Terhandstelling van algemene voorwaarden via de website

| AE 2148 | Informatiemaatschappij | 15 reacties

Hoe geef je rechtsgeldig je algemene voorwaarden aan de wederpartij? Mag je verwijzen naar je website? Het blijft voer voor vele leuke discussies. Omdat ik met de update van mijn boek bezig ben, wil ik graag eens de uitspraken op een rijtje zetten en kijken wat jullie ervan vinden.

Rechtbank Maastricht 20 januari 2010, LJN BL1980:

Het enkel vermelden dat de algemene voorwaarden ‘staan vermeld op de website” van [eiser] is onvoldoende.

Rechtbank Zwolle 14 januari 2009, LJN BI3429:

[de] omstandigheid dat de algemene voorwaarden te vinden zijn op website van gebruiker is onvoldoende om te oordelen dat ze ter hand zijn gesteld

Gerechtshof Den Bosch 13 oktober 2009, LJN BL1921:

het gegeven dat de voorwaarden via de aangegeven website kenbaar waren [is] in dit geval toereikend

Rechtbank Haarlem 29 augustus 2007, LJN BB2576:

Het gebruik van het internet is in het huidige tijdsgewricht inmiddels zodanig ingeburgerd, dat het op elektronische wijze beschikbaar stellen van algemene voorwaarden naar het oordeel van de kantonrechter gelijkwaardig geacht kan worden aan de feitelijke terhandstelling daarvan.

Rechtbank Amsterdam 17 februari 2010, LJN BN0310 (dank, Branko):

In geschil is of de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld. Vast staat dat de voor akkoord ondertekende offerte een verwijzing naar de vindplaats van de algemene voorwaarden op internet bevat. Mede gelet op de aard van de door de wederpartij gevoerde onderneming is de rechtbank van mening dat in het onderhavige geval het op elektronische wijze beschikbaar stellen van de algemene voorwaarden gelijkwaardig geacht kan worden aan de feitelijke terhandstelling daarvan als genoemd in artikel 6:234 lid 1 sub BW.

Wat mij hierbij opvalt, is dat de rechtbanken die het idee “op je site is goed genoeg” afwijzen, dat uit principiële overwegingen doen: in de wet staat ter hand stellen, en dat betekent overhandigen, klaar. Een “redelijke mogelijkheid tot kennisnemen” bieden is niet genoeg (LJN BI3429, onder verwijzing naar HR 1 oktober 1999, NJ 2000, 207, Geurtzen/Kampstaal).

Rechters die het wél genoeg vinden, baseren zich op de specifieke omstandigheden: partijen doen zaken via internet, of “in dit geval” moeten ze toch wel bekend zijn geweest. Dat is op zich sympathiek maar heeft wel als nadeel dat het onduidelijker wordt of je je algemene voorwaarden wel goed aanbiedt. Daarom neig ik er toch naar om de strenge lijn vast te houden: je moet ze gewoon meesturen of tijdens het bestelproces als downloadbaar document aanbieden op zo’n manier dat de klant er niet omheen kan. Dan kán er geen discussie bestaan of ze wel van toepassing zijn.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. @Arnoud De door jou aangehaalde jurisprudentie gaat over het online aanbieden van a.v. bij een offline gesloten overeenkomst. Tot 1 juli was dit inderdaad niet zonder meer voldoende, sindsdien mogen a.v. ook in het geval van een off-line gesloten overeenkomst langs elektronische weg ter beschikking worden gesteld, mits de wederpartij daarmee uitdrukkelijk instemt. (6:234 lid 3 BW) Deze toestemming kan worden gegeven door het aanvinken van een hokje achter een daartoe strekkende verklaring op de overeenkomst. De verwijzing naar de online a.v. moet rechtstreeks zijn, dus met een dieplink. Het enkel vermelden van het adres van een website is onvoldoende omdat de wederpartij vervolgens op die website nog moet gaan zoeken naar de op haar toepasselijke algemene voorwaarden. (MvT, nr. 3 onder Artikel 6:234 BW)

  2. Het in de papieren overeenkomst opnemen van een (directe) link naar de website waar de voorwaarden staan lijkt blijkens de MvT niet voldoende:

    ‘Bij de eis van ter beschikking stellen kan gedacht worden aan het opnemen van de integrale tekst van de algemene voorwaarden in de bijlage van een e-mail of aan het opnemen van een internetlink in een e-mail, [mijn onderstreping] door middel waarvan de wederpartij in ??n klik de tekst van de op haar toepasselijke algemene voorwaarden kan raadplegen.’

    Er wordt dus een zekere actieve toezending verwacht van de gebruiker. Wel zou in de aldus toegezonden e-mail een rechtstreekse link naar de voorwaarden kunnen worden opgenomen.

    Het blijft echter ‘maar een MvT’; het is afwachten hoe de rechtspraak hiermee om gaat. Wat mij betreft zou de uitkomst mogen zijn dat het opnemen van de elektronische vindplaats in het contract voldoende is. Bij de huidige stand van zaken durf ik daar nog niet op te vertrouwen.


    Verder is het de vraag hoe uitdrukkelijk die toestemming van de andere contractspartij moet zijn. Ik neig er voor nu naar om een extra handtekening / paraaf te vragen voor de instemming. De authenticiteit van een vinkje in een daarvoor geschikt hokje is m.i. een stuk lastiger aan te tonen.


    Uit het feit dat een wetswijziging nodig is om elektronisch ter hand stellen van voorwaarden in ‘papieren overeenkomsten’ mogelijk te maken, blijkt overigens dat uitspraken die dat al eerder toestonden dus fout zijn geweest. De vorige tekst van 6:234 BW bood die ruimte naar mijn mening ook niet.

  3. @3 “Kan gedacht worden aan” geeft aan dat er een voorbeeld volgt, het toezenden per email is voldoende maar niet noodzakelijk. De wetgever heeft een onderscheid gemaakt tussen ter beschikking stellen en toezenden, 6:234 lid 2 BW:

    De gebruiker heeft tevens aan de wederpartij de in artikel 233 onder b bedoelde mogelijkheid geboden, indien hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld op een zodanige wijze dat deze door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij heeft bekend gemaakt waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen, alsmede dat zij op verzoek langs elektronische weg of op andere wijze zullen worden toegezonden.
    Vereist is dus dat aan de wederpartij bekend word gemaakt waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen (een URL), toezenden (een email) hoeft alleen op verzoek.

    Een vinkje is voldoende, een handtekening/paraaf is niet nodig:

    De eis van toestemming moet nadrukkelijk onder de aandacht worden gebracht. Instemming met algemene voorwaarden waarin een bepaling is opgenomen dat wordt ingestemd met een elektronische akte voldoet dus niet aan de eis van uitdrukkelijke toestemming. De toestemming kan bijvoorbeeld worden gegeven door het aanvinken van een hokje achter een daartoe strekkende verklaring op de koopovereenkomst, de verzekeringsovereenkomst of op een afzonderlijk formulier. (MvT, nr. 4 onder Artikel I)

  4. Ik bedenk opeens een leuke situatie: via een website doe je een (nu) bestelling, nadat je eerst de AV hebt gedownload en zelf hebt afgedrukt. Deze is gedateerd op 1 juli 2010. Je doet je bestelling en bij je bestelling zit een kopie van de AV, maar met datum 30 november 2009! Die kopie is natuurlijk niet rechtsgeldig want die is te laat geleverd. Maar de electronische versie heb je op tijd kunnen inzien en als de enige verschillen een paar typ- en spelfouten zijn dan zouden er weinig problemen moeten zijn, toch?

    Maar kun je op grond van deze verschillen tussen de electronische versie en de kopie die bij de bestelling zat ook meteen deze AV volledig afwijzen? Of zijn hoe dan ook de nieuwe AV van toepassing?

    Overigens, is er een site waar je snel en eenvoudig je eigen AV kunt laten samenstellen zonder al te veel kosten? (Of zelfs zonder kosten?)

    En verder, wanneer heeft een website eigenlijk een AV nodig? Is deze b.v. ook nodig als je om donaties vraagt i.p.v. diensten aanbiedt of spullen verkoopt? En mag je op een Nederlandse site naar de AV verwijzen met een engelstalig woord zoals Disclaimer (of een ander woord) of kunnen bezoekers dan beweren dat de AV onjuist wordt aangeboden en dus niet gelden? 😉 (Okay, disclaimers zijn geen AV’s maar vind het een leuk voorbeeld. 😉 )

  5. @5 In principe zijn de a.v. zoals ter beschikking gesteld bij het sluiten van de overeenkomst geldig, het zou echter onredelijk en in tegenspraak met het doel van de regeling zijn dat de gebruiker zich zou kunnen beroepen op de niet-toepasselijkheid van a.v. die hij zelf later heeft verstrekt.

    Een disclaimer is een (stel) algemene voorwaarde(n) waarin aansprakelijkheid wordt beperkt, dit kan overigens maar in beperkte mate (6:236 sub h en 6:237 sub e BW). Het gebruik van het Engelse woord ‘disclaimer’ op een Nederlandstalige website is geen probleem, het is normaal spraakgebruik.

  6. @4 De strekking van het nieuwe artikel 6:234 BW is niet heel veel anders dan het oude artikel. Uitgangspunt is dat de voorwaarden ter hand (of nu: via elektronische weg ‘ter beschikking’) worden gesteld, tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is.

    Het bekend maken waar langs electronische weg van de voorwaarden kennis kan worden genomen, is uitsluitend voldoende als de hiervoor genoemde uitzondering zich voordoet. Dus alleen als terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk is. Derhalve is verwijzing naar de website over het algemeen niet voldoende.

    De verwijzing naar de website zoals die in de MvT wordt genoemd, is waarschijnlijk ingegeven vanuit de gedachte dat het via de mail verschaffen van een directe link niet heel veel meer handelingen van de ontvanger vergt dan het toezenden van de voorwaarden als bijlage bij een mail.


    Het citaat m.b.t. het vinkje ziet op 156a Rv en is dus niet hetzelfde als de onder 6:234 vereiste instemming. Gelet op de context ziet dit waarschijnlijk op een ‘elektronisch vinkje’ en niet een ‘papieren vinkje.

    Dat neemt overigens niet weg dat een vinkje op zich voldoende zou kunnen zijn. Dat betwist ik overigens ook niet. Alleen bewijstechnisch zie ik risico’s als alleen een vinkje wordt gezet. Zoals gezegd is de authenticiteit daarvan zich minder makkelijk vaststellen.

  7. @7 Op de vraag in hoeverre het ter hand stellen van algemene voorwaarden in schriftelijke vorm dient te geschieden antwoordde de minister:

    Algemene voorwaarden hoeven niet onder alle omstandigheden schriftelijk ter hand te worden gesteld. Op grond van het huidige artikel 6:234 BW kunnen algemene voorwaarden in beperkte gevallen ook langs elektronische weg ter beschikking worden gesteld. Het elektronisch ter beschikking stellen van algemene voorwaarden is naar huidig recht echter alleen toegestaan indien de overeenkomst elektronisch tot stand komt. In het wetsvoorstel worden de mogelijkheden voor het elektronisch ter beschikking stellen van algemene voorwaarden verruimd. Op grond van het wetsvoorstel is elektronische terbeschikkingstelling van algemene voorwaarden ook toegestaan indien de overeenkomst niet elektronisch tot stand komt, mits de wederpartij uitdrukkelijk met de elektronische vorm heeft ingestemd.
    Het is alleen vereist dat de wederpartij instemt, niet dat terhandstelling onmogelijk is.

    Het citaat beschrijft inderdaad hoe de uitdrukkelijke instemming met een elektronische onderhandse akte kan worden gegeven, er is geen reden om bij algemene voorwaarden hogere eisen te stellen. De uitleg die de minister gaf bij 156a Rv is ook van toepassing op 6:234 BW

    Het verlenen van instemming vergt een verklaring. Artikel 3:37, eerste lid, BW bepaalt dat verklaringen in iedere vorm kunnen geschieden en in een of meer gedragingen besloten kunnen liggen, tenzij anders is bepaald. Instemming kan in beginsel dus uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden. In de wet kan echter worden bepaald dat een instemming alleen uitdrukkelijk kan worden gegeven. Het voorgestelde artikel 156a, tweede lid, BW is een voorbeeld van een dergelijke bepaling. Dit artikel vereist dat de instemming met een elektronische onderhandse akte die op grond van de wet moet worden verschaft, alleen uitdrukkelijk kan worden gegeven. Uitdrukkelijke instemming vereist, anders dan een stilzwijgende instemming, een handeling van degene die de instemming geeft. Een aanvraagformulier voor een verzekering waarin staat dat ingestemd wordt met een elektronische polis tenzij de aanvrager uitdrukkelijk op het aanvraagformulier aangeeft daarmee niet in te stemmen, is een voorbeeld van stilzwijgende instemming. Deze wijze van instemming voldoet dus niet aan de eisen van het voorgestelde artikel 156a, tweede lid, Rv. Van uitdrukkelijke instemming is wel sprake wanneer op een aanvraagformulier een verklaring staat opgenomen die luidt dat de verzekeringnemer instemt met een elektronische polis en daarachter een hokje staat dat wordt aangevinkt door de verzekeringnemer.
    Bewijstechnisch verandert er niet zoveel met deze wet, een aangevinkt vakje achter een verklaring dat de a.v. ter hand zijn gesteld kent dezelfde risico’s.

  8. Hoe langer ik hierover nadenk, des te meer raak ik er van overtuigd dat websites dit probleem eenvoudig kunnen oplossen, simpelweg op dezelfde manier zoals een supermarkt gebruik kan maken van een klantenkaart. Je laat gebruikers namelijk gewoon registreren voordat ze iets kunnen aankopen. Dus je krijgt een nieuwe bezoeker en die gaat winkelen. Winkelmandje is op een gegeven moment vol en men gaat afrekenen. Op dat moment is er nog geen koop-overeenkomst en je hebt nog geen registratie-gegevens dus laat je de gebruiker zijn gegevens invoeren terwijl je ook de AV aanbiedt op de registratie-pagina. Een checkbox Accoord die default uitgevinkt is moet aangechecked worden om aan te geven dat de nieuwe gebruiker accoord gaat met de AV. Of ze deze lezen of niet is hun eigen zaak, maar aanchecken betekent dat ze deze accepteren. En daarna ga je verder met afrekenen en wordt de koop dus afgesloten. Dit lijkt mij een waterdicht systeem, toch? Gewoon zorgen dat bezoekers zich moeten registreren. En het enige wat je van die bezoekers eigenlijk nodig hebt is een speciale identificatie-token waarmee je ze herkent. Maar die token moet de bezoeker wel zelf om vragen. Extra gegevens zoals email adres, naam, gebruikersnaam, wachtwoord, telefoon, huwelijkse status, geslacht (ja/nee) of wat dan ook is alleen maar extra informatie.

  9. @7 Wellicht ten overvloede, maar in “indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is” in 6:234 lid 2 BW verwijst ‘dit’ terug naar het voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking stellen. In andere woorden: Als het niet mogelijk is om voor of bij het sluiten van de overeenkomst de a.v. ter beschikking te stellen langs elektronische weg op een dusdanige manier dat ze kunnen worden opgeslagen, dan mag ook worden volstaan met het aangeven waar deze online kunnen worden gedownload en dat ze op verzoek per email zullen worden toegezonden. Wanneer er offline een overeenkomst wordt gesloten dan kunnen online a.v. niet op een zodanige wijze ter beschikking worden gesteld dat deze door de wederpartij kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming. Wanneer er online een overeenkomst wordt gesloten dan kunnen (en dus moeten) de a.v. voor het afronden van het bestelproces ter beschikking worden gesteld.

    Dat er weinig eisen worden gesteld m.b.t. het aanvaarden wordt door de minister onderkend:

    De praktijk leert overigens dat van algemene voorwaarden zelden kennis wordt genomen ongeacht de vorm waarin zij worden aangeboden. De artikelen 6:231???234 BW houden met die realiteit rekening doordat hierin het accent vooral ligt op een inhoudelijke toetsing van algemene voorwaarden en niet op het stellen van strenge eisen aan de aanvaarding van deze voorwaarden door de wederpartij. […] Zie ook artikel 6:232 BW, dat bepaalt dat de wederpartij ook dan aan de algemene voorwaarden gebonden is als bij het sluiten van de overeenkomst de gebruiker begreep of moest begrijpen dat de wederpartij de inhoud daarvan niet kende.

  10. @8 Dit stel ik ook niet ter discussie. Nogmaals; uitgangspunt van het artikel blijft hetzelfde als van het ‘oude’ 6:234 BW. De voorwaarden moeten ter hand worden gesteld. Nu is daaraan toegevoegd dat ze in plaats daarvan ook elektronisch ter beschikking mogen worden gesteld bij ‘papieren’ overeenkomsten.

    Waar het echter om gaat is dat aan de eis van het ‘elektronisch ter beschikking stellen’ niet wordt voldaan door het in de papieren overeenkomst opnemen van het adres van de website (lees: webadres waarmee je direct bij de voorwaarden uitkomt) waar de voorwaarden staan.

    Het opnemen van zo’n link is namelijk het aangeven ‘waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen’. Dat is, aldus de tekst van artikel 6:234 BW, alleen voldoende in de uitzonderingsgevallen, als eerder genoemd.

  11. @11 Zie mijn reactie in @9 (een minuut voor de jouwe geplaatst).

    @12 Het toesturen van een link is ook geen terhandstelling, maar ‘bekend maken waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen’. Dat mag alleen wanneer de klant hiermee akkoord gaat, wanneer dit niet het geval is zal hem een papieren exemplaar moeten worden overhandigd.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS