Open draad: Wat is internetrecht nu eigenlijk?

| AE 5789 | Informatiemaatschappij | 19 reacties

tros-wondere-wereld-chriet-titulaer-computer-mac-internet.jpgDeze week ben ik met vakantie (en morgen weer terug). Vandaag geen gastpost maar een wat filosofischer aanzet tot een open discussie: wát is internetrecht, en wat moeten we ermee?

Deze blog heet “Internetrecht”, dus alles wat ik hier beschrijf valt onder dat kopje. Zou je denken. Want wat is dan de definitie? Ik kom er niet uit. Het doet me denken aan de discussie rond de term cybercrime: wanneer is iets cybercrime, zodra het met een computer wordt gedaan? Dan is iemand doodslaan met een laptop ook cybercrime. Dat kan niet waar zijn. Iets logischer lijkt me “wanneer het zonder computer (redelijkerwijs) niet mogelijk is”: inbreken in een database is dan wél cybercrime maar iemand doodslaan met een laptop niet. Maar die “redelijkerwijs” maakt het meteen fuzzy: is kinderporno via Usenet nu cybercrime, en hoe zit het met afluisteren van een Skypegesprek? Is het gebruik van die technologie doorslaggevend of toevallig?

Een mooiere term vind ik ‘informatierecht’. Het informatierecht bestudeert de juridische beginselen die de randvoorwaarden vormen voor een vrije informatiemaatschappij, zoals Egbert Dommering het mooi omschreef (PDF) in 2000. De informatiesamenleving is een samenleving waarin ‘informatie’ een van de belangrijkste productiefactoren is, zo opent zijn standaardwerk Informatierecht. In die samenleving is dienstverlening de centrale factor, waarbij dienstverleners een hoog kennisniveau hebben. Kennis is geld.

Er kan zelfs sprake zijn van een technocratie: de samenleving is ingericht op de beheersing en controle van technologie (een geheel van overeenkomstige technische toepassingen). Die beheersing en controle doen me gelijk denken aan Lessig’s uitspraak “Code is Law”: systemen worden zo gebouwd dat bepaalde dingen wel en niet mogen, en hoe die systemen werken is dan vervolgens de wet. Nee, sorry, je mag geen grappige home video uploaden want daar horen we een nummer van Prince op de achtergrond, auteursrecht hè. Dat werk.

In de informatiesamenleving signaleerde Dommering drie grondrechten, drie krachten die elkaar beïnvloeden: de informatievrijheid, de privacy en het auteursrecht/IE. Bij informatievrijheid gaat het om informatie mogen vergaren en verspreiden, terwijl privacy en auteursrecht juist proberen verspreiding aan banden te leggen om andere belangen te verdedigen. Privacy dient dan het belang van de burger, en auteursrecht het belang van de informatieproducent (ik hoor nu meteen mensen boos hun toetsenbord grijpen).

Ik denk dat er nog een vierde bij hoort: de ondernemersvrijheid, het grondrecht om producten en diensten aan te bieden tegen betaling (of gratis, tegen advertenties dus). Internet is immers niet zomaar een netwerk, het is uiteindelijk een kluwen aan bedrijven en instellingen die er dingen mee doen en daarmee geld willen erdienen. Die informatiediensten, kennisdiensten van Dommering. Gek genoeg lijkt ‘ondernemersvrijheid’ geen grondrecht te zijn, het staat althans niet in de basiswerken over dit onderwerp.

Maar, zoals Hugenholtz in een noot bij het Sabam-arrest al signaleerde, het speelt wel een belangrijke rol in de praktijk – zoals in die Sabamzaak, waar internetprovider Scarlet niet hoefde te filteren omdat dat “een ernstige beperking van de vrijheid van ondernemerschap van de betrokken internetprovider” zou opleveren.

Die vier krachten leveren een spanningsveld op waar je zo ongeveer elk probleem binnen het internetrecht in kunt plaatsen. Het hele internetauteursrechthandhavingsverhaal werd vaak in de context van informatievrijheid gegoten: de free flow of information wordt gehinderd, we moeten toch vrijelijk kunnen praten over nieuwe films en daarin fragmentjes opnemen, of we mogen toch zeker wel linken naar een torrent? Maar met die argumenten krijg je alleen in uitzonderlijke gevallen dingen rechtgepraat. In feite is dit een ondernemersvrijheidsding: je moet informatie kunnen verkopen, informatie is de brandstof van internet. En het auteursrecht knijpt die informatie héél erg af, creëert monopolisten in de leveringsketen en beperkt daarmee de vrijheid van de afnemers/verkopers. (Voordat ik weer naar m’n hoofd krijg een cardcarryingpiratenpartijfundamentalist te zijn: ‘beperking’ is hier een neutrale term.)

Ander voorbeeld: Informatievrijheid kan botsen met de ondernemersvrijheid, en dat uit zich bijvoorbeeld in het onderwerp netneutraliteit. De gebruiker wil toegang tot alles, de ondernemer wil veel verdienen en dat gaat beter met tolpoortjes en dure hogesnelheidslijnen. Een heel andere plek waar dit kan botsen is de spontaan muterende algemene voorwaarden: ik zit op een platform, de voorwaarden veranderen en dan moet ik maar ophoepelen als me dat niet bevalt. Is dát wel fair?

Privacy versus ondernemersvrijheid: welke persoonsgegevens mag een ondernemer opeisen om een gratis dienst te leveren, en wat moet hij daarmee mogen kunnen doen? En zo kan ik nog wel even doorgaan. Je kunt per onderwerp basisprincipes formuleren, en in de onderlinge botsingen (van twee, maar ook van drie rechten) een kader neerzetten om die principes tegen elkaar af te wegen.

Helemaal tevreden ben ik nog niet. Met name past governance niet goed in het plaatje: politiek gezag en middelen om zaken en problemen van de maatschappij te beheren. Heel veel governance op internet komt van private partijen, en hoewel je daar niet altijd vrolijk van wordt (hoi, we veranderen even alle algemene voorwaarden) word je van overheidsgovernance óók niet per se vrolijk (the internet is for porn, meneer Cameron). Maar governance is niet echt een kracht, een grondrecht. Het reguleert hoe grondrechten uitgeoefend kunnen en mogen worden. En daar zit dat code as law ook weer voor iets tussen, hoewel dat vaak juist vanuit private partijen komt (we bouwen een auteursrechtfilter of we beoordelen zelf welke cartoonborsten aanstootgevend zijn). Dus hmm.

Wat denken jullie? Snijdt dit hout, deze verdeling? Welke botsingen binnen deze krachten gaan het belangrijkste worden, wat mist er en hoe zou het eigenlijk moeten?

Of voel je vrij andere internetrechtelijke onderwerpen aan te snijden, het is niet voor niets een open draad. Ik ben héél benieuwd!

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Je ziet de rol van de overheid iets te beperkt wat mijn betreft. Deze zou inderdaad voornamelijk regulerend op moeten treden en een balans zoeken tussen je 4 krachten. Maar in de praktijk blijkt de overheid een geheel eigen kracht te zijn met zn acties op het gebied van veiligheid en moraliteit. Dit raakt natuurlijk voornamelijk de privacy van de burgers maar omdat een van de andere 4 krachten afwezig zijn mag deze wat mij betreft als 5e toegevoegd worden.

    • Ja, daar heb je een goed punt. Ik twijfel omdat het geen grondrecht is zoals de andere vier, dus het past niet mooi in het plaatje. Maar misschien moet ik dat idee loslaten en het inderdaad als ‘krachten’ betitelen.

      Het is ook belangrijk bij de andere krachten: de informatievrijheid komt in het geding door meneer Cameron’s “vrijwillige” pornofilter, zeker omdat het ook andere dingen blijkt te gaan weren.

      Hmm.

    • Dat zie ik als een afweging binnen het grondrecht uitingvrijheid. Enerzijds moet ik dingen over jou kunnen zeggen (mijn vrijheid) anderzijds moet jij niet zomaar besmaad/gegriefd kunnen worden (jouw vrijheid). Hoe ver ga je daarin, wanneer is iets smaad. Zeg je bv. “de waarheid mag altijd gezegd worden” dan krijg je een ander soort uitingsvrijheid dan “het moet waar zijn én relevant vandaag de dag”.

      Waar jouw vrijheid dan in zit, is wel een goeie. Dat moet een kracht, een grondrecht zijn. Ik kom dan uit bij de privacy, het recht met rust gelaten te worden. Als ik over jou ga rondbazuinen wat jij allemaal doet (al dan niet juist) dan beperk ik dat recht, ik laat je niet met rust. Dus dan zit hem daar de botsing.

  2. Volgens mij ontkom je niet aan governance, omdat juist op het internet al gauw sprake is van internationale geschillen waarbij vaak zeer geringe mogelijkheden zijn om een uitspraak ook werkelijk af te dwingen. Juist dit element maakt internet zo volstrekt anders vanuit een jurisdisch oogpunt.

  3. Vrijheid van methode: Kan ik alleen via een facebookaccount reageren op een website? Kan ik mn belastingopgave ook op een andere dan e-manier doen? Wat is hierin nu de stand van zaken, en welke ontwikkeling valt nog te verwachten? Het lijkt zeker dat cashgeld afgeschaft gaat worden. Kan ik alleen nog via internet mn geld uitgeven en ontvangen? Bestaat er straks nog geld en vermogen buiten dat wat elektronisch geregistreerd is? Gaat alle formele leven zich straks op het internet afspelen?

    En het bewijsrecht: In Amsterdam moet je elektronisch parkeren. Kenteken e.d. intikken in een machine, en je hoeft het bonnetje niet achter je raam te plaatsen. Wat als je een tikfout maakt? Heeft de computer altijd gelijk? (‘Computer says ‘no’…’)?

  4. Wil even opmerken dat er iets is dat de gehele discussie flink bemoeilijkt, en dat is het feit dat het Internet niet aan een enkele nationaliteit is verbonden, maar wetgeving weer wel. Engeland probeert de porno te weren, Rusland al het online vloeken en de homo-propaganda, Australie verbant alle naaktmodellen met kleine (a-cup) borsten en Nederland verbant TPB. En Iran verbant alles en heeft een eigen Internet. En al die landen zitten ook nog eens alles op het Internet te bespioneren… En al die nationaliteiten in de grote smeltkroes van het Internet maakt wetgeving juist zo lastig. Want als ik inbreek op de laptop van Manon Thomas en vervolgens haar naaktfoto’s online verspreid in Nederland, dan ben ik strafbaar en moet ik tevens een forse schade gaan betalen. Doe ik hetzelfde met naaktfoto’s van Kate Middleton dan krijg ik vast weer hele andere problemen. Maar als ik over het Internet inbreek op de laptop van een missionaris in Kenia die daar de meisjes van diverse traditionele stammen op heeft staan en plaats ik die online in Nederland dan is het maar weer de vraag of ik echt in grote problemen kom. Zal die missionaris het ooit ontdekken? Zal Kenia om mijn uitlevering vragen en zal Nederland daaraan voldoen? Hoe kan er internetrecht zijn als we niet eens een enkele, internationale wetgeving voor het Internet hebben?

  5. @Wim ten Brink Dat maakt mijns inziens niet zo heel veel uit, Het gaat erom waar je je bevindt op het moment van overtreding, en of het DAAR strafbaar is. Als jij vanuit Nederland een site opent over Russische homo’s dan ben je niet strafbaar. Rusland kan dan wel om je uitlevering verzoeken maar 0,0 kans dat zelfs Fredje Teeven dat gaat overwegen natuurlijk. Reis je echter naar Rusland en staat die site nog online, dan heb je natuurlijk WEL een probleem – jij bent nog steeds eigenaar, en op dat moment ben je dus IN Rusland “in overtreding”. Er is voor bijna niks “internationale wetgeving” (kan zo snel alleen op wetgeving m.b.t. internationale wateren komen, zelfs voor iets als misdaden tegen de mensheid is vlgs mij niet echt iets algemeens afgesproken – maar Arnoud, correct me if I’m wrong) dus dat lijkt me an sich niet direct een probleem.

    Wat ik VEEL interessanter vindt zijn de gevolgen die de informatiemaatschappij heeft voor die vier krachten die Arnoud schetst:

    1. Informatieverspreiding Vroegah (toen alles niet per se beter, maar op z’n minst anders was) was er een zekere drempel t.o.v. verspreiding. Als je een boek wilde uitgeven moest je OF echt kunnen schrijven, OF de hele boel zelf financieren. Tegenwoordig open je binnen 5 minuten een account op WordPress.com en tikken geblazen maar. Hetzelfde geldt voor muziek (met 1000 euro bouw je al een thuisstudio waar je redelijke kwaliteits opnames mee kunt maken, en gooi ze maar online) en vast nog voor heel veel andere zaken. Echt heel mooi, maar elke randdebiel kan tegenwoordig alles roepen en nog een podium krijgen ook, zonder enige tegenkracht. Ik zeg niet dat ik daar een oplossing voor heb of zelfs dat ik het per se een probleem vind, maar ik merk wel dat de “waarde” van informatie op deze manier aan devaluatie onderhevig is. Je zou bijna kunnen zeggen dat vrijheid van meningsuiting hierdoor in 1 ruk vanuit de huiskamer/borreltafel naar het mondiale podium is geschoten, met alle groeistuipen van dien.

    2. Auteursrechten/IE Daar staat tegenover dat juist DOOR die ontwikkeling mensen de waarde van goederen anders zijn gaan inschatten. Vijftien jaar geleden wilde je de nieuwe plaat van Madonna hebben, en dan kreeg je ook een fysiek schijfje. Daar mocht je vervolgens vrijwel alles mee doen (overzetten op tape voor in de auto, kopieren naar je harddisc zodat je niet steeds naar die CD kast hoeft te lopen, gebruiken als onderzetter etc.). Maar het punt is: je had iets in handen. Je gaf je geld uit aan iets tastbaars dat ook nog eens stuk kon gaan, en je besefte dat het produceren en vervoeren ervan geld had gekost, dus dat accepteerde je (of de prijzen toen al niet veel te hoog waren is even een andere discussie, maar dat het geld kostte was logisch).

    Tegenwoordig download je je muziek, bijvoorbeeld via iTunes. Kost ook geld, maar krijg je iets fysieks? Nee, je krijgt letterlijk een kopie van het origineel in bytes. Je betaalt ook nog eens zelf voor het vervoer (want: internetaccount) (hm, ik realiseer me hier ineens een rare dubbele heffing ook: zowel aanbieder als afnemer betalen om het bestand te verzenden. Enfin.) en de opslag (harde schijf, iPod, etc.). In feite is zo’n beetje het enige waar je voor betaalt de productiekosten van de muziek, en je krijgt er eigenlijk niet zoveel voor terug (ja, 3.5mb met bytes die kennelijk geluid bevatten, in een crappy kwaliteit ook nog). Ik vind het niet zo raar dat dat voor veel mensen niet voelt als “iets waar ze voor zouden moeten betalen”. Zelfde geldt voor films; ze komen ook op TV, dan is het toch ook “gratis” om ze te kijken?

    Ik denk dus zelf dat auteursrechten veel meer moeten (en zullen gaan) bewegen van “hoe mag ik het verspreiden” naar “hoe mag ik het gebruiken”. Verspreiden boeit allang niet meer, dat is zowel voor rechthebbende als voor piraat de facto gratis. Zomaar lappen tekst of hele coupletten kopieren en zelf iets mee maken: nee, dat vind ik niet kunnen. Andermans werk nemen en daar geld aan verdienen op wat voor manier ook zonder dat diegene er iets van terugziet: idem dito. Maar een liedje gratis downloaden of gebruiken onder je home video? Daar word IK niet beter van, en als de rechthebbende klaagt, nou ja, prima, dan delete ik het weer en ga ik vrolijk verder met m’n leven.

    1. Privacy Dit vind ik misschien wel de meest interessante. Als je vroeger porno wilde kijken ging je naar de videotheek om de hoek en rekende je contant af, en tenzij je net toevallig door een agent werd gevolgd of je de videotheekhouder wat beter kende was dat 100% anoniem. Downloaden (wat tegenwoordig the way to go is, want inderdaad, internet is for porn) is bijna per definitie niet anoniem (jaja TOR enzo, maar wie gebruikt dat nou). Veel (de meeste?) mensen beseffen zich dat niet. Ik heb weleens etters van een netwerksite geblocked. Die gasten hadden meerdere accounts en snapten maar niet hoe ik ze steeds op het spoor kwam, niet wetende dat hun IP adressen netjes in onze serverlogs kwamen.

    Maar dat is nog maar 1 ding; het feit dat al die communicatie digitaal is geworden betekent OOK dat ze, ondanks de enorme hoeveelheid, de facto veel makkelijker digitaal (en dus geautomatiseerd) doorzocht kan worden. En, zo is nu gebleken, dat doen overheden dan ook. Graag. En veel. En dat gaat alleen maar erger worden, want: het kan nou eenmaal, dus doen ze het.

    Kortom, de interessante juxtapositie hier is dat de meeste mensen denken dat ze op internet “lekker anoniem” zijn, terwijl eerder het tegendeel waar is. Een groep militanten met plannen voor een aanslag kom je makkelijker online op het spoor dan wanneer ze bij een van hen in de huiskamer verzamelen.

    1. Ondernemersvrijheid Dit vind ik een non-issue – je hebt je als ondernemer aan de wet te houden en als die je niet zint moet je in een ander land gaan zitten. Ik kan NU een businessplan maken waarbij ik miljonair word door het invoeren van heroine, maar Het. Mag. Niet. Als de wet bepaalt dat ik toestemming moet vragen voor cookies dan vind ik dat achterlijk, maar het moet nou eenmaal dus ik doe het WEL. Ik snap heel goed dat die nergens genoemd wordt, dat is nou juist zo’n governance-randvoorwaarde. Vrijheid voor ondernemers heeft niks te maken met tolpoortjes, het heeft te maken met iets produceren waar mensen voor WILLEN betalen. Mensen willen kennelijk niet meer betalen voor de nieuwe film van Sylvester Stallone. Dus plaats je een tolpoortje. Nou prima, dan gaan we toch een goed boek lezen, of mens-erger-je-nieten? Het product is minder waard geworden, daar helpt geen tolpoortje meer aan.

    ’t Is een beetje als de vergelijking van de steenbeitelaars die gaan staken omdat de boekdrukkunst is uitgevonden: staak lekker een end weg, we hebben nu een ander platform. Adapt or die.

    En governance? Don’t get me started, dat hoort in dit rijtje niet thuis. (Sprak de gesjeesde politicoloog.) Een overheid stelt randvoorwaarden, maar heeft geen invloed op de natuurlijke kracht der dingen. Overheden die dat wel proberen hebben we een naam voor: dictaturen. Een dictatuur is in mijn definitie een overheid die arbitrair dingen verbiedt omdat het de zittende heerser of heersende partij toevallig niet zint. “Arbitrair” is natuurlijk ook een beetje fuzzy, maar “gij zult niet stelen” vind ik b.v. vrij helder: het is niet eerlijk je de materiele vruchten van andermans arbeid toe te eigenen om er vervolgens zelf beter van te worden. “Gij zult niet vreemdgaan” daarentegen vind ik duidelijk geen strafrecht, net als “gij zult geen porno kijken” (haaaai premier Cameron) of “gij zult geen homo zijn” (val eens dood, Putin). Dat zijn morele kwesties en zodra een overheid zich daarmee gaat bemoeien wordt het al snel heel erg eng. (De eerste hacker die de browser history van Cameron of Putin weet te achterhalen verdient uiteraard een dikke medaille, dat soort types zijn zelf meestal het ergste.)

    Tot slot de vraag van Arnoud: welke botsingen gaan het belangrijkst worden, wat mist er en hoe zou het eigenlijk moeten?

    Ik denk dat die vraagstelling al niet goed is. Het gaat niet om de botsingen tussen die krachten an sich, het gaat erom dat het hele speelveld binnen een kleine 20 jaar volledig op z’n kop gezet is. Platenmaatschappijen worstelen daar al langer mee, maar sinds een jaar of twee (of, als je China meerekent, iets langer) overheden ook echt heel erg. De verhoudingen zijn compleet platgeslagen – als ik Fred Teeven NU een mail wil sturen dan doe ik dat, en dat wordt dan ook gelezen (misschien door een assistent, maar toch) en tenzij ik er een scheldkannonade van maak krijg ik netjes antwoord. Om wijlen Theo van Gogh aan te halen (die ik overigens een loei-irritante provocateur vond, maar dat terzijde), de “boven ons gestelden” zijn dat niet meer zo – ze zijn benaderbaar. En daar worden ze heel zenuwachtig van. Vooral omdat we nu binnen no-time via Twitter, Facebook of welk platform dan ook een mensenmassa op de been kunnen brengen – ze moeten ineens op hun tellen gaan passen. En dat in een tijd van crisis, ik geef het Rutte en Samson te doen.

    Als je het mij dus vraagt wordt de komende jaren de botsing tussen “governance” en juist die krachten het interessantst. Ontwikkelingen gaan sneller dan grote organisaties kunnen bijhouden, en ik vind dat persoonlijk machtig interessant om mee te mogen maken. Overheden neigen nu naar bescherming van IE van die drie, maar dat gaan ze niet volhouden. Echt niet. Mensen pikken bullshit niet meer, omdat ze een manier hebben om aan hun ongenoegen uiting te geven: internet. Prachtige uitvinding!

    • Wow, wat een fantastische reactie Marijn.

      Ik licht er één ding uit: “je hebt je als ondernemer aan de wet te houden en als die je niet zint moet je in een ander land gaan zitten”. Daarmee ben ik het oneens. Mogen handelen is een grondrecht, en dat grondrecht inperken vereist dus een rechtvaardiging. Je kunt niet zomaar arbitrair als wetgever de handel aan banden gaan leggen. Net zo min als je de privacy of de uitingsvrijheid kunt inperken. (Zeker in de EU context waar het vrij verkeer van goederen en diensten immers in het EU-verdrag verankerd is en dús boven nationale wetgeving gaat.)

      Het belangrijkste is voor mij echter dat die ondernemersvrijheid een tegenkracht biedt voor bv. al te strenge auteursrechtwetgeving of onwerkbare privacywetten. En omgekeerd dat je ook tegen ondernemers kunt zeggen, sorry maar dát soort handel willen we niet want dat maakt een te sterke inbreuk op de privacy van uw klant, of zoiets.

      • @Arnoud, dank en graag gedaan 🙂

        Ik vind op mijn beurt jouw reactie ook wel interessant:

        Mogen handelen is een grondrecht, en dat grondrecht inperken vereist dus een rechtvaardiging.
        Daar ben ik het dan weer hartgrondig mee oneens. 🙂 Binnen het kapitalistische systeem wel ja, maar dat is bij lange na niet het enige systeem (misschien wel het minst slechte, maar daar gaat het nu niet om). Het “recht op handelen” zoals jij dat noemt (maar daarover later meer) is een voortvloeisel uit ons economisch/politieke systeem van dit moment, GEEN natuurlijk grondrecht en daarmee onvergelijkbaar met iets als “het recht op privacy” wat mij betreft. “Handel” is niks anders dan de afspraak tussen een groep mensen dat ze goederen of diensten kunnen ruilen tegen abstracte vertegenwoordigers van waarde (“geld”) of vice versa, en dat is niet iets wat we altijd al gehad hebben. Dat je niet ongevraagd gaat rondneuzen tussen de spullen in andermans hut/huis/tent/iglo is daarentegen WEL iets universeels (privacy).

        Overigens ga ik ook graag de discussie aan over dat “recht op handelen”. Toen ik mijn BV’s oprichtte moest ik een “verklaring van geen bezwaar” aanvragen bij het Ministerie van Justitie. Doorgaans een formaliteit, maar het feit dat zoiets bestaat laat de deur open aan een regering om arbitrair deze verklaringen te weigeren (niet-ondenkbeeldig voorbeeld: 1 van mijn bedrijven doet in, ehm, wat meer adult content. Stel dat er ooit een SGP’er op Justitie komt, dan hebben ze daar mogelijk bezwaar tegen.)

        Daarnaast is “zonder rechtvaardiging” ook compleet arbitrair. Ik mag in Nederland WEL wiet verkopen aan consumenten, maar NIET als groothandel leveren aan coffeeshops. Om over harder spul maar te zwijgen. Terwijl alcohol en tabak WEL volledig legaal is – en dat is betwistbaar verslavender en gevaarlijker dan wiet.

        Sterker nog, als ik in Nederland op structurele schaal handel drijf moet ik me VERPLICHT inschrijven bij de KvK. Theoretisch gezien is het in Nederland dus “verboden te handelen tenzij”, niet “toegestaan te handelen behalve in” zoals jij impliceert. Dat is nogal een verschil. (Okee, het is niet zo erg meer als in de middeleeuwen toen je als schoenlapper lid MOEST zijn van het schoenlappersgilde, anders was je een illegale schoenlapper ofzo, maar je snapt mijn punt hopelijk. Vergelijkbare systemen bestaan trouwens nog steeds, b.v. het taxivergunningenstelsel.)

        Verder ben ik natuurlijk geen jurist, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat verreweg de meeste wetgeving – in elk geval nominaal – uitgaat van “het individu” en niet “het bedrijf”. Zo is copyrightwetgeving ervoor om “de auteur” te beschermen (in beginsel een individu), is volgens mij het Europese beginsel van “vrij verkeer en goederen” in eerste instantie bedoeld om de consumenten en werknemers makkelijker uit te laten zijn (en en passant hebben ook veel bedrijven er baat bij, maar dat is meer secundair), en ZEKER privacywetgeving is natuurlijk puur in het voordeel van de consument – er is geen bedrijf of overheid dat gebaat is bij “meer privacy”. Tuurlijk is er ook zat wetgeving gericht op bedrijven, maar dat zijn volgens mij meer “uitwerkingen van” en niet zozeer dit soort basisdingen (noem mij 1 grondwet die iets over bedrijven zegt ipv individuen).

        (Even tussen haakjes, het maakt voor de discussie natuurlijk niet uit of een wet nationaal bedacht is, of het een voortvloeisel is van een Europese richtlijn – regels zijn regels zijn regels.)

        Maar anyway, om terug te komen op het algemene thema en jouw reactie op mijn reactie: “onwerkbare privacywetten” zijn er al, zie het “cookieverbot” (Duitse spelling intentioneel ;)). Daar wordt nu op teruggekomen, maar niet primair omdat bedrijven klagen (dat deden ze namelijk al luidkeels voorafgaand aan invoering), maar omdat de bedenkers van dit gedrocht ineens zelf ook allerlei irritante popups moesten wegklikken (dus wederom: geredeneerd vanuit het individu).

        Met andere woorden, ik blijf erbij dat het spanningsveld primair gaat ontstaan tussen governance aan de ene kant en juist die 3 grondkrachten aan de andere kant. Overheden willen controleren, en het internet is goeddeels oncontroleerbaar (daarom is het ook in essentie zo mooi). Even punt 1, 2 en 3 op een rijtje (en vooruit, jouw “grondrecht op handel” als punt 4 erbij):

        1. Privacy. Overheid: ehm ja leuk dat SSL of TOR, maar nu kunnen we niet meer meelezen. Probleem!
        2. Auteursrecht. Overheid: oh ja kudt, jullie fotografen/filmers/muzikanten krijgen minder inkomsten. Probleem!
        3. Informatieverspreiding. Overheid; eh ja, maar DEZE informatie zijn we het niet mee eens eigenlijk. Probleem!
        4. Handel. Overheid: je mag niet online gokken. Bedrijf: prima, gaan we toch ergens zitten waar dat WEL mag, die site blijft gewoon bereikbaar jeweettog. Probleem!

        Punt 2. met dat auteursrecht lost zich vanzelf wel op, die mensen moeten gewoon andere manieren bedenken om geld te verdienen. C’est la vie. De strijd die we de komende jaren gaan voeren is of er niet teveel debiele beperkingen gaan worden ingevoerd tot de industrie zelf ook zover is. Punt 4. is ook niet zo’n issue, dan gaan ze maar achter de individuen aan die die diensten afnemen. Punt 1. en 3. worden denk ik het interessantst, omdat ze inherent het meest bedreigend zijn voor overheden – IE en of iemand een gokje waagt zijn uiteindelijk niet zo boeiend voor ze, dat we niet alles met de overheid willen delen en WEL alles willen kunnen zeggen zijn dat des te meer, omdat ze potentieel direct aan het bestaansrecht van een overheid kunnen knabbelen (zie de Arabische lente die grotendeels via versleutelde online netwerken georganiseerd werd).

        • Een grondrecht bestaat volgens mij altijd alleen maar binnen een systeem. Vrijheid van meningsuiting is typisch iets van een democratie, in landen als China denken ze daar héél anders over.

          Grondrechten zijn niet absoluut of universeel, maar ingekleurd door cultuur, systeem et cetera.

          Het klopt dat ook Nederland grenzen stelt aan het grondrecht ondernemersvrijheid, maar dat is geen argument tegen het bestaan van dat grondrecht. Nederland beperkt ook sterk de privacy, toch erkennen we dat als grondrecht. Grondrechten mógen worden ingeperkt, alleen is er kort gezegd altijd een stevige rechtvaardiging én een proportionaliteitseis+subsidiariteitseis nodig. Bovendien: het is mogelijk dat een wet een grondrecht schendt, daar zijn (in Nederland) helaas geen preventieve waarborgen tegen (behalve een advies van de Raad van State, dat de regering+parlement mag negeren).

          Ik ben het met je eens dat grondrechten primair op het individu gericht zijn. Maar een individu kan ondernemer willen zijn, en binnen ons kapitalistische systeem willen we dat aanmoedigen. Daarnaast erkennen we de rechtspersoon, het bedrijf als burger. Ook bedrijven hebben recht op bescherming van hun goede naam en op het verkrijgen en verspreiden van informatie.

          Het is een feit dat bedrijven een groot deel van internet in bezit hebben en daar dingen mee willen doen. Dat is van fundamentele invloed op hoe dingen werken. Privacywetgeving wordt geërodeerd, de vrijheid van meningsuiting moet passen binnen wat die bedrijven gezellig vinden, en auteursrechten zijn alleen relevant als dat in het bedrijfsbelang past. Wat jij dus “gewoon andere manieren om geld te verdienen” noemt.

          Die overheidscontrole, het grip willen krijgen, gaat inderdaad een hele belangrijke worden. Maar is dat een drijfveer op zich, gaat het overheden om controle om de controle? Of is die overheidscontrole het middel om iets anders te bereiken, bv. afdwingen van privacywetgeving of handhaving van auteursrechten?

    • Als jij vanuit Nederland een site opent over Russische homo’s dan ben je niet strafbaar.
      Ja en nee. Ik hoef maar weinig problemen te verwachten als ik in Nederland blijf, maar als ik daarna ooit op vakantie wil naar Rusland dan heb ik een probleem. Als ik zaken wil doen met Russische bedrijven krijg ik mogelijk ook problemen. Ook al hou ik mij 100% aan bewezen feiten. Als ik b.v. een biografie over Koning Bhumibol van Thailand online plaats die een wat duistere kant laat zien ben ik niet welkom meer in Thailand, ook al is alles bewezen. Erger, als ik een kritische website maak over de Islam dan kan ik mogelijk veel Islamitische landen als vakantieland vergeten en ben ik mogelijk ook in eigen land onveilig. Idem voor sites over andere religies, hoewel er wel enigszins verschil kan zijn in de gevolgen. Maar ook als ik hier in Nederland een website maak over hoe je je eigen wiet kunt kweken, wat je er allemaal voor nodig hebt en dat je dit alles gewoon in de supermarkt kunt bestellen en alles in het Engels doe, dan is er een grote kans dat ik de USA gewoon niet in kom. Of als ik documenten van Wikileaks/Snowden online p[laats op een Nederlandse site dan kan ik in de USA ook de nodige problemen verwachten. Dus nee, in Nederland ben ik niet strafbaar, maar in het buitenland hoeven ze zich daar maar bar weinig van aan te trekken. Dus betreffende die site over Russische homo’s… Indien ik een site in het Russisch opzet en daarin taalgebruik toepas die vooral jongeren zal aanspreken en daarbij homoseksualiteit bespreekbaar maak dan ben ik in dat land niet meer welkom, tenzij ik er een hele lange tijd wil gaan doorbrengen in een hele koude locatie…

  6. Consumentenrecht is het recht dat op consumenten van toepassing, dus internetrecht is het het recht dat op internet van toepassing is. Van Dale definieert recht als een groep van bij de wet vastgestelde regels, dus internetrecht heeft betrekking op alle bij wet vastgestelde regels die toepasbaar zijn op internet. Informatierecht is iets anders.

  7. De driedeling van Dommering gaat over informatierecht (hoewel deze drie onderwerpen ook op internet centraal staan, voor USA vooral copyright/FOS en EU privacy/copyright) en internet de informatiemaatschappij karakteriseert is er behalve informatie (en communicatie) voor internetrecht essentieel het technische aspect. Welke pijlers je ook juridisch inhoudelijk of anderszins kiest, uiteindelijk is internetrecht een combinatie van recht en internet: het oplossen van juridische vragen die samenhangen met het internet – unieke eigenschappen van het internet die bij juridische normering van of toepassen van juridische normen een rol spelen. Daarmee valt ook internet governance ook binnen internetrecht, maar is in mijn ogen beperkter (veel internetrecht jurisprudentie zou ik niet tot internet governance rekenen). Zie ook onderstaand (uit 10 geboden van het internetrecht), de bijzonder karakteristieken van het internet die de juridische analyse inkleuren:

    Centrale internetrecht onderwerpen zijn auteursrecht, vrijheid van meningsuiting en privacy.45 Gebruikers kunnen auteursrechtelijke content delenmet vele onbekenden, op de digitale zeepkist kan fluisterend de hele wereldbevolking worden bereikt en op internet is zo veel informatie dat zelfszonder data mining in korte tijd een profiel kan worden opgesteld dat meer verteld dan iemand van zichzelf weet. Daar zal een recht om te vergeten in de Europese privacy verordening weinig aan veranderen.46 Behalve dit trio breinbrekers is er een stoet aan andere het recht uitdagende gemakken zoals sociale netwerken, virtuele werelden en de elektronische overheid47 alsmede ongemakken zoals onrechtmatige content, cybercriminaliteit en klassieke delicten alssmaad en oplichting.48

  8. Nog een kleine aanvulling. Zoals gezegd is het mijns inziens niet primair informatie/communicatie wat internet bijzonder maakt, maar de wijze waarop. Dit is wezenlijk anders dan van voor ontstaan het internet. Ieder individu kan de hele wereld bereiken. Traditionele reguleringsmodellen gingen uit van 1-op-1 communicatie, of 1-op-n (klassieke media zoals krant, TV), maar nu dus n-op-m. De krachten lijken me ook in ander opzicht te beperkt, cybercrime zou ik er bijv. niet onder krijgen. Binnen internet governance zijn er interessante indeling waar je naar kan kijken. Ken je bijv. de classificatie van Oxford Internet Institute? Ik citeer hieronder een stuk uit hoofdstuk met Schermer, wat in Recht en Computer komt, met verschillende invalshoeken/benaderingen.

    Achter deze brede definitie van internet governance gaan tal van perspectieven schuil. Kurbalija geeft een overzicht vanuit de achtergrond van betrokkenen met ieder hun eigen perspectief, zoals IT-specialisten die geïnteresseerd zijn in technische standaarden, communicatiewetenschappers die willen weten welke rol internet speelt bij communicatie, mensenrechtenspecialisten met interesse in de vrijheid van meningsuiting en privacy, andere juristen die vanuit het perspectief van jurisdictie en geschillenoplossing kijken, et cetera. Los van de vraag of deze typeringen accuraat zijn, maakt het wel duidelijk dat de vragen die opkomen bij internet governance sterk gekleurd worden door het perspectief dat men heeft.

    Enigszins in het verlengde deze observatie ligt het onderscheid dat gemaakt wordt tussen technische en inhoudelijk vraagstukken op het gebied van internet governance. Technische aspecten vallen onder internet governance in enge zin en betreffen vraagstukken aangaande protocollen, standaarden, domeinnamen enzovoorts. Het gaat dan om de infrastructuur en het technisch ontwerp van internet. Internet governance in brede zin heeft betrekking op inhoudelijke, politieke of juridische vragen rondom specifieke thema’s zoals auteursrecht, vrijheid van meningsuiting, privacy en e-commerce.

    Dutton & Peltu hanteren een indeling waarin internet governance in brede en enge zin deels overlappen. Internet governance in enge zin typeren zij als internet centric, het internet als zodanig staat daarbij centraal. Internet governance in brede zin delen zij op in internet user centric en non-internet centric. In de eerste categorie gaat het om regulering van gebruik en misbruik van het internet. Het draait hier om onderwerpen als cybercrime, consumentenbescherming en privacy. De tweede categorie ziet op bredere maatschappelijke vraagstukken waarbij het internet weliswaar een belangrijke rol speelt, maar die niet exclusief het internet raken. Hierbij kan gedacht worden aan zaken als zoals het dichten van de digitale kloof, de toekomst van het auteursrecht, culturele diversiteit en de vrijheid van meningsuiting.

  9. Wat mij betreft is dat auteursrecht (zoals dat nu bestaat, ik heb het nu niet over de persoonlijkheidsrechten) helemaal geen grondrecht: het is een eenvoudige handelsregeling tegen het vrij meeliften op andermans inspanningen, en daarmee een onderdeeltje van het “vrij” ondernemerschap. Wat mij betreft mag dat dus nooit en te nimmer boven de grondrechten gaan, zoals de vrijheid op toegang tot informatie. Als blijkt dat door de techniek het auteursrecht in zijn 19de-eeuwse vorm niet meer werkt, moeten we iets anders zoeken, puur op basis van de economische/maatschappelijke noodzaak auteurs het mogelijk te maken werken te produceren. (De gevolgen van het huidige auteursrecht zijn al rampzalig, zie eens hoeveel werk niet beschikbaar is, dat dat wel heel makkelijk had kunnen zijn, alleen maar vanwege dat auteursrecht, zonder dat er iemand op enige manier beter van wordt).

    Dat “vrij” ondernemerschap is trouwens een rare eend in de bijt. Het begrip “vrije markt” is een soort van paradox: als je niet continue ingrijpt als overheid om de markt vrij te houden zul je al heel snel zien dat grote partijen de koek verdelen en samenspannen om nieuwe toetreders tot de markt die vrijheid te ontnemen. Vrijwel alle lobby activiteiten van bedrijven zijn gericht op het creëren van barrières voor andere partijen, en het vergroten van eigen voordeel. Leg regels op, waaraan de gevestigde orde wel kan voldoen, maar nieuwkomers niet… Dat geld op allerlei vlakken, van zogenaamde “IE” rechten tot veiligheidsregels. Laatst nog zo’n dwaas voorstel van de BOVAG: “verbied mensen hun auto’s voor de deur te wassen, zodat onze wasstraten beter renderen,” zogenaamd uit zorg voor het milieu. Het vergt politici met een sterke ruggengraat om steeds weer door dit soort schijnargumenten te prikken en de “vrije” markt vrij te houden. Het is belangrijk dat we politici hierbij helpen door volledige transparantie van hun inkomsten af te dwingen, tot zo’n 10 jaar na het einde van hun politiek carrière, en een ruime wachtgeld regeling in te voeren, gekoppeld met een verbod om in die tijd voor onverklaarbaar hoge beloningen voor belangengroeperingen te werken. En help de bedrijven door elke vorm van steun aan politici en politieke partijen voor niet-natuurlijke personen te verbieden, en die van natuurlijke personen te beperken tot wat je van een modaal jaarsalaris kunt opbrengen als je je levensonderhoud al betaald hebt.

    Over patentrecht wil ik verder helemaal niet hebben: dat systeem is zo fundamenteel fout dat we het geheel moeten afschaffen: er is nog nooit aangetoond dat het systeem uitvindingen bevorderd, terwijl het tegendeel zeer duidelijk is: het heeft alle fundamentele technische doorbraken in de geschiedenis enorm vertraagt. Het is puur een beschermingsconstructie.

    Deze bijdrage heeft inderdaad weinig van doen met het “internet”. Het internet wordt er in politieke discussies met de haren bijgesleept om kromme regelingen recht te praten, regelingen waarover alle argumenten in het verleden al lang zijn doorgenomen, en waarvan (zonder dat magische woordje “internet”) we allang weten dat ze krom zijn. Politici zouden bij elk voorstel met het woord internet erin een rode vlag moeten hijsen, en het woord eruit moeten laten halen, en dan nog eens kijken of het zinnig is.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS