Is een iPhone een telefoon?

| AE 2413 | Ondernemingsvrijheid | 64 reacties

iphone-tomtom-navigatie.jpgEen lezer vroeg me:

Vorige week werd ik op de snelweg aangehouden omdat ik zou hebben zitten bellen achter het stuur. Dat was niet zo: ik was de navigatie op mijn iPhone opnieuw aan het instellen. Dat mocht echter niet baten volgens de agenten. Een iPhone is een telefoon, en het maakt niet uit of je aan het bellen bent of iets anders. Maar je navigatie-apparaat instellen is toch heel wat anders dan zitten te bellen?

Op het gevaar nu écht als Koos Spee te klinken: artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) verbiedt bestuurders van een motorvoertuig tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Het is expliciet niet nodig dat je daadwerkelijk telefoneert. Dit is zo vastgelegd om te voorkomen dat de politie moet bewijzen dat je een gesprek aan het voeren was, wat vaak erg onpraktisch is.

Natuurlijk kun je met een iPhone meer dan alleen bellen, maar dat maakt hier niet uit. De wetgever bedoelt met “mobiele telefoon”

een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare telecommunicatiediensten

en het lijkt me evident dat een iPhone daar ook onder valt. Een iPod touch met navigatie kan niet bellen en valt buiten het verbod.

In april 2010 werd een man vrijgesproken omdat het bedienen van zijn TomTom niet onder dit wetsartikel viel. Dat de afstandsbediening via Bluetooth werkte, deed daar niet aan af. Hoewel Bluetooth een draadloze elektronische communicatiedienst is, is het geen “openbare telecommunicatiedienst”. Daarmee is de afstandsbediening nog geen mobiele telefoon. Ook niet trouwens als deze een daadwerkelijke telefoon bedient.

Verder was bij de invoering van deze regeling het oorspronkelijke voorstel geschrapt om naast een telefoon ook het vasthouden van “een op een mobiele telefoon gelijkend voorwerp” te verbieden. Zo’n breed verbod zou zijn doel voorbij schieten, aldus het ministerie destijds. Dan kan men niet nu alsnog optreden tegen afstandsbedieningen en navigatie-apparatuur natuurlijk.

Ik vraag me nog wel af hoe het zou zitten met een iPhone waarbij de telefonie-functie is uitgeschakeld en/of de simkaart is verwijderd. (Werkt een iPhone nog zonder simkaart?) Het toestel is dan niet meer geschikt om mee te bellen, hoewel het natuurlijk nog wél bestemd is om mee te bellen. Omgekeerd zou mijn laptop (met HSDPA-stick) ook een “telefoon” zijn omdat deze de openbare telecommunicatiedienst “3G internet” gebruikt.

Met dergelijke redeneringen komen we wel een heel eind in giecheltoets-land. En er ís me een partij onzinnige argumenten aangevoerd tegen boetes voor overtredingen van dit verbod. Zo werd het dronken-aardbei-argument dat dit artikel ongeldig is omdat de keuze voor mobieltjes willekeurig is en het vasthouden van eten, drinken of andere voorwerpen ook gevaarlijk is, gelukkig wel verworpen. Net als “ik hield hem niet vast, hij zat met een bandje om mijn pols / geklemd onder mijn hoofddoek“.

Tentamenvraag: mag een rijinstructeur tijdens de rijles een telefoon vasthouden terwijl de leerling aan het rijden is?

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Zo te zien is er al erg uitgeweid over dit onderwerp en de vraag… 😛

    Wat betreft de tentamenvraag: Hiervoor komt artikel 61 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 inderdaad gewoon aan te pas:

    Artikel 61a Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of gehandicaptenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden- dus ook sms’en, mailen etc zou ik zeggen.

    De wetgever heeft hier bewust neergezet hij die het voertuig bestuurt, en niet de bestuurder. Dit betekent dat hij die aan het stuur zit niet mobiel mag bellen. De rij-instructeur mag dit dus wel, tenzij hij zich zodanig gedraagt dat hierdoor de veiligheid op de weg in gevaar kan worden gebracht….

    Dit artikel richt zich tot degene die een motorvoertuig, invalidenvoertuig of bromfiets bestuurt. Grappig dat het verbod zich niet uitstrekt tot fietsen omdat deze, gelet op het geringe gewicht van een fiets (tegenover een auto) en de beperkte snelheid die ermee kan worden bereikt, aanzienlijk minder gevaar op de weg oplevert. Overigens blijft artikel 5 WVW 1994 hier ook van toepassing. Dat ook hier betekent dat indien een fietser door het gebruik van een mobiele telefoon gevaar of hinder op de weg veroorzaakt, hij een strafbaar feit pleegt en daarvoor kan worden veroordeeld.

    Maar dus mooi geen navigatie meer checken onderweg (als ik achter het stuur zit) 😉

  2. @Gwen, mooie redenering maar fout. Maar laat ik het anders formuleren: mag een rij-instructeur dronken zijn tijdens de rijles? Ja, de leerling heet Bob… Antwoord: nee. Want ook al zit de instructeur op de bijrijders-stoel, hij geeft van die plek rij-instructies en aanwijzingen die de leerling opvolgt. Ofwel, de instructeur bestuurt de auto. Het gaat om het besturen of doen besturen van de auto.

    Volgens mij mag je ook niet mobiel bellen op de fiets, omdat ook fietsers beschouwd worden als bestuurders. Het artikel 5 kapstok-artikel komt hierbij van pas om de betreffende fietsers een rijverbod te geven. (Rijbewijs innemen kan meestal niet.) Maar goed, fietsers zijn extreem mobiel en hebben geen kentekenplaat waarmee de bestuurder te achterhalen is. Dat maakt fietsers erg lastig om op te pakken… (Maar een beetje motor-agent lukt het wel.)

  3. @Wim: Gwen heeft wel degelijk gelijk! Dit zit hem in de zeer subtiele bewoordingen van artikel 61a RVV dat spreekt van “degene die bestuurt”. Die term is niet synoniem met “bestuurder” omdat dat een gedefinieerde term is (zie artikel 1 sub f RVV). En als je die definitie leest, dan zie je dat de rijinstructeur w?l bestuurder is (item 2) maar niet “hij die het motorvoertuig bestuurt”.

    Omdat de rijinstructeur niet diegene is, kan hij artikel 61a RVV niet schenden.

    Wel kan hij via artikel 5 WVW worden aangepakt mits er sprake is van (potentieel of daadwerkelijk) gevaar of hinder. Maar het enkele vasthouden van een telefoon levert niet in alle gevallen potentieel of daadwerkelijk gevaar of hinder op.

  4. Een vraag die je jezelf kan afvragen is of je per se op de bestuurdersstoel moet zitten, wil je de ‘auto besturen’. Immers, een rij-instructeur heeft op zijn minst een koppeling en rem tot zijn beschikking. En wanneer het er aan toe komt, grijpt hij zelfs in door het stuur stevig vast te pakken.

  5. @Diego Maar bij bedrijfs-feestjes wordt rustig alcohol geschonken! En bij een zakelijk diner kan het ook voorkomen dat er alcohol wordt gedronken. Het gaat dan overigens niet om complete dronkenschap maar om een alcohol-percentage dat net te veel is om mee te mogen rijden. Twee glazen bier of zo. Niet dronken op je werk komen is meer een sociaal taboe dan een wettelijk taboe. Niet drinken tijdens werktijd, tja… Een stel denen in een Deense bierbrouwerij ging staken omdat ze niet meer bier mochten drinken! Alleen nog maar tijdens de pauses, en dat vonden ze maar vervelend. 🙂 Desondanks is er een klein aantal werknemers (PDF) die denkt dat drinken tijdens werktijd geen probleem hoeft te zijn, en dit dus ook doen! En er zijn natuurlijk bedrijven die de week op vrijdag-middag afsluiten met een wekelijkse borrel en daarvoor hebben ze dan naast fris ook bier en/of wijn klaar staan. Niet alle bedrijven doen dit, maar er zijn er genoeg die op deze manier “gezellig” de week afsluiten.

    Maar volgens mij is er pas sinds april 2010 een alcohol- en drugspreventie-maatregel opgelegd aan werkgevers.

    Alcohol tijdens werk? Het gebeurt!

  6. @Wim: Ja, zeker weten. De wet definieert “bestuurder” als hetzij de daadwerkelijk aan het stuur draaiende persoon, hetzij de instructeur die ernaast zit. En iemand die onder het kopje “instructeur” valt, kan per definitie niet meer ook de daadwerkelijk bestuurder zijn. Anders zou de definitie zinloos zijn: als je zegt “X = A of B”, dan kan iemand die bestuurder is om reden B niet ook vanwege A het zijn.

    Artikel 8 lid 2 WVV (alcoholverbod) spreekt van “een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen”. En de instructeur is dus ‘bestuurder’ in de zin van het deel na de ‘of’. Hij bestuurt het voertuig niet maar doet het besturen.

    Idem artikel 5 dat spreekt van “een ieder verboden zich zodanig te gedragen”. Een instructeur die dronken naast een leerling zit, gedraagt zich op een zekere manier en die manier kan gevaar opleveren.

  7. En de instructeur is dus ???bestuurder??? in de zin van het deel na de ???of???. Hij bestuurt het voertuig niet maar doet het besturen.
    Even de giechel-test falen: Stel dat iemand dronken een taxi bestelt… Die chauffeur bestuurt de auto dan in opdracht van de klant. Is dat dan ook “doen besturen”? 🙂

    Giechel. Zie je wel, gefaald! 🙂

    Toch opvallend dat “bestuurder” dus op twee manieren opgevat kan worden…

  8. @ Franc, 62. Helemaal mee eens! Ik zocht een voorbeeld waar vaak – in dat programma – over getwist wordt, maar ik ben het eens dat er gevaar is. Al vind ik een boete soms wel te ver gaan. Zouden ze ook zo omgaan met een wheelie op de fiets;)?! Het is inderdaad niet alleen gevaar voor anderen, ook jezelf.

  9. Discussie over rijinstructeur of ander apparaten zijn leuk. Maar de betreffende wet heeft het toch alleen over vasthouden? Je routeplanner instellen op je telefoon die vast in de houder zit mag toch wel?

    Maar goed, de inzender zal de telefoon waarschijnlijk wel gewoon even vast gehouden hebben. Anders had de agent het waarschijnlijk niet eens gezien. Het lijkt met knap lastig om met ??n hand de telefoon vast te houden en instellingen te veranderen. Wel zo lastig dat daar naar mijn mening inderdaad wel een boete voor gegeven mag worden.

    Aangezien de inzender al een uitvlucht probeert te zoeken in de richting van telefoon==tomtom, neem ik aan dat de telefoon daadwerkelijk vastgehouden werd (en dat lijkt me de bekende giegel-toets toch echt niet te doorstaan). Dan moet je toch maar even een houder kopen/maken.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS