Wat, blog ik nu alweer tien jaar over internetrecht?

| AE 9344 | Iusmentis | 14 reacties

Sjonge. Want ja, inderdaad: op 31 maart 2007 blogde ik voor het eerst iets, en meteen maar zes artikeltjes tegelijk. Drie keer over de GPL, een keer over cameratoezicht en een stukje over presenteren, naast een flauw startberichtje. Ik was nog erg enthousiast toen, dat eerste jaar. Daarna ging ik al snel naar het ééns-per-werkdag-ritme dat ik nu eigenlijk altijd aanhoud. Maar whoa, tien jaar.

Wat speelde er zoal in 2007? Auteursrecht online, natuurlijk. Van miljoenenboetes tot Cozzmoss-claims en een Donald Duck-downloadavontuur. Daarnaast ook kleinere relletjes, herinnert u zich Agent Van Geel nog?

Auteursrecht wás in die tijd ook het grote hangijzer binnen het internetrecht, wat moesten we ermee. Het probleem is fundamenteel: kopiëren is op internet zo makkelijk als ademhalen, en het beheersen van kopieën is het centrale recht achter het auteursrecht. Dit leidde tot vele grote conflicten en een gigantische technologisch/juridische wapenwetloop waarbij nieuwe diensten opstonden om informatie te exploiteren, rechthebbenden zich daartegen verzetten en na de onvermijdelijke rechtszaak weer nieuwe diensten opstonden om het net iets anders te doen en zo te pretenderen legaal te handelen.

De grote strijd op dit gebied is wel goeddeels afgelopen. Legale diensten zoals Spotify en Netflix worden breed gedragen, en illegale diensten zoals torrents en downloadsites zijn de marge in verdwenen. Het illegale zal nooit volledig uit te bannen zijn, maar kwalitatief goed legaal aanbod tegen een faire prijs blijkt voor de meeste mensen genoeg reden om de torrents links te laten liggen. Een stevig achterhoedegevecht zal de komende jaren nog worden gevoerd door fotografen en tekstschrijvers die met grote regelmaat hun creatieve werk zonder toestemming overgenomen zien. Tekst en beeld is nu eenmaal de grondstof van de informatiesamenleving. Niet voor niets telde mijn blog over Getty Images bijna duizend reacties over dit onderwerp.

De komende tien jaar gaan vooral draaien om het conflict tussen privacy en uitingsvrijheid. Wat mag je doen met informatie over personen, en wanneer hebben zij daar zelf het laatste woord in. Interessegebaseerde diensten, profielgestuurde beoordelingen en automatische besluiten gaan daar belangrijke thema’s in worden. Je ziet het nu al bij de discussies rond het vergeetrecht. Wanneer moet oude informatie over iemand worden verwijderd, hetzij bij de bron hetzij bij zoekmachines als Google?

Die platforms gaan ook nog een ding worden. Het grote thema daarbij was altijd hun aansprakelijkheid; wanneer moet een hoster of beheerder ingrijpen als gebruikers wat doen. Daar zit nog wel wat vlees op de botten, de balans is nog niet echt gevonden. Je wilt stimuleren dat mensen hun platform netjes schoon houden, maar als daaruit volgt dat zij aansprakelijk worden voor wat ze laten staan, dan geef je een verkeerd signaal af. Maar ondertussen wordt ook steeds belangrijker de vraag hoe om te gaan met de macht van die platforms. Want het aloude “dan begin je toch zelf een blog” of “het is gewoon Facebook hun server, dus hun regels” is niet houdbaar meer.

Een relatief nieuw fenomeen zit in de opkomst van het Internet of Things. Van speelgoed tot slimme meters, steeds meer apparaten krijgen een aansluiting op internet. Wie wil er immers niet zijn verwarming op afstand met een app aanzetten, of de speelgoedbeer op Instagram zijn kunsten laten vertonen? In de praktijk blijkt echter dat leveranciers van deze apparatuur massaal zwaar tekort schieten in hun beveiliging: de apparaten worden met stokoude besturingssoftware uitgeleverd en worden bij wijze van spreken op de toonbank al gehackt. Voor consumenten is het echter vrijwel niet mogelijk hier inzicht in te krijgen, maar zij krijgen de gevolgen wel op hun bordje. Het wordt tijd dat hier specifieke wetgeving voor opgesteld wordt.

Wezenlijk nieuw in het recht zijn de mogelijkheden voor nieuwe diensten op basis van blockchaintechnologie. Deze technologie is ontwikkeld in 2009 als onderdeel van de virtuele valuta bitcoin. Bitcoins zijn digitale getallen die op zichzelf waarde vertegenwoordigen. Met wiskundige berekeningen worden transacties geautoriseerd. Dit gebeurt op decentrale wijze: er is geen centrale autoriteit, geen bank of toezichthouder, die als ultieme arbiter uitspraken doet over transacties. Het gehele netwerk aan bitcoingebruikers beslist tezamen (met meerderheid van stemmen) of een transactie legitiem is of niet. Bitcoin kwam precies op het goede moment: vlak na de bankencrisis en net op een moment dat betalen op internet weer eens in de aandacht stond. Het netwerk was groot genoeg om het decentrale stemmen over transacties mogelijk te maken zonder dat één partij daar disproportioneel invloed op kon krijgen. Als digitaal equivalent van contant geld heeft het echter een tikje een kwade reuk gekregen, omdat ook criminelen haar waarde hebben ontdekt – niet-traceerbare betalingen zijn een prachtige manier voor afpersers, datagijzelnemers en ander gespuis om hun sporen verborgen te houden.

Blockchaintechnologie kan echter veel meer dan alleen virtuele valuta faciliteren. Iedere activiteit waarbij informatie op onweerlegbare wijze moet worden bijgehouden, en een centrale autoriteit niet wenselijk of haalbaar is, is geschikt om middels een blockchain te realiseren. Te denken valt aan identiteitsdiensten, onderhandse aktes, data-opslag of veilig elektronisch stemmen.

Een op de blockchain voortbouwende ontwikkeling met juridische relevante is het zogeheten slimme contract. Het gaat hier dan niet om creatieve contractuele bepalingen, maar om softwareprogramma’s die zelfstandig contractuele afspraken uitvoeren en handhaven. Deze programma’s worden in de blockchain geplaatst en opereren vanaf dat moment autonoom. Zij kunnen bijvoorbeeld een betaling ontvangen en vasthouden totdat een specifieke feitelijke handeling (zoals overdracht van een domeinnaam) is verricht, en deze daarna vrijgeven aan de overdragende partij. Zolang de handelingen automatisch uit te voeren zijn en de triggers objectief meetbaar, is opname in een slim contract mogelijk.

Dit roept vragen op: kunnen computers zelfstandig rechtshandelingen verrichten zoals een aan- of verkoop, en wie is voor de gevolgen aansprakelijk te houden? Ook de vraag hoe om te gaan met een programmeerfout of een onbedoelde handeling is een lastige kwestie. Komt dit voor rekening van de programmeur, of is het gewenst dat de rechter daar toch een corrigerende uitspraak kan doen? Dat laatste staat natuurlijk op gespannen voet met het autonome karakter van deze contractsvorm. En zelfs als dat gewenst is: kán dat wel, nu het contract gedecentraliseerd in de blockchain opgenomen is en daarmee niet door één partij te beïnvloeden?

Als laatste nieuwe trend is daar nog de opkomst van de kunstmatige intelligentie. Recente doorbraken op dit gebied maken KI een hype: er wordt al driftig gespeculeerd wanneer de computer de mens voorbij zal streven in intelligentie, en welke gevolgen dit voor ons zal hebben, terwijl de zelfrijdende auto pas net het testcircuit verlaten heeft. Maar automatisering door bots, agents en zelfdenkende systemen wordt zonder meer de trend op lange termijn. Ook de juridische sector zal dit gaan merken: legal tech is ‘hot’ en steeds meer dienstverleners betreden met chatbots, documentgeneratoren en andere tools het gebied van de klassieke advocaat. Het blijven interessante tijden voor het internetrecht.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Van harte gefeliciteerd, lees toch elke dag altijd nog even ergens de nieuwste post, zeker interessant, ook voor mij als relatieve leek.

    Toch één puntje, en wel om deze opmerking:

    De grote strijd op dit gebied is wel goeddeels afgelopen. Legale diensten zoals Spotify en Netflix worden breed gedragen, en illegale diensten zoals torrents en downloadsites zijn de marge in verdwenen.

    Daar kan ik het toch echt niet mee eens zijn. Qua muziek heb je gelijk, daar heeft spotify de slag gewonnen, door consumenten een goed alternatief te bieden. Voor Films en series is het toch echt een heel ander verhaal. Daar is downloaden nog altijd de norm, door de totaal vastgeroeste houding van zowel productiehuizen als tc aanbieders. Het was in oktober nog in het nieuws, sinds 2012 is de Netflix catalogus met de helft gekrompen. Allemaal door de wens exclusieve licenties af te sluiten. Om dus alle series te kunnen zien die je wilt zien moet je een tv abbonnement van KPN hebben (Nederlandse producties deels door KPN gefinancierd zijn alleen via KPN te zien), Een internetabbonnement van Ziggo, HBO (dus o.a. Game of Thrones) is alleen via Ziggo te krijgen, en een abbonnement op NetFlix, Amazon Prime en Hulu. En vervolgens elke dag een kwartier voor je Mariabeeldje bidden of er geen geografische restricties zijn opgelegd voor je favoriete series omdat een TV zender de rechten gekocht heeft voor twee seizoenen terug met een optie op de rest. De consequenties daarvan zullen steeds zichtbaarder worden. Een goede vriend van me, totaal a-technisch, heeft recentelijk een nieuwe tv, en gelijk een mediabox gekocht, kant en klaar met Kodi, en alle invoegtoepassingen nodig om Peer to Peer illegaal te streamen. Bij Bol.com, illegaal downloaden is dus al zo gebruikelijk dat het gewoon via een respectabele webshop gefaciliteerd wordt

    Sorry wilde je feestje niet versjteren, maar dit blijft een gevoelige snaar. Nogmaals van Harte met deze mijlpaal

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

Volg de reacties per RSS