Gastblog: Aanhaakverpakkingen: beter goed gejat dan slecht bedacht?

| AE 7910 | Ondernemingsvrijheid | 32 reacties

Omdat ik met vakantie ben vandaag een gastbijdrage. Vandaag: advocaat Nine Bennink die misgreep bij de supermarkt en met Vlugge Japie thuiskwam.

Een tijdje geleden deed ik mijn boodschappen bij een Duitse discounter (ja die, met dat blauw/gele logo) en ik zag daar in de schappen de “Vlugge Japie” ontbijtkoek liggen. Even dacht ik dat Japie het broertje was van Jelle, totdat ik besefte dat de “Vlugge Japie” een schaamteloze kopie is van de “Snelle Jelle” ontbijtkoek van Peijnenburg. Juridisch een eenvoudige zaak, zou je misschien denken. Andermans product kopiëren mag toch niet zomaar? Het ligt echter iets minder zwartwit.

Een merknaam, logo en/of verpakking zijn bedoeld om de consument te verleiden om het product aan te schaffen. Een A-merk geniet meer bekendheid dan andere merken, en is daarom beter in staat om de consument over te halen. Wanneer het andere merk wat betreft look and feel lijkt op het A-merk, voelt de consument zich er vertrouwd mee en is sneller geneigd om het andere, vaak goedkopere, product te kopen.

De fabrikanten van de A-merken zijn natuurlijk niet blij met deze kopieën. Zij investeren enorme bedragen in het (uiterlijk van het) merk, en moeten toezien hoe namakers dicht aanhaken bij hun ideeën. Opmerkelijk is ook dat de namakers niet alleen aanhaken bij de verpakkingen, maar ook bij de merknaam en logo van het A-merk. Wanneer het A-merk omringt wordt met producten met gelijksoortige merknamen en/of verpakkingen, valt het A-merk niet meer op. Wat kunnen fabrikanten nu doen?

Juridisch gezien moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de verpakking van een product en de merknaam of logo. Dit heeft te maken met het feit dat deze elementen op een verschillende manier worden beschermd. Ik bespreek deze elementen allebei, en ik begin met de verpakking.

Veel producten hebben een bijzondere, unieke of originele verpakking die voor bescherming in aanmerking komt. Een verpakking kan worden beschermd door het auteursrecht, dat automatisch ontstaat zodra de verpakking creatief genoeg is. In sommige gevallen kan een verpakking ook worden beschermd door het modellenrecht, maar daar gelden strenge eisen voor bescherming dan het auteursrecht. Een verpakking moet een “andere algemene indruk” wekken dan verpakkingen die al op de markt zijn. Meer dan alleen een blauwe verpakking met een foto van een koe in het geval van halfvolle melk dus.

Merknamen en logo’s worden beschermd door het merkenrecht. Net zoals het modelrecht geleden er eisen, maar de meeste productnamen voldoen daar wel aan. Zodra een naam in staat is om producten van anderen te onderscheiden, ingeschreven is als merk in de registers en als merk wordt gebruikt, is de naam beschermd.

Zodra het merk is ingeschreven, mag een ander hetzelfde merk – of een naam die daar sterk op lijkt – niet gebruiken voor eigen, soortgelijke, producten. Het criterium dat geldt in het merkenrecht om te bepalen of het ene merk te veel lijkt op het andere, is de vraag of het “aanhaakmerk” voor verwarring zorgt bij de consument. Concreet komt dat neer op de situatie dat een consument onterecht denkt dat de Snelle Jelle en Vlugge Japie ontbijtkoeken van één en dezelfde fabrikant zijn.

De gekopieerde verpakkingen en merknamen zijn voer voor juristen, maar procedures over dit soort situaties zijn altijd onvoorspelbaar. Een rechter moet namelijk de subjectieve vraag beantwoorden of de nagemaakte verpakking of het nagemaakte merk te veel lijkt op het origineel. Een rechter heeft wel handvaten die in rechtspraak zijn ontwikkeld om die vraag te beantwoorden, maar uiteindelijk komt het neer op de mening van de rechter. Daar komt bij dat het juridisch gezien wel toegestaan is om bepaalde elementen over te nemen van een bestaand idee.

Ik denk wel dat het gezegde “beter goed gejat, dan slecht bedacht” slechts gedeeltelijk opgaat in dit soort kwesties. Grote fabrikanten van levensmiddelen zijn namelijk niet bang zijn voor een rechtszaak, en zeker niet wanneer zij enige kans maken om deze zaken te winnen. Als een rechter inderdaad zo beslist, ben je er als namaker goed bij. In alle gevallen moet de namaker dan direct stoppen met het gebruik van het namaakmerk of verpakking en vaak worden producten teruggeroepen en/of vernietigd, moet er schadevergoeding worden betaald en kan de rechthebbende ook winstafdracht vorderen. Daar komt bij dat dit soort zaken – in tegenstelling tot bijna alle andere zaken in Nederland – een volledige proceskostenveroordeling kennen. Dat betekent dat de verliezer (in dit geval de namaker) alle proces- en advocaatkosten van de ander moet betalen. Dit kan het de namaker nog wel eens duur komen te staan.

Afsluitend heb ik twee bekende voorbeelden opgenomen van verpakkingen en merken die op elkaar zouden lijken. Oordeel zelf.

vlugge-japiehelmpjes
(bron: instagy.com)(bron: ah.nl en nederdropje.blogspot.com)

Het is als rechter niet altijd makkelijk om namaakverpakkingen te vergelijken. In het geval van de ontbijtkoeken vind ik de gelijkenis sterker dan de drop omdat bij de ontbijtkoeken zowel wordt aangehaakt bij de merknaam (snel en vlug, Jelle en Jaap) én het kleurenpalet/layout van de verpakking. Het is echter zeer goed mogelijk dat u daar anders over denkt. Ik ben heel benieuwd!

Nine Bennink is sinds 2014 werkzaam bij Damsté advocaten – notarissen op de sectie handels- en ondernemingsrecht. Zij houdt zich voornamelijk bezig met het intellectuele eigendom. Nine is rode lippenstift, latin dansen, brillencollectie en lekker eten/koken.

Deel dit artikel

  1. Tja, dat je een afbeelding van ontbijtkoek op je verpakking zet lijkt mij logisch bij ontbijtkoek. Het woord Ontbijtkoek heeft op beide verpakkingen wel verschillende lettertypes en achtergronden maar het blauwe vlak lijkt mij bij beide producten dezelfde kleur blauw. En daardoor ontstaat er verwarring omdat dit blauwe vlak het meeste opvalt. Tja, het verschil tussen autodrop en brommerdrop is wel duidelijk. Die laatste heeft daarbij ook een brommer-kentekenplaat als logo als duidelijk onderscheid. Dan heb ik meer moeite met de verschillende merken pindakaas die je bij http://www.jumbo.com maar eens moet gaan zoeken. Calve is een bekend merk maar het Jumbo huismerk lijkt er vrij sterk op. En het lijkt erop dat zo’n beetje ieder merk vrijwel hetzelfde model pot gebruikt als Calve en soms met gelijk-kleurig deksel. En omdat Calce af en toe de wikkel om hun pot aanpassen met andere kleren, plaatjes, enzovoorts kan er dus eenvoudig verwarring over ontstaan. De vraag is alleen: wie kwam er als eerste met dat model pot?

  2. Mee eens, de ontbijtkoek is een vrij duidelijke vervalsing. Bij de drop vind ik het wat lastiger om de vergelijkbare elementen te vinden. Eigenlijk zie ik daar alleen in de tekst “Brommerdrop” een poging om aan te haken, want het is logisch om te denken dat die van dezelfde fabrikant als “Autodrop” komt.

  3. Grote fabrikanten van levensmiddelen zijn namelijk niet bang zijn voor een rechtszaak (..) Daar komt bij dat dit soort zaken – in tegenstelling tot bijna alle andere zaken in Nederland – een volledige proceskostenveroordeling kennen.

    Dat laatste geldt natuurlijk ook omgekeerd: te lichtzinnig procederen kan enorm duur uitpakken.

  4. Hoeveel mensen zullen bij Vlugge Japie nou echt denken: “Kijk nou, precies diezelfde kocht ik gisteren nog voor het dubbele bij AH. Wat een koopje!”

    Ik zou eerder verwachten dat de meerderheid van consumenten die het product Snelle Jelle kennen, ook de opzettelijkheid van de imitatie erkent: “Oh, dat heeft meneer Aldi slim bedacht: dit is natuurlijk een overduidelijke aanspeling op Snelle Jelle, dus de Aldi-versie zal wel ongeveer hetzelfde smaken!”

    Is dit soort meeliften op naamsbekendheid ook verboden? Of alleen als de kans groot is, dat de merken daadwerkelijk met elkaar verwisseld gaan worden?

  5. Wat is nou toch eigenlijk het juridische nut van “een Duitse discounter (ja die, met dat blauw/gele logo)” ? Dat zie je namelijk maar al te vaak voorbij komen in geschreven stukken of bijvoorbeeld op TV of radio. Het meest bekend van “de omroepen die op staatszenders uitzenden”, waarbij het verboden is (sluik)reclame te maken. Maar misschien schuilen er soms ook andere motieven achter, zoals het niet aansprakelijk willen zijn voor inbreuk op merkrecht.

    Maar wat voor juridische nut heeft het om te verwijzen naar een merk op een beschrijvende manier, waarbij je in redelijkheid toch maar enkel op dát merk zal uitkomen? Analogieën als spotprent vs portretrecht ( http://bit.ly/1KercPB ) en zelfs parodie vs auteursrecht ( http://bit.ly/1HCcIXK ) liggen wat mij betreft voor de hand. Zo makkelijk ontkom je niet, denk ik dan.

    Ik vraag me af of ze zelfs bij de staatszenders er eigenlijk wel mee weg kunnen komen om Lidl niet te prijzen voor het een of ander, maar ‘de Duitse discounter met blauw/gele logo’ wel.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS