrentie kan komen zorgt er vanzelf voor dat bedrijven hun best blijven doen. Er is een reden dat je Windows voor 100 euro kunt kopen (een cent per uur na 5 jaar?) ipv 1000.

  11. @Casper (reactie 9)

    “Arnoud, ik ben het zelden met je oneens, maar in dit geval toch wel: In open source bestaat er namelijk geen groep free riders. Iedereen is free rider. Elke gebruiker van open source software maakt ongemerkt deze software beter. Door hun use-cases worden bugs ontdekt, en het ontdekken van een bug maakt de software beter. Maar andersom ook: Gebruikers tonen aan dat de code die zij dagelijks (onbewust) uitvoeren geen bugs zitten. Massa zorgt voor stabiliteit van software.”

    Hmmm… je hebt voor een deel gelijk. Ik werk zelf al jaren mee aan open source project en mijn ervaring is toch anders. Er is wel degelijk een onderscheid tussen wel of geen free riders (leechers).

    Het feit dat door massaal gebruik issues aan het licht kunnen komen, klopt voor een deel wel maar of ze daardoor opgelost worden niet. Veel ontwikkelaars komen issues tegen, maar in plaats van een nette patch te maken of zelf een uitbreiding terug te doneren houden ze die voor zichzelf. Dat recht hebben ze als de software onder LGPL valt, maar niet als het onder GPL zou vallen. Weinig gebruikers van FOSS doneren echter dingen terug. Alleen een issue vinden is voor mij niet genoeg. Dat doe je namelijk ook bij closed source software. Voor mij ben je nog steeds een free rider als je dit alleen maar meld en geen oplossing helpt te vinden of op een andere inhoudelijke manier het project helpt (b.v. zeer actief zijn in een forum)

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS